De Limburgse volkstaal is rijk aan spreekwoorden en gezegden, die op een korte, kernachtige en vaak geestige manier een erkende waarheid overbrengen. De Limburger maakt hierbij graag gebruik van beelden uit het boerenleven en de ambachten die daarmee verbonden waren. Deze gezegden bevatten vaak humor, maar ook een diepe ernst en levenswijsheid. Ze dienen soms als morele schuts, als wijze gedragsregels voor jong en oud.
Om te voorkomen dat deze zegswijzen verdwijnen, is het belangrijk dat ze levend blijven op onze tong en dat we ze blijven gebruiken in gesprekken, vooral met onze kinderen. Ze moeten als een erfgoed van ouders op kinderen overgaan, samen met ons mooie dialect.
Omdat veel van deze gezegden verwijzen naar verdwenen ambachten, toestanden en levensomstandigheden, is vaak een toelichting nodig. We zullen hier en daar moeten wijzen op zaken uit het verleden, anders zouden deze zegswijzen veroordeeld zijn om te verdwijnen uit de volksmond.
Hieronder volgt een verzameling van Limburgse spreekwoorden en zegswijzen, met uitleg over hun betekenis en achtergrond.
Voorbeelden van Limburgse spreekwoorden en zegswijzen
- "Al moel wat aan dich is, zagt de vos."
- "Eine widman (weduwnaar) maag neit langer vrieje." Een mooie overdrijving van de goede oude zede, dat de verkering voor een tweede huwelijk kort moet zijn.
- "Katten en wieven motten thoes blieven."
- "Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding."
- "Als me zus klootjes had gehad, was ze nu me broer."
- "Als Canadeze net zoveel zoude keze als Chineze, zoude er meer Canadeze dan Chineze wezen."
- "Als ik zo rijk was ging ik Den Haag wonen."
- "As is verbrande turf"
- "Bén je haartje besodemietert... ?!"
- "Daar komt niks van in! Ben je helemaal van de pot gerukt?!"
- "Die is rijp voor Maasoord" Dat is een gekkenhuis verwijzend.
- "De koningin heb ook een scheur" Niets is perfect.
- "Deze grammofoonplaat is van twee kanten afspeelbaar!" Deze persoon is biseksueel!
- "Hebbie holtorren?" Jeuk aan je achterste.
- "Hebbie nog een paar cente voor me?" Heb je nog geld voor mij?
- "Hebbie een peukie voor me?" Heb je een sigaret voor me?
- "Hoe dichter bai Dordt, hoe rotter ut wordt!" Hoe dichter bij Dordrecht, hoe vervelender het wordt!
- "Hout je roer reg" Op jezelf letten.
- "Je ken de pestpokke krijgen" Je kan de rambam krijgen.
- "Je meurt!" Je ruikt niet zo fris.
- "Je staat op mijn tenen! Opput Wiite Huis sta'je hoger!"
- "Mot je me portemonnee ook hebbe" Als iemand iets van je wil hebben.
- "Niet druppele, doorzeiken!" Hou op met stotteren.
- "Zeed voor de Ommerse Skans." Jongens die na donkers nog buiten zijn.
- "Staat hier effe wortel te schietuh" Ik sta hier al heel lang te wachten.
- "Waarachtig, ze bracht er een en Peter zei, terwijl hij het glaasje nam: ‘Te laat vrouw, te laat."
Ambachten en hun spreekwoorden
De weverij was een belangrijk onderdeel van het boerenleven. Het vlas- en hennepgaren dat ze te verwerken kregen, was vaak maandenlang op boerenzolders bewaard, waardoor het verontreinigd kon zijn. De wever maakte dan later bij zijn werk kennis met de sporen van deze verontreiniging.
Ook de dakdekker had zijn eigen gereedschap, zoals een plank met korte steel en groeven in de breedte (‘het dèkbrèèd’).
Boerenleven en spreekwoorden
Het gebeurde vroeger vaak dat de gepachte boerderij vlak bij het kasteel of landhuis van de heer lag. De boer achtte dat niet de ideale toestand, omdat de heer dan al te gauw bemerkte eventuele welstand en voorspoed van de boer. Als de heer zo nabij woonde, versleet de boer door het groeten van zijn heer bij de veelvuldige ontmoetingen ‘eine patsjeklep’.
In de middeleeuwen kenden we ook hier in Limburg het opzoeken van gevallen eikels door varkens. In de geschiedenis van de oude heerlijkheid Horst is er uitdrukkelijk sprake van ‘ekeren’ van varkens. Er werd door de Heer zelfs verlof gegeven tot het poten van eikebomen vóór de erven, dus niet op eigen grond, waarvan de eikels, als ze rijp waren, geslagen werden; die eikels dienden als voedsel voor de varkens.
Geduld en levenswijsheid
Een aansporing tot geduld, als niet alles op stel en sprong goed gaat. Dit rijmpje wil een armtierige streek schilderen, waar niet veel welvaart heerst.
Huwelijk en relaties
Volgens deze raadgeving, moet men zijn toekomstige vrouw niet te ver van huis zoeken. Vergelijken we deze met no. 29. Eine widman (weduwnaar) maag neit langer vrieje. Een mooie overdrijving van de goede oude zede, dat de verkering voor een tweede huwelijk kort moet zijn.
Deze zegswijze vertelt ons, dat de goede zeden niet toelaten, dat een jongen en een meisje verkering hebben, terwijl ze in hetzelfde huis wonen. Hieraan werd door onze Limburgse voorouders zeer streng de hand gehouden en met recht. vrije opvattingen kunnen aan de zedelijkheidsnormen niets veranderen, deze staan boven de tijd, en boven dat, wat men in deze ‘vooruitgang’ noemt, terwijl het in wezen geen vooruitgang maar achteruitgang betekent.
Zuinigheid en welstand
Deze zegswijze werd in twee uiteenlopende betekenissen gebruikt. Soms wees ze op een door lang sparen verkregen fortuin van oudjes, die er dus warmpjes bij zaten.
De boer kwam het snelst in welstand vooruit, als hij in plaats van veel dochters veel zoons had. Hij kon dan naar meer land omzien of een grotere boerderij pachten.
Moeilijkheden en tegenstand
Hij wordt in 't nauw gebracht, moet het loodje leggen.
Hij loopt tegen de lamp, ontmoet bezwaren en tegenstand. Om deze uitdrukking in haar beeldspraak te begrijpen, moeten we weten, dat met Sint Tolbert bedoeld is de Sint Adelbertskerk te Aken, die heel vreemd op een soort rots gebouwd is, een beeld van onverzettelijkheid.
Eisen en bedrog
Wie zijn eisen te hoog stelt; komt tenslotte bedrogen uit.
Hulpvaardigheid en naoberplicht
Op onze dorpen gebeurde het vaak, dat er bij de buurman een of meer broden geleend werden, als 't brood opraakte voor de vastgestelde bakdag. Wanneer men dan gebakken had, werden de geleende broden van gelijke zwaarte teruggegeven. Men hielp mekaar op deze wijze uit ‘naoberplicht’. 't Zag er dus wel raar uit, wanneer er negen broden geleend waren en er bij de volgende bak maar acht gebakken werden.
Verstandig handelen
Hij heeft verstandig gehandeld.
Zuinigheid en verlies
Hij bezuinigt aan de ene kant en verliest 't aan de andere.
Beheersing en vastberadenheid
De voerman verloor niet gauw zijn hoofd, zelfs dan niet als hij met kar en paard naast de weg kwam.
Bescheidenheid en droogte
Boekweit is ook in Limburg vroeger op zeer bescheiden schaal verbouwd; men koos daarvoor de plekjes, waar de leemlaag dun was en de andere gewassen nog al last van de droogte hadden.
Tuinieren en specialisatie
Enige verklaring behoeft misschien het woordje toên, in 't meervoud túún. Om de boomgaard kende men vroeger enkel de mooie opgaande dorenhagen met de bekende meidorens. Door 't afsterven, dus door slijtage en ook omdat een stuk van de heg om de een of andere reden in de winter was weggenomen, kreeg men open plekken van een meter of wat breed, die in het voorjaar gedicht moesten worden. Dit gebeurde met elders van de heg gekapte dorentakken. Zo kreeg men, wat genoemd werd een ‘toen’ en het werk zelf noemde men ‘tùùnen’. Dat ‘tùùnen’ was een werkje, waar de ‘deuren heisj’ aan te pas kwam. Dat was een zeer stijve, leren handschoen zonder vingers maar met een lang verlengstuk ter beschutting van de onderarm. Lang niet iedereen op de boerderij was in staat, 'n goede ondoorbreekbare ‘toen’ te zetten. Gewoonlijk was 't 'n oudere knecht, of de boer zelf, die daar zo langzamerhand een specialiteit in geworden was.
Gedroogd fruit en lekkernijen
‘Euft’ zijn gedroogde appels en peren, die bij de minder verwende smaak van vroeger voor de jeugd van toen een lekkernij waren. We herinneren ons nog goed, hoe op elke boerderij in het najaar fruit werd gedroogd in de bakoven, nadat deze gebruikt was voor het bakken van brood en dus nog warm was. 't Was dan voor een jongen een zeer begerenswaardig karweitje, om enkele dagen later de ‘euft’ uit de oven te mogen halen. Hij moest dan in 'n oude plunje de oven in kruipen om dit werk te verrichten. maag en zakken vulde met het lekkerste dat hij vond. Zonder ‘euft’ in de winter geen vla; van verse appels bakte men in hoofdzaak vla in de herfst. We watertanden nog, als we terugdenken aan de dikke vla van verse appels, die aan het personeel der boerderij gepresenteerd werd bij het aardappelrooien. Het drogen van fruit in 't groot voor de handel had maar plaats, waar ook tegelijkertijd een inrichting was voor het stoken van siroop. Het gebeurde op enkele kleinere boerderijen, die daar een bijverdienste in zochten. Men had dan annex het bakhuis, de stook-plaats voor de siroop en de zogenaamde ‘dreughuuskes’ met vele houten rekken, waarop de ‘eurtjes’ met het te drogen fruit geplaatst werden.
Nieuwsgierigheid en feestelijkheid
Alles loopt uit om iets vreemds, ook wel iets feestelijks te zien. Hier hebben we een van de zeer weinige voorbeelden, dat in een volksgezegde een bepaalde plaatsnaam verweven is.
Verkwisting en spaarzaamheid
Wat door het ene geslacht met zorg wordt vergaard en gespaard, wordt door de nazaat vaak verkwist. Vergelijk de spreuk onder no.
Armoede en aankomst
Hij is in de streek aangekomen zonder enig bezit.
Vauere en afsluiting
Bij deze uitdrukking kunnen we niet nalaten het woordje ‘vauere’ dat ook van de verdwijnende soort is, even onder handen te nemen. Een vauere is een zeer brede en lage afsluiting van een weide in hekvorm, 't Is eigenlijk een soort hefboom, die zijn steunpunt (hier ook draaipunt) heeft op een dikke paal en waarvan de korte arm bezwaard is met een zware steen als tegenwicht voor de zwaarte van de lange arm met het hek. Wijlen de heer Hoens behandelt in een zijner publicaties de oorspronkelijke vorm en betekenis van ‘vauere’: oorspronkelijk was het valtir, later velter dat letterlijk betekent ‘valboom’. Er zijn nog plaatsen waar men een ‘vauersweg’ kent (Doenrade) of een ‘veltjerweg’ (Schinnen). Dat wijst erop dat sommige dorpen op deze wijze door een ‘vauere’ of ‘valdere’ een voorname toegangsweg, vooral voor voertuigen, konden afsluiten. Een onverdacht bewijs daarvan vinden we in de zestien-eeuwse tekst, die ons de veel vroegere schenking van de Graethei (toendertijd een bos) door Koning Sanderbout aan de 14 kerkdorpen vertelt. We lichten de bewuste passage even uit: ‘...... ende reidt so tot Holtumb; ende he vont dar eyn alt wijff bij dat valderen staen. baedt haer, dat sij hem dat op dede, des sij niet doen en woude ’. Letterlijk is dat waar en voor iemand, die de gewoonte van het vee kent, ook goed verklaarbaar.
Tapperij en herberg
Daar is tapperij of herberg. Die ‘wusj’ was een tak van de jeneverbes, of ‘wachelder’, die men als heester op al onze heidevelden wild aantrof. Overal, waar bier of jenever vertapt werd, was zo'n tak als een teken der tapperij aan de muur langs de straat bevestigd, toen men er nog geen uithangborden of beschilderde ruiten op na hield. Elk jaar werd de tak vernieuwd. ‘De wachelder’ is onze enige echt inlandse, dus wild groeiende conifeer. Op de Brunssumerheide, waar hij voor twintig jaren nog druk gevonden werd, is hij door de mijnexploitatie zo goed als geheel verdwenen.
Waarschuwingen en lessen
In onze jeugd hebben we deze waarschuwing dikwijls uit moeders mond gehoord.
Een zeer merkwaardige les in zuinigheid voor de boer.
Wordt gezegd tot iemand, die geleende gereedschappen niet dadelijk na het gebruik terugbrengt.
Overdrijving en afstraffing
Moord en brand schreeuwen bij een gevoelige afstraffing.
Hij is een kwade brutale rakker.
Vrouwelijke raadgevingen
Men moet niet te grif ingaan op vrouwelijke raadgevingen.
Les lezen en zuivering
Iemand geducht de les lezen, dus ook een soort ‘zuivering’. De ‘wan’ is verdrongen door de wanmolen op de boerderij.
Bescherming en gezegden
Achter een grashalm schuilen voor een storm klink!
Een zeer oud gezegde dat niemand meer gebruikt. We merken het wel aan de genoemde munt, de schelling, die al zeer lang verdwenen is.
Lekkernijen en kaartspel
Distelen in de zomer een lastig onkruid; in de winter nog een lekkernij voor het vee.
Veel gebruikt bij het kaartspel, als men wil te kennen geven, dat een der spelers nog wat te wachten staat. In opvallend veel dorpen in Zuid-Limburg is dit gezegde bekend.
Humor en toegang
Humoristische uitdrukking als men ergens de toegang versperd vindt door een hangslot.
Overmoed en kleermaker
Hij heeft het te goed, wordt daardoor overmoedig.
Dit gezegde moest de leerjongen bij de kleermaker, of het leermeisje bij de naaister nog al eens horen.
Huwelijk en graandorser
Die is gauw tot een huwelijk bereid.
Hij eet als een graandorser.
Reizen en gevaar
Een van de lastigste reizen was vroeger de reis met kar en paard naar de ‘Koël’ van Kerkrade, waar de huisbrand werd gehaald voor de komende winter. Voerman en paard waren vermoeid, als ze terugkwamen en het paard toonde dat ook duidelijk in zijn stap.
De voerman had een gevaarlijk werk, waarbij dodelijke ongelukken niet uitgesloten waren.
Dieverij en lente
Een zeer eigenaardige uitdrukking, om min of meer verbloemd te vertellen, dat iemand veldvruchten steelt.
Deze uitdrukking moest eigenlijk ondergebracht zijn in de vorige afdeling. Normaal kon de scheper begin Februari met de schapen naar buiten en had dus lente.
Kleding en rijkdom
Hij is dan door zijn degelijke kleren deftiger dan de andere.
Ook bij zaken waar iemand veel geld heeft verdiend. Altijd is men rijk geweest aan spreuken, wanneer men het kwaad der onmatigheid wilde brandmerken of er soms bittere spot mee dreef.
Deze laatste spot met boven de stand te leven.
Drinken en spijt
Wanneer we iemand hebben, die nu juist niet tot het gilde der drinkers gerekend kan worden, maar wel tot de liefhebbers van een borreltje, dan kan het geval wel eens een komische zijde hebben en raakt de Limburgse humor los. Nu lag hij daar en hij voelde het, 't zou wel eens spoedig met hem gedaan kunnen zijn. Zijn vrouw zag, dat hij aftakelde en in een opwelling van medelijden wilde ze hem het genoegen van een borrel nu eens gunnen.
Begin en bekwaamheid
Alle begin is zwaar behalve bij de lompenhandelaar; zijn beginnen is licht, want de voddenzak is nog leeg, als hij begint.
Wanneer iemand op een bepaald gebied, grote bekwaamheid bezit, er veel van af weet, gebruikt men deze zegswijze om zijn knapheid aan te duiden. De oude oliekruik, die jaren voor het bewaren van de olie gebruikt werd, was zelf tenslotte geheel doordrenkt (‘Doortòge’) van dit vocht, was dus als 't ware één geworden met de vloeistof die ze bevatte.
Tafelen en uitdeling
Dit werd gezegd, als men te laat aan tafel kwam, en dus misschien niet meer aan de volle maaltijd kon deelnemen.
Dit werd door onze ouders dikwijls gezegd, als kinderen bij een of andere uitdeling, wat zeer voorbarig en opdringerig te werk gingen.
Ploegen en straffen
Min of meer ongunstig.
Meestal ongunstig, 't Werd gezegd als iemand maar op de gis had geploegd, bewerende dat hij de grensstenen niet had kunnen vinden, met het gewone gevolg, dat hij dan van andermans land bij het zijne had geploegd. Het opzettelijk verleggen van grenspalen werd in de middeleeuwen zeer zwaar gestraft. volk geloofde, dat de geest van een gestorvene, die zich aan dat misdrijf had plichtig gemaakt, terug kwam en de paal moest slepen, tot iemand kwa...
labels: #Brood
Zie ook:
- Kaas Uien Brood Zelf Bakken: Makkelijk Recept!
- Gevuld Turks Brood Maken: Het Beste Recept voor Thuis
- Brood bakken met broodbakmachine: Tips & Heerlijke recepten
- Ontdek Heerlijke Verjaardagsrecepten voor een Onvergetelijk Avondeten vol Smaken!
- Ontdek de Lekkerste Indische Cake Soorten: Makkelijke Recepten om Zelf te Bakken!




