Het kabinet streeft ernaar om in 2030 ten minste 55% minder uitstoot van broeikasgassen te realiseren. Op het gebied van voeding en de voedingsindustrie worden al diverse maatregelen genomen, zoals een verschuiving naar meer plantaardige eiwitten, duurzamer veevoer en het tegengaan van voedselverspilling. Er wordt echter ook gesproken over een normerend en beprijzend beleid om het voedselpatroon aan te passen, oftewel: een vlees- en zuiveltaks.
De vleesbelasting: Een terugkerend voorstel
Belasting op vlees is een voorstel dat al jarenlang met regelmaat ter sprake komt, maar vaak snel weer verdwijnt. In april 2022 kondigde de minister van LNV aan het effect van een vleestaks te willen onderzoeken. Dit leidde tot veel reacties, waaronder van de Vleescoalitie, die waarschuwde dat een vleesbelasting contraproductief zou kunnen zijn voor de volksgezondheid en verdere verduurzaming van de sector. In mei 2022 steunde een meerderheid van de Tweede Kamer een motie waarin de regering werd verzocht geen vleestaks in te voeren.
Mogelijke effecten en tegenstrijdigheden
Stel dat de opbrengst van de vlees- en zuivelbelasting daadwerkelijk naar de boeren gaat om verdere verduurzaming te bevorderen, dan kan de belasting alsnog een averechts effect hebben. In de supermarkt zouden Nederlandse vlees- en zuivelproducten nog verder verdrongen kunnen worden door goedkopere varianten uit het buitenland, die vaak geproduceerd worden met minder aandacht voor dierenwelzijn en een hogere milieubelasting.
Btw-hervorming als alternatief
Een slimme btw-hervorming op voedsel kan Europa miljarden besparen op klimaat- en gezondheidskosten. In veel Europese landen wordt momenteel een verlaagd btw-tarief op voedsel gehanteerd, maar een hervorming kan aanzienlijke financiële voordelen opleveren. Bij een verhoging van de btw op vlees en zuivel met gemiddeld 13 procentpunten zou de vraag naar deze producten dalen met 9%. Tegelijkertijd zou de btw op groenten en fruit naar nul worden teruggebracht, waardoor de consumptie hiervan met 8% stijgt.
Door de daling in vleesconsumptie daalt ook de uitstoot van broeikasgassen, wat een besparing van 12 miljard dollar aan klimaatschade oplevert. Naast de besparingen op maatschappelijke kosten, stijgt de belastingopbrengst door de btw-hervorming met gemiddeld 34%, ofwel 45 miljard dollar per jaar. Vooral landen met lage oorspronkelijke btw-tarieven op vlees en zuivel, zoals het Verenigd Koninkrijk en Polen, zouden hiervan profiteren. De Europese Unie heeft recent een richtlijn aangenomen die het voor lidstaten mogelijk maakt om btw-tarieven te differentiëren voor sociale en ecologische doelen.
Onderzoek van Oxford University
Een vleestaks en geen belasting op groente en fruit kan klimaatverandering en gezondheidskosten met miljarden verminderen. Dat blijkt uit onderzoek van Oxford University. Het onderzoek, gepubliceerd in Nature, berekent het effect van voedsel belasten op basis van hoe gezond of klimaat belastend het voedselproduct is. Twee voedselcategorieën komen aan bod: vlees en zuivel en groente en fruit.
Op vlees en zuivel staat in Europa een gemiddeld btw-tarief van 8%, terwijl op groente en fruit het btw-tarief gemiddeld 9% bedraagt. Bij een 0% btw-tarief op groente en fruit eten mensen een portie groente en fruit meer per week. Deze hervorming van het btw-stelsel houdt volgens de onderzoekers eten net zo betaalbaar voor consumenten. De btw-opbrengst voor de overheid neemt zelfs toe.
Een hogere vraag voor laaggeprijsd groente en fruit compenseert de lagere omzet op vlees en zuivel. Btw-opbrengsten uit voedselconsumptie nemen bij de nieuwe belasting van groente en fruit en vlees en zuivel toe met een derde naar $45 miljard. De kosten van de klimaatverandering nemen door de lagere vlees- en zuivelconsumptie af met $12 miljard, omdat de CO2-uitstoot vermindert.
De kostenbesparing bij een hoog btw-tarief op vlees en zuivel geen belasting op groente en fruit is aanzienlijk. Het Verenigd Koninkrijk en Polen profiteren economisch het meest van de verlaging van de kosten van de gezondheidszorg en klimaatverandering. Oxford University becijfert voor deze landen een stijging van het bruto binnenlands product (BBP) met 0,7-0,8%.
Uitgedrukt in andere cijfers betekent een andere belasting van voedsel minder doden, minder uitstoot van broeikasgassen en minder verbruik van water en land. Zwaardere belasting van vlees en zuivel en geen belasting op groente en fruit scheelt volgens de onderzoekers 170.000 doden aan voedselgerelateerde ziekten. Een grotere consumptie van groente en fruit voorkomt drie kwart van deze sterfte. Een kleinere consumptie van rood vlees voorkomt 15% van de 170.000 doden. Zowel de uitstoot van het voedselsysteem en het land gebruik voor voedselproductie nemen af met 6%. De andere belasting van voedsel bespaart 5% van het drinkwater.
Nederlandse consumptie en alternatieven
In Nederland kopen we jaarlijks zo'n 33 kilo vlees per persoon (rund, varken en kip samen). Dat is wel 4 tot 6 keer zoveel als past binnen de draagkracht van de aarde. Daarnaast importeren en exporteren we ook veel vlees. Minder of geen vlees eten is beter voor het milieu én gezond. In Nederland eten we meer dierlijke eiwitten dan nodig is voor onze gezondheid. Vind je dierenwelzijn of milieu belangrijk, kies dan voor vlees met het Europese keurmerk voor biologisch (het groene blaadje), EKO, Demeter of het Beter Leven Keurmerk 2 of 3 sterren.
Milieu-impact van vlees en zuivel
De productie van vlees en zuivel belast het milieu over het algemeen meer dan plantaardige alternatieven. Er is meer energie, mest, water en landoppervlak voor nodig. Daarnaast zorgt de veehouderij voor meer uitstoot van broeikasgassen en stikstof. Deze komen bijvoorbeeld vrij uit mest. Ook stoten herkauwers zoals koeien en schapen veel methaan (een heel sterk broeikasgas) uit.
Voor de productie van vlees is veel veevoer nodig. Bijvoorbeeld vier kilo voor een kilo kippenvlees en zelfs 25 kilo voor een kilo rundvlees. De productie van veevoer kost veel grondstoffen, bestrijdingsmiddelen, kunstmest en landoppervlak. Soms gaat veevoerproductie (bijvoorbeeld soja) gepaard met ontbossing, hoewel er steeds meer duurzaam geteelde soja wordt ingekocht in de veehouderij.
Veeteelt zorgt ook voor stikstofuitstoot. Wanneer stikstof neerslaat in kwetsbare natuur, zorgt dat voor verstoring van het evenwicht in de natuur (ecosysteem). Hierdoor neemt de biodiversiteit af. In Nederland liggen intensieve veehouderij en natuur vaak dichtbij elkaar en komt dit dus vaker voor.
Wil je rekening houden met dierenwelzijn als je (toch) vlees eet? Er is vlees te koop met Topkeurmerken: Europese keurmerk voor biologisch (het groene blaadje), EKO, Demeter of het Beter Leven Keurmerk 2 of 3 sterren. Deze keurmerken garanderen een betere omgang met dieren dan wettelijk is voorgeschreven.
Biologisch vlees
Biologisch vlees herken je aan het Europese keurmerk voor biologische landbouw (groen blaadje). In de biologische landbouw worden dieren gehouden met meer aandacht voor milieu én voor dierenwelzijn. Biologisch gehouden dieren gaan bijvoorbeeld het hele jaar door naar buiten en hebben ook binnen meer ruimte. Daarnaast zijn er eisen voor biologisch voer.
Sommige mensen vinden vlees met een keurmerk te duur. De prijs ligt hoger omdat dieren meer ruimte krijgen, meer bewegen en langzamer groeien. Je kan ook zeggen dat gangbaar vlees eigenlijk te goedkoop is. De maatschappelijke kosten van onder andere (aanpassing aan) klimaatverandering, milieuschade en dierenleed worden niet doorgerekend in de prijs voor consumenten. Wanneer dat soort verborgen kosten wel worden meegerekend, kom je tot een eerlijke prijs (true price).
Kringlooplandbouw
Bij kringlooplandbouw worden grondstoffen optimaal gebruikt. Het streven bij kringlooplandbouw is dat vee alleen restproducten eet uit de akkerbouw, tuinbouw en voedingsmiddelenindustrie. Of gras van niet voor akkerbouw geschikte graslanden. De mest van de dieren dient als grondstof om nieuwe producten mee te verbouwen.
Kringlooplandbouw gaat uit van het volgende principe: het aantal dieren dat een boer houdt, wordt bepaald aan de hand van de hoeveelheid reststromen die beschikbaar zijn als voer voor de dieren. Binnen de gangbare landbouw is dat nu niet het geval: de vraag naar vlees is zo groot dat het vee niet genoeg voer heeft aan restproducten of grasland uit de omgeving. Voer komt daarom van over de hele wereld.
Politieke steun en weerstand
Nu en dan klinkt in politiek Den Haag een stem om vlees te belasten. Vlees geldt als milieubelastend en het principe van ‘de vervuiler betaalt’ zou het rechtvaardigen vlees in het hoge btw-tarief onder te brengen. De opbrengsten kunnen zodoende ten goede komen aan het compenseren van de (milieu)schade en het tegengaan van klimaatverandering.
In de politieke plannen van GroenLinks en Partij voor de Dieren is de btw-verhoging op vlees - en ook op zuivel en eieren wat de laatste partij betreft - wel gehandhaafd. Maar beide partijen behoren niet tot de huidige regeringscoalitie.
Wetenschappelijk bewijs en de Deense vettaks
Welke wetenschappelijke bewijslast bestaat hiervoor? Het blijkt dat over de effectiviteit van een dergelijke interventie nog weinig evidence-based te zeggen is. Allereerst omdat een dergelijke vleestaks nergens ter wereld daadwerkelijk is ingevoerd en er dus lastig empirisch onderzoek is te doen naar de werkelijke effectiviteit van een vleesbelasting.
Een andere bron van kennis over belasten van en vraag naar voeding levert de in oktober 2011 ingevoerde belasting op verzadigd vet in Denemarken. Het ging hier om een wereldprimeur en een ‘experiment’ dat van korte duur is gebleken: de vettaks is na ruim een jaar (november 2012) door het Deense parlement vaarwel gezegd en in januari 2013 officieel afgeschaft.
Studies naar prijsincentives en vleesconsumptie
Studies die specifiek ingaan op prijsincentives en vleesconsumptie zijn schaars. Voor zover ons bekend zijn er de laatste paar jaar slechts enkele studies die hier expliciet over gaan in wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerd. De wetenschappelijke basis onder het (politieke) idee van een vleestaks is dus dun.
Een empirische studie is die van Charlebois en collega’s (2016) waar de reactie van Canadese consumenten op een plotselinge stijging van de prijs van rundvlees in de supermarkt centraal staat. Dit surveyonderzoek wijst erop dat meer dan twee derde van de ruim 500 deelnemende consumenten minder of zelfs geen rundvlees meer koopt na hogere supermarktprijzen voor rundvlees (tussen 2013 en 2015 zijn de prijzen voor rundvlees met meer dan een kwart gestegen in Canada, melden Charlebois et al., 2016: 2252); prijsredenen zijn hier het belangrijkste motief voor, op gepaste afstand gevolgd door gezondheid als motivatie en op grotere afstand door duurzaamheidsoverwegingen.
Ze vinden in veel mindere mate dat vleesminderen gemotiveerd wordt door bijvoorbeeld gezondheidsoverwegingen, dier- of milieuvriendelijkheid. Productprijs is behoorlijk effectief in een consumptiecultuur als de Canadese, waar vlees diepe wortels heeft die mensen stevig gehecht houdt aan het eten van vlees. Dit resultaat is te rijmen met twee (overzicht)studies uit 2010 waar de inelastische vraag (een prijsverhoging heeft effect op de vraag, maar de verlaging in de vraag is procentueel kleiner dan de prijsverhoging) naar rundvlees aan de orde komt en in vergelijking met andere vleessoorten het minst inelastisch blijkt te zijn - oftewel: in het geval van rundvlees reageert de vraag relatief sterk op prijsverandering (Andreyeva et al., 2010; Gallet 2010).
Andere studies die zijn gevonden zijn respectievelijk van Säll en Gren (2015) en Caillavet et al. (2016). De eerstgenoemden maken een (econometrische) schatting van gedragseffecten als een milieubelasting voor vlees en andere dierlijke producten zou worden ingevoerd in Zweden. Hun studie geeft aan dat het effect op de rundvleesconsumptie het grootst is in vergelijking met varkensvlees en kip; dit resultaat correspondeert de met bevindingen in bovengenoemde 2010-studies en levert ook de grootste winst op in het terugbrengen van broeikasgasemissies.
Caillavet en collega’s (2016: 555) komen op basis van hun analyse naar het belasten van dierlijke producten met een prijsverhoging van 20% tot een soortgelijke slotsom: ‘Our results suggest that taxing these food groups may be an environmentally friendly policy.’ Hoe wankel de wetenschappelijke basis ook mag zijn, de verrichte studies geven vooralsnog geen reden het idee van een vleestaks af te schrijven op basis van bewezen ineffectiviteit.
Voor wat dit laatste betreft laat een Belgisch consumentenonderzoek van iets langer geleden weinig bemoedigende resultaten zien: de meeste consumenten voelen weinig voor het belasten van vlees (Vanhonacker et al., 2013: 13-4). Maar dit verandert mogelijk zodra consumenten zich veel meer dan nu bewust worden van de gevolgen voor het milieu van vlees eten - en dat deze milieugevolgen een prijs hebben.
Subsidies voor vleesreclames in de EU
Aan de vleespromoties van de EU hangt een stevig prijskaartje. In 2024 spendeerde de Europese Unie (EU) 52 miljoen euro aan subsidies voor vlees- en zuivelreclames. Dat is net als vorig jaar een significante stijging. Duurzame alternatieven voor dierlijke producten zijn structureel uitgesloten van deze subsidies.
De met belastinggeld betaalde reclamecampagnes staan lijnrecht tegenover het klimaat- en gezondheidsbeleid van de EU, en bevatten zelfs misleidende milieuclaims. Zo gaat er bijna 4 miljoen euro naar de campagne Sustainable European Beef. Die campagne moet Europese burgers meer waardering bijbrengen voor de eigenschappen van ‘duurzaam rundvlees’ uit Europa. In de realiteit is rundvlees - ook uit Europa - de meest vervuilende eiwitbron op ons menu.
Juist met betrekking tot dierlijke producten zoals vlees en zuivel, met een enorme impact op milieu, klimaat en dierenwelzijn, zijn deze subsidies ronduit pervers. Europese burgers betalen zo via de belasting mee aan hun eigen misleiding. Zo draait de samenleving op voor dure en onjuiste reclamepraatjes over dierlijke producten.
Van de 52 miljoen euro ging 32 miljoen naar vleesreclames en 20 miljoen naar promotiecampagnes voor zuivel; samen 14% meer dan in 2023. Ondertussen krijgen producenten van duurzame alternatieven voor vlees en zuivel geen cent voor reclames.
Nederlandse steun voor een eerlijke vleesprijs
57% Nederlanders: heffing vlees en zuivel bespreekbaar (Ipsos-peiling). Vlees mag duurder worden zegt 68% stemmers CDA, 56% VVD-stemmers en 63% CU. Voor D66, PvdA, GL en SP is dat respectievelijk: 62%, 66%, 78% en 61%. Bij BBB bijna 50%. Steun voor heffing vlees en zuivel (IBO-klimaat) mits gezond en duurzaam eten goedkoper.
Als er 15 maart ook een referendum was geweest over het goedkoper maken van gezond voedsel en beprijzen van vlees en zuivel, zou Nederland hiervoor in meerderheid gekozen hebben. Dit blijkt uit een onderzoek van Ipsos onder een representatieve steekproef van 1039 Nederlanders van 18 jaar en ouder waarbij een meerderheid van de Nederlanders een belasting op vlees en zuivel lijkt te steunen, in opdracht van TAPP Coalitie.
Voorwaarde is wel dat er tevens een 0 procent btw-tarief komt voor gezond en duurzaam geproduceerd voedsel (meer dan alleen groente en fruit). Ook moeten er dan financiële compensaties komen voor lagere inkomens en meer subsidies voor duurzame boeren. Een meerderheid van de Nederlanders spreekt zich dus uit voor een eerlijke prijs voor vlees en zuivel en de plannen voor een heffing op vlees en zuivel, die klimaatminister Rob Jetten maandag 13 maart presenteerde.
Dit plan is een bouwsteen om 60 procent minder broeikasgassen uit te stoten in 2030. Een hogere vleesprijs is geen straf, maar een eerlijkere, reëlere prijs, waarin alle kosten zijn opgenomen, ook voor stikstof- en broeikasgasemissies. Het kabinet berekende dat een vleesheffing 2 megaton CO2 spaart, CE Delft kwam in 2019 uit op 4,2 megaton.
Het advies noemt strenge regels en het duurder maken van vervuilende zaken. Ook is milieubeprijzing in de veehouderij nodig, inkrimping van de veestapel en verschuiving in consumptie naar plantaardige eiwitten door normering in supermarkten en fastfoodketens. In 2023 is exact dezelfde vraag voorgelegd via de Ipsos enquete, toen was de steun gegroeid naar 57%.
Uit de enquête blijkt ook dat 59 procent een vleesbelasting van ten minste 1 euro per kg vlees steunt en dat 57 procent een btw-verhoging steunt van 9 naar 21 procent voor voedsel met een negatieve impact op milieu of gezondheid (zoals vlees en zuivel), mits de btw-vrijstelling op groente en fruit, die in 2024 wordt ingevoerd, uitgebreid wordt naar duurzaam voedsel, zoals biologisch voedsel en vleesvervangers.
Dit plan wordt volgens Ipsos gesteund door 68% van de CDA-stemmers, 56% van de VVD-stemmers, 62% van D66-stemmers, en 63% van de CU-stemmers. Voor SP, PvdA, GL, FvD, PvdD, SGP, DENK, JA21, Volt, PVV en BBB is dit respectievelijk 61%, 66%, 78%, 49%, 54%, 51%, 64%, 47%, 62%, 48% en 48%.
De impact van voedsel op het klimaat
Eten belast het klimaat, door energiegebruik en de uitstoot van broeikasgassen (CO2, methaan en lachgas). Voor de productie is bovendien een groot deel van het beschikbare land en water nodig. De mate waarin voedsel bijdraagt aan de klimaatverandering, is per product verschillend.
Van klimaatverandering, biodiversiteitverlies en verstoring van de stikstofkringloop worden de ecologische grenzen van de aarde overschreden. De veeteelt is wereldwijd verantwoordelijk voor ongeveer 14,5% van de broeikasgasemissies en 70% van het agrarische landgebruik.
Mannen produceren zo’n 5,8 kg CO2-uitstoot en vrouwen zo’n 4,3 kg. Dat komt door een deel doordat mannen meer eten dan vrouwen, maar ook omdat ze meer (rund)vlees eten. Als een man een keer per week een portie rundvlees vervangt door een plantaardige vleesvervanger scheelt dat 9% in zijn wekelijkse uitstoot van broeikasgassen. Voor vrouwen scheelt dat 10%.
Door bewust te kiezen wat je eet kun je je klimaatbelasting met de helft omlaag brengen. Dat kan door vlees te vervangen door noten, peulvruchten en ei, en per productgroep de meest duurzame opties te kiezen. Als je eet volgens de Schijf van Vijf, dan levert dat minder belasting op voor het milieu. Voedingsmiddelen met een lagere klimaatbelasting gaan vaak hand in hand met een gezonde voeding.
Op het moment dat een product in de winkel ligt, heeft het allerlei productiestadia doorlopen. Die productiestadia zijn de schakels van de voedselproductieketen, kortweg ‘voedselketen’ genoemd. Bij iedere productiefase wordt een hoeveelheid broeikasgassen uitgestoten. Volgens Nederlands onderzoek is de landbouw voor ongeveer 40% verantwoordelijk voor de broeikasgasuitstoot van voeding.
Het maken en transporteren van voedsel kost energie. Denk bijvoorbeeld aan het verwarmen, koelen en vriezen. Bij het gebruik van brandstof zoals gas, olie of kolen komt namelijk koolstofdioxide (CO2) vrij. Om voedsel te kunnen verbouwen is water nodig. Dat kan regenwater zijn, maar ook vaak irrigatiewater uit de grond of rivieren. Dat is veel: ongeveer 70 tot 80% van ons totale zoetwatergebruik, waardoor het grondwaterpeil zakt.
In de voedselproductie worden allerlei chemische stoffen gebruikt. Onder andere bestrijdingsmiddelen en (kunst)mest vervuilen de lucht, het water en de bodem. Vooral bij het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de open lucht kan een middel onbedoeld schade aanrichten in de natuur.
Eén op de drie vrachtwagens op de weg vervoert voedsel of hulpmiddelen om voedsel te maken. Vrachtwagens zorgen voor smogvorming en samen met vliegtuigen en in mindere mate boten en treinen dragen ze bij aan het broeikaseffect.
| Partij | Steun voor heffing (%) |
|---|---|
| CDA | 68 |
| VVD | 56 |
| D66 | 62 |
| CU | 63 |
| SP | 61 |
| PvdA | 66 |
| GL | 78 |
| FvD | 49 |
| BBB | 48 |
labels: #Vlees
Zie ook:
- Steak Tartare Vlees: De Beste Keuze voor een Topgerecht
- Vlees bij Gebakken Aardappelen: De Beste Combinaties & Recepten!
- Bloemstuk van Vlees voor BBQ: Creatief & Smakelijk!
- Ontdek de Ultieme Tips en Recepten voor Perfecte Panini Broodjes Afbakken!
- Cholesterolverlagende Vis Recepten: Lekker & Gezond Eten!




