Het is zondag 14 juni in het Corona-jaar 2020. Deze tekst neemt ons mee op een reis door verschillende plaatsen in Nederland, waarbij we stilstaan bij de geschiedenis en de verhalen die verborgen liggen achter de namen en plekken die we passeren.

Nunspeet en Omstreken

De naam Nunspeet is waarschijnlijk een vervorming van ‘Nuwenspete’, hetgeen zo iets als ‘nieuwe ontginning’ betekent. Elspeet zou dan ‘oude ontginning’ zijn. Elspeet behoort tot de gemeente Nunspeet. Nunspeet is ontstaan op de grens van bos en water, een zogenaamd enkdorp. Tot in de 19e eeuw is het heel klein gebleven, met keuterboeren, dagloners en eikschillers, levend in plaggenhutten. Stuifzanden bedreigden tot in de 20e eeuw het dorp. Toen werden grote delen bebost.

In de 19e eeuw werden zogenoemde ‘locomotiefhuisjes’ gebouwd, lage huisjes met in de voorgevel een markante schoorsteen en zo aan een locomotief deden denken. Er is er nog één over, een ander staat in Vierhouten, een derde in het Openluchtmuseum in Arnhem. In 1830 werd de Zuiderzeestraatweg aangelegd en in 1863 kwam het spoor. De bevolking groeide, er kwam o.a. een katoenfabriek en de bebossingsprojecten zorgden vooral voor veel werk.

In 1895 kwam de sociaal-liberale ondernemer Francois Adriaan Molijn in Nunspeet wonen en hij startte een verffabriek en een melkfabriek en bouwde een villawijk, nog immer karakteristiek voor het dorp. In 1925 kwam er een camping, een van de oudste van ons land. Toerisme werd steeds belangrijker. Hotel De Mallejan was er al in 1862, waar ook de koninklijke familie regelmatig ging logeren. In 1952 werd de Generaal Winkelmankazerne gebouwd en werden omliggende heiden als militair oefenterrein gebruik genomen.

In de Eerste Wereldoorlog werd iets ten oosten van het dorp een kamp ingericht voor ruim 7.000 Belgische vluchtelingen. In de Tweede Wereldoorlog vonden in de bossen in de richting Vierhouten enkele honderden onderduikers een schuilplaats, nu Het Verscholen Dorp geheten. In het dorp bevond zich ook Kamp De Bruine Enk, waar joden in de bossen te werk werden gesteld voor ze werden doorgevoerd. Op de Noorderheide was een droppingzone waar geallieerde agenten en materieel werden gedropt. In het Zandenbos bevond zich een teststation van V4 Rheinbote.

Op de route tref je extra rondjes, die niet goed in het eigenlijke traject passen, maar wel passen binnen het thema van het Westerborkpad. Zo is er een wandeling vanuit Nunspeet naar de bossen bij Vierhouten, waar in de zeventiger jaren door de gemeente een paar hutten zijn gebouwd die herinneren aan het ‘Verscholen Dorp’ , waar zeker tachtig Joodse en militaire onderduikers een schuilplaats vonden en toch in 1944 werden ontdekt. Acht onderduikers zijn op de vlucht neergeschoten.

Elburg en Zijn Joodse Geschiedenis

De route brengt me daarna kris kras door het oude stadje, o.a. langs het huis van de feestartikelenverkoer Barend de Hond. Hij, zijn vrouw en drie kinderen komen medio 1942 in Westerbork en worden vandaar naar Auschwitz gedeporteerd. De gehele familie wordt daar vermoord. De route voert eveneens langs de voormalige synagoge, nu een museum. Van de gedeporteerde Elburgse joden keerde niemand terug.

Om het stadje lopen wallen, waarover het mooi wandelen is. In een hoek de Joodse begraafplaats. Elburg heeft zoveel bijzondere panden, je kijkt je ogen uit. Twee musea zijn uniek voor ons land. Het orgelmuseum en de touwbaan/slagerij van de firma Deetman, in de verte nog familie van me.

Onder het dorp langs over een smal voetpad, langs het terrein van kasteel Old Putten. Oorspronkelijk een 13e eeuws kasteel van Herbern van Putten, afkomstig uit de buurt van Vollenhove. Hij is berucht om zijn rooftochten en conflicten met de bisschop van Utrecht en naburige steden. Een eeuw later is het kasteel in handen van Herman De Vos van Steenwijk, die het laat versterken. De steden aan de Zuiderzee zien dat als bedreiging, nemen het in en steken het in brand. In de 18e eeuw komt het in handen van de familie Van Coevorden, die het kasteel afbreekt en op de fundamenten een herenhuis laat bouwen. Die brandt in 1840 af en dan verrijst het huidige huis.

Harderwijk: Van Hanzestad tot Garnizoensstad

Op dinsdag 9 juni in het Corona-jaar 2020 parkeerde ik mijn auto bij het Harderwijker station, wandelde onder dat station door om de route te volgen die door de binnenstad voert. Harderwijk verkoopt zich zelf als culinaire Hanzestad. De stad kent blijkbaar meerdere aantrekkelijke plekken voor lekkerbekken. De stad telt meer dan 47.000 inwoners en kreeg in 1231 stadsrechten, als eerste op de Veluwe. Het ontwikkelde zich als handelsstad: wol, huiden, haring en hout. In de 14e eeuw speelde het al een actieve rol binnen de Hanze.

Van 1648 tot 1811 had de stad een eigen universiteit, waaraan beroemdheden als Herman Boerhaave, de Zweedse botanicus Carolus Linnaeus, de Hongaarse filosoof János Apáczai Csere en de ontdekker van Paaseiland Jacob Roggeveen verbonden waren. Vanaf 1814 was het Koloniaal Werfdepot voor het Oost-Indische Leger ( het latere KNIL) in Harderwijk gevestigd. Omdater een tekort aan rekruten was, werden in heel Europa vrijwilligers van vaak dubieuze allooi geronseld, gelokt door een aanzienlijke som ‘transfergeld’. Geld dat z’n weg vond in de bordelen en drankgelegenheden. Zodoende werd Harderwijk wel ‘het gootgat van Europa’ genoemd. Bijkans 150.000 soldaten kwamen vanuit het Veluwse stadje in Indië terecht, onder wie Arthur Rimbaud.

Van 1909 tot 1996 was Harderwijk garnizoensstad, met drie kazernes en een militair hospitaal. Tot de komst van de Afsluitdijk was Harderwijk ook een belangrijke vissersplaats. Daarna werden industrie en toerisme belangrijk. De Duitsers bouwden bij qestad een radarstation terwille van de Luftwaffe. Zeker 117 geallieerde vliegers kwamen in de omgeving om het leven, op het militaire kerkhof liggen 45 vliegeniers van de RAF begraven. Op een speciaal Belgisch Militair Ereveld liggen 359 Belgen, meest bezweken aan de Spaanse Griep. Zij behoorden tot de 15.000 Belgen die tijdens W.O.I bij Harderwijk geïnterneerd waren.

Het Verhaal van Cor Kleinjan

Cor Kleinjan was de middelste van drie broers, geboren in 1921. Vader was conciërge bij Copra, een aan het Haringvliet gevestigd bedrijf. Op een gegeven moment nam hij de vlucht naar Chaam. De een vertelt dat hij een radio zou hebben verduisterd, de andere dat hij onderdook om aan de Arbeitseinsatz te ontsnappen. Wat ook de reden was, Cor werd de twaalfde onderduiker op de boerderij van Piet en Adriana Oomen in het buurtschap Snijders ten noorden van Chaam. Hij was daar naar toe gereisd in gezelschap van een vrouw, waarschijnlijk omdat je beter als stelletje kon reizen dan als man alleen.

Zo werd bekend dat Cor vaak ’s nachts op de fiets naar de Moerdijkbrug reed, een dikke dertig kilometer van Chaam. Zeker is dat niet, maar er wordt sterk vermoed dat Cor daar verzetswerk deed. Op 28 oktober 1944 zou aan die angstige tijd een eind komen, want toen werd de regio Breda bevrijd. Maar voor Cor Kleinjan duurde de oorlog net een dag te lang.

In de loop van die 28e oktober kwam Cor Kleinjan op een kinderfietsje zonder banden het erf van de boerderij van de familie Oomen op geracet. In Chaam had hij ruzie gekregen met Duitsers, die waarschijnlijk op de terugtocht waren, maar die toch nog de kerktoren van Chaam wilden opblazen. Terug op de boerderij haalde hij de revolver tevoorschijn, die hij waarschijnlijk al langer verborgen hield. Nabij de boerderij, op Landgoed Valkenberg ontstond een vuurgevecht. Cor werd dodelijk getroffen. Het schouwformulier vermeldt dat hij een schotwond in het voorhoofd had.

Cor’s ontzielde lichaam lag uren lang op die splitsing op Landgoed Valkenberg waar het vuurgevecht had plaatsgevonden. Pas later haalden zij Cor’s stoffelijk overschot op een ladder op. Zijn lichaam lag daarna nog geruime tijd in huis. Cor Kleinjan werd aanvankelijk begraven op het Nederlands Hervormde Kerkhof van Chaam. Veel later werd hij herbegraven op het Ereveld Loenen.

De Betekenis van Naamborden

Alle menschen, geloof ik, zijn gewoon, als ze hoeven of huizen voorbij komen, die een naam of een spreuk vertoonen, op 't hek of op den gevel, dien naam of die spreuk te lezen. Dat doet men van zelf, dat kan men niet laten. Die gewoonte is dus ook mijne gewoonte.

Maar 't spreekt van zelf, dat vele opschriften mij weinig of niets te denken gaven, - opschriften, bij voorbeeld, als Berkenhof, Boekenrode, Eikendal, en zoo meer, - - wat zal een mensch daar veel bij denken? - Hetzelfde geldt van de schier ontelbare menigte zichten en lusten, - als: Torezicht, Bouwlust, en zoo verder. Alleen heb ik, als ik, bij Loenen, het opschrift las: Vechtlust, mij wel eens in de stille overpeinzing verdiept, of ik denken moest aan behagen in de Vecht, dan wel, aan lust om te vechten.

In bijzondere mate trokken doorgaans die opschriften mijne aandacht, die gesteld waren in eene uitheemsche taal. dat uitheemsche. Ik vond een aantal Fransche namen: Beaulieu en Bellevue, Belle Alliance en Bon marché, Sans souci en Mon repos, Mon plaisir en Ma retraite, Solitude en Bagatelle. Ik las nu en dan ook Engelsche namen: Hydepark, Longwood, Somersetplace, Woodsight, Sweet Home, enz. ja zelfs: Sir Robert Peel, en dit op Tessel.

Er zijn ook meer vreemdigheden. Zoo is, onder Zeist, het buitenplaatsje Tallyhocottage te vinden. Tallyho is een veldkreet der vossenjagers. - 't Verwonderde mij wel eens, dat ik in ons land, hetwelk toch zooveel Duitschers herbergt, zoo weinig Duitsche opschriften vond. Iets meer gaf het Italiaansch: Belvedere en Bella Vista, Villa Nuova en Casa cara, Benvenuta en Qui si sana.

En zoo iemand werd eveneens mij voor de verbeelding gebracht door het Grieksche opschrift: Eureka! Ik heb 't gevonden! - Eindelijk, ook het Maleisch heeft moeten bijspringen, om huizen of hofsteden aan namen te helpen. Zoo vindt gij onder Heemstede Soeka Brenti, zooveel als Rustplaats; in de Haarlemmermeer Pondok Rawa, zooveel als Meerhut. Opschriften, als Batavia en Soerakarta, Soerabaya en Tjilatjap, Berbice en Decima, Canton en Peking, Drafna en Thorn, geven ongezocht de gedachte mij in: die zulk een opschrift stelde, heeft zeker met zoo'n plaats handel gedreven, of, wel, hij is er woonachtig geweest; misschien wel daar geboren.

Ook lees ik nooit zonder gedachte en gevoel zulke namen, als: Abrahamshoeve en Cornelishof, Olga-State en Bertha's Tuin. Zij was het eenig kind van hare ouders, die Bertha, en zij was, toen zij klein was, zoo mooi en zoo lief. Zeer begrijpelijk, dat hare ouders haren naam aan de hoeve gaven: Bertha's Tuin.

Teederheid vond ik ook uitgedrukt in het opschrift: Mijn zoon; en een hek, dat Mijn zoon zeî, was me een hek, dat zeer veel zeî. Nabij Almelo las ik: De mooie vrouw. En wat ik daarbij mij verbeeldde? - Ik verbeeldde mij, een jongen boer te zien, die bruidegom was en binnen kort op eene nieuwe hofstede, met zijn vrouwtje, zich vestigen zou. - De mooie vrouw.

Maar dan zou hij zich toch vergissen. De goede vrouw, ook bij de Engelschen bekend, The good woman, en bij de Italianen, La buona moglie, is een oud opschrift, waarmede wordt aangeduid: eene vrouw zonder hoofd. Bij de Franschen is het dan ook: La femme sans tête.

Inderdaad, als gij een rit hebt gedaan door die streek, dan hebt gij zooveel nuttige wenken en vrome lessen gehad, dat ge, zedelijk, al ver weg moet zijn, indien gij bij het uitrijden er uit, geen beter mensch zijt, dan ge bij 't inrijden waart. Godsdienstige spreuken leest gij daar: Ebenhaëzer, - Niets als door Gods zegen, - Door Gods zegen dit land verkregen, - Hoop op zegen, - Dank en hoop.

Menig opschrift trok ook vaak mijne aandacht, doordien het iets zonderlings had. Zoo is te vinden, in de Haarlemmermeer: Acht is meer dan duizend. Met deze rekenkunstige ketterij wordt de practisch-wijsgeerige waarheid uitgesproken, dat in goed toezicht en nauwlettende zorg, dus in het acht geven, nog meer voordeel schuilt, dan in 't geldelijk vermogen.

Te Waddingsveen liet een eigenaar zijne hoeve verbouwen, maar de rekeningen van dat werk vielen hem ontzaglijk tegen; gij leest daar het zonderling opschrift: Wel, wel! - Te Fijnaart, in Noord-Brabant, kunt gij het dichterlijk opschrift vinden: Boeregort en te Gorinchem het niet minder poëtische: De gebroken flesch. - Op één hek staat het armoedige opschrift: Zonder geld. - Te Bunnik heet eene hofstede: De gauwdievenboom, welke naam eene meer door aanschouwelijkheid, dan door kortheid zich aanbevelende omschrijving is van de galg.

Te Everdingen, bij Kuilenburg, staat op een hek de onvriendelijke naam: De Bullebak, en te Sint Anna-Parochie, in Friesland, het ook al niet minzame woord: 't Haverspook. In alle oorden komen namen voor van historische personen en van denkbeeldige wezens, die dienst moeten doen als bangmakers voor ondeugende kinderen.

Plaats Naam Omschrijving
Loenen Vechtlust Verwijzing naar behagen in de Vecht of lust om te vechten
Zeist Tallyhocottage Verwijzing naar de veldkreet der vossenjagers
Haarlemmermeer Pondok Rawa Maleis voor Meerhut
Heemstede Soeka Brenti Maleis voor Rustplaats

labels:

Zie ook: