De aardappel. Iedereen kent hem en de meesten van ons zullen met regelmaat een gekookte aardappel of een patatje eten. Maar wist je dat een aardappel giftige stoffen bevat?

De geschiedenis van de aardappel

…de Inca’s al eeuwenlang aardappels verbouwden, toen Columbus Amerika ontdekte? In die tijd had in Europa nog niemand van de aardappel gehoord. Tot de Spaanse ontdekkingsreizigers de plant in de 16e eeuw meenamen naar Europa.

De gewone boeren wilden er eerst niets van weten. Ze waren bang dat de knollen giftig waren, net als de rest van de plant. Pas in de 18e eeuw werd de aardappel een normaal onderdeel van de maaltijd in Nederland.

Solanine: een natuurlijke gifstof in aardappelen

Alkaloïden die van nature voorkomen in aardappelen en onrijpe tomaten, zijn in grote hoeveelheden giftig voor de mens. Solanine is een alkaloïde dat van nature voorkomt in aardappelen, met name in de schil van onrijpe aardappelen, maar ook zit in de uitlopers van wat oudere aardappelen.

Wanneer aardappels aan licht worden blootgesteld worden ze groen. Blootstelling aan licht zorgt namelijk voor de aanmaak van solanine in een aardappel. Dit is een alkaloïde dat van nature voorkomt in aardappelen, met name in de schil van onrijpe aardappelen.

In tomaten die nog niet rijp zijn, zit de stof tomatine, die aan solanine verwant is en een vergelijkbare werking heeft.

In grote hoeveelheden is solanine giftig voor de mens. Te veel solanine kan koorts, slaperigheid, lusteloosheid, buikpijn, diarree, overgeven, zwakheid en depressie veroorzaken.

Omdat dertig tot tachtig procent van alle solanine in een aardappelknol direct onder de schil zit, ben je als je de aardappel schilt van het merendeel van de solanine verlost. De meeste solanine zit in én direct onder de aardappelschil, tot ongeveer 2,5 millimeter diep.

Onder invloed van licht ontstaat solanine in aardappelen. Het geeft een bittere smaak en een brandend gevoel in de mond. In grote hoeveelheden is solanine giftig, maar gelukkig komt dit weinig voor.

In de uitlopers van aardappelen en in de schil van onrijpe groene aardappelen kan solanine voorkomen.

Voedselveiligheid en bereiding

Maar je kan met de manier van bereiden ook rekening houden met de voedselveiligheid. Verschillende factoren hebben invloed op de voedselveiligheid.

Het maakt niet uit op welke manier je de voeding bereidt, door voedsel goed te verhitten boven 75 graden Celsius worden de meeste bacteriën, virussen en parasieten gedood. Op deze manier verklein je de kans op een voedselinfectie.

Er zijn echter bepaalde bacteriën die gifstoffen en sporen aanmaken die wel tegen hitte kunnen. Door hygiënisch te werken kan je voorkomen dat deze stofjes ontstaan.

Let erop dat als je voeding verhit in de magnetron, het eten niet gelijkmatig wordt verwarmd.

Acrylamide

Als zetmeelrijke voeding zonder water wordt verhit boven de 120 graden Celsius, kan de schadelijke stof acrylamide ontstaan. Deze stof kan het risico op het ontwikkelen van kanker verhogen.

Acrylamide ontstaat bij het frituren, airfryen, roosteren, barbecueën, bakken, braden of grillen van zetmeelrijke producten. Hoe hoger de temperatuur en hoe lager de vochtigheid bij bereiding, des te hoger het gehalte aan acrylamide.

PAK’s

Als vlees, vis, vet of olie verbrandt bij hoge temperaturen kunnen PAK’s ontstaan. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen zijn kankerverwekkend. Ze komen vooral voor in aangebrande delen en zwarte randen.

Ook bereidingsvet dat niet geschikt is voor hoge temperaturen kan PAK’s bevatten. Het advies is daarom om frituurvet na 5 tot 7 keer gebruiken, in zijn geheel te vervangen. Ook als het sterk begint te ruiken of smaken, of als het gaat walmen of schuimen kan je beter je vet vervangen.

Het is daarnaast van belang om een gezonde vetsoort te kiezen die geschikt is voor de bereidingswijze. Voorbeelden van oliën geschikt om in te bakken zijn: arachideolie, olijfolie, maïsolie, rijstolie, slaolie, sojaolie, zonnebloemolie, koolzaadolie en roerbakolie.

Oliën die niet helemaal zuiver zijn hebben een lager ‘rookpunt.’ Dit is de temperatuur waarbij ze gaan roken of walmen, waardoor ze minder goed gaan smaken.

Natuurlijke gifstoffen

Onze voeding kan zelf ook gifstoffen bevatten. Zo zit in peulvruchten de stof lectine. Een lectinevergiftiging kan leiden tot buikpijn, misselijkheid, koorts, diarree en in het ernstige geval darm- en nierbeschadiging. Gelukkig wordt lectine door verhitting onschadelijk gemaakt, of door ze langdurig te weken en daarna minimaal 10 minuten te koken.

Kookgerei

Op rauw vlees, kip of vis en in hun druipvocht zitten vaak ziekmakende bacteriën. Tijdens de bereiding kan je ander voedsel hiermee besmetten. Dit noemen we kruisbesmetting.

Het is daarom belangrijk rauw en bereid voedsel van elkaar gescheiden te houden, schone materialen te gebruiken en de handen goed te wassen.

Bestrijdingsmiddelen op groente en fruit

Dergelijke berichten verschijnen met de regelmaat van de klok in de media en missen hun uitwerking op de consument niet. Er ontstaat bezorgdheid bij de consument over de gezondheidsrisico?s van groente en fruit en be?nvloeden de consumptie daarvan negatief, terwijl we Europees gezien toch al weinig groente en fruit eten (zie artikel "Consumptie van groente en fruit").

En te weinig uit oogpunt van een Goede Voeding. Het negatieve effect van het niet eten van groente en fruit brengt een groter gezondheidsrisico met zich mee, dan de incidentele consumptie van fruit dat het wettelijk toegestane gehalte bestrijdingsmiddel overschrijdt.

De kans dat een restant bestrijdingsmiddel op bijvoorbeeld druiven een echt gezondheidsrisico met zich meebrengt is in de meeste gevallen verwaarloosbaar. In de praktijk blijken overschrijdingen van de wettelijke normen een uitzondering.

De feiten zijn dat 43 % van de producten volledig vrij zijn van restanten bestrijdingsmiddelen, 47 % onder de wettelijke norm zitten en er 10 % overschrijdingen worden geconstateerd. Voor Nederlandse producten was het percentage overschrijdingen slechts 4 %, waarbij de geconstateerde overschrijding altijd nog ruim onder de gezondheidsnorm (ADI = aanvaardbare dagelijkse inname) lag.

Deze gezondheidsnorm is gebaseerd op de hoeveelheid bestrijdingsmiddel een mens dagelijks binnen kan krijgen zonder daarvan schadelijke gezondheidseffecten te ondervinden, waarbij rekening gehouden wordt met mensen met een zwakke gezondheid en kwetsbare groepen als kinderen en ouderen. Maar ook met mensen die bijvoorbeeld liefhebber zijn van een bepaalde groente en/of fruitsoort en daarvan grote hoeveelheden eten.

Deze afstemming tussen de toegestane wettelijke norm en de gezondheidsnorm waarborgt de veiligheid voor de consument. Deze veiligheidsmarge (vaak een factor 100) zorgt ervoor dat een overschrijding van de wettelijke norm niet direct zal leiden tot gezondheidsrisico?s.

Laat ik duidelijk zijn iedere overschrijding van de norm is er één te veel, maar schreeuwerige koppen doen ook geen recht aan de feitelijke situatie en veroorzaken onnodig onrust.

Ondanks de hierboven geschetste situatie (10 % overschrijdingen) denkt meer dan de helft van de consumenten dat er altijd restanten bestrijdingsmiddelen op groente en fruit zitten en dat dit direct gevaar voor de gezondheid oplevert.

Nogmaals gezegd is het risico voor de gezondheid van een ongebalanceerde voeding (te weinig groente en fruit, te veel verzadigde vetten enz. enz.) veel groter, dan die enkele geconsumeerde druif met een te hoog gehalte bestrijdingsmiddel.

Ook onbespoten groenten en fruit zitten vol (natuurlijke) stoffen die in betrekkelijk geringe doses al giftig zijn. Zo'n natuurlijke stof die (vooral) in de pitjes van aardbeien zit roept bij een klein deel van de mensheid forse en onaangename allergische (dus vergiftigings-)reacties op.

Tomaat, familie van de zwarte nachtschade, bevat dezelfde gifstof als deze, nl.

Dagelijks ruim voldoende groeten en fruit MET "gif" is nog altijd gezonder dan onvoldoende groenten en fruit ZONDER "gif". En dat vettige laagje dat op je appel zit, Superslayer, is volledig natuurlijk. Je wordt zieker van piekeren over dit soort on-problemen dan van het ongewassen eten van groenten en fruit. En ik word ziek van die schreeuwerige campagnes van Miliedefensie en zo over dit onderwerp.

Bijproducten in veevoer

GD adviseert veehouders om goed te overleggen met de dierenarts en veevoeradviseur of de beschikbare bijproducten passen in het rantsoen (energie, eiwit, structuur, mineralen). Zorg dat alle koeien, maar in ieder geval de droge en verse, op de norm gevoerd worden om gezondheidsproblemen te voorkomen.

Bij koeien later in lactatie zal een suboptimaal rantsoen op korte termijn minder gevolgen hebben voor de gezondheid, eerder voor de productie.

Houdt bij het voeren van bijproducten rekening met het wettelijke kader van de GMP-regeling diervoedersector: sinds 1 januari 2004 mogen uitsluitend voedermiddelen worden gevoerd die zijn toegelaten door de EU volgens verordening 2017/1017. Dat neemt niet weg dat er risico’s aan verbonden kunnen zijn.

  • Max. Bij hogere giften kan diarree en soms aardappeleczeem ontstaan (verdikking en ontsteking van de huid, vooral aan de achterbenen).
  • Groene aardappelen en uitlopers bevatten het giftige solanine.
  • Aardappelen met aantasting van rot of schimmel zijn niet geschikt als voer.
  • Verklein de aardappels voldoende om slokdarmobstructies en verstikking te voorkomen.
  • Bij kneuzen of schimmel kunnen zoete aardappels het zeer giftige 4-ipomeanol produceren.
  • Bladgroenten hebben een zeer lage voedingswaarde. Het nitraatgehalte kan hoog zijn. Bij hogere giften bestaat kans op verteringsstoornissen.
  • De gift verdelen over de dag, ter preventie van dronken koeien door alcoholvergisting in de pens.
  • Advies is geen bloembollen te voeren i.v.m. pesticiden die in de melk terecht kunnen komen.
  • Narcissen bevatten een alkaloïde, dat een maag-darmontsteking en verlamming kan veroorzaken.
  • Loof van lelies, narcissen en irissen en irisbollen zijn giftig. De verschijnselen zijn koliek, diarree, sufheid, kwijlen, benauwdheid, slingerende gang, verlamming en sterfte.
  • Tulpenbollen bevatten snel schimmels die mycotoxinen (o.a.
  • Het hoge gehalte aan vetten kan in de pens problemen met de vertering opleveren. Omdat het oliegehalte sterk varieert tussen verschillende soorten zonnebloempitten is de maximale hoeveelheid ook variabel. Voor melkvee is geen maximum bekend. Bij hogere giften bestaat risico op pensverzuring.
  • Bevatten weinig voedingswaarde.
  • Tomaten bevatten erg veel kalium, dus niet aan droge koeien voeren i.v.m. risico op melkziekte/magnesiumgebrek.
  • Start bij alle koolsoorten met een lage gift en voer deze geleidelijk op tot maximaal 15 kilo. Bij overdosering bestaat kans op bloedafbraak en bloedwateren doordat dimethyl-disulfide ontstaat. Deze problemen treden soms pas een tot zes weken na de start van het voeren op. Vooral hoogdrachtige en verse koeien zijn gevoelig. Na het staken van de gift kan het nog zes tot acht weken duren voor volledig herstel van de bloedarmoede. Er kunnen problemen ontstaan met de werking van de schildklier door het goitrine in kool.
  • Rauwe bonen bevatten antitrypsine wat de eiwitopname remt. Daarom wordt humaan geadviseerd bonen altijd minimaal 5 minuten koken om de antitrypsine-activiteit te verwijderen.
  • Aan melkvee geen uien voeren in verband met geur aan melk. Uien bevatten het giftige n-propyl-disulphide. Vergiftiging uit zich door slechte voeropname, versnelde hartslag en ademhaling, slingerende gang, bloedarmoede, bleke of gele slijmvliezen, bloedwateren en donkere mest.
  • Begin met maximaal 1 kilo per dier per dag en verhoog de gift in drie weken tot 6 kilo. Omdat het gehalte van de giftige stof per partij uien sterk verschilt, moet bij elke nieuwe partij opnieuw met 1 kilogram per dier per dag gestart worden en weer langzaam opvoeren. Voer niet meer dan 10 kilo. Jongere dieren zijn minder gevoelig, maar voer ook hier nooit meer dan 25 procent op basis van de dagelijkse droge stof opname.
  • Aan melkvee maximaal 10 tot 15 kilo product of ongeveer 3 kilo droge stof. Bij te hoge giften krijgt melk een afwijkende smaak. Aan witlofwortels kan veel grond kleven, het wassen van de wortels is gewenst.

labels: #Aardappel

Zie ook: