Ben je bezig met de vertaling van je menukaart en kom je er niet helemaal uit? Bepaalde woorden kom je alleen in de professionele keuken tegen. Hier vind je een uitgebreide verzameling vaktermen die chefs en culinaire liefhebbers dagelijks gebruiken.

Bekijk op Kokswereld de culinaire vertalingen naar het Frans, Duits en Engels. Je ziet de gastronomische termen in vier talen naast elkaar. Uiteraard zijn aanvullingen en verbeteringen altijd welkom.

Termen van arroseren tot zeste bekijk je, met de uitleg er bij, in dit gastronomisch culinair woordenboek vol keukentermen. Of je nu een beginnende kok bent of een doorgewinterde professional, dit woordenboek helpt je om de taal van de keuken te begrijpen en toe te passen. Van snijtechnieken tot bereidingswijzen en van specerijen tot sauzen - ontdek de precieze betekenis en achtergrond van elke term.

Veel voorkomende culinaire termen en hun betekenis

Hieronder vind je een lijst met enkele veel voorkomende culinaire termen en hun betekenis:

  • A point: De bakwijze van vlees in de Franse keuken, die tussen saignant (rauw) en bien cuit (doorbakken) in ligt.
  • Aanbraden: Het snel rondom bakken van vlees in een pan met vet, zodat het een bruine kleur en roostersmaak krijgt.
  • Aanmaken: Het toevoegen van ingrediënten aan gehakt of salades om smaak en structuur te verbeteren.
  • Aanzetten: Verhitten en kleuren van ingrediënten.
  • Aanzweten: Groenten zachtjes verwarmen in een vet zonder dat ze bruinkleuren.
  • Afblussen: Toevoegen van vloeistof aan gebakken of gebraden voedsel in een pan.
  • Afschuimen: Het met een schuimspaan verwijderen van schuim van een bouillon zodat er een heldere vloeistof achterblijft.
  • Arroseren: Het bedruipen of begieten tijdens het bakken of braden.
  • Assaisonneren: Op smaak brengen.
  • Barderen: Vlees en of wild bedekken met een lapje spek om uitdrogen tijdens het bakken of braden te voorkomen.
  • Beurre clarifie: Heldere, geklaarde boter.
  • Blancheren: Het kort koken van voedsel in ruim water, afgieten en overspoelen met koud water.

Gastronomische termen in vier talen

De tabel hieronder geeft een overzicht van gastronomische termen in het Frans, Nederlands, Engels en Duits.

Frans Nederlands Engels Duits
à la carte à la carte à la carte à la carte
à la mode du chef bereid op eigen wijze home made Hausmacherart
A la vôtre proost cheers! your health! here’s to you! Zum Wohl
à point rosé (licht gebakken) medium rosig
A votre santé! op uw gezondheid cheers!/your health!/here’s to you! Zum Wohl!
abats/abatiss orgaanvlees offal Innereien
abattis (de volaille) gevogelte-orgaan giblets Geflügelklein(-) / Geflügeljunges,das
abattre slachten to butcher schlachten
abricots abrikoos apricot Aprikose(n),die
abricots à l’eau de vie Boerenmeisjes brandied apricots Aprikosen branntwein(e),der
abriter onderbrengen to accommodate unterbringen
accessoires de nettoyage schoonmaak benodigdheden cleaning equipment Reinigungs zubehör,das
accueil ontvangst reception Empfang,der
accueillant/hospitalier gastvrij hospitable gastfrei / gastlich / gastfreundlich
acide zuur, (het) acid Säure,die
acide/aigre zuur sour/acid sauer

labels: #Bakken

Zie ook: