Vanaf 6 maanden breekt er weer een nieuwe fase aan voor je baby. Vaste voeding wordt een belangrijk onderdeel van zijn eetpatroon. Totdat je baby 6 maanden was, was melk genoeg voor een goede ontwikkeling. Vanaf nu heeft je baby echt meer nodig dan alleen melk. Misschien ben je met 4 maanden al gestart met het geven van gepureerde hapjes. Dan kun je daar nu mooi mee doorgaan. Zo niet? dan is het belangrijk om nu te starten, je baby heeft vanaf nu echt vaste voeding nodig om aan voldoende voedingsstoffen te komen.

Doorgaan met gepureerde hapjes

Was je al gestart? Dan kun je nu flink uitbouwen, nieuwe smaken en smaakcombinaties, nieuwe producten en structuren staan centraal in deze fase. Een leuke fase dus, jullie gaan samen smaak ontdekken.

Structuur in een babyhapje

Je hapjes waren tot nu toe waarschijnlijk helemaal glad gepureerd. Vanaf nu kun je het steeds een beetje grover pureren. Zo leert je baby rustig wennen aan structuren. Je kunt ook een vork gebruiken om een hapje te prakken in plaats van te pureren. Dan blijft het ook iets grover.

Stukjes voeding

Je baby zal het waarschijnlijk ook heel leuk vinden als hij zelf mag eten. Een broodkorst of een cracotte zijn hier heel geschikt voor. Geef deze in zijn handje en laat het hem zelf opeten. Je zal zien dat je baby dit ook echt moet oefenen. Soms weet hij zijn mond niet te vinden of laat hij de hele tijd de broodkorst uit zijn hand vallen. Vanaf nu zou je ook kunnen starten met het geven van zacht gekookte groenten, zoals broccoli of bloemkool.

Blijf er wel altijd bij als je baby zelf aan het eten is, dan kun je ingrijpen mocht hij zich verslikken. Ik raad je af alleen stukjes aan te bieden omdat je baby waarschijnlijk in het begin niet veel binnenkrijgt als hij gaat oefenen met het eten van stukjes. Je zal zien dat de hele vloer bezaaid ligt met de stukjes. Bied dus bij voorkeur ook gepureerde hapjes aan. Zo went je baby aan gecombineerde smaken en krijgt hij genoeg voeding binnen.

Welke producten zijn geschikt?

Je baby mag nu veel producten. In deze fase mag je starten met brood, maar ook andere koolhydraatbronnen zoals pasta en rijst mag je nu introduceren. Je kunt een hapje voor je baby maken met groenten, een koolhydraatbron en eventueel een eiwitbron. Denk bijvoorbeeld aan wortel (groenten), pasta (koolhydraatbron) en zalm (eiwitbron), of bloemkool (groenten), couscous (koolhydraatbron) en linzen (eiwitbron). Groenten en fruit zijn nog het allerbelangrijkste voor je baby, dit mag dan ook de grootste hoeveelheid in een hapje zijn.

Naast groenten en fruit mag je baby nu dus ook als koolhydraatbron pasta, rijst, couscous en aardappels, als eiwitbronnen vis, kip, ei, bonen en peulvruchten.

Gemengde of pure smaken

Vanaf 4 maanden heb je alle smaken eerst puur aangeboden, daarna ben je gaan mengen. Je mag nu zo doorgaan, als je baby iets nieuws van groenten of fruit te proeven krijgt, bied je dat eerst puur aan. Dit geldt niet voor andere producten dan groenten en fruit. Pasta hoef je dus bijvoorbeeld niet eerst puur aan te bieden.

Het doel van puur aanbieden is dat je baby leert wennen aan de pure smaak van het product.

Water drinken

Je baby mag ook gaan oefenen met het drinken van iets anders dan melk. Laat je baby afgekoelde kruidenthee of water proeven. Waarschijnlijk drinkt hij nog niet veel, maar oefen wel vast hiermee. Je hebt speciale handige bekers waar je baby makkelijker zelf uit kan drinken en die je makkelijk mee kunt nemen zonder dat ze knoeien. Probeer ook af een toe een echt kopje, dit is goed voor de mondmotoriek.

Vast voedsel uitbouwen

Na een periode van wennen aan de eerste hapjes, kan je de vaste voeding van je baby uitbouwen. Het geschikte moment hiervoor verschilt per baby. Als je merkt dat je baby klaar is voor een volgende ‘uitdaging’ kun je proberen hem eens iets anders voor te schotelen. Je kan natuurlijk ook altijd even advies vragen op het consultatiebureau.

Brood zonder korst, geprakte aardappelen en rijst zijn goede opties om als eerste toe te voegen. Probeer na een maand of 8 ook eens eiwitrijk voedsel, zoals gehakt, vis, pasta, bonen en tofu.

Als je baby eenmaal een breder scala aan smaken waardeert, kan je toewerken naar combinaties. Je kan producten mixen, maar ook bordjes maken met verschillende smaken. Een beetje aardappelpuree, een paar zachte worteltjes, en wat kruimels gehakt bijvoorbeeld. Het plastic bordje van je kleine gaat eruitzien als je eigen maaltijd in het klein.

Bijna, maar niet alles

Je baby mag bijna alle gezonde dingen eten die jij ook eet. Je kan dit stimuleren door met verschillende producten te experimenteren. Vermijd wel de volgende producten:

  • Rauw vlees, vis of eieren;
  • Producten met veel vitamine A, zoals lever;
  • Producten met veel verzadigde vetten;
  • Plakkerige substanties, zoals brood met pindakaas, wat achterin het keeltje van je baby kan blijven plakken;
  • Zuivelproducten anders dan borst- of flesvoeding. Wel kunnen yoghurt en kaas soms een optie zijn. Als je dit aan het menu van je baby wil toevoegen, vraag dan altijd even om advies bij het consultatiebureau;
  • Alles wat gemakkelijk in het verkeerde keelgat kan schieten, zoals popcorn, pinda’s, maïs, noten en zaden. Druiven en cherrytomaatjes kunnen wel, zolang je die altijd in vieren snijdt.

Faciliteer je baby’s ontwikkeling

In het begin voer je je kindje natuurlijk met een plastic lepeltje. Maar voor je kleine wordt het helemaal leuk als hij zelf mag gaan eten. Jij bent van de facilitaire dienst, die het hele ‘leren-eten’ proces in goede banen moet leiden. Na een maand of 6 kan je hem finger foods voorschotelen: zachte stukken voedsel ter grootte van zijn vuistje, waar hij zelf van af kan happen. Hiermee ontwikkelt hij zijn coördinatie en leert hij kauwen. Dit wordt ook wel de Rapley-methode genoemd.

Verder regel je optimaal eetgemak. Zorg dat je baby rechtop zit tijdens zijn maaltje. En dat hij ongestoord kan kliederen, maar jij achteraf niet een uur bezig bent met de schoonmaak van je baby én de vloer. Haal de volgende dingen op z’n minst in huis:

  • Een kinderstoel, eventueel met een newborn kuipje
  • Plastic servies
  • Plastic bestek
  • Een slabbetje (of twee, of drie…)
  • Een zeiltje voor op de vloer

Van babyvoeding tot ‘grote-mensen voedsel’

Hoe het eetgedrag van je kindje ontwikkelt, verschilt per baby. De één zal eerder happig zijn op ‘het onbekende’, terwijl een ander lang een voorkeur blijft houden voor de vertrouwde melk.

Naast het inspelen op de behoefte van je kleine, is het belangrijk om goed in de gaten te houden hoe de buik van je kindje reageert op nieuwe dingen. Als hij moeite heeft om iets te verteren, kan je beter nog even wachten. De ontwikkeling van je baby in het leren-eten proces kan je daarom altijd het beste bespreken op het consultatiebureau, evenals beslissingen om stapjes terug te maken in melkvoeding.

Uiteindelijk kan het vaste voedsel de babyvoeding vervangen. Na een jaar kan je ervanuit gaan dat je baby ’s ochtends pap of brood, ’s middags brood en ’s avonds een warme maaltijd eet. En voor je het weet, zitten jullie gezellig met z’n allen aan tafel om te eten wat de pot schaft!

Handig voor op de koelkast

Als je baby zo’n 6 maanden oud is, heeft hij niet genoeg meer aan alleen (moeder)melk. Vanaf dan ga je vaste voeding introduceren bij je baby. Het is verstandig om het eten van de eerste hapjes langzaam op te bouwen en daarbij goed naar je baby te kijken. Ieder kind is immers anders! Misschien smult jouw lekkerbek zo van zijn worteltjes dat het bordje in een mum van tijd leeg is. Het kan ook zijn dat jouw baby wat meer tijd nodig heeft om aan de nieuwe smaken en de textuur te wennen. Je baby mag niet direct alles hebben.

Als je met 6 maanden de eerste hapjes bij je baby introduceert, dan mag hij al best veel hebben. Het beste kun je beginnen met groenten koken en die vervolgens pureren. Geschikte groenten zijn bijvoorbeeld aardappel, wortel, broccoli en bloemkool. Met een maand of 7 is je baby waarschijnlijk gewend aan het eten van een lepeltje. Vanaf nu kun je zijn eten wat minder fijn pureren zodat er wat grovere stukken inzitten. Misschien heeft je baby nu ook al zijn eerste tandje waar hij mee kan gaan kauwen. Hoewel een baby eigenlijk helemaal geen tanden nodig heeft om mee te kauwen, hij kan ook met zijn kaken malen.

Je kunt je baby nu ook zetmeelrijke voedingsmiddelen geven als aardappelen, pasta, brood en rijst. Je baby vindt het vast ook een enorme uitdaging om als tussendoortje een soepstengel te krijgen. Naast pasta, aardappelen en rijst heeft je baby nu ook voedsel nodig waar eiwitten inzitten. Je kunt hem bijvoorbeeld een gekookt ei (wel hard koken), stukjes kipfilet of gehakt geven.

Het eetpatroon van je baby gaat steeds meer op dat van volwassenen lijken. Als je je baby nog borstvoeding geeft, dan merk je misschien dat hij minder vaak wil drinken. Geef je je baby kunstvoeding, dan zul je misschien ook merken dat je baby minder behoefte heeft aan melk. Vanaf de eerste verjaardag mag je baby in principe met de pot mee-eten. Dus niet alleen de eerste verjaardag is een mijlpaal, ook het feit dat je kind nu met de pot mee-eet is voor veel ouders weer een hele ontwikkeling. Nu is je kind toch echt bijna baby-af.

Kleine eerste hapjes: de oefenhapjes

Deze zijn niet in de plaats van borstvoeding of flesvoeding. Je start met het geven van oefenhapjes als je baby tussen de 4 en 6 maanden is. Begin niet eerder en niet later. Wanneer begin je precies? Kijk vooral of je baby eraan toe is. Maakt je baby steeds smakkende geluidjes? Kijkt die het eten uit je mond? Dan kan het tijd zijn om met de oefenhapjes te beginnen. Doet je baby dat nog niet? Dan kun je het altijd een keer proberen, maar als je baby afwijzend reageert (draait hoofd weg, wordt verdrietig) kun je beter nog even wachten. Probeer het dan na een paar dagen nog eens. Iedere baby heeft een eigen tempo.

Het is belangrijk dat je kind in ieder geval rechtop zit en goed kan slikken. Als je kind 6 maanden is, dan heeft die ook echt vaste voeding nodig naast borst- of flesvoeding. Geef bijvoorbeeld een lepeltje geprakte groente of fruit of geef een klein stukje brood wat je zacht maakt door het te dopen in wat borstvoeding of flesvoeding. Ook een lepeltje fijngemalen gaar gebakken vlees of gaar gebakken vis is mogelijk.

Geef in het begin het liefst eten met een zachte smaak, dan is het verschil met de zoete smaak van borst- of flesvoeding niet zo groot. Geschikt fruit om mee te beginnen voor je baby is bijvoorbeeld banaan, perzik, peer en meloen. Groente met een zachte smaak die geschikt zijn om mee te beginnen zijn bijvoorbeeld bloemkool, doperwtjes, boontjes, broccoli, worteltjes of pompoen.

Gaat het goed? Je baby kan als hapje ook pasta, aardappel of rijst proberen. Maal het wel goed fijn of prak het goed fijn met een vork. Geef in het begin, witte pasta, witte rijst en eventueel als je pap wilt geven, af en toe wat pap van rijstebloem. Witte soorten bevatten minder vezels dan volkorenpasta of zilvervliesrijst. Gaat dat goed? Stap dan geleidelijk over op volkorenpasta en zilvervliesrijst. Je kunt zodra je baby gewend is aan het eten van oefenhapjes ook bruin brood geven als oefenhapje.

Laat je kind eerst wennen aan losse smaken. Geef dus eerst nog geen gemengde smaken. Zorg ook dat je één smaak meerdere keren laat proeven. Het herhalen van smaken is belangrijk. Dit hoeft niet per se op achtereenvolgende dagen. Een kind moet soms wel 10 keer proeven voordat hij een smaak leert waarderen. Als je kind gewend is aan de losse smaken kun je voor de afwisseling smaken gaan combineren.

Een goed uitgangspunt is om te starten met 1 of 2 keer per dag 3 tot 4 lepeltjes. De oefenhapjes geef je naast de melkvoeding. Daarom is het beter niet te veel te geven, je wilt namelijk niet de trek in borst- of flesvoeding van je baby verminderen. Je kunt het langzaam opbouwen, totdat je vanaf 8 maanden echt melkvoedingen gaat vervangen. Elk kind heeft andere behoeftes, dus harde richtlijnen voor de hoeveelheid zijn niet te geven. Geef een hoeveelheid die jouw kindje prettig vindt. Dring geen eten op.

Geef de hapjes direct na een borst- of flesvoeding. Of geef de hapjes tussen 2 voedingen door. Je kind is dan ontspannen en heeft geen enorme trek meer. De oefenhapjes kun je fijnmaken met een blender of staafmixer of prakken met een vork. In het begin maak je het hapje heel fijn. Als je kind dit allemaal makkelijk eet, prak je het iets minder fijn. Wanneer je kindje alleen nog maar een paar lepeltjes krijgt, is het makkelijk om iets fijn te prakken wat op je eigen bord ligt. Zorg er dan voor dat er geen zout door je eten zit. Of prak wat van het stuk fruit dat je tussendoor eet.

Er zijn een aantal producten die je beter niet kunt geven, zoals rauw vlees, rauwe vis of rauw ei, leversmeerworst of leverpaté, kaas en honing. Bekijk wat je beter niet kunt geven aan je kind. Ook is het niet nodig om zoetigheid te geven, zoals een koekje vermengd door het hapje. Baby's kunnen dan een voorkeur krijgen voor zoet en wennen niet eerst aan losse smaken. Ook kan het eten van zoetigheid de trek in gezond eten verminderen, waardoor je kindje minder gezonde hapjes eet.

Om voedselallergie te voorkomen is het advies om voor 8 maanden ook pindakaas en ei te geven. Heeft je baby ernstig eczeem of een voedselallergie? Dan is het extra belangrijk om vroeg te starten met verschillende soorten voeding, zoals ei en pindakaas. Start hiermee vóór de leeftijd van 6 maanden.

Spuugt je kind het oefenhapje uit? Dat is helemaal niet gek. Want het is nogal wennen: een nieuwe smaak, een gekke structuur en het dan ook nog moeten doorslikken. Misschien is je kind nog niet toe aan het eten van oefenhapjes. Probeer het over een tijdje nog een keer, want het is een kwestie van oefenen. Let er wel op dat je kindje bij de leeftijd van 6 maanden deze oefenhapjes echt nodig heeft.

Geef je kindje elke dag 10 microgram extra vitamine D tot die 4 jaar oud is. Met oefenhapjes went je kind aan andere smaken dan die van warme melk. Verder leert je kindje happen van de lepel en oefent zo de mondspieren. Als je tussen de 4 en 6 maanden begint met oefenhapjes kun je de kans op een voedselovergevoeligheid bij je baby verkleinen.

Tabel: Introductie van vaste voeding

Leeftijd Voeding Structuur Aanbevelingen
4-6 maanden Groente- of fruitpuree Glad gepureerd Start met zachte smaken, één ingrediënt per maaltijd
6-7 maanden Gepureerde groenten, fruit, pasta, rijst Iets grover gepureerd Introduceer zetmeelrijke voedingsmiddelen
7-8 maanden Gepureerde en stukjes voeding Verschillende structuren Voeg eiwitten toe zoals ei, kip, vis
12+ maanden Vaste voeding (met de pot mee-eten) Verschillende structuren Biedt gevarieerde maaltijden aan

labels:

Zie ook: