Het kan soms voorkomen dat je aardappelplanten gele bladeren krijgen. Dit kan verschillende oorzaken hebben, variërend van schimmelziekten tot een gebrek aan voeding. In dit artikel bespreken we de meest voorkomende oorzaken van gele bladeren bij aardappelen en hoe je deze problemen kunt aanpakken.

Schimmelziekten

Een van de meest voorkomende oorzaken van gele bladeren bij aardappelen is de schimmelziekte Phytophthora infestans, ook wel bekend als de aardappelziekte. Deze ziekte kan zowel het blad als de stengel aantasten en kan in korte tijd het loof volledig vernietigen. Het huidige areaal aardappelen in Nederland bestaat voor een groot deel uit rassen die zeer vatbaar zijn voor deze ziekte, waardoor een intensieve preventieve bestrijding met fungiciden noodzakelijk is.

Aantastingsbeeld

De aardappelziekte kan zich bovengronds manifesteren op zowel het blad als de stengel. Op de blaadjes ontstaan waterige, niet scherp begrensde vlekken van 1 à 2 cm doorsnede. Bij een hoge relatieve luchtvochtigheid kan er binnen enkele uren een laag wit schimmelpluis ontstaan, meestal aan de onderzijde van het blad. Binnen een dag wordt dit sporulerende gedeelte van de vlekken bruin.

Op de grens tussen groen en bruin blad is vaak een lichtgroene zone zichtbaar. Droogt een aangetaste plek op, dan is de ziekte lastig te onderscheiden van bijvoorbeeld Botrytis. Een eenvoudige test om te bepalen of het om Phytophthora gaat, is door enkele aangetaste blaadjes in een plastic zak te stoppen met een paar druppels water en de zak afgesloten in het donker bij kamertemperatuur weg te leggen. De volgende dag kan Phytophthora worden herkend aan het witte schimmelpluis aan de onderkant van de blaadjes.

Op een aangetaste stengel komen grote, langwerpige, grauwbruine tot bruinzwarte vlekken voor die vaak de hele stengel omringen. Onder vochtige omstandigheden wordt hierop, evenals bij bladeren, sporulerend schimmelpluis gevormd. Stengelaantasting ontstaat meestal in bladoksels en komt relatief vaak voor in jonge, nog niet gesloten gewassen. In tegenstelling tot aangetast blad kan de schimmel in aangetaste stengels lange tijd in leven blijven en bij gunstige omstandigheden weer gaan sporuleren. Stengelaantasting kan ook vanuit een aangetaste moederknol ontstaan.

Op de knollen is de aantasting zichtbaar als blauwachtige vlekken die door de schil schemeren. Het aangetaste knolweefsel is roestbruin van kleur. Tussen deze bruingekleurde enigszins draadvormige structuren komen stukjes normaal weefsel voor. Een dergelijke aantasting wordt 'jong ziek' genoemd. Besmetting vindt plaats als sporen de groeiende knollen bereiken en bij het rooien. De sporen kunnen via lenticellen, ogen en beschadigingen de knol binnendringen. Knolaantasting komt op nattere gronden en op zware kleigrond (scheuren in de grond) meer voor dan op zandgrond. Onder vochtige omstandigheden kan ook op aangetaste knollen schimmelpluis te zien zijn. Tijdens de bewaring kan de ontwikkeling van de ziekte verdergaan, waarbij droog of natrot kan optreden. Natrot kan zich ook naar gezonde knollen verspreiden.

Levenswijze en verspreiding

Phytophthora overleeft ongunstige perioden als schimmeldraden in aangetaste knollen of stengels. De kans dat de ziekteverwekker in de winter in het veld in knollen overleeft, is klein omdat aangetaste knollen onder die omstandigheden gemakkelijk wegrotten. In de bewaarplaats is de kans op overleven voor de schimmel veel groter. De schimmel kan ook vrij in de grond overleven als oöspore, een soort rustspore. In de meeste gevallen groeit de schimmel vanuit een aangetaste knol mee door de plant, waarbij onder voor de schimmel gunstige omstandigheden (relatieve luchtvochtigheid > 90%) sporedragers met sporen op stengels en/of bladeren worden gevormd. Deze sporen kunnen andere planten infecteren, waardoor de ziekte zich kan verspreiden. Met de infectie van knollen is de cyclus rond.

Verspreiding van de sporen gebeurt met wind of opspattende regen. Kieming van sporen en infectie geschiedt alleen in water. Er is dus dauw of regen nodig. Voorts zijn kieming en infectie afhankelijk van de temperatuur. Er wordt vanuit gegaan dat de kieming van de spore plus de binnendringingstijd bij 12 tot 18° C minimaal vier uur duurt. Na binnendringen duurt het minimaal vier tot vijf dagen voordat de schimmel weer naar buiten komt en sporendragers met sporen vormt. Om tot sporenvorming te komen, moet er in het gewas minimaal 10 uur lang een relatieve luchtvochtigheid van meer dan 90% heersen. Bij 15 tot 20° C duurt de cyclus van spore naar aangetaste plek tot een nieuwe generatie van sporen vier tot vijf dagen, mits de omstandigheden hiervoor gunstig zijn. Bij temperaturen boven de 25° C en beneden circa 10° C staat de groei van de schimmel nagenoeg stil.

De cyclus van de aardappelziekte wordt vaak onderbroken: bij droog weer (relatieve vochtigheid < 90%) kunnen geen sporendragers en sporen worden gevormd; als geen vrij water op de plant aanwezig is, kunnen de sporen niet kiemen en binnendringen. Zijn er wel sporen gevormd, maar zijn er overdag enkele uren zon, dan zullen veel sporen door ultraviolet licht en door uitdrogen worden gedood.

Voorkomen en bestrijden

Zolang er geen volledig resistente rassen zijn of betrouwbare chemische middelen met een curatieve (genezende) werking, zal de bestrijding moeten worden gericht op het voorkómen van de aantasting. Hiertoe zijn zowel teelttechnische maatregelen als preventieve bespuitingen onmisbaar.

Teeltmaatregelen:

  • Bedrijfshygiëne: Zorg voor goede preventieve maatregelen, zoals het afdekken van afvalhopen met zwart plastic, controle van pootgoed op de aanwezigheid van Phytophthora en het voorkomen en bestrijden van opslag.
  • Rassenkeuze: Kies voor minder vatbare rassen. In de Beschrijvende Rassenlijst voor Landbouwgewassen is voor de schimmel de mate van resistentie in loof en knol aangegeven.
  • Matige stikstofbemesting: Vermijd een zware stikstofbemesting, omdat dit de kans op aantastingen kan vergroten.
  • Tijdige loofvernietiging: Bij een loofaantasting door Phytophthora moet bij vatbare rassen het loof met een snel werkend middel worden vernietigd zodra bij 20% of meer van de planten één of meer blaadjes is aangetast.
  • Wijze van rooien: Als het loof tijdens het groeiseizoen is aangetast door Phytophthora, kan het best worden gerooid als de grond droog is.
  • Preventieve bespuitingen: Er is een aantal middelen dat, mits tijdig en voldoende vaak toegepast, geheel of in elk geval in belangrijke mate infectie kan voorkomen.

Tijdstip eerste bespuiting

Een betere stelregel is daarom te beginnen met preventieve bespuitingen zodra de ziekte in de omgeving voorkomt en gunstige weersomstandigheden voor sporulatie en infectie voor Phytophthora worden verwacht. Uitstel van de eerste bespuiting is riskanter naarmate de loofresistentie van het gewas geringer is.

Tijdstip vervolgbespuitingen

Of het uitvoeren van een preventieve vervolgbespuiting nodig is, hangt af van het infectiegevaar. Dit gevaar is afhankelijk van de aanwezigheid van de ziekte in de omgeving (in of buiten het perceel), de weersomstandigheden, de mate waarin het gewas nog met een fungicide is bedekt en de loofresistentie van het ras.

Curatieve bespuitingen

Behalve de chemische middelen die Phytophthora preventief kunnen bestrijden, zijn er ook middelen met een curatieve werking; zoals cymoxanil en propamocarb. Cymoxanil kan de schimmel nog onschadelijk maken wanneer binnen 48 uur na de infectie een bespuiting wordt uitgevoerd.

Rhizoctonia

De veroorzaker van de ziekte die in de praktijk veelal als Rhizoctonia wordt aangeduid is de schimmel Rhizoctonia solani. Het is een schimmel die algemeen in de grond voorkomt. In de pootgoedteelt komt de meeste schade voort uit de aanwezigheid van sclerotiën op de knollen. Deze sclerotiën op de knollen worden lakschurft genoemd.

Aantastingsbeeld

Bij aardappelen komen aantastingen voor op de jonge scheuten, stengels en stolonen die hierdoor volledig kunnen afsterven. Ook kunnen knollen worden aangetast. Dit kan leiden tot misvormingen en groeischeuren. Daarnaast kunnen de knollen bezet zijn met lakschurft. Lakschurft is de korstvormige bruinzwarte ruststructuur van de schimmel. Vooral na wassen van de knollen is deze goed zichtbaar.

Overige oorzaken

Naast schimmelziekten zijn er nog andere oorzaken die kunnen leiden tot gele bladeren bij aardappelen:

  • Gebrek aan zonlicht: Planten hebben zonlicht nodig om voeding aan te maken.
  • Voedingsstoffen tekort: Een tekort aan stikstof kan leiden tot zwakke en gele planten.
  • Te veel water: Zorg ervoor dat je planten genoeg zonlicht krijgen, maar teveel water is ook niet goed.
  • Natuurlijke veroudering: Het is normaal dat oudere bladeren geel worden naarmate de plant ouder wordt.

Wanneer is geel blad normaal?

Bij een aantal groentes is het vrij normaal dat ze geel blad krijgen. Hoe ouder een plant wordt, hoe meer blad hij gaat maken. Vaak zie je dan dat het oudste blad geel wordt. Boontjes, komkommers, tomaten en courgettes willen in het begin van de zomer ook nog wel eens geel blad krijgen. Vooral als het overdag en 's nachts wat kouder en natter is.

Wanneer moet je wel ingrijpen?

Voornamelijk bij ziekten of aantastingen die je niet zomaar kunt verklaren. Een beetje gelig blad knip je gewoon weg. Zolang de bovenste delen van de plant nog steeds goed groeien en er goed uit zien, is er waarschijnlijk niets aan de hand. Maar als er gele vlekken op het blad komen die zich snel uitbreiden, er steeds meer geel blad bijkomt en de plant minder goed groeit, dan heb je waarschijnlijk te maken met spintmijt. En dan moet je wel degelijk ingrijpen.

labels: #Aardappel

Zie ook: