Chips zijn dunne, krokante schijfjes gefrituurde aardappel. Ze worden vaak gegeten als snack of tussendoortje. Naturel chips zijn gefrituurd en gezouten, andere smaken worden vervaardigd met verschillende ingrediënten, waaronder: kruiden, specerijen, kazen en/of andere smaakstoffen. Aardappelchips werden zo’n 150 jaar geleden uitgevonden door een kok in New York, die aardappelen zó dun sneed dat je er dwars doorheen kon kijken.
In de fabriek van Lay’s in Broek op Langedijk komen dagelijks 1 miljoen zakken chips en zoutjes van de band. Tegenwoordig is Lay’s (voorheen Smiths) eigendom van PepsiCo Nederland B.V.. Volgens de aardappelproducent Ontario Potato verbouwen boeren speciale chips- aardappelen. Deze aardappelen hebben een hoog zetmeelgehalte en een laag suikergehalte, zodat ze van binnen donzig blijven en lichtbruin worden als ze worden gebakken. Nadat de aardappelen zijn gerooid, worden ze opgeslagen in een temperatuurgecontroleerde omgeving. Als dat niet gebeurt, verandert hun zetmeel in suiker en wordt de aardappel ongeschikt om te verwerken. Aardappelen kunnen op deze manier ongeveer 4 maanden worden bewaard.
De aardappelen worden vervolgens gewassen en een machine wrijft de schil eraf en sorteert ze op grootte. De aardappelen gaan via een band naar een razendsnelle snijmachine. Sommige aardappelchips worden met een kartelmes in een fancy vorm gesneden. Hierna wordt het zetmeel van de aardappelschijfjes afgespoeld. De gesneden schijfjes worden kort gekookt. De ruimte die het kokende water in het aardappelschijfje inneemt, wordt bij het bakken vervangen door olie. Zo worden de chips krokant en knapperig. Het bakken gebeurt in een vat plantaardige olie op 190º C. Door het bakken wordt het zetmeel in de aardappel bruin en inspecteurs controleren of de chips de juiste kleur hebben alvorens ze uit de kuip te halen.
De meest gegeten chips zijn al jaren de ‘rode naturel’, waaraan alleen zout is toegevoegd. Ook de enigszins zoet gekruide ‘blauwe paprika’ doet het al jaren goed. Dan hebben we nog de klassieke ‘bolognese’ in groene zak, gekruid met bekende Italiaanse smaakmakers. Veel populaire chips zijn sterk bewerkt en zitten vol lege calorieën en ongezonde ingrediënten, waaronder toegevoegde suiker en kunstmatige kleurstoffen. De meeste chips bevatten veel natrium, afkomstig van zout. Er zijn trouwens ook ongezouten chips te koop. Een ander mogelijk gezondheidsrisico in verband met aardappelchips is acrylamide, dat ontstaat wanneer aardappelen bij hoge temperaturen worden gebakken of gefrituurd. Veel fabrikanten houden dit tegenwoordig wel beter in de gaten. Daarbij worden de meeste chips gebakken in zonnebloemolie.
Als je op zoek bent naar gezonde chips, is het belangrijk om producten te kiezen op basis van hun ingrediënten en voedingswaarde. Over het algemeen geldt, hoe minder ingrediënten hoe beter. De smaakversterker E621 (soms vermomd als gistextract) is een voorbeeld van een smaakstof die je beter kunt vermijden. Zoek chips zonder kunstmatige kleur- en/of smaakstoffen. Belangrijk is ook dat er geen toegevoegde suiker in zit. Omdat de meeste chips weinig proteïne en vezels bevatten, is het een goed idee om ze te combineren met een proteïne- en vezelrijke dip, zoals hummus of zwarte bonendip. Een nog gezonder alternatief zijn de groentechips, meestal gemaakt met rode biet, wortel en pastinaak. Er zijn tegenwoordig zelfs chips te koop op basis van kikkererwten, zoete aardappel of bakbananen. Het is tot slot ook een optie chips te kopen die zijn gefrituurd in olijfolie. Olijfolie is rijk aan omega 9 in de vorm van oliezuur, dat bekend staat als ‘goed voor hart- en bloedvaten’.
De Geschiedenis van Frituurovens
Semiconductors N.V. Eind jaren 40 neemt Floris Goes ontslag bij de drukkerij in Mijdrecht waar hij werkte. Hij besluit als eerste Nederlander om frituurovens te gaan bouwen. Goes kwam op het idee toen hij na de oorlog als militair gelegerd was op een Nederlandse basis in Wolverhampton. Daar zag hij dat Engelsen hun fish & chips bereidden op rechthoekige bakken met vet dat werd gestookt op gas of kolen en waar geen thermostaat op zat. Bij het zoeken naar meer productiecapaciteit komt hij in 1951 uit bij carrosseriebouwer Quirinus Bakker. Die bouwde tot dan toe vanuit Kamerik (vlakbij Woerden) aanhangwagens voor de ERU kaasfabriek in Woerden (die van Goudkuipje). De twee gaan uit elkaar. Volgens sommigen met ruzie. In 1957 startte Floris Goes zijn eigen fabriek in Woerden.
In de jaren 60 produceert Floris Goes volop frituurovens voor cafetaria’s en snackbars. Onder de naam Florigo Industrie begint hij ook met de grote industriële fabrieksfrituurlijnen voor friet, chips en pinda’s. In 1965 wordt Kiremko B.V opgericht. Ook daar worden fabrieksproductielijnen gemaakt voor de productie van frites, chips en nog veel meer. Oud-Florigo-werknemer Bob Prakken richt in 1980 in Woerden BluePrint Automation op. Het is gespecialiseerd in het “automatisch verpakken van niet vormvaste verpakkingen” . Die machines stoppen zakken friet (of andere producten) in dozen. In 1981 verkoopt Floris Goes die fabriekstak. Hij gaat door met de fabricage van de frituurovens en bakwanden voor cafetaria’s en snackbars onder de naam Florigo Horeca b.v. Florigo International wordt in 2002 gekocht door het Duitse BMA. BMA bestaat in de jaren daarna uit twee takken: één die zich richt op de aardappelverwerkende-industrie en één die zich richt op de kaasverwerkende-industrie.
In 2012 gaat BMA Groep Nederland failliet. Een belangrijk moment voor de erfenis van Quirinus Bakker. Florigo gaat in 2019 verder onder Ducate Woerden, samen met fabrikanten De Kuiper en Hegro. De drie blijven als zelfstandige merken opereren. De drie gevestigde fabrikanten bundelen hun kennis en krachten met behoud van hun eigen, unieke identiteit. In opdracht van de Stichting Vrienden Fastfood bracht Ubel Zuiderveld in 2008 door middel van een canon de geschiedenis van snacks en fastfood in Nederland voor het eerst in beeld. “Willen we het heden begrijpen, ons wagen aan voorspellingen, of uitspraken doen over de toekomst, dan zullen we het verleden moeten kennen”, aldus Frans van Rooij.
Op woensdag 1 november 1967 tekende Harry Thissen een contract met het Duitse bedrijf Gewürzwerk Herman Laue voor de verkoop van 200 dozen Hela Kruiden Ketchup Curry in het volgende jaar. In de 1960’s groeien fabrikanten van snacks (zoals Mora en Beckers), sauzen (Luyckx, Remia, Gouda’s Glorie) en frites (Aviko, De Fritesspecialist) groter. Snacks maken de meeste frituurondernemers desondanks nog zelf. Wel verwerken al vier van elke tien cafetariahouders patat die in de fabriek is voorgebakken.
‘Vooralsnog moeten we in de Nederlandse verhouding het uniforme in- en exterieur afwijzen.’ Luidt het commentaar van brancheorganisatie Horecaf als Wimpy de Nederlandse markt betreedt. Wimpy krijgt navolging van andere formules. Nordsee Quick - vis fastfood - opent in 1970 zijn eerste restaurant. Er zullen er vele volgen. Albert Heijn begeeft zich na Wimpy weer in de fastfood. AH opent de eerste McDonald’s in Zaandam. Mét kip en appelmoes. De samenwerking duurt tot 1974. McDonald’s gaat alleen verder, mét hamburgers.
Een melange van fritessaus of mayonaise, gesnipperde uitjes en ketchup (later overwegend curryketchup). Het speciaaltje is geboren. Frites speciaal, frikandel speciaal (overdwars doorgesneden) en hamburger speciaal worden bestsellers. Vanaf het midden van de 1970s marcheert het speciaaltje op. Konsumentenkontakt krijgt klachten over dure patat in snackbars. De prijs is zo hoog, omdat de aanvoer van Bintjes in 1976 te wensen overlaat. Als het Bintje weer royaal voorradig is, blijft frites duur. Aan het einde van de 1970’s maakt Nederland kennis met het broodje shoarmavlees, een Arabische fastfoodvariant. Overwegend Egyptenaren en Palestijnen openen honderden shoarmazaken. Hun aantal bedraagt in 1995 ruim 1200. De frikandel is in de loop der jaren meer dan eens het middelpunt van een publieke affaire. Voor het eerst in 1982. Consumentenprogramma Tros Kieskeurig zet met opmerkingen als ‘Er zit alleen slachtafval in’ de snack in een kwaad daglicht. De verkoop van frikandellen zakt als een baksteen.
Het productschap van de tuinbouwers lanceert het Broodje Gezond. Sla, schijfjes komkommer, tomaat, plakje kaas. Veel cafetaria’s nemen het (zachte) broodje op in hun assortiment. Uit de campagne komt bovendien een succesvolle vakwedstrijd voort: Het Lekkerste Broodje van Nederland. Frikandel, kroket, frites. Het supertrio in friturend Nederland, de grote omzetmakers in de cafetaria. Aan de lopende band worden nieuwe snacks geïntroduceerd, maar de meeste zijn geen blijvertjes. Een nieuwe bestseller diende zich aan in 1984, de Mexicano van De Vries Vleessnacks in Dordrecht. De cafetariasector professionaliseert. Met eigen opleidingen, een actieve brancheorganisatie, vakblad Snackkoerier (sinds 1987) en vakwedstrijden. Er wordt gestreefd naar een erkenningsregeling. Die komt er niet. Wel is in 1992 het cafetariamerk Kwalitaria het gevolg. Vanaf 1986 zijn kansspelautomaten die geld uitkeren toegestaan in de horeca. Vooral in de cafetariasector is het hek daarna snel van de dam. Frituurondernemers verdienen vele duizenden guldens - soms zelfs tonnen - met gokkasten. De opbrengst in de totale snackbranche is zeker vele honderden miljoenen.
De Opkomst van Nederhop
‘Ik vind het oh zo stom dat ik altijd huiswerk heb!’ Dit is Danny. Hij was een jongen van 12 die helemaal geen zin had om sommen te maken of geschiedenis te leren. En geloof het of niet, in 1980 was hij de allereerste Nederlandse rapper. Wat is rappen? Danny had dat rappen niet zelf uitgevonden. In Amerika was dit soort muziek, hiphop, al een tijdje erg populair. Op 2 februari 1980 werd ‘Rapper’s Delight’ van de Amerikaanse groep Sugarhill Gang een nummer 1-hit in Nederland, en daarna begonnen we die hiphop steeds meer na te apen. Op 22 maart kwam ‘Repperdeklep’ de hitlijsten binnen, dus Danny Boy was er wel heel snel bij!
Na het succes van Danny Boy zou het nog even duren voordat de ‘nederhop’ ontstond. De meeste rappers in Nederland schreven Engelse teksten. De Amsterdamse jongens van Osdorp Posse waren in 1990 (tien jaar na Danny!) zo’n beetje de eersten die in het Nederlands begonnen te rappen. Dat lieten ze zien in tv-programma Onrust. Def P, de frontman van de groep, vertaalde bijna letterlijk teksten uit Amerika voor vrienden die niet zo goed Engels konden. Als je dat nu luistert, klinkt het nogal houterig, hè? Het grappigste was dat Def P de scheldwoorden ook letterlijk vertaalde. ‘Motherfucker’ werd dus ‘moederneuker’. Dat vonden de mensen die bij Radio 3 werkten zo grof dat ze weigerden de muziek van Def P te draaien!
Wil je een idee krijgen hoe groot Osdorp Posse was? De eerste grote Nederhop-hit was overigens ‘Spraakwater’ van Extince, ook in 1995. Dat was meteen ook het eerste liedje dat op Top Notch uitkwam, nog altijd de allerbelangrijkste platenmaatschappij voor hiphop in Nederland. In Amerika was er veel rivaliteit tussen rappers, de ene maakte dan de andere met een liedje belachelijk. Ook in Nederland gebeurt dat. In de jaren daarop werd hiphop in Nederland steeds origineler, de taalvondsten werden scherper en rappers kregen een eigen stem. Ja, en steeds meer mensen begonnen te rappen. Vooral in de grote steden, maar één groep in het verre oosten van Nederland liet zien dat goede, rauwe hiphop niet aan stadsgrenzen gebonden was: Opgezwolle, de groep rondom Sticks, Rico en DJ Delic. Ze stonden ook aan de wieg van het succes van bijvoorbeeld Typhoon, Jawat! en Kubus en ook muziekliefhebbers die niks met hiphop hadden, konden niet ontkennen dat de albums van Opgezwolle meesterwerken zijn.
Hiphop werd steeds populairder in Nederland. Maar toch vooral voor jongeren. In 2004 veranderde dat. Zanger Marco Borsato - zelfs je opa en oma kennen hem - vroeg toen aan Ali B of hij tijdens zijn optreden in De Kuip wilde meedoen aan zijn liedje ‘Wat Zou Je Doen’. Dat was een hele slimme zet, zowel voor Marco als voor Ali. Marco zag dat Ali razend populair was onder de kids, met zijn liedjes ‘Waar gaat dit heen?’ en ‘Ik ben je zat’. 'Wat Zou Je Doen' bleek een gouden formule, die zó goed werkte dat Ali er later een heel televisieprogramma op baseerde: Ali B op volle toeren, waarin werelden samenkomen en Ali elke uitzending een bevriende rapper koppelde aan een Nederlandstalige ster. Inmiddels is Ali een echte Bekende Nederlander, die wekelijks op tv komt als jurylid van The Voice en regelmatig in talkshows aanschuift.
‘Je bent een sjembek dat zeurt, maar je weet niet watskeburt.’ Taalvernieuwing was altijd al belangrijk in de hiphop. Zonder Osdorp Posse hadden we nu ‘chillen’ niet als werkwoord gebruikt. Maar De Jeugd van Tegenwoordig tilde die woordvernieuwing naar een nieuw niveau. Watskeburt werd zelfs in het woordenboek opgenomen! Aanvankelijk dacht iedereen dat De Jeugd van Tegenwoordig een eendagsvlieg zou blijken. Tijdens interviews hielden Faberyayo, Vjeze Fur en Willie Wartaal hele onzinverhalen op, dan vertelden ze dat ze elkaar hadden leren kennen bij de audities voor Idols (zoiets als The Voice). Allemaal onzin natuurlijk.
Eigenlijk zijn we iets ontzettend belangrijks vergeten te vertellen. Hiphop is meer dan muziek. Hiphop is een culturele stroming, oorspronkelijk uit de getto’s van New York. Het was voor afro-Amerikaanse jongeren een manier om hun stem te laten horen en de boosheid van zich af te schrijven. Kendrick Lamar doet dat nu, N.W.A. Ook in Nederland was dit altijd al een belangrijke functie van hiphop. De straatrap is minder zichtbaar in de hitlijsten, maar Kempi, Hef en natuurlijk MocroManiac rappen al jaren hoe het leven in probleemwijken als Kraaiennest, Zalmplaat en Woensel-West eruit ziet. Dankzij 101Barz werden dat soort artiesten zichtbaar. Aanvankelijk was het een uur-durend tv-programma gepresenteerd door Rotjoch, maar al gauw groeide het uit tot een super-succesvol online kanaal waar je wekelijks studiosessies ziet van veelbelovend talent en gevestigde rappers.
Overigens was er ook vanuit de hiphopwereld zelf kritiek op straatrap. In 2015 volgde een nieuwe explosie van nederhop, toen platenmaatschappij Top Notch een hele berg rappers en producers naar het waddeneiland Schiermonnikoog stuurde. Voor die tijd waren Lil’ Kleine, Frenna, Jack $hirak, Jonna Fraser en Ronnie Flex nog helemaal niet zo beroemd. Maar ze maakten daar op het eiland het album New Wave en de gigantische hit ’Drank & Drugs’. In één klap veranderde een nieuwe generatie aan rappers in supersterren. Er was veel ophef rond ‘Drank & Drugs’: ouders waren boos om de tekst ‘alle tieners zeggen ja tegen mdma!’ en zelfs de politiek begon zich ermee te bemoeien. Dus schreven Ronnie Flex en Lil’ Kleine ook een speciale kinderversie: ‘Chips & Cola’.
Nu is nederhop groter dan ooit. Nog steeds hoor je dat veel Nederlandse rappers Amerikaanse artiesten na-apen, maar eigenlijk nemen we invloeden uit de hele wereld mee. Ben je wel eens bij een concert van Ronnie Flex of Typhoon geweest? Dan hoorde je Surinaamse ritmes. Broederliefde is geïnspireerd door Kaapverdiaanse muziek. Boef, Lijpe en Josylvio zingen allerlei Arabische melodieën. F1rstman wil Bollywood veroveren. De liedjes van Bizzey? Die verwijzen naar Braziliaanse baile funk. De afgelopen jaren is uit Amerika en Engeland ook het drill-genre komen overwaaien naar Nederland: een nogal agressieve vorm van hiphop waarin rappers elkaar opjutten en met messen en pistolen zwaaien in hun videoclips. Word je daar als luisteraar ook agressiever van? Of laten ze simpelweg zien wat er op straat leeft? Die discussie is al even oud als hiphop zelf. In Engeland werd drillmuziek aan banden gelegd.
labels:




