Zweet dat van zijn gezicht afgutst, een grote mond waaruit zijn krachtige woorden voortkomen en vooral zijn lange armen waarmee hij zijn boodschap extra cachet geeft. Het zijn beelden die bovenkomen als je denkt aan de Belgische chansonnier Jacques Brel. Jacques Brel was een fenomeen. De dag van zijn overlijden, 9 oktober 1978, zal ik nooit vergeten.

Acteur Jeroen Willems maakte met Toneelgroep Oostpool het bijzondere theaterconcert Brel 2. Voor de tweede keer brengt Willems het oeuvre van het fenomeen op toneel en met opzienbarend resultaat. Je moet het maar aandurven om het werk van Brel te vertolken. Velen zijn je voorgegaan en iedere keer zal je toch weer vergeleken worden met de grote meester zelf. Maar gesterkt door het succes dat hij had met Brel, de zoete oorlog - waarvoor de acteur de Louis d’Or kreeg - durft Willems zich opnieuw onder te dompelen in het oeuvre van de Belgische zanger.

Net als in Brel, de zoete oorlog is ervoor gekozen de voorstelling in twee gedeeltes onder te verdelen: een monoloog gebaseerd op interviews met Brel, en een concert. “Jullie zien mij niet zoals ik mezelf zie. Maar jullie beeld is ook goed.” Het zijn de woorden van een oude enigszins verwarde man die terugkijkt op zijn leven. In je fantasie zou je een oude Brel in de persoon kunnen herkennen, hoewel hij niet ouder werd dan 49 jaar. Maar de thema’s uit de monoloog - leef je dromen, zoek de avonturen, rook en drink, want wat is er eigenlijk niet slecht voor de gezondheid - zijn goed te refereren aan de levenskunstenaar.

Willems weet de rol van de oude man - die een hobbelpaard met zich meedraagt als symbool voor het op en neer gaan in het leven - op excellerende en geloofwaardige wijze neer te zetten. Temeer als je bedenkt dat de tekst voor de monoloog kort voor de première werd gewijzigd, omdat een tekst van schrijver Gerrit Komrij onbruikbaar bleek.

Met de overwegingen uit de monoloog in je achterhoofd luister je op een andere manier naar de liederen van Brel. Omdat ze in het Nederlands vertolkt worden dringt werkelijk ieder woord tot je door, ook al is het eerst nog wel even wennen aan de manier waarop Willems de teksten zingt. Hij heeft er duidelijk voor gekozen geen imitatie van Brel te maken, maar zijn eigen gevoel in de teksten te leggen. En dat doet hij op weergaloze wijze; vooral als hij mag uithalen zoals hij dat onder meer doet in Schiphol (Orly van Brel).

Naast de bekende nummers Amsterdam en Ne me quitte pas - waarbij het publiek helemaal stil valt - is er vooral veel ruimte voor minder bekende nummers die door Willems met grootse overgave worden gezongen. Toch zie je een enkele keer op de gezichten van de acteur en zijn muzikanten twijfel over hun eigen muzikale verrichtingen. Het toont iets van respect voor het werk van de meester, dat ze de waardige perfectie en hartstocht willen meegeven die het verdient.

In de loop der jaren zijn er verschillende Nederlandse artiesten geweest die zich aan het repertoire van Jacques Brel waagden. Voorgenoemde Liesbeth List was de eerste in 1969, onder goedkeuring van de meester zelf (‘Liesbeth List zingt Jacques Brel'). Jan Mesdag maakte, kort voor zijn overlijden in 1988, een heel mooie elpee (‘Jan Mesdag zingt Brel'), terwijl de Friese chansonnier Douwe Heeringa een aantal werken van Brel in het Fries liet vertalen (‘Douwe Heeringa - Brel, in Fries').

In 2003 was het vijfentwintig jaar geleden dat Jacques Brel kwam te overlijden en dat jaar werd in Nederland dan ook uitgeroepen tot Brel-jaar. Er kwam een interessante biografie uit, geschreven door muziekjournalist René Seghers: ‘Jacques Brel - Leven en liefde 1929 - 1978'. De elpee van Liesbeth List uit 1969 werd heruitgegeven als dubbel-cd, aangevuld met Brel-liederen die zij in de loop van haar carrière opgenomen had.

Toneelgroep Oostpool uit Arnhem zal in dat jaar gestart zijn met de voorbereidingen van de voorstelling Brel, de zoete oorlog. Een combinatie van een monoloog (Eelt van Rudi Bekaert) en een theaterconcert. In Eelt was Jeroen Willems (o.a. bekend uit de film Nynke waarin hij Pieter Jelles Troelstra speelde) een traag en tragisch Belgisch dametje dat zat te wachten tot het behang van de muur kwam. In de tussentijd beklaagde ze zich over haar man, haar diabetes, haar ex-man, haar kinderen en de rumoerige buren. Bijna naadloos aansluitend, transformeerde Jeroen Willems ter plekke tot zanger en vertolkte een vijftiental Brel-liederen, in het Nederlands.

Door het overweldigende succes van deze voorstelling, speelde Jeroen Willems het afgelopen seizoen de voorstelling Brel 2 in de Nederlandse theaters.Op de cd ‘Jeroen Willems zingt Jacques Brel' zijn de liederen uit de eerste voorstelling opgenomen. De cd is live opgenomen wat de spanning en intensiviteit van de vertolkingen ten goede komt. De zanger wordt begeleid door een fantastisch combo, bestaande uit Leo Bouwmeester (piano), Oleg Fateev (accordeon), Peter Bjørnild (bas) en Victor de Boo (slagwerk, xylofoon).

De stem van Jeroen Willems heeft soms het timbre wat we zo specifiek van Brel kennen, maar toch weet de zanger/acteur in de meeste gevallen een geheel eigen draai aan de vertolkingen te geven. Willems kiest, naast een aantal bekende Brel-nummers als Mijn vlakke land, De radelozen, Laat me niet alleen en Mathilde voor wat minder bekende liederen en dat maakt zijn vertolkingen waardevol. Gelukkig heeft men de statische vertalingen van de Vlamingen Koen Stassins & Geert van Istendael (te vinden in het boek ‘Jacques Brel - Ne me quitte pas / Laat me niet alleen. - Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar 2004) links laten liggen.

In veel gevallen is gebruik gemaakt van de, in zekere zin tijdloze, vertalingen van Ernst van Altena, maar in een groot aantal gevallen heeft men bewust gekozen voor hedendaagse vertalingen van Peer Wittenbols en Rob Klinkenberg. De eigen interpretaties van Jeroen Willems, de prima musicerende begeleiders en de eigenzinnige vertalingen maken dit album zo de moeite waard.

‘Je lied wordt gehoord’ heet het boek dat is geschreven door de uit Heerlen afkomstige Mieke Koenen. De titel is een citaat uit het Frans liedje ‘Jojo’ van Jacques Brel, één van de rollen die Willems vertolkte tijdens zijn carrière. Jeroen Willems werd geboren in Maastricht en groeide op in Heerlen. Hij studeerde af aan de toneelschool in Maastricht en werd gezien als één van de beste acteurs van ons land. Willems werd slechts vijftig jaar oud.

Hij zakte in elkaar tijdens een repetitie in theater Carré in Amsterdam. Die avond zou er een galavoorstelling plaatsvinden vanwege het 125-jarig bestaan van het theater. Hierbij zou ook Koningin Beatrix aanwezig zijn. Willems overleed diezelfde dag in het ziekenhuis. De voorstelling werd die dag afgelast.

Jeroen Willems ontving meerdere prijzen. In 1994 kreeg hij de Mary Dresselhuysprijs voor de beste acteur. In 2004 werd Jeroen Willems onderscheiden met de Louis d’Or voor zijn rol in La Musica Twee én voor de voorstelling ‘Brel de Zoete Oorlog’ van Toneelgroep Oostpool. In 2010 ontving Willems een Gouden Kalf voor beste mannelijke bijrol als Prins Claus in ‘Majesteit’ In deze film speelde Willems samen met de Limburgse actrices Carine Crützen en Hadewych Minis.

In december 2012 overleed - tot veler verdriet en veel te jong, hij was pas vijftig jaar - de acteur Jeroen Willems. Hij was vooral bekend om zijn zeer bezielde rollen als acteur, maar tien jaar geleden verraste Willems met prachtige vertolkingen van liederen van Jacques Brel (1929-1978) in de biografische voorstelling Brel, de zoete oorlog. Willems' overtuigende interpretatie van de liederen is uiteraard voor een groot deel toe te schrijven aan zijn enorme talent, zijn expressie-mogelijkheden en zijn bezieling.

Terecht koos hij ervoor Brel niet te imiteren, maar op zoek te gaan naar de emotie in de liederen, en die op zijn eigen manier tot uitdrukking te brengen. Dat leverde een andere, vaak ingetogener mimiek en lichaamstaal op dan bij Brel, die de zeggingskracht van diens oeuvre juist versterkt. Behalve aan het talent van Willems is de overtuigingskracht van zijn interpretatie ook te danken aan de teksten zelf. Het mooie van Willems' vertolkingen is dat veel liederen tot leven komen voor een Nederlands publiek.

Jeroen Willems zei hierover in een interview met Kester Freriks in nrc Handelsblad: ‘Nu ik de vertaling zing, weet ik wat Brel zong. Maar hoe overtuigend de teksten uit zijn mond ook klinken, hij heeft de teksten niet geschreven en ook niet vertaald. Het is een beetje te vergelijken met een lied als ‘Laat me’ van Ramses Shaffy, dat deze volledig op het lijf geschreven was -maar dan wel door een tekstschrijver, Herman Pieter de Boer, die een bewerking maakte van het lied ‘Vivre’ van Serge Reggiani.

Voor de Brelvoorstellingen werd een aantal veelgeprezen vertalingen van Ernst van Altena (1933-1999) gebruikt, soms met een minieme modernisering (in ‘Ne me quitte pas’ werden ‘paarlen’ modernere ‘parels’, ‘ziet men’ werd ‘zie je’). Overigens vallen deze nieuwe vertalingen onder een bizarre rechtenkwestie. Jacques Brel heeft vertaler Ernst van Altena in de jaren zestig het auteursrecht verleend (en dus het recht op royalty's) van alle bestaande en toekomstige vertalingen van zijn liedjes in het Nederlands, óók de vertalingen door anderen.

De vertalingen van het duo Klinkenberg en Wittenbols (k&w) zijn verrassend raak en muzikaal, zeker zo interessant als die van Van Altena, soms beter, en stukken sterker dan andere bestaande vertalingen, zoals de teksten in de verzamelbundel Ne me quitte pas van Nijgh en Van Ditmar (2004). Bijzonder aan de Brelvertolkingen van Jeroen Willems is dat deze een initiatief waren van een theatergroep, De Oostpool. Er werd vanuit een bepaalde theatrale visie aan de tekst gewerkt, door vertalers die ook toneeltekstschrijver zijn.

Vertaler Peer Wittenbols zegt daarover in bovengenoemd interview: ‘Eigenlijk zijn het vooral toneelteksten van Brel. Hij voert personages op, karakters, zoals de minnaar in Madeleine, [...] De stervende (Le Moribond), de twee wanhopige geliefden in Schiphol (Orly), de dronken zeelui uit Amsterdam (Le port d'Amsterdam) en De dronkeman (L'ivrogne). Zijn teksten zijn een schreeuw van dronkenschap, een noodkreet van liefde of doodsangst.’

Jeroen Willems sluit zich daarbij aan: ‘Ik wil de liederen oprecht vertolken, als een echte acteur. Ook Brel nam voor elk lied een andere rol aan. Dat verraadde de toneelspeler in hem. Vanuit deze invalshoek hebben de vertalers de overtuigingskracht van de ‘rollen’ en de zingbaarheid als uitgangspunt genomen. Voor dat doel hebben ze zo veel mogelijk muzikale middelen uit de kast gehaald: ritme, binnenrijm, alliteratie. Zo nodig weken ze inhoudelijk af van de letterlijke woorden; de muzikaliteit, de strekking en de sfeer gingen vóór de woordelijke betekenis.

Daarnaast streefden k&w naar een moderne vertaling, aldus Wittenbols: ‘Ik geloof dat elke tijd een andere vertaling nodig heeft die aansluit bij het heersende idioom. In de vertalingen van k&w is goed te zien hoe klank (rijm, binnenrijm, herhalingen) en ritme de teksten innerlijke samenhang en overtuigingskracht geven.

Klinkenberg en Wittenbols besloten ook het welbekende lied ‘Amsterdam’ opnieuw te vertalen. Hun uitgangspunt daarbij was dat dit lied niet over de haven zelf gaat, maar over een haven-café(buurt), de sfeer op de Amsterdamse wallen, die Brel goed kende. Overigens zou ‘Le port d'Amsterdam’ ook naar de naam van een al dan niet bestaand café kunnen verwijzen.

labels:

Zie ook: