Een 'hutkoffer vol recepten' staat symbool voor meer dan alleen een verzameling kookinstructies. Het vertegenwoordigt een rijkdom aan familiegeschiedenis, culturele identiteit en de warme herinneringen aan vervlogen tijden. Dit komt prachtig naar voren in het verhaal van een Indische familie, waarin koken en eten een centrale rol spelen.

De Indische Familie en de Culinaire Erfenis

Het verhaal van een Indische familie waarin koken en eten een grote rol spelen, illustreert de diepe verbinding tussen cultuur en gastronomie. Een specifiek voorbeeld hiervan is het boek 'Indische koffer vol recepten', verhalen en recepten van Oma Stien, geschreven door kleindochter Pascale van Onselen. Het boek is een eerbetoon aan Oma, haar cultuur en Indonesië.

Het is bijna een roman, waarin je via recepten leest over de familie, eten (heel belangrijk voor Indonesische mensen), cultuur (iedereen is welkom. “Schuif aan. Neem nog een beetje“. Het knijpen in je arm: “Adoeh, wat ben je dun! Je moet meer eten“).

De recepten die ze namelijk heel goed beheerst, zijn die van haar eigen moeder. Mijn Indische Oma. En zelfs het maken daarvan gebeurt niet al te vaak meer. Iets met moe zijn. Een druk leven hebben. Het lezen over eten daarentegen is iets waarbij ze zich kan ontspannen. Dit specifieke boek is alleen extra speciaal.

Mijn Indische Oma (de moeder van mijn moeder) is altijd heerlijk Indisch (of is het nu Indonesisch) blijven koken. Voor haarzelf, voor mijn Opa (die geen vlees at) en voor hun gezin. Wat ik mij kan herinneren - als kind - van de zondagen vroeger bij mijn Indische Oma en Opa in hun uiteindelijke eerste huurflat in Utrecht?

Kletsen in de woonkamer. Oma die in de keuken met een paar van haar dochters (waarschijnlijk bijna altijd met mijn moeder trouwens) aan het koken was. Dan rond een uur of vijf het gezamenlijk eten in een kring. Een deel aan de eettafel. Het merendeel in de woonkamer op een stoel, het bord op schoot, de lepel in de hand (Indische mensen eten rijst met een lepel, niet met een vork). De Quality Street-trommels (formaat XXL) gevuld met zelfgebakken kroepoek en emping. Gezellig.

In het hoofdstuk - ik geloof ergens - bij de Indische snacks schrijft ze een mooi verhaal. Over dat ze vier dagen in de week werkt en de vijfde dag met haar twee kleine kinderen naar Oma gaat. Ze samen wat lekkers van de toko halen, Oma ook nog wat verse kabeljauw van de visboer. Waar Oma lekker knutselt met haar achterkleinkinderen. En Pascale zich realiseert dat het heel dierbaar en tegelijkertijd wonderlijk is: hoeveel mensen hebben nog het voorrecht om een dag per week hun Oma te kunnen bezoeken?

Het boek doet mij terugdenken aan die momenten. En het gevoel van weemoed dat ik - net als de kleindochter van het boek - misschien toch iets nieuwsgieriger had mogen zijn. Omdat de herinneringen van mijn Indische Oma en Opa, die eigenlijk nooit uitgesproken mochten worden (nare herinneringen houd je voor jezelf. Over moeilijke dingen spreek je niet. Verdriet hou je binnen) nu voorgoed onbereikbaar zijn geworden.

Los van het verdriet dat in mij los kwam toen ik het prachtige boek vol liefdevolle teksten, prachtige oude en recente foto’s en heerlijke recepten las. Kan ik mij ook laven aan de liefde die uit het boek spreekt. Van een kleindochter voor haar Indische Oma. De glimlach van een oudere Indische vrouw die geniet van het leven. Die herinneringen zo kan verwoorden, dat de kleindochter het zo mooi kan optekenen. Het maakt het boek voor mij niet alleen tot een roman. Maar ook tot een erfstuk. Wat ik later ook aan mijn dochter kan geven. Zodat ze toch ook iets meer weet van haar achtergrond.

Mijn moeder. Die - samen met mijn broertje - heeft uitgezocht via de kleindochter of het mogelijk was een aantal boeken tegelijk te kopen. Voor ons (mijn broertje en mij), voor mijn tante en voor haarzelf. Mijn moeder, die naar de ouders van de kleindochter is gereisd om de boeken op te halen. Hen èn kleindochter Pascale heeft ontmoet. Later opnieuw in de boekwinkel in IJsselstein voor het signeren. Ook nog iets lekkers voor ze heeft meegenomen. Want dat doe je als iemand de moeite neemt om iets voor jou te doen. Je leest het al. Wie goed doet, goed ontmoet.

Culinaire Ambities en de Moderne Reiziger

Tegenwoordig gaan we op reis met een koffer vol culinaire ambities en een Michelin-app als kompas. Vakantie betekent vrijheid. Weg van de klok, weg van de to-do’s. Maar zodra ik de grens over ben, begint het. De jacht. Niet op een ligbedje, maar de jacht op dé plek om te eten. En dan moet het raak zijn. Want ik ben vrij, en als ik dan al een maaltijd eet buiten mijn eigen postcodegebied, dan moet dat raak zijn.

Een aanbeveling van iemand met een foodblog, Michelingids of een Bib Gourmand. Er is geen ruimte meer voor mislukte etentjes. Geen pizzeria waar de saus naar tomatenketchup smaakt en de wijn per ongeluk matig blijkt te zijn. Nee, als ik nu een fout maak, heb ik niet goed genoeg gezocht. Alles is immers te vinden. Beoordelingen. Foto’s. Menukaarten. Keukenteams.

En toch verlang ik soms terug naar hoe het vroeger ging. Naar verdwalen in een dorpje, de geur van knoflook volgen, of gewoon ergens gaan zitten omdat er al drie tafels bezet zijn door mensen die oprecht gelukkig lijken. Het avontuur van een menukaart in het Spaans waarbij je gokt wat ‘Callos a la Madrileña’ ook alweer was. En het gekke is: zelfs als het eten uiteindelijk perfect is, een uitzicht op zee. Een ceviche die zingt van de limoen, een ober met net genoeg onverschilligheid, dan nog blijft er iets knagen. Want ik heb het niet ontdekt, ik heb het gevolgd.

De magie zit niet altijd in de ster, maar vaak in het toeval. In die keer dat je dacht dat je in een snackbar zat, en ineens een familierecept kreeg dat al drie generaties meegaat. Zonder hashtag, zonder foto. Misschien moeten we weer een beetje durven verdwalen. Niet alleen op de weg, maar ook aan tafel. Gewoon iets bestellen zonder Google erbij. Gewoon ergens binnenlopen omdat het er naar knoflook ruikt. Want het mooiste vakantie-eten is niet per se het beste, het is dat broodje bij een tankstation dat achteraf de redding van de dag bleek.

De Kracht van Herinneringen en Indische Gezelligheid

De Indische familierecepten worden afgewisseld met de verhalen van tempo doeloe. Tempo doeloe betekent: de tijd die je zelf niet hebt meegemaakt maar die toch een heel belangrijke rol speelt in je leven. De recepten zijn van generatie op generatie overgeleverd. Bij ieder recept staat een zeer smakelijke foto van het eindresultaat. Het water loopt je al snel in de mond. Prachtig zijn ook alle familiefoto's en verhalen.

Die gezelligheid. Dat lieve. Is het Indische familiegevoel. Wat ik mis - nu mijn Indische Oma en Opa er niet meer zijn -, maar gelukkig wel nog ervaar bij mijn moeder. En wat ik Mila wil meegeven.

labels: #Recept

Zie ook: