Veel kinderen hebben geregeld problemen met eten in hun peuter- of kleutertijd. In Nederland gaat het om zo’n 25 tot 40 procent van alle kinderen tot vier jaar. Meestal zijn eetproblemen bij peuters en kleuters van korte duur of onschuldig. Maar ruim één op de dertig kinderen ontwikkelt een ernstig of langdurig eetprobleem. In dat geval spreken we van een ‘Vermijdende/restrictieve voedselinname stoornis’ ofwel ARFID (Avoidant Restrictive Food Intake Disorder). Uiteindelijk ontwikkelt 3 tot 5 procent van deze kinderen de eetstoornis ARFID.
Elke peuter of kleuter kan eetproblemen krijgen, maar de kans op niet willen eten is groter bij kinderen met een lichamelijke of verstandelijke beperking. Ook baby’s die lang sondevoeding hadden, krijgen als peuter of kleuter vaker last van eetproblemen. Bij jongens komt het even vaak voor als bij meisjes.
Voorbeelden van Selectieve en Restrictieve Eetproblemen
- Selectief of zeer beperkt eten, bijvoorbeeld alleen maar beperkt aantal producten, en soms ook alleen maar van een bepaald merk
- Problemen met het gevoel in de mond; geen vaste voeding willen eten
- Angst voor het doorslikken van eten
- Niet zelf willen eten, enorm treuzelen, en onnodig lang kauwen
- Complete weigering van vast en vloeibaar voedsel, waardoor sondevoeding nodig is
Oorzaken van Eetproblemen bij Peuters
Veel jonge kinderen worstelen met een eetprobleem. “De oorzaken kunnen flink uiteenlopen”, vertelt prof.dr. Hugo Heymans. “Allereerst speelt vaak de opvoedkundige aanpak van ouders een rol. Lichamelijke afwijkingen of ziekte kunnen er eveneens voor zorgen dat eten een slechte ervaring wordt. Tot slot zijn er kinderen met een pathologische voedselweigering.
Het is belangrijk te weten dat de groeisnelheid van peuters lager is dan die van zuigelingen. Dit betekent dat de voedselbehoefte afneemt in de peutertijd. Het op tijd bijstellen van verwachtingen van ouders kan overvragen van kinderen voorkomen.
Jonge kinderen zijn goed in staat hun energieinname te reguleren, door tijdens de ene maaltijd wat meer of minder te eten dan tijdens de andere. Adviseer daarom om eten niet op te dringen en beoordeel de voedselinname van een peuter liever per week dan per dag. De ene keer eet een jong kind weinig om dit een andere keer weer in te halen. Eten opdringen kan leiden tot angst en verzet of overgewicht in de hand werken.
Specifieke Oorzaken
- Opvoedkundige aanpak: De manier waarop ouders met eten omgaan, kan een grote rol spelen.
- Lichamelijke oorzaken: Voedselallergieën, reflux of andere medische aandoeningen kunnen eten pijnlijk maken.
- Neurologische problemen: Afwijkingen aan het maag-darmkanaal of de luchtwegen kunnen leiden tot slikangst en voedselweigering.
- Eerdere ervaringen: Langdurige sondevoeding kan een aversie tegen eten veroorzaken.
Adviezen en Oplossingen
Bij het geven van adviezen aan ouders die bezorgd zijn over het eetgedrag van hun kind, vormt de kennis van de JGZ over de normale ontwikkeling van eetgedrag het uitgangspunt. Voor de pedagogische adviezen over eetgedrag en eetpatronen zie ook paragraaf 4.2.2.
Het is belangrijk maximaal zeven eet- en drinkmomenten aan te bieden op een dag. Zo krijgt hongergevoel een kans. Adviseer ouders op vaste plaatsen en tijden te eten en zelf het goede voorbeeld te geven. Het beperken van omgevingsprikkels, een gezellige sfeer en een aantrekkelijke presentatie van het eten nodigen uit tot opname hiervan. Het is belangrijk dat ouders de regie over eet- en/of drinkmomenten in eigen hand houden [73]. Maximaal een half uur aan tafel zitten geeft ook trage eters voldoende tijd om te eten. Door na de maaltijd het bord van het kind weg te halen wordt ‘grazen’ voorkomen.
Praktische Tips voor Ouders
- Vaste eet- en drinkmomenten: Bied maximaal zeven eetmomenten per dag aan.
- Regelmaat: Eet op vaste tijden en plaatsen.
- Goede voorbeeld: Geef zelf het goede voorbeeld.
- Beperk prikkels: Zorg voor een rustige omgeving tijdens de maaltijd.
- Positieve sfeer: Maak van de maaltijd een gezellig moment.
- Niet dwingen: Laat je kind zelf bepalen hoeveel het eet.
- Betrek kinderen: Laat ze meehelpen met koken en boodschappen doen.
- Eten ontdekken: Laat kinderen het eten voelen en ontdekken.
- Geduld: Bied nieuwe smaken meerdere keren aan.
- Samen eten: Creëer een rustige sfeer en geef het goede voorbeeld.
Het gebruik van eten om een bepaald gedrag te stimuleren (belonen) of juist te ontmoedigen (straffen) wordt afgeraden, vaak werkt het averechts [11][129]. Om duidelijkheid aan tafel te kunnen bieden is het belangrijk dat ouders en verzorgers dezelfde lijn hanteren en elkaar steunen in de uitvoering hiervan [73]. Moeders die minder steun van hun partner krijgen, ervaren meer gedrags- en opvoedingsproblemen bij hun kind [71].
Een stimulerende houding draagt bij aan ontspanning, zelfvertrouwen en het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden. Adviseer ouders positief en behulpzaam te zijn, zich te focussen op wat goed gaat en pogingen te belonen. Weigergedrag moet zoveel mogelijk worden genegeerd.
Mocht het eten tijdelijk niet lukken, adviseer ouders dan neutraal te reageren en hun energie en aandacht te richten op activiteiten die wel soepel verlopen.
Wanneer Professionele Hulp Inschakelen?
Bevindingen uit anamnese en lichamelijk het onderzoek worden allereerst gebruikt om te beoordelen of een (ernstige) somatische ziekte de klachten veroorzaakt, en of het eetprobleem de groei en ontwikkeling van het kind bedreigt. De JGZ is alert op symptomen die hierop kunnen wijzen.
Bij kinderen die op (zeer) jonge leeftijd ernstige problemen met eten hebben ontwikkeld, is vrijwel altijd sprake van meervoudige problematiek. Vanwege de multiproblematiek vraagt de behandeling van eetstoornissen bij (zeer) jonge kinderen om een multidisciplinaire aanpak.
Betrokken disciplines zijn afhankelijk van de specifieke eetproblemen van het kind. Het gaat onder andere om de volgende disciplines: kinderartsen (verschillende specialismen), logopedisten, diëtisten, KNO-artsen, (ortho)pedagogen, (kinder)psychologen, (kinder)psychiaters. In Nederland bestaan er enkele eetteams, waarin deze disciplines nauw samenwerken.
Symptomen die Aandacht Vereisen
- Aanhoudende voedselweigering
- Verlies van gewicht of onvoldoende gewichtstoename
- Kokhalzen voor of tijdens het eten
- Vermijden van bepaalde texturen of smaken
- Angst voor eten of slikken
De ouders/verzorgers nemen in het team een bijzonder plaats in omdat zij meestal verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse zorg rond het kind, en wat betreft de kennis over het individuele kind meestal de experts zijn.
Behandeling van Eetproblemen
Bij pathologische voedselweigering met extreem vermijdingsgedrag is de behandeling vooral gericht op het verminderen van aversie, de afweer en de angst voor het eten. Dit dient in een zeer gespecialiseerd team plaats te vinden met een intensieve aanpak van het probleem.
Jonge kinderen met pathologische voedselweigering en langdurige sondevoeding kunnen ook in aanmerking komen voor klinische hongerprovocatie, waarbij in meerdere stappen sondevoeding wordt afgebouwd en orale voeding wordt aangeboden.
Bij het geven van adviezen aan ouders die bezorgd zijn over het eetgedrag van hun kind, vormt de kennis van de JGZ over de normale ontwikkeling van eetgedrag het uitgangspunt.
Verschillende Soorten Eetproblemen en Aanpak
Niet elk kind poept even vaak. Ook ziet de ontlasting er niet bij elk kind hetzelfde uit. De frequentie, vorm en samenstelling hangen onder andere af van de leeftijd, aanleg, voeding, beweging en stress. Bij peuters kan moeizame of harde ontlasting buikpijn, vieze broeken en overloopdiarree veroorzaken, maar ook klachten als eetlustvermindering, gedragsverandering en moeheid. Bij obstipatie vindt aanpassing van het voedingspatroon plaats.
Peuters kunnen lange tijd last hebben van diarree zonder dat ze verder klachten hebben of slecht groeien, ook wel peuterdiarree genoemd. Deze wordt vrijwel altijd veroorzaakt door een onevenwichtige voeding, met een overmaat aan vruchtensappen en vocht (meer dan 1 liter per dag) en een tekort aan vetten en vezels.
Spugen komt bij peuters veel minder vaak voor dan bij zuigelingen en kan wijzen op een onderliggende ziekte of een eetprobleem (kokhalzen). Spugen bij peuters komt niet alleen voor bij acute gastritis (‘voedselvergiftiging’) of gastro-enteritis, maar ook vaak bij andere infecties dan die van het maag-darmkanaal: bij bovenste luchtweginfecties, bij oorontsteking, bij kinderziekten en andere virale infecties.
Tabel: Voedingsadviezen bij Specifieke Problemen
| Probleem | Oorzaak | Voedingsadvies |
|---|---|---|
| Obstipatie | Onvoldoende vezels en vocht | Voldoende vet en voedingsvezels, voldoende vochtinname. |
| Diarree | Onevenwichtige voeding (te veel vruchtensappen, te weinig vetten en vezels) | Beperk vruchtensappen, zorg voor voldoende vetten en vezels. |
| Spugen | Onderliggende ziekte, infectie, of eetprobleem | Raadpleeg een arts om onderliggende oorzaken uit te sluiten. |
Let op voldoende vochtinname. Te weinig plassen en, in ernstige gevallen, extreme lusteloosheid (sufheid) zijn tekenen van dehydratie.
labels:




