Het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden is verleidelijk. Met een bijvoeglijk naamwoord kun je extra informatie geven over een zelfstandig naamwoord. Je kunt een eigenschap van iets of iemand uitlichten. Goed gekozen adjectieven schotelen je lezer een scherper beeld voor. Je kunt je teksten aantrekkelijker maken met bijvoeglijke naamwoorden.
Maar bijvoeglijk naamwoorden voegen niet altijd iets toe aan de betekenis van een zin. Gebruik geen bijvoeglijke naamwoorden als ze overbodig zijn. Dat is één van de eerste lessen voor mensen die aantrekkelijk willen schrijven. Als je je er te veel gebruikt, is het alsof je zo veel kruiden toevoegt aan je maaltijd dat de smaak juist vlakker wordt. Maak een keuze. Welk bijvoeglijk naamwoord is het belangrijkste?
Wanneer zijn Bijvoeglijke Naamwoorden Wel Effectief?
In deze zinnen hebben de bijvoeglijke naamwoorden een duidelijke functie. De auto reed door een rood stoplicht. De witte duiven vlogen met ringen in hun snavels naar Johnny en Anita.
Natuurlijk zijn er soms zinnen waarin bijvoeglijk naamwoorden elkaar wel kunnen versterken. De tweede schrijver op de lijst viel Knipe aan met een zwaar metalen presse-papier.
Clichématige Bijvoeglijke Naamwoorden Vermijden
Als je clichématige bijvoeglijke naamwoorden gebruikt, voegen ze weinig toe aan het beeld dat je je lezer toevoegt. De woorden ‘frisse’ en ‘welverdiende’ zijn clichés. Ze komen bijna automatisch in je hoofd op bij ‘duik’ en vakantie. Nog minder aantrekkelijk zijn clichématige bijvoeglijke naamwoorden die meerdere betekenissen kunnen hebben (ook wel smurfwoorden genoemd). Bedrijven zoeken bijvoorbeeld vaak naar ‘proactieve werknemers’, en ze beloven een ‘dynamische werkomgeving’.
Gebruik geen bijwoorden om bijvoeglijke naamwoorden meer lading te geven. Woorden zoals ‘heel’, ‘erg’, ‘zeer’ en ‘bijzonder’ kun je eigenlijk altijd schrappen. Een goed gekozen bijvoeglijk naamwoord zegt in zijn eentje genoeg.
Voorbeelden van Goed Gebruik
Dit was een rustgevende vakantie. Het eten was perfect gekruid. Wil je persé benadrukken dat de beer echt héééel groot was?
Overigens zondigen zelfs de beste schrijvers soms met bijvoeglijke naamwoorden. Schrijf je net als 10.000 anderen in voor mijn wekelijkse schrijftip. De ‘gouden’ tip ontvang je meteen!
Taalfouten met Betrekking tot Bijvoeglijke Naamwoorden
Er zijn diverse taalfouten die vaak voorkomen met betrekking tot bijvoeglijke naamwoorden. Hieronder een overzicht:
- "Dat kost duur": Correct is "Dat is duur" of "Dat kost veel".
- "Advocado’s zijn super lekker": Correct is "Avocado’s zijn super lekker".
Trappen van Vergelijking
Als je dingen met elkaar vergelijkt, gebruik je de trappen van vergelijking. Bijvoorbeeld: mijn jas is mooi, jouw jas is mooier dan mijn jas, maar haar jas is het mooist(e). Als je twee dingen vergelijkt, gebruik je de comparatief (met -er), als je meer dan twee dingen vergelijkt de superlatief (met -st(e): Dit restaurant is goedkoper dan dat restaurant. Dat huis is het grootst (van allemaal).
Als het bijvoeglijk naamwoord (adjectief) eindigt op een -r, krijgen we -der in de comparatief: duur duurder het duurst lekker lekkerder het lekkerst. Sommige vormen zijn onregelmatig.
Spelling en Grammatica
Sinds 1804 wordt onze spelling vastgelegd door de overheid. De spellingregels zijn voor de uitgave van 2005 niet veranderd. Er konden daardoor ongeveer zesduizend nieuwe trefwoorden worden opgenomen.
Basisprincipes van Spelling
We spellen woorden fonetisch. We spellen dus niet srijfer of schraaiver, maar schrijver. We schrijven woorden etymologisch correct, ook al spreken we het soms anders uit. Dit beginsel wordt beperkt door specifieke regels.
Klinkerbotsing
In acht nemen in het geval van klinkerbotsing*. Zelfs met elkaar gerelateerde woordcombinaties, zoals aaneenschrijven en kapotslaan versus van elkaar los schrijven en in stukken slaan, behoren soms tot verschillende categorieën.
Tussenklanken
Soms schrijven we niet -en maar -e, bijvoorbeeld in ziektekiem, secondewijzer, zonneschijn. Volgens de hoofdregel schrijven we de tussenklank alleen als -en- als het linkerdeel een zelfstandig naamwoord is.
Werkwoordspelling
De basisvorm voor het spellen van werkwoordsvormen is de stam. De stam van het werkwoord douchen is douch. Als de stam eindigt op v of z, schrijven we f of s (maar als we deze stam gebruiken in een werkwoordsvorm met -en, dan wordt de f weer een v en de s wordt weer een z).
Sommige werkwoorden krijgen de uitgangen -de en -den, andere de uitgangen -te en -ten. Dat hangt af van de eindklank van de stam. Als dat een van de medeklinkers van ’t kofschip of ’t fokschaap is (/t/, /k/, /f/, /s/, /ch/, /p/), of de medeklinker /sj/ (bijvoorbeeld in ramsjen), dan krijgen de vervoegde vormen -te(n).
labels:
Zie ook:
- Koolhydraatarme Soep: Heerlijke Recepten & Wat Je Eet Ebij!
- Eten voor de TV: Snelle & Gemakkelijke Recepten voor een Gezellige Avond
- Taart Eten Utrecht: De Beste Adressen voor een Zoete Verwennerij
- Thermometer Draadloos BBQ: Nauwkeurig & Gemakkelijk Meten
- Procureur op BBQ: Recepten, Tips & Perfecte Bereiding




