Aardappels en andere pootgroenten telen in eigen tuin is makkelijk, lekker en gezond. De meeste gewassen in de moestuin zaai je of koop en plant je als jonge planten. Aardappels groeien uit poters of pootaardappels.
Pootaardappelen: Soorten en voorbereiding
Pootaardappelen zijn er in verschillende soorten en maten. Koop je pootgoed het liefst in februari. Leg het naast elkaar in houten kistjes en zet die vorstvrij, maar in het licht weg. Het pootgoed gaat uitlopen en vormt spruiten. Aan de knollen ontstaan witte kiemen. De gemiddelde maat is 28 tot 35 millimeter, er gaan ongeveer 40 stuks in een kilogram. Dat is genoeg voor 7 vierkante meter.
Aardappels zijn ingedeeld in vroege, middelvroege en laat oogstbare aardappelen. De laat oogstbare zijn de echte bewaaraardappelen en zijn moeilijk te telen. Veel aardappels zijn gevoelig voor ziekten zoals aardappelziekte, aardappelmoeheid, schurft en aantasting door de Coloradokever.
Het poten van aardappelen
Half april is de beste tijd om te poten. Plant de poters van vroege aardappelen vanaf maart, 15 centimeter diep en in rijen. Laat in de rij 30 centimeter ruimte tussen de poters en houd de rijen 65 centimeter uit elkaar. Poot de aardappels 6 tot 8 centimeter diep. Bescherm de beplante rijen tegen vorst met tuinvlies of stro.
Middelvroege en late aardappelen plant je eind april, begin mei.
Afstand tussen rijen en planten
De afstand tussen de gaten bedraagt ca. 40 cm. De afstand tussen de rijen bedraagt ca. 60 cm.
Vroege aardappelsoorten vormen minder loof en kunnen daardoor dichter bij elkaar geplant worden. Vroege aardappelen zet je op 35 cm van elkaar en op een rijafstand van 60 cm.
Nu ben je natuurlijk benieuwd hoe diep je aardappelen moet poten en wat de beste afstand is? We raden een diepte van 12 cm aan. Vroege soorten zet je 30 cm uit elkaar, met 45 cm tussen de rijen.
Voor volle grond geldt: het is handig om de aardappelen in een rij te planten, houd daarbij ongeveer 30 centimeter afstand tussen de aardappelen. Vuistregel voor de afstand tussen de rijen is 70 centimeter. Als je aardig wat aardappelen wil kweken, heb je dus flink wat ruimte nodig.
Respecteer een afstand van 30 tot 50 cm tussen de plantgaten. Leg vervolgens in elk plantgat een knolletje. Let erop dat de knolletjes met de mooiste scheut naar boven liggen. Vul de plantgaten verder aan met grond, druk zachtjes aan en geef water.
Maak om de 40 cm een plantgat van 5 cm op zware kleigrond en tot 10 cm diep op lichte zandgrond. Span een koord en voordat je begint, maak je de grond nogmaals goed los. Leg in elk plantgat een knol met de mooiste scheutjes naar boven, vul het plantgat met aarde, maar druk niet te hard aan. Geef voldoende water na het planten.
Aanaarden
Zodra de stengels 15 centimeter boven de grond steken, moet je aanaarden. Dat doe je door de grond aan elke kant van iedere plantenrij 15 centimeter op te hogen. Hoog de rijen vier weken daarna op tot 20 centimeter en drie weken later nog een beetje. Gebruik hiervoor een speciale aanaarder.
Ongeveer vier weken na het planten, wanneer het loof goed gegroeid is, is het tijd om de aardappelen aan te aarden. Dit houdt in dat de stengels bedekt worden met aarde om de vorming van ondergrondse stengels te stimuleren. Hierdoor worden de knollen onder de grond gevormd waar ze niet blootgesteld worden aan licht. Het aanaarden kan beginnen wanneer de stengels 10 à 15 cm boven de grond uitsteken.
Bij het aanaarden wordt elke rij met 10 cm grond opgehoogd, waardoor de jonge stengels grotendeels bedekt worden met aarde. Dat kan je makkelijk doen met een hak of een aanaardploeg. Deze handeling herhaal je best nog een tweetal keren, telkens na 3 à 4 weken. Bij het aanaarden wordt de grond tussen de rijen gebruikt, waardoor er geulen ontstaan en de planten op ruggen groeien.
Zodra het aardappelplantje ongeveer 10 centimeter hoog is, kun je de aardappels aanaarden. Dit betekent dat je een nieuwe laag grond van ongeveer 5-10 centimeter boven op de aardappels legt. Hierdoor zal de wortelvorming toenemen en worden er meer aardappels aangemaakt.
Verzorging tijdens de groei
Geef de aardappels tijdens de groei een keer in de twee weken water. Vroege aardappels hebben per gietbeurt 15 tot 20 liter water per vierkante meter nodig.
Oogsten
Oogst vroege aardappelen in juni/juli als de planten volop in bloei staan. Oogst naar behoefte, je hoeft niet alles tegelijk te oogsten. Gebruik een tuinvork en steek diep onderdoor om zo min mogelijk knollen te beschadigen. Middelvroege en late rassen oogst je vanaf augustus. Droog de knollen van middelvroege en late aardappels bij droog weer, door ze een paar dagen boven de grond te laten liggen. Oogst alle knollen zorgvuldig, ook de kleine.
Om te beoordelen of aardappels geoogst kunnen worden, kijk je naar het loof (het aardappelplantje). Zodra het loof afsterft of helemaal is afgestorven, weet je dat er geoogst kan gaan worden. Uitzondering op de regel zijn vroege aardappelen. Deze kunnen al geoogst worden zonder dat het loof is afgestorven.
Overzicht van plantafstanden en oogsttijden
| Type Aardappel | Planttijd | Afstand tussen planten | Afstand tussen rijen | Oogsttijd |
|---|---|---|---|---|
| Vroege Aardappelen | Begin maart tot half april | 30 cm | 60-65 cm | Juni/Juli (na ca. 90 dagen) |
| Middelvroege Aardappelen | Half maart tot eind april | 30-40 cm | 65-70 cm | Augustus (na ca. 100 dagen) |
| Late Aardappelen | Begin april tot eind mei | 40-50 cm | 70 cm | Vanaf Augustus |
labels: #Aardappel




