Gent, de hoofdstad van de Belgische provincie Oost-Vlaanderen, is een stad met een rijke geschiedenis en een gevarieerd architecturaal landschap. Van middeleeuwse burchten tot moderne kunstgalerijen, Gent biedt een breed scala aan bezienswaardigheden voor zowel kunstliefhebbers als historisch geïnteresseerden.
De Invloed van Dudok in Gent
Onze zuiderburen zijn goed vertegenwoordigd in de serie ‘InspiredByDudok’. Vooral in Vlaanderen vinden we de nodige woningen, scholen, kantoren en zelfs een brandweerkazerne in de trant van de Hilversumse gemeentearchitect. In de dertiger jaren reisden veel Belgische architecten en studenten naar Hilversum om Dudoks architecturale hoogstandjes met eigen ogen te aanschouwen. Architect P. Een slaafse navolger was de Vlaamse architect Marc Neerman (1900-1944) naar verluidt niet.
Van hem wordt beweerd dat van zijn hand niet zozeer letterlijke kopieën en citaten zijn te vinden, maar wel geheel eigen interpretaties van Dudoks vormentaal. In 1932 wint Neerman de ontwerpprijsvraag voor een nieuw kantoorgebouw in Gent voor de Nederlandse verzekeringsmaatschappij De Noordstar (in 1936 verdergegaan als De Noordstar en Boerhaave). Het winnende ontwerp wordt gekenmerkt door een - oorspronkelijk - asymmetrische compositie van een horizontaal bouwdeel en een hoger verticaal volume.
In het horizontale bouwdeel zien we een vrij letterlijke verwijzing naar de monumentale zuidgevel van Dudoks Raadhuis in Hilversum. Ook de hoog opgaande verticale toren boven de overluifelde entree brengt ons in gedachten terug naar Hilversum. Het kantoorgebouw markeerde een kentering in het werk van Neerman naar een meer zakelijke, kubistische architectuurstijl, die voorheen voornamelijk in een expressionistische en art deco stijl ontwierp.
Dat zie je ook terug in het enkele jaren later ontworpen woonhuis met privékliniek van Dr. Dit pand vertoont in de opbouw van de gevel de harmonieuze afwisseling tussen horizontale en verticale volumes die Dudok zo goed beheerste. Het hoge bouwdeel - dat het trappenhuis bevat - dient als scharnierpunt tussen twee lagere haaks op elkaar staande vleugels.
Het enorme verticale venster in dit bouwdeel wordt bekroond met een klein luifeltje, een typisch Dudok-element om het spel met licht en schaduw te kunnen spelen. De blauwe en goudkleurige keramische tegels die de muurdammen sieren zijn niet toevallig de kleuren die Dudok ook vaak toepaste. De Noordstar kreeg al snel erkenning en werd lovend besproken in de tijdschriften La Cité en Bâtir.
In 1934 won het de Van de Venprijs, tussen 1928 en 1968 een van de belangrijkste prijzen voor moderne architectuur in België. Maar hoewel het oorspronkelijke ontwerp nog wel herkenbaar is, doen de in 1972 toegevoegde verdiepingen en ophoging van het linkerbouwdeel (naar ontwerp van de Kortrijkse architect J. Baert) enigszins afbreuk aan het Dudokiaanse gevoel dat het gebouw in de dertiger jaren moet hebben opgeroepen. En dat geldt ook voor de extra verdieping waarmee het woonhuis van Dr.
Beide gebouwen van Neerman zijn inmiddels een beschermd monument. Het kantoorgebouw werd in de tachtiger jaren uitgebreid met een flinke aanbouw op de hoek van de Abdisstraat (waar voordien enkele rijwoningen stonden) naar ontwerp van de Gentse architect Henk de Smet. Sinds 2013 wordt het gebouw gebruikt door de Universiteit Gent. In de voormalige woning en privékliniek van Dr.
Architect Jules Lippens wordt in de Vlaamse Inventaris Bouwkundig Erfgoed omschreven als “verdienstelijk vertegenwoordiger van de Dudok-stijl, vooral werkzaam in Gent tijdens het interbellum.” Vanaf 1928 traden invloeden van Dudok op, aldus de Vlaamse bron. “Hij maakte zich het idioom van de Nederlandse architect eigen om het daarop, in de loop van de jaren 1930, consequent in al zijn werken toe te passen.
Zo zien we in het appartementencomplex aan de Onafhankelijkheidslaan 1-6 in Gent, dat Lippens in 1930 ontwierp, een op kleinere schaal uitgevoerde kopie van Dudoks Paviljoen voor de Cité Universitaire in Parijs uit 1927. Ook de Hilversumse bouwwerken van Dudok dienden als inspiratiebron voor de Belgische architect.
Van Lippens is bekend dat hij regelmatig studiereizen naar Nederland ondernam en dat hij en zijn vrouw op één van deze reizen persoonlijk door Dudok zijn ontvangen. Volgens architectuurcriticus en publicist Marc Dubois, die veel heeft geschreven over de invloed van de Nederlandse architectuur op de Vlaamse architecten van het interbellum, heeft Dudok in de ontwikkeling van de architectuur in Vlaanderen een sleutelpositie ingenomen.
Vanaf de jaren twintig nam een groep moderne Vlaamse architecten elementen van de Hilversumse bouwmeester op in hun ontwerpen. Het gebruik van de gele baksteen en een diepliggende of Dudokvoeg komt bij deze architecten geregeld terug. In 1931 ontwierp Lippens een dubbele villa op de hoek Krijgslaan/Vrijheidslaan in Gent.
Niet zozeer de opbouw van de villa, maar juist de details doen hier het meest Dudokiaans aan. De raampartij boven de garage met de driehoekige blauwbetegelde muurdammen onder de luifel zijn letterlijk afkomstig uit het Hilversumse Raadhuis. De grote vensterpartij boven de luifel had oorspronkelijk een Dudokiaanse horizontale roedeverdeling, maar is in de loop der tijd gewijzigd.
Niet een letterlijke kopie van het Hilversumse Raadhuis maar wel een overduidelijke “Inspired By” is Lippens’ ontwerp uit 1933 voor een hoekhuis in het Vlaamse Oudenaarde voor de familie Van den Storme. Vooral de zijgevel heeft elementen van de gevels van het Raadhuis, met een duidelijke verwijzing naar de drie lampen die Dudok boven de ramen van de raadzaal aanbracht.
Ook vinden we hier het driehoekige metselwerk van blauw geglazuurde tegeltjes van de muurdammen. Lippens gebruikte bij dit pand ook de welbekende Dudokvoeg, de lintvoeg die een horizontaal effect van de gevel benadrukt. De portierswoning bij de Gist- en spiritusfabrieken Bruggeman in Gent is volgens de eerdergenoemde Dubois een bijna volledige kopie van Dudoks conciërgewoning van het Raadhuis, zowel qua volumewerking als qua plaatsing van de raamopeningen.
Jules Lippens wordt gerekend tot de belangrijkste Belgische architecten van de twintigste eeuw. Veel van zijn ontwerpen zijn door de Vlaamse overheid aangewezen als bouwkundig erfgoed of als beschermd monument.
Moderne Ontwikkelingen en Architectuur in Gent
Nabij het Gent-Sint-Pieters station komen er twee woontorens ontworpen door het Brusselse bureau OFFICE / Kersten Geers David Van Severen. Gideon Boie stelt zich de vraag hoe een bureau, dat zich internationaal profileert, zich gaat associëren met het Gentse bureau Bontinck Architecture + Engineering dat in het verleden, om het zacht uit te drukken, niet veel fraais heeft neergepoot in de Arteveldestad.
Voor wie niet bekend is met het Gentse patrimonium, wat het bureau Bontinck Architecture + Engineering voorbracht in Gent is betreurenswaardig. Het project uit de jaren ’50, het EGW gebouw van Georges Bontinck aan het Zuid, heeft zeker kwaliteiten maar nadien ging het bergaf. De uitbreiding, het zogezegd Twin-gebouw uit de jaren ’90 voor de Gentse administratie, was weinig zaaks.
De vormentaal was een slechte imitatie, een vierderangs kopie, van de architectuur van Richard Meier. Nog geen dertig jaar later werd reeds een gedeelte gesloopt, gelijktijdig met een Gentse promotiecampagne voor duurzaamheid! Het winkelcomplex met ex-provinciekantoor, eveneens aan het Zuid is bedroevend, met de spanten van het gesloopte Colosseum als decor.
Het Zuid complex is een gebouw dat publieke aversie oproept, het is niet geliefd en heeft in de volksmond de bijnaam van “Ceaușescu gebouw”, anno 2025 staat het bijna leeg. Zo verwelkomt Gent mensen in deze mooie cultuurstad. Dit staat op het palmares van Bontinck. Ook het Belgacomgebouw aan de Reep was een creatie van bureau Bontinck.
Men sprak van een toren, terwijl het in feite een breed en hoog gebouw was zonder de elegantie van een toren. Het betonnen volume pollueerde jaren visueel de skyline van Gent. Het had nog erger gekund. Gent is ontsnapt aan een paar drama’s zoals het aanleggen van een pre-metro.
Dank zij het verzet van een aantal groepen verdwenen de plannen in de archiefdozen. Een tweede dossier was de grote uitbreiding van het stadhuis in de jaren ‘50. Men wilde het bestaande schitterend gebouw in twee richtingen uitbreiden. Dat de opdracht ging naar het bureau Bontinck was evident. De nieuwe voorgevel van het stadhuis zou een strakke verticale geleding krijgen, lijkend op de Nationale Bank in Brussel.
Kan U zich even inbeelden dat op de locatie van de huidige Stadshal (Robbrecht en Daem architecten met Marie-José Van Hee architecten) dit project zou worden gerealiseerd? Een verklaring voor het succesverhaal van het bureau Bontinck ligt dus niet op de gewaardeerde architectonische kwaliteiten.
Hoe kon een bureau Gent inpalmen als eigen jachtterrein voor bijna alle belangrijke publieke opdrachten? Rond 1900 neemt België een belangrijke positie in binnen de Europese architectuur. Met architecten als Victor Horta en Paul Hankar ontstonden mooie en interessante gebouwen.
Zoals nog steeds kan een ontwerper niets realiseren als hij geen bouwheer heeft. In de geschiedschrijving wordt vaak verwezen dat Horta behoorde tot de maconnieke loge evenals vele van zijn opdrachtgevers. De ambitie van deze mensen werd gekoppeld aan creatief talent van architecten; een professionele bijdrage aan het patrimonium van de toekomst.
Wie verder de Belgische architectuur bestudeert moet vaststellen dat de verwijzing naar de invloed van de maconnieke loge nauwelijks meer ter sprake komt. Een analyse van de netwerken van architecten en hoe projecten werden binnengehaald wordt angstvallig vermeden.
De zwijgplicht van logeleden heeft zeker bijgedragen tot veel mist rond de toekenning van opdrachten. De invloed van de maconnieke loge is zeker niet verdwenen en is diep geworteld in de Belgische samenleving.
Het gaat in deze tekst niet om vrijzinnigen tegenover gelovigen. Iedereen mag een keuze maken van levensbeschouwelijke aard, dit is onze democratie. Het gaat om het ontwerptalent van de personen die opdrachten krijgen en deze naar behoren weten te realiseren met een intelligent besef dat gebouwen voor vele generaties de leefomgeving zullen bepalen.
Wat de clan Bontinck gaf aan Gent is zeker niet het niveau van Victor Horta, een architect die overigens ook in Gent is geboren. Wie in de stad is nu trots op de bovenvermelde bouwsels van Bontinck?
Met de aanstelling van de eerste Vlaamse Bouwmeester in 1999 en het introduceren van de formule van de “Open Oproep” is er veel veranderd. Gelijktijdig begon definitief het digitaal tijdperk en kregen jonge bureaus meer en meer kansen om zich te profileren.
Waar de generaties in de jaren ’80 en ’90 met veel energie pleitten voor het “depolitiseren” van de opdrachten, werd het in de nieuwe eeuw een realiteit. Dit resulteerde is een ongeziene kwaliteitsverhoging van de architectuurproductie in Vlaanderen, met als gevolg daarvan een internationale belangstelling.
Wie in 2000 had verkondigd dat studenten en architecten uit Zwitserland op studiereis zouden komen, had men voor gek gehouden. Het plotse succes van jonge bureaus had ook andere gevolgen. Was er voldoende technische kennis aanwezig bij de jonge equipes om goed en vlug te bouwen?
Dat een ontwikkelaar als Triple Living, die de twee woontorens in Gent gaat bouwen aan Gent-Sint-Pieters, op zoek gaat naar ontwerptalent is het direct gevolg van een veranderd architectuurklimaat. Triple Living, de grote ontwikkelaar van Antwerpen Zuid, gaf eerder aan een aantal internationale architecten met naamsbekendheid en een interessant oeuvre, een opdracht.
Dat een bedrijf daarmee uitpakt is evident. Bouwbord Gent-Sint-Pieters Poort / Bontinck Architecture + Engineering i.s.m. Ontwikkelaars beseffen dat veel jonge equipes niet de zekerheid kunnen garanderen van een vlot uitvoeringsproces.
Daarom gaat men voor de uitvoering op zoek naar gevestigde, professionele bureaus met jaren lange expertise in de bouwsector. Dit geeft ook kansen voor kleine bureaus. De ModeNatie in Antwerpen (2000-2002) is een ontwerp van Marie José Van Hee.
Zij werd bijgestaan door Bureau Bouwtechniek, een bedrijf met Nederlandse roots dat technische aspecten optimaal opvolgt, geen ontwerp equipe. Op een zeer korte tijd werd het een naam in architectuurmiddens, bouwheren en ontwikkelaars.
Het bureau Bontinck besefte maar al te goed dat zij met hun cv geen beurt maakten bij de Vlaamse Bouwmeester. Om hun vroegere zakencijfers te behouden, stellen zij zich ten dienste als uitvoerende onderneming. Dit is ook het geval bij Jaspers-Eyers & Partners, één van de grootste bureaus in België.
Maar er is meer aan de hand in deze casus. De locatie in Gent was eigendom van de Belgische Spoorwegen, die het verkocht aan Optima. Deze ontwikkelaar gaf Bontinck de opdracht om de twee ’Queen Towers’ te ontwerpen.
In 2013 werd het project in advertenties aangeprijst, maar tot realisatie kwam het niet, in 2016 ging Optima frauduleus failliet. Triple Living kocht de locatie. Sinds 2017 is Peter Vanden Abeele de Gentse stadsbouwmeester en ondertussen is er veel veranderd in de keuze van de architecten voor publieke opdrachten.
De resultaten zijn hoopgevend, zoals het Design Museum (Carmody Groarke, Atama en RE-ST) in aanbouw. De grote sterkte in Vlaanderen was en is de kleinschaligheid van opdrachten en bureaus. De sprong naar grootschalige en complexe opdrachten is niet steeds evident.
Historische Bouwwerken in Gent
Gent is rijk aan historische bouwwerken die de moeite waard zijn om te bezoeken. Hieronder een overzicht van enkele van de meest iconische gebouwen:
- Sint-Niklaaskerk: Gebouwd in de 6e eeuw, herbouwd in Schelde-gotiek na branden. Diende als wachttoren tot de bouw van het Belfort.
- Stadhuis: Ontworpen door Rombout ll Keldermans en Dominicus de Waeghemaekere, met gevels die zes eeuwen bouwgeschiedenis weerspiegelen.
- Oud Postgebouw: Een eclectisch gebouw met neo-gotische en neo-renaissance invloeden, ontworpen door Louis Cloquet en Stephane Mortier.
- Graslei: Een historisch havengebied met prachtige gebouwen, waaronder het stapelhuis (4e/5e eeuw) en het Gildenhuis der Vrije Schippers (1531).
- Gravensteen: Een middeleeuwse burcht, oorspronkelijk gebouwd als verdediging tegen de Noormannen, later gebruikt als katoenspinnerij en gevangenis.
- Belfort: Een middeleeuwse belfort die op het centrale plein staat en symbool staat voor de rijkdom en geschiedenis van Gent.
Het Miljoenenkwartier
Het Miljoenenkwartier in Gent is een karakteristieke Interbellum-wijk in het zuiden van het stadscentrum. Sinds 1994 is het Miljoenenkwartier beschermd stadsgezicht. Het Miljoenenkwartier is aangelegd op de terreinen van de 19e wereldtentoonstelling van 1913 en gebouwd volgens strikte stedenbouwkundige voorschriften met behoud van het aanlegplan en enkele monumentale sculpturen van de expo.
In 1926 werd de locatie die nu Miljoenenkwartier heet, verkaveld. De soms zeer contrasterende architectuur is een staalkaart van de toen gangbare bouwstijlen en is het gevolg van de smaak van de gegoede burgerij die zich in de wijk vestigde.
Verschillende gebouwen in het Miljoenenkwartier zijn afzonderlijk als monument beschermd. De bewaard gebleven villa’s en appartementengebouwen zijn bewoond en de moeite van het bezichtigen waard, waaronder:
- Appartement Florimond De Coutere 1, Congreslaan 1/5 (Jules Lippens, 1929)
- Huis Charles Hoge, Congreslaan 2 (Charles Hoge, 1929)
- Huis Jules Lippens, Congreslaan 4 (Jules Lippens, 1928)
- Woning R. - Woning Jules Hames, Krijgslaan 102 (Félicien Bilsen, 1926)
- Villa De Bondt, Krijgslaan 124 (Jan-Albert De Bondt, 1929)
- Huis Dokter De Stella, Krijgslaan 159 (Paul Monnier, 1932)
- Appartementen Florimond De Coutere 2, Onafhankelijkheidslaan 1/3 (Jules Lippens, 1930)
- Villa Nicole of Villa Marcel Storrer, Onafhankelijkheidslaan 15 (Marcel Storrer)
- Woning M. Vaernewijck, Onafhankelijkheidslaan 45 (Jules Lippens, 1931)
- Woning C. - Woning Virginie Henderick-Carpentier, Paul de Smet de Naeyerplein 1/3 (Geo Henderick, 1932)
- Woning mejuffer De Jaeger, Paul de Smet de Naeyerplein 2 (Paul Diegerick, 1930)
- Woning Jozef Nève de Mévergnies, Paul de Smet de Naeyerplein 8 (Valentin Vaerwyck, 1927)
- Woning G. - Woning, Jemappestraat 8 (Geo Bontinck, 1930)
- Woning E. Schelfhout, Vaderlandstraat 13 (omstreeks 1930)
- Woning Professor A.
De villa aan de Jemappestraat 8 (architect Geo Bontinck, 1930) is een vroeg voorbeeld in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid: kubistisch, uitgevoerd in baksteen, in drie bouwlagen en met een plat dak.
labels: #Oven




