Het eerste spreekwoord dat in mij opkomt, is brood en spelen. Maar inmiddels weet denk ik iedereen wel dat deze gevleugelde uitdrukking komt uit het oude Rome ten tijde van Gaius Sempronius Gracchus. Het enige dat het volk nodig heeft om gelukkig te blijven is eten en vermaak.
De oorsprong van 'brood en spelen'
De uitdrukking ‘Brood en Spelen’ (in het Latijn panem et circenses) komt uit het oude Rome en werd voor het eerst gebruikt door de dichter Juvenalis. Bovenstaande woorden zijn van de Romeinse schrijver Juvenalis (ca. 60-140 na Chr.). Het is Latijn voor de Nederlandse uitdrukking ‘brood en spelen’. Letterlijk staan deze woorden voor ‘eten en amusement’.
Het wordt vaak spottend gebruikt in de betekenis: ‘datgene waarmee het volk tevreden wordt gehouden’. Gratis voedseluitdelingen en gratis voorstellingen in het circus of amfitheater waren het enige waarnaar het Romeinse volk in de keizertijd verlangde. En verschillende keizers gaven aan deze wens graag gehoor om het volk rustig te houden. Op die toestand heeft deze uitdrukking dus betrekking.
De gratis graanuitdelingen, bijvoorbeeld voorafgaand aan gladiatorengevechten of andere optredens in het amfitheater, begonnen in de tweede eeuw voor Christus op initiatief van volkstribuun Gaius Sempronius Gracchus. Ook onder latere leiders, waaronder keizer Augustus, werd op grote schaal gebruik gemaakt van het principe van ‘brood en spelen’.
Juvenalis gebruikte de term brood en spelen sarcastisch. Hij wilde ermee aangeven dat het Romeinse volk oogkleppen ophad voor het verval van het Romeinse Rijk. De schrijver Juvenalis gebruikte de term ‘panem et circensus’ vooral ook sarcastisch: hij wilde ermee aangeven dat het Romeinse volk oogkleppen op had voor het verval van het Romeinse Rijk.
In 71 voor Christus werd begonnen met het gratis uitdelen van brood, omdat de kosten voor het levensonderhoud in Rome voor veel mensen te hoog waren en er een hongersnood dreigde. De spelen die georganiseerd werden, waren paarden- en wagenrennen, vaak afgewisseld met demonstraties van rijkunst, worstelwedstrijden en bloedige gevechten tussen mens en dier, of tussen dieren onderling.
De betekenis van 'brood en spelen'
Het is een bekende uitspraak die vaak als volgt wordt uitgelegd. volk wil, brood en spelen. Met die uitleg wordt eigenlijk aangegeven dat de politiek in dienst staat van het volk, dat zij luistert naar het volk, het beste voor heeft met haar burgers en hen dus geeft waar ze om vragen. Misschien zelfs wel wat ze nodig hebben.
Ga je je een beetje verdiepen in de betekenis, dan kom je echter ook nog een ietwat andere uitleg tegen. Van oorsprong wordt de uitspraak toegeschreven aan de dichter Juvenalis, hij schreef: “Vroeger verkochten we onze stem aan niemand. Al een hele tijd heeft het volk de macht afgestaan. Het volk benoemde vroeger militaire bevelhebbers, hoge ambtenaren, legioenen, alles.
Wat dus eigenlijk een nobel gebaar lijkt, staat ineens in een ander daglicht. Het geeft aan dat de interesse van burgers in het bestuur of eigenlijk de directe invloed daarop niet meer aanwezig is. Dat zij door te krijgen wat ze willen tevreden gesteld worden. Misschien was dat ook wel de bedoeling, een kloof creëren tussen burger en bestuur.
'Brood en spelen' in de moderne tijd
Ik dacht: Geeft dit ook niet weer hoe de geest van onze tijd is? Het volk is tevreden met ‘brood en spelen’, maar heeft geen oog voor het geestelijk en moreel verval van het land. We zien het om ons heen gebeuren. Waar een land en volk God en Zijn dienst verlaat, wordt de ontstane leegte altijd weer gevuld.
Dan komen er andere dingen in de plaats van God. Die dingen worden dan de nieuwe (af)goden van deze tijd. Het verklaart waarom bijvoorbeeld een van oorsprong heidens feest als Halloween zo’n opgang heeft gemaakt in Nederland. Hoorde je er vroeger weinig tot niets over, nu is het in de maand oktober nadrukkelijk aanwezig in de winkels en in de huizen. Dat geldt ook voor het wereldkampioenschap voetbal.
Het kan niemand ontgaan zijn dat deze week het WK Voetbal is begonnen in Brazilië. Natuurlijk is het WK al sinds 1930 een terugkerend iets, maar de aandacht daarvoor is in de loop der jaren buitenproportioneel geworden. Overal dringt het zich aan je op. En wie aangeeft er geen belang in te stellen, krijgt verbaasde reacties. We kunnen gerust stellen: voetbal is een van de nieuwe ‘religies’ van deze tijd.
De keizer van Rome dacht destijds: Geef het volk maar brood en spelen en ze zijn tevreden. Intussen was zich echter een grote ramp aan het voltrekken, waar men de ogen voor sloot: het geestelijke en morele verval. En uiteindelijk is het Romeinse Rijk aan zijn eigen decadentie ten onder gegaan. Aangrijpend.
De rol van brood in de Bijbel
Het gewone, alledaagse brood heet in het Hebreeuws lèchèm en in het Grieks artos. Beide woorden komen veelvuldig voor: lèchèm 297x (o.a. Gen. 14:18; 18:5; Ex. 29:23; 1 Kon. 18:4,13; 2 Kon. 6:22) en artos ruim 90x, vooral in de vier evangeliën (o.a. Mat. 6:11; 14:17; 15:33-34; 26:26; Mar. 2:26; 14:22; Luc. 4:3; 14:1; Joh. 6:1-15, 22-59; Hand. 2:42,47; 1 Kor.
Het ‘dagelijks brood’ (Mat. 6:11) is al het voedsel dat de mens nodig heeft om ‘vandaag’ te leven. Vooral in het evangelie van Johannes wordt bovengenoemde symboliek christologisch nader uitgewerkt. In aansluiting op het verhaal over de spijziging van de vijfduizend (Joh. 6:1-15) wordt, met een verwijzing naar de traditionele voorstelling van het manna als ‘het brood uit de hemel’ (Joh. 6:31), Jezus zowel ‘het ware brood uit de hemel’ als ‘het brood Gods’ genoemd (Joh. 6:32-33). Hij kan dan ook zeggen: ‘Ik ben het brood des levens’ (Joh. 6:35,48).
In de woorden die volgens de drie synoptische evangeliën werden gesproken tijdens de laatste maaltijd van Jezus met zijn leerlingen - de sedermaaltijd die het begin vormt van Pesach -krijgt het traditionele ritueel, bestaande uit dankzegging en het breken en ronddelen van het ongezuurde brood (de matzes), een nieuwe inhoud. De herinnering aan de exodus uit Egypte wordt verbonden met het lijden en sterven van Jezus: ‘Neemt, (eet), dit is mijn lichaam’ (Mar. 14:22; Mat. 26:26). Lucas en Paulus geven een iets andere formulering: ‘Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt’ (Luc. 22:19; 1 Kor. 11:24).
Agatha van Catania
Agatha van Catania was een beeldschone christelijke vrouw die woonde in Catania op Sicilië rond 250 na Christus. Zij was zo mooi dat de landvoogd haar tot zijn minnares wilde maken. Zij weigerde hem. En zoals zo vaak in die tijd vinden mannen het natuurlijk heel raar om ‘nee’ te horen van een vrouw. Want hij was een landvoogd: dat is zo ongeveer Gods geschenk aan vrouwen. En vrouwen hadden natuurlijk niets te willen. Agatha werd gevangen gezet en gemarteld. De landvoogd dacht dat hij op die wijze ervoor kon zorgen dat Agatha het christelijk geloof zou afzweren. Maar zoals het een heilige in spe betaamt, bleef zij standvastig aan haar geloof. ’s Nachts werd zij genezen door Petrus die door Jezus naar haar toe was gestuurd. De landvoogd was razend van woede en liet haar op de brandstapel gooien. Net op dat moment kwam er een aardbeving. De bevolking van Catania kwam daarop in opstand. De landvoogd liet Agatha uit het vuur halen en sloot haar weer op in de schuur waar ze gevangen was gezet. Maar hoe werd Agatha nu patrones van de bakkers? Toen haar borsten op die gruwelijke manier waren afgezet, legde men ze op een schaal. Op schilderijen werd zij afgebeeld met haar borsten naast zich op die schaal. Later begreep men niet meer dat het haar boezem was en verwarde de ovale lichaamsdelen met brood.
De tentoonstelling Gladiatoren in Museum Het Valkhof
In de tentoonstelling Gladiatoren in Museum Het Valkhof zijn voor het eerst bijzondere vondsten uit het Colosseum in Rome te zien in Nederland. In de tentoonstelling wordt het stereotypebeeld dat we kennen van gladiatoren, als woestelingen die leefden om te vechten, genuanceerd in beeld gebracht.
De bijbehorende tentoonstellingspublicatie doet ditzelfde en biedt een blik achter de schermen van de wereld van de gladiatoren. Zo behandelt Olivier Hekster als eerste de herkomst van de gladiatorenspelen. Hij wijst op het feit dat het zelfs in de Romeinse tijd merkbaar was dat men de spelen niet wilde toeschrijven aan de eigen cultuur, maar liever aan een vreemde. In de Romeinse tijd wordt als vreemde cultuur vaak gebruik gemaakt van de Etrusken. Naast de Etrusken krijgen echter ook de Campaniërs de oorsprong van de spelen in hun schoenen geschoven. De Campaniërs leken meer op de Romeinen en in hun regio zijn ook vele amfitheaters gevonden.
Toch waren de spelen, ondanks hun wreedheid, uitermate populair in het Romeinse Rijk. De populariteit van de spelen ging zelfs zo ver dat zelfs de Griekse koning Antiochus in Delphi Romeinse spelen organiseerde met maar liefst vierhonderdtachtig gladiatoren. Deze beschrijving wijst er op dat de spelen door nieuwe gebieden werden gebruikt om te laten zien hoe Romeins de gebieden waren. In de derde en tweede eeuw voor Christus verrijzen nieuwe amfitheaters in met name de westerse gebieden van het Romeinse Rijk.
In het tweede artikel gaat Rosella Rea, directeur van het Colosseum, in op de architectuur van het grootste amfitheater ter wereld, het Colosseum. Hierna vertelt Fik Meijer over het dagprogramma van de spelen, waarna Daniëlle Slootjes ingaat op de ingenieuze logistiek die de circa 75.000 bezoekers naar hun plaatsen moest brengen.
Het Colosseum had zo’n 76 ingangen en een capaciteit van zeker 50.000 zitplekken, inclusief staanplaatsen was er plek voor zo’n 75.000 toeschouwers. Aan de hand van Virtual Reality Technology kunnen simulaties worden gemaakt van de in- en uitstroom van bezoekers.
In een volgend artikel behandelt Vincent Hunink de spelen aan de hand van dichter Martialis. Hierna gaat Annelies Koster in op de verschillende soorten gladiatoren en focust Eric Moormann zich op de wapenrustingen van gladiatoren aan de hand van een belangrijke vondst van een aantal wapens en onderdelen van wapenuitrustingen.Moorman gaat in op de gladiatoren in Pompeï waarna Lotte Drouen zich in een volgend artikel toespitst op de vrouwelijke gladiatoren. Hoewel historici tien jaar geleden gladiatorengevechten met vrouwen in de hoofdrol voornamelijk afdeden als ‘klucht’ zijn er de laatste tijd steeds vaker onderzoekers die door het historisch materiaal opnieuw te bekijken concluderen dat vrouwelijke gladiatoren waarschijnlijk vaker voorkwamen en werden afgebeeld dan tot nu toe werd gedacht. Louis van den Hengel vergelijkt in een hierop volgend artikel de betekenis van gladiatorengevechten met het geweld in onze tijd. Hierna behandelt Stephan Mols de geschiedenis van het Colosseum na de Oudheid. Zo behandelt Harry van Enckevort het amfitheater in Nijmegen, het tot nu toe enige bekende theater uit Romeins Nederland.
De korte informatieve hoofdstukken zijn rijkelijk geïllustreerd waardoor de lezer een goed beeld krijgt van de gladiatorengeschiedenis die wordt beschreven.
labels: #Brood




