Met de groei van de wereldbevolking groeit ook de behoefte aan vlees. Wat staat de sector de komende decennia te wachten? Op de IPVS, het wereldcongres van varkensdierenartsen in het Zuid-Afrikaanse Durban, gingen diverse sprekers hier op in. Over veranderende handelsstromen, dierziekterisico’s en verticaal boeren in varkensflats.
De Toenemende Vraag naar Dierlijke Producten
In de periode tussen 2008 en 2025 moet de wereld meer voedsel produceren dan de afgelopen tienduizend jaar bij elkaar. Als gevolg van de groei van de wereldbevolking en de toenemende welvaart neemt de vraag naar dierlijke producten dramatisch toe, voorspelt Manfred Kern. Kern schetst dat de wereldbevolking van de huidige 6,6 miljard voortschrijdt naar ruim 8 miljard mensen in 2025. Die groei doet zich voornamelijk voor in Azië en Afrika.
Meer mensen betekent dat er meer dierlijke eiwitten nodig zijn. Bovendien is op die continenten nog relatief veel groeipotentieel in welvaart en dus in vleesconsumptie. „In India gaat de vleesconsumptie verdrievoudigen van 2 naar 6 kilo per persoon per jaar”, aldus Kern. „De gemiddelde Chinees consumeerde in 1991 nog 24 kilo vlees.
Groeiende Vleesproductie en Handelsstromen
André van Halderen, biosecuritymanager van ministerie van Landbouw in Nieuw-Zeeland, zit ook op die lijn. Hij verwacht dat de wereldwijde vleesproductie - 280 miljoen ton in 2007 - binnen twintig jaar verdubbelt. Meer dan driekwart van die productiegroei gaat zich voordoen in de ontwikkelingslanden. Varkensvlees was vorig jaar met 106 miljoen ton goed voor 38 procent van de vleesproductie.
De stijging van de wereldvleesproductie gaat ook zijn invloed hebben op de handelsstromen, voorspelt de Nieuw-Zeelander. In 1990 werd 8 miljoen ton vlees (8 procent van de wereldproductie van 100 miljoen ton vlees) wereldwijd verhandeld. In 2007 was het percentage van de wereldhandel met 7,5 procent vrijwel gelijk, maar de netto-vleeshandelsstroom was gegroeid van 8 naar 21 miljoen ton, waarvan 24 procent varkensvlees.
Manfred Kern voorziet dat in 2025 dertig procent van de totale wereldvoedselproductie over de wereld wordt getransporteerd. „De handel verandert fundamenteel: van lokaal en regionaal naar globaal.” In de agrarische handel groeit de stroom van (diep)gekoeld voedsel het snelst, vooral in het zeetransport. Vlees, als een rijke bron van energie en eiwit, gaat daarvan het leeuwendeel uitmaken.
Risico's van Dierziekten
Met de toenemende behoefte aan vlees worden veehouderijbedrijven intensiever en grootschaliger. In combinatie met de groei van het internationale transport van vlees en ook van levend vee, stijgt daarmee ook het risico op de (internationale) verspreiding van dierziekten. Daarnaast ontwikkelen zich nieuwe ziektes. In de laatste twee, drie eeuwen verscheen er gemiddeld elke twee tot drie jaar een nieuwe dierziekte of een variant van een bestaande plaag, aldus Kern.
„We kunnen er op rekenen dat dit de komende tientallen jaren niet anders is. En de markt tolereert ziekte-uitbraken absoluut niet. Volgens biosecuritymanager Van Halderen is naar schatting driekwart van de nieuwe ziektes een zoönose, dat wil zeggen een ziekte waar ook mensen ziek door kunnen worden. Maar een uitbraak van een dierziekte hoeft voor de producenten trouwens niet altijd nadelig uit te pakken, stelt hij.
De grootschalige uitbraken van hoogpathogene vogelgriep in 2004 resulteerden in een stijging van de wereldpluimveeprijzen met meer dan dertig procent, mede doordat in diezelfde tijd ook de rundvleesmarkt onder druk stond vanwege BSE. Oftewel: de één z’n dood is de ander z’n brood. Het netto-effect op de wereldhandel is daarom vaak moeilijk aan te geven.
Grote Prijsschommelingen
Hoe groot het effect is van een dierziekte-uitbraak op de wereldhandel, hangt af van de plaats van de uitbraak. Als dat in een belangrijk exportland is, kan dat de boel behoorlijk op z’n kop zetten. Volgens Van Halderen zijn vijf landen verantwoordelijk voor bijna driekwart van de wereldexport van varkensvlees. Een uitbraak in dat soort landen kan grote prijsschommelingen veroorzaken.
Het omgekeerde geldt ook, aldus Van Halderen: het uitroeien van belangrijke ziektes stelt (ontwikkelings)landen in staat om toegang te krijgen tot hoogwaardige exportmarkten. Van alle 194 landen in de wereld zijn er 172 aangesloten bij de wereldorganisatie voor diergezondheid OIE. Officieel moeten zij een uitbraak van een van de 100 ziektes op de OIE-lijst binnen 24 uur melden. Maar een recent onderzoek van de wereldvoedselorganisatie FAO naar het melden van AI-uitbraken laat zien dat er gemiddeld bijna 13 dagen overheen gaan voordat een melding wordt gedaan.
Bestrijden bij de Bron
De westerse wereld heeft wat dierziektecontrole en -bestrijding een behoorlijke voorsprong op de ontwikkelingslanden. Om het risico voor de Westerse landen op de introductie van een dierziekte te drukken, moet het westen zich eerder richten op het bestrijden van dierziektes bij de bron, dan op het vasthouden van de eigen hoge gezondheidsstatus, stelt hij. Van Halderen: „Veel ontwikkelingslanden kampen vanwege sanitaire redenen met exportbeperkingen. Dergelijke maatregelen helpen landen om de gevolgen te beperken wanneer er een ziekte opduikt. En tevens om alvast te beginnen met exporteren wanneer een land nog niet geheel ziektevrij is.
„Zo is mond- en klauwzeer een endemische ziekte in het Krugerpark in Zuid-Afrika.
Voedselveiligheid en Innovatie
Voedselveiligheid wordt naar de toekomst absoluut een van de belangrijkste onderwerpen in het productiesysteem, voorspelt ook Manfred Kern. Maar de steeds intensiever wordende veehouderijsectoren zullen in de dichtbevolkte wereld wel creatieve oplossingen moeten vinden voor problemen zoals de uitstoot van broeikasgassen en voor de concurrentie die ontstaat tussen de teelt van voer voor dieren en gewassen voor biobrandstoffen.
„Landen als Brazilië, met een hoge technologische standaard, een gunstig klimaat, lage voerkosten en lage kosten voor grond, gebouwen en arbeid, hebben straks significante voordelen in vergelijking met de klassieke varkensvleesproducerende landen in Europa.
Gmo’s Onvermijdelijk
We moeten in Europa minder afhankelijk worden van gewoon graan, en ons meer richten op hoogwaardig voer dat afkomstig is van speciaal ontworpen gewassen, stelt Kern. „Bijvoorbeeld maïs met een hoger eiwitgehalte of graan met ingebouwde vaccins of probiotica die zorgen voor een betere voederconversie en minder mineralen in de mest. GMO’s, dus.
Frans van Knapen, hoofd van de afdeling Veterinaire Volksgezondheid van de Universiteit van Utrecht, vindt dat Nederland industrieel boeren moet overwegen om de uitdagingen van de toekomst aan te gaan. „We moeten letterlijk de hoogte in. Verticaal boeren, met het varken op de twintigste verdieping.
„Het slachthuis op de begane grond en voergewassen op de bovenste verdiepingen. De kostprijs per vierkante meter is ook een stuk lager als je stapelt. En in zo’n complex kun je industrieel de mest meteen be- en verwerken.
Varkens in de Modder
Van Knapen plaatst zijn industriële varkensflat recht tegenover de eis van de consument. Die ziet het liefst een idyllisch plaatje van een blij scharrelend varken in de modder. „Het publiek wil ecologisch, kleinschalig. Maar in een ecologisch systeem met varkens die buiten lopen te wroeten, kun je de voedselveiligheid niet garanderen”, stelt hij.
„Of je moet gaan controleren op residuen van geneesmiddelen, pesticiden en zware metalen. En op toxoplasma, salmonella, trichinella, yersinia en noem maar op. Biologisch produceren kán wel, maar dan moet je volgens Van Knapen twee vleesstromen hanteren: een A-kwaliteit met rauw varkensvlees uit de industriële houderij, en een B-kwaliteit met bewerkte/ontsmette producten uit de biologische sector.
„Maar daar wil de vleessector absoluut niet aan. De vraag is of de varkensflats wel zijn te verkopen aan het grote publiek. Van Knapen verwacht van wel. „Als de dieren binnen genoeg ruimte hebben en onder plezierige omstandigheden leven, accepteert het publiek het wel. Maar we moeten dat wel laten zien: openheid is heel belangrijk.”
Zodra mensen accepteren dat de binnenhouderij geen problemen oplevert voor het welzijn, kun je het ook verkopen dat je dieren gaat opstapelen, redeneert hij. „Let maar eens op.
Nieuwe Virussen
- Menangle virus: een virus dat varkens, mensen en vleermuizen kan besmetten. Voor het eerst geïdentificeerd in 1997 op een zeugenbedrijf in Menangle in Australië, waar het leidde tot doodgeboren en misvormde biggen. Twee medewerkers kregen griepachtige verschijnselen, maar knapten snel weer op. Het virus wordt waarschijnlijk overgebracht door vleermuizen.
- Nipah virus: net als het Hendra-virus bij paarden een paramyxo-virus. Ook dit virus wordt overgebracht door grote vleermuizen. Nipah virus leidt bij varkens tot ademhalingsproblemen. Bij mensen kan het onder meer koorts, misselijkheid, duizeligheid en dodelijke hersenvliesontsteking veroorzaken. Nipah is de naam van het dorp in Maleisië waar het voor het eerst in 1999 werd vastgesteld op een varkensbedrijf. Er stierven 105 mensen.
IFFA 2025: Internationale Vakbeurs voor de Vlees- en Eiwitverwerkende Industrie
Messe Frankfurt opent tussen zaterdag 3 en donderdag 8 mei 2025 andermaal haar deuren voor IFFA 2025. De belangrijkste internationale vakbeurs voor de vlees- en eiwitverwerkende industrie heeft gekozen voor een nieuwe halindeling die het bezoekersgemak moet verbeteren. “We hebben zogeheten World’s gecreëerd, waar de machinefabrikanten worden samengebracht op basis van hun kernactiviteiten.
Schmid-Wiedersheim praatte onlangs de Nederlandse en Vlaamse vakpers bij over de veranderingen en doelen van IFFA 2025. “Wij willen op onze beurs het volledige aanbod van eiwitverwerking (processing) laten zien, van de slacht of de oogst van plantaardige ingrediënten tot aan het eindproduct en het verpakken van dergelijke producten. IFFA biedt in die zin echt een podium aan de gehele keten. Ook nieuwe technologieën en vleesalternatieven krijgen de kans om zich te presenteren aan de 65.000 (te verwachten) bezoekers, waarvan er van oudsher altijd een heleboel uit Nederland en België komen.
VDMA verricht jaarlijks onderzoek naar de ontwikkelingen in de globale markt. De perspectieven voor de (Nederlandse) machinebouw gericht op voedingsmiddelen zijn volgens de Duitse brancheorganisatie van foodprocessing- en verpakkingsmachines uitstekend te noemen. In 2023 was de omzet van internationale handel in vleesverwerkende apparatuur bijna 2,7 miljard euro.
Alleen de Verenigde Staten en Rusland kennen een hogere handel in productielijnen en machines dan Nederland op basis van hun jaarlijkse omzet. Duitsland staat vierde, België op plek dertien. “De perspectieven voor Europese fabrikanten van vleesverwerkende apparatuur zijn goed. De wereldbevolking groeit en de westerse consumptiegewoonten worden overgenomen in landen waar de economie groeiende is en waar de middeninkomens toenemen. Die doelgroep wil vlees eten zodra ze het zich kunnen permitteren. Dat is een niet meer te stoppen ontwikkeling. Ook de vleesalternatieven die continu gelanceerd worden, zorgen voor verdere groei van verwerkingsmachines en verpakkingstechnologie”, legt Beatrix Fraese, plaatsvervangend Managing Director van de VDMA uit.
Uit die cijfers blijkt dat Duitsland met een marktaandeel van 27% de grootste exporteur is van ‘meat processing machinery’ en daarbij gevolgd wordt door Nederland met 21%. Al vier jaar op rij is de exportwaarde van Nederlandse machines ruim 500 miljoen euro. In 2023 bedroeg de totale export van ons land zelfs 571 miljoen euro (record was 596 miljoen euro in 2022). De export naar de Verenigde Staten zag - mede door de uitbraak van de vogelgriep in de VS en daardoor een fikse reductie in productiecapaciteit - een enorme terugval in 2023, maar de BV Nederland vond eigenlijk meteen nieuwe landen om naar te exporteren. Zo groeide de export van Nederlandse machines en productielijnen naar Duitsland, België, Australië, Irak en Saudi-Arabië fors. De export naar China bleef gelijk, die naar Polen en Taiwan liet eveneens een kleine stijging zien.
“Nederland is en blijft een bepalende speler op het gebied van de ontwikkeling en verkoop van vleesverwerkende apparatuur en automatiseringsoplossingen. Andere landen kijken ook naar Nederland als het gaat om hun expertise op bijvoorbeeld het gebied van alternatieve eiwitten. Op dat vlak is Duitsland overigens flink in opkomst.
De cijfers van de VDMA bevestigen het rapport dat het Nederlandse onderzoeksbureau TPO vorig jaar uitbracht en waarin werd gesteld dat onze maakindustrie ‘cruciaal is voor onze samenleving’. Enkele harde feiten uit het rapport ‘De waarde van de Nederlandse industrie’: de maakindustrie is goed voor 12% van het BBP en zelfs 20 procent in combinatie met de nauw hiermee verweven dienstensector. De topdrie van exporteurs van in Nederland geproduceerde goederen en diensten zijn: de Chemische industrie (40 miljard euro), de Voedingsmiddelenindustrie (39,6 miljard euro) en de Machine-industrie (29 miljard euro).
Binnen de voedingsmiddelensector neemt de Nederlandse vleesindustrie bijna negen miljard euro exportwaarde voor haar rekening. Die van België bedraagt ruim 2,3 miljard euro. Toch is er ook een keerzijde, want de maakindustrie en onze concurrentiekracht staan onder druk door hoge energieprijzen, trage vergunningverlening en een vertraagde aanleg van nieuwe duurzame infrastructuur.
“Met elkaar moeten we hier komende jaren oplossingen voor vinden, zodat we innovatief blijven, versneld verduurzamen én zorgen dat we niet te afhankelijk worden van andere continenten en landen”, reageerde Ingrid Thijssen, voorzitter VNO-NCW, op het rapport.
Extra risico’s voor de Nederlandse - en deels Vlaamse - vleessector zijn een krimpende veestapel en een vijandige houding van (lokale) overheden wat betreft vergunningen voor slachterijen en vleesverwerkende producenten. Zo nam de gemeenteraad van Apeldoorn, waar onder andere VanDrie Group en Vion Food Group meerdere slachthuizen hebben, begin december een motie aan waarin de vleesindustrie de zwarte piet krijgt toebedeeld voor het niet behalen van allerlei duurzaamheidsdoelstellingen.
Het Apeldoornse college van B en W gaat dit jaar onderzoeken ‘of de vleesindustrie behouden kan blijven in Apeldoorn of verplaatsing naar een andere locatie beter is’. “Apeldoorn moet kritisch kijken naar welke bedrijven passen bij onze ambities op het gebied van duurzaamheid en innovatie. Slachterijen nemen veel ruimte in beslag en sluiten mogelijk niet meer aan bij het profiel dat de stad nastreeft. Voor de energietransitie hebben we ruimte nodig voor duurzame bedrijven”, stelt GroenLinks-raadslid Ellen Soorsma tegenover Omroep Gelderland.
Een woordvoerder van VanDrie Group geeft aan in gesprek te zullen gaan met de wethouder: “Apeldoorn neemt een unieke positie in als het gaat om vleesverwerkende bedrijven. Ondanks de lokale risico’s en de eenzijdige discussie over vleesconsumptie en het voeden van de wereld, gelooft VDMA in de perspectieven voor fabrikanten van vleesverwerkende apparatuur, slacht- en productielijnen alsook voor toeleveranciers van dergelijke fabrikanten, zoals softwareontwikkelaars, fabrikanten van transportbanden en producenten van verpakkingsmachines.
IFFA 2025 wil zich opwerpen als platform waar alle belangrijke thema’s aan bod komen. Nederlandse en Vlaamse machinemerken, maar ook agenturen en vertegenwoordigers uit de Benelux van bekende internationale merken, zullen acte de présence geven in Frankfurt. “IFFA is de grootste vakbeurs voor de vlees- en eiwitverwerkende industrie met de hoogste concentratie van experts op enkele vierkante meters.
Kijk voor meer informatie op www.iffa.com
De Impact van Vleesconsumptie op het Klimaat
Een Europeaan eet gemiddeld 80 kilogram vlees per jaar. We zijn er dol op. Van biefstuk tot karbonades. Maar vlees heeft een enorme impact op het klimaat. Koeien produceren methaan door het laten van boeren en scheten. Dat is een 28 tot 34 keer sterker broeikasgas dan CO2.
Het kost bovendien veel meer energie om een stuk vlees te verbouwen dan bijvoorbeeld een courgette. Denk aan de soja die vaak van de andere kant van de wereld komt en aan de koeien wordt gevoerd. Het water dat de koe drinkt. Kortom, er gaat veel aan vooraf voordat de sappige biefstuk op je bord ligt.
Onderzoekers aan de Duitse Universiteit van Bonn deden onderzoek naar de impact van het eten van vlees op klimaatverandering. Zij kwamen tot de conclusie dat er vooral in Europa, Noord-Amerika en Australië minder vlees moet worden gegeten, willen we de klimaatdoelen halen.
Volgens onderzoeker Matin Qaim is het daarom belangrijk dat mensen in rijke landen hun vleesconsumptie verminderen, met minimaal 20 kilo minder vlees per jaar. “De oorlog in Oekraine zorgt voor internationale graantekorten. Dat laat zien dat er minder graan aan dieren zou moeten worden gevoerd, om onze eigen voedselzekerheid te garanderen.” Volgens Qaim wordt de helft van de wereldwijde graanproductie gebruikt als veevoer.
Niet Iedereen Vegetarisch
Maar wat is dan de oplossing? Uit het onderzoek blijkt dat massaal overstappen op een vegetarisch of zelfs veganistisch dieet niet voor ieder land een oplossing is. In sommige delen van de wereld kan er geen plantaardig voedsel worden geproduceerd of op slechts bepaalde tijden in het jaar, of groeit er alleen gras. Dan heb je dus koeien nodig om het gras om te zetten in eiwit, in de vorm van melk of heel af en toe vlees. Er kunnen best dieren blijven grazen, omdat ze onderdeel zijn van een gezond dieet, maar het moet een beperkt aantal zijn.
Vleestaks de Oplossing?
Een vleestaks zou een oplossing kunnen zijn, zo stellen de onderzoekers. Dat is wellicht niet eens in Europa nodig, daar stagneert de vleesconsumptie al, concludeert het onderzoek. Maar in Noord-Amerika en Australië is de vleesconsumptie op dit moment hoger dan ooit. Onderzoeker Qaim onderstreept dat een vleestaks een impopulaire maatregel is, maar wel hoog nodig. “Vlees heeft eigenlijk een veel hogere prijs, door het grote effect op het klimaat. Die prijs is niet terug te zien in de prijzen vandaag. Dus het zou heel redelijk en eerlijk zijn als consumenten meer opdraaien voor deze kosten.”
Vlees minderen in Nederland lost de mondiale milieuvraagstukken niet op. De bijdrage van Nederland aan de Carbon Footprint is erg beperkt. Zo wordt 40% runderen in de wereld gehouden in Noord Amerika en Europa. In aanleg is dat veelal voor zuivel, in tweede instantie voor vlees. Zelfs het halveren van de vleesconsumptie door ‘het westen’ zou dus maar erg beperkt bijdragen aan effectieve terugdringing.
Beperking van het broeikaseffect wordt gerealiseerd als de zuidelijke en oostelijke continenten een omslag weten te bewerkstelligen in hun grondstofgebruik en hun wijze van produceren. Zo ontwikkelt in Nederland de Wageningen Universiteit (WUR) samen met de vee- en vleessector systemen die waar mogelijk uitgaan van integrale duurzaamheid.
labels: #Vlees
Zie ook:
- Steak Tartare Vlees: De Beste Keuze voor een Topgerecht
- Vlees bij Gebakken Aardappelen: De Beste Combinaties & Recepten!
- Bloemstuk van Vlees voor BBQ: Creatief & Smakelijk!
- Stoofperen Slowcooker Rode Wijn: Recept voor Zachte Peren
- Ontdek de Verrukkelijke Soorten Belgische Chocolade die Je Moet Proeven!




