Den Haag, de Hofstad, staat bekend om haar deftigheid en bescheidenheid, maar ook om haar bravoure en bluf. De stad is trots op haar onbekende grachtengordel, verborgen Joodse wijk en bonte Chinese wereld, en toont deze hoogtepunten graag.
De Verborgen Grachten van Den Haag
Evenals Amsterdam was Den Haag een waterstad. De fraaie panden aan de Herengracht en de Prinsengracht spiegelen zich dan wel niet meer in het water, maar hebben aan hun voorname uitstraling nog niets ingeboet. Ooit kabbelde hier het water tot bijna aan de voordeur. Maar veel grachten en havens werden vanaf de tweede helft van de 19e eeuw gedempt. De bevolking groeide in die tijd enorm. En de inwoners gebruikte de grachten als drinkwatervoorziening én open riool.
Om ziektes in te perken, werden de grachten dichtgegooid. De ruim vierhonderd jaar oude grachtengordel van de Hofstad is grotendeels nog intact, maar hier en daar ook deels verborgen. Tijdens deze ontdekkingstocht stappen we in de rondvaartboot van De Ooievaart, passeren we peddelende kanoërs en andere fluisterboten, en ontdekken we het Haagse centrum vanaf het water.
Chinatown: Een Aziatische Enclave
Zowat om de hoek van de statige herenhuizen komen we terecht in een wereld met Aziatische restaurants, exotische producten en Chinese winkeltjes. Achter karakteristieke Chinese poorten vinden we Chinese restaurants, eethuisjes en dito supermarkten. Welcome in Chinatown, de mix van Chinese, Japanse en Indonesische culturen. Hier ruiken we de geur van Aziatische specerijen en werpen we een blik in knusse toko’s.
Om China echt te beleven genieten we ook tijdens dit dagje ‘Onbekend Den Haag’ van een (optionele) authentieke Chinese dim sum high tea: onbeperkt Chinese thee (Jasmijn, Chrysant, IJzeren Boeddha of Pu’er thee) drinken en allerhande dim sum hapjes proeven.
De Verborgen Joodse Buurt
Chinatown is ook de plek waar zich ooit de Joodse buurt bevond. De ervaren gids laat ons die ‘verborgen’ kant zien. Eeuwenlang woonde en werkte hier de Joodse gemeenschap. Veel tekenen uit die tijd zijn nog zichtbaar en verhalen van een bewogen verleden.
Koekvergulden: Een Zoete Traditie
De hoofdpersoon uit de Camera Obscura heet Hildebrand. In het verhaal De Familie Kegge gaat Hildebrand op bezoek bij bakkerij De Groot. Hier zijn enkele dames koeken aan het vergulden. Waaronder Bartje Blom. Deze nostalgische en vooral populaire koekverguldavondjes werden in de 19de eeuw georganiseerd door de gegoede burgerij.
Bladgoud is super dun goud dat met glazuur of eiwit en een kwastje werd aangebracht op de koek om die mooier te maken. Het was een heel zorgvuldig werkje.
Tot de edele kunst van het vergulden, ook wel, met een bij alle koekebakkers voor beledigend gehouden naam `plakken' genoemd, zijn vier dingen nodig, als: de koek die verguld moet worden, het verguldsel zelf, een nat penseel, en dat gedeelte van een hazen- of konijnenvacht, het welk jagers de pluim, en gewone mensen de staart noemen, en dat in dit bijzonder geval dient om het opgelegde goud aan te dringen en vast te drukken.
Personages en Sfeer
Saartje opende de deur opnieuw, om mij in te laten, en ik overzag de schare. Daar zat, in al de glorie van een bloedkoralen halsketting, bloedkoralen oorbellen, bloedkoralen doekspeld, en zelfs van een ring, met een zeer grote ronde bloedkoraal aan de vinger, juffrouw Mietje Dekker, de dochter van een deftige kledermaker, en aan haar zijde, met een grote doodvlek op haar wang en een koperen gesp als een vierkante zon op haar buik, Keetje de Riet uit de kruidenierswinkel. En daarnaast Pietje Hupstra, wier vader het gewichtig ambt van deurwaarder bekleedde, en die zich verbeeldde dat niets losser en bevalliger stond dan een rozerood tissuutje door een ringetje gehaald.
Dan had men er Truitje en Toosje, de twee telgen van de heer Opper, voornaam metselaar, waarvan de ene in `t openbaar een hoed met stenen bloemen, en de andere een dito met houten pluim droeg, maar die in deze huiselijke kring zich gelukkig gevoelden in het hoofdsiersel, de ene van blauwe, de andere van rodecéphalide, in de stellig overtuiging dat er op dit ondermaanse geen bevalliger op modieuzer damescoiffure kon bestaan.
Voorts het magere Grietje van Buren, die de oudste van de gevraagde partij was en een- of tweeëndertig jaren tellen mocht. zij leefde `in otio cum dignitate' van een kleine lijfrente, haar door een oude vrijster gemaakt, bij wie zij iets meer dan kamenier en iets minder dan gezelschapsjuffrouw was geweest. Zij droeg een mutsje met een smal kantje, en een toertje aan twee kleine trosjes rozijnen niet ongelijk.
Ook zag ik Bartje Blom, wier vader een deftige spekslagerij had, en die zelf een grote zwarte duimelot aan haar middelste vinger droeg, omdat zij zich ongelukkig aan gemelde vinger had verwond, bij welke kwetsuur `de kou' gekomen was. Ter afwisseling, Suzette Noiret, dochter ener weduwe, die op een hofje woonde, en van de Franse Gemeente was. Deze had allerliefst, beschaafd en net besneden uiterlijk, en wedijverde, in het bruin, met het blonde Saartje, waarnaast zij gezeten was.
En eindelijk, aan het hoger einde van de tafel, moeder De Groot zelf, een dame van een veertig jaar, in een zwarte zijden japon gekleed en dragende een muts met een belangrijke hoeveelheid wit lint opgesierd, die groot en breed genoeg was, en toch ongetwijfeld slechts een schaduw vertoonde van het hoofdtooisel dat zij op de vijfde december dragen zou.
De Familie Van Haren: Verzet en Controverses
Tegen de gladgekemde vormkunst kwam verzet, en wel het eerst uit het Noorden, uit Friesland. Uit een edel Friesch geslacht gesproten, hoog in aanzien aan het Stadhouderlijk hof, in voorname ambten geplaatst, bij uitsluiting in aristocratische en diplomatische kringen verkeerend, meer gewend Fransch dan Hollandsch te spreken en te schrijven, en dus denkelijk ook te lezen, moesten zij als vanzelf onttrokken worden aan den invloed der burgerlijke school.
De oudste, Willem, in 1710 geboren, is bekend geworden door enkele lierzangen en een groot episch gedicht. De eerste, ofschoon niet zonder dichterlijke waarde, hebben doorgaans meer staatkundige beteekenis. Dat hij echter als ethisch-lyrisch Dichter iets uitmuntends kon tot stand brengen, bewijst het stuk, dat het Menschelijk Leven is getiteld. Trouwens, het was uit zijne ziel gegrepen, naar aanleiding van eigen bittere levenservaring.
Zijn broeder Onno Zwier was drie jaar jonger. Zoowel als zijn broeder leefde hij in de zeer bedorven hoflucht dier dagen. Dit verklaart, hoe hij er toe komen kon - want aan zijne schuld valt niet te twijfelen - om zich ten opzichte van twee zijner dochters te laten verleiden tot ‘onbetamelijkheden’ van de ergerlijkste soort. Die dochters lieten zich overhalen daarover eene verklaring af te leggen, die den familiekring, vooral zwagers en aanstaande zwagers, in groote opschudding moest brengen.
Toen hij evenwel een jaar later op nieuw vanwege Friesland in de Staten-Generaal was afgevaardigd, liet hij zich verlokken naar Den Haag te gaan en daar den 15en April 1761 in de vergadering van hunne Ho. Mo. te verschijnen. De Hertog van Brunswijk, die in naam van den onmondigen Willem V de teugels van 't bewind voerde, en die reden meende te hebben zeer op Van Haren gebeten te zijn, gaf de hooge vergadering kennis van hetgeen gebeurd was, en toen werd besloten den Frieschen afgegevaardigde niet toe te laten, zoolang hij zich niet gezuiverd had van de ‘ysselyke geruchten’ die over hem liepen, van de beschuldiging aangaande de ‘ongehoorde misdaed, waer van de natuur een afschrik heeft’.
Ook hij schreef lierdichten en een groot poëem, maar maakte zich tevens als dramatisch dichter bekend. broeders geldt: namelijk, dat zij meer door wijsgeerigen trant dan door dichterlijke opvatting uitblinken. Behalve een allegorisch gelegenheidsstuk Pietje en Agnietje of de doos van Pandora (1779), dat van verre naar het Fransch gevolgd is, en waarin tooneelen voorkomen, die niet onaardig zijn, schreef hij twee treurspelen: Agon, Sulthan van Bantham (1769) en Willem de Eerste.
Wij komen aan het uitvoerige, strofische gedicht, in een twintigtal zangen, dat eerst (1769) onder den titel Aan het Vaderland het licht zag, in 1772 omgewerkt, op nieuw gedrukt werd onder dien van De Geusen, met de bijvoeging: ‘Proeve van een Vaderlands Gedicht’. In 1776 verscheen eene derde uitgave, waarvoor de naam van De Geusen behouden bleef.
Yvette van Boven en de Nederlandse Keuken
Vanaf dinsdag 23 mei is Yvette van Boven weer terug met een nieuwe serie van De streken van Van Boven. In het AVROTROS-programma gaat Yvette van Boven samen met haar hondje Hughie op zoek naar de oorsprong én de toekomst van Nederlandse gerechten en eetgewoonten. In haar zoektocht laat ze zich verrassen door oude en nieuwe smaken en kookt ze zelf natuurlijk ook met alle inspiratie die ze heeft opgedaan.
Zo gaat ze op reis in de Joodse koosjere keuken; hoe is die eigenlijk verbonden met de Nederlandse keuken? Ook duikt ze in het verhaal achter het traditionele Limburgse zuurvlees (zoervleisj), in het fenomeen van de snackbar en reist ze door Den Haag en Rotterdam om de oorsprong van het Chinees Indische restaurant in Nederland te onderzoeken.
Yvette van Boven: “Dit derde seizoen is voor mij de leukste serie Streken ooit! Ik krijg op zoveel vragen over de Nederlandse keuken eindelijk antwoord. We duiken in de geschiedenis maar ook in de toekomst. Dat maakte deze serie echt leuk en anders. We hebben het met heel veel plezier gemaakt; we ontmoeten ontzettend interessante mensen en proeven heel, heel veel lekkers. Natuurlijk ga ik zelf met alle nieuwe informatie koken en dat levert heel leuke gerechten op. Proef maar mee!”
Yvette verdiept zich ook in de Hollandse pot, die ze eigenlijk maar een saaie keuken vindt. Maar is dat altijd zo geweest? De gemiddelde Nederlander schuift hem dagelijks naar binnen als ontbijt of als lunch: de boterham met kaas.
De Freules van Lakervelde
De freules van Lakervelde waren met rijtuig naar stad geweest. Dien rit deden zij elken winter tweemaal, na er verscheidene weken te voren samen over te hebben gesproken, en na een veertien dagen te voren over den dag en de dagverdeeling meer dan één briefje te hebben geschreven.
Hugo was in zijn huwelijk niet gelukkig. Pauline was een zeer overspannen vrouw. Hugo had haar willen en moeten hebben. Zij heette een beauté, als jong-meisje. Zij had schandelijk met hem gecòquêtteerd. Er waren âffreuze dingen gebeurd, die Hugo's vader, in het laatst van zijn leven, zich ontzettend had aangetrokken.
Toch zou, naar de overtuiging zijner tantes de frivole omgeving van Den Haag voor zijn huwelijksleven nog fâcheuzer gevolgen hebben gehad. In de kalmere provinciesteden had Pauline zich moeilijk geschikt. Nu ging zij telkens buitenslands en bleef hun goede neef alleen. Hij had een niet gemakkelijk leven. En helaas waren de troostgronden van het Evangelie nog altijd niet tot hem doorgedrongen. Daarbij had hij geldzorgen gekend.
Juist hadden de tantes samen gesproken over een winterbezoek aan de stad. Zij hadden nog aan niemand geschreven. Doch Claartje's brief had hun onrust gegeven; zij wilden Hugo beslist nog spreken, vóór dit plotseling vertrek. Het moest erg à l'improviste gebeuren. En freule Constance wàs reeds verkouden. Doch ook Hugo's reisplan was onverwacht, en de tantes wilden zich informeeren, hoe dat nu weer was opgekomen.
Claartje's gezelschap was een heerlijke afleiding. Nu en dan een teugje nemend uit het glas melk met water, dat Claartje, heel lief, van beneden had meegebracht, luisterde tante Constance naar haar, terwijl zij, met haar mooie stem - in stad nam zij geregeld zangles - voorlas uit het boek van Atwater Mason, dat juffrouw Kuyper heeft vertaald: De Lelie van ons Vorstenhuis. Het boek was heel intéressant. uit het Huis van Oranje.
De Matthäus-Passion
De Matthäus-Passion vertelt het verhaal van Jezus’ laatste dagen. Hij wordt verraden, berecht, gekruisigd en begraven. De tekst is samengesteld door Picander, pseudoniem van Christian Friedrich Henrici, waarschijnlijk in nauwe samenspraak met Bach zelf. Als rode draad gebruikten ze het verhaal zoals verteld door de Evangelist Matteüs.
Op sleutelmomenten in het verhaal voegden Bach en Picander koralen en aria’s toe, als reflectie op het bijbelverhaal. De handeling wordt stilgezet en het gebeurde wordt in de theologische context van Bachs tijd geplaatst. De koraalteksten en melodieën zijn afkomstig uit het lutherse gezangboek en waren voor de kerkgangers in Leipzig dagelijkse kost. Al waren Bachs harmonisaties nieuw, iedereen zal de melodie en tekst herkend hebben.
De teksten voor openingskoor, slotkoor en de aria’s waren gloednieuw. In zijn tekst maakt Picander onderscheid tussen twee groepen mensen: de ‘Dochters van Sion’ (Jeruzalem) enerzijds, en de gelovigen van alle tijden anderzijds. Vaak laat Picander deze twee groepen met elkaar in dialoog gaan. Bach versterkte dit dialoogeffect door te kiezen voor twee afzonderlijke ensembles van zangers en instrumentalisten die hij coro I en coro II noemt.
De eerste uitvoering van de Matthäus-Passion in Nederland was in Rotterdam in 1870. Amsterdam volgde in 1874. Met het Concertgebouworkest vestigde Willem Mengelberg in Amsterdam vervolgens een passietraditie die tot vandaag de dag voortduurt. Als reactie op de uitvoeringen van Mengelberg ontstond in 1921 de Nederlandse Bachvereniging. De oprichters vonden dat de Matthäus moest klinken waar hij thuishoort, in een kerk.
Bachs handschrift van 1736 is bewaard gebleven. Een eerdere uitvoering vond met zekerheid plaats in 1729, en waarschijnlijk ook al ergens tussen 1725 en 1728.
labels:
Zie ook:
- Courgette Zoete Aardappel Soep: Gezond & Smaakvol!
- Vegetarisch Recept met Zoete Aardappel: Gezond & Heerlijk!
- Vegetarisch Recept met Pompoen & Zoete Aardappel: Heerlijk & gezond!
- Groenten Stoofpotje uit de Oven: Recept voor een Heerlijke Maaltijd
- Limoncello Recept: Maak de Heerlijkste Italiaanse Dessert Drank Zelf!




