De kauw (Corvus monedula) behoort tot de kraaiachtigen en is een van de kleinste leden van deze familie. Ze komen in heel Europa, West-Azië en Noord-Afrika voor. Kauwen zijn zeer intelligente vogels die het liefst in elkaars nabijheid leven, zonder een echte kolonie te vormen. De paarband tussen een mannetje en vrouwtje duurt een leven lang. Zelfs wanneer de vogels in groepen voedsel zoeken, zijn de afzonderlijke paartjes door hun gedrag te herkennen.
Uiterlijk en herkenning
Kauwtjes zijn gedrongen vogels, zwart met een grijs achterhoofd. Kleine kraaiachtige vogel met een zwartgrijs verenkleed, een lichtgrijze nek en achterhoofd. Kauwen hebben een opvallende lichte iris. Heeft verder een stevige, relatief korte donkere snavel en een vrij lange staart.
Voor het op naam brengen van een van de kauwenrassen is het belangrijk om de houding en lichtval goed in te schatten. Een kauw van het noordelijke ras kan naar de waarnemer toe gericht een veel wittere halsvlek vertonen dan van opzij gezien. Ook kan een halsvlek als gevolg van zonlicht lichter lijken dan deze in werkelijkheid is. Dit effect wordt vooral zichtbaar als men deze kauwen onder deze omstandigheden fotografeert, wat zeer onbetrouwbaar fotomateriaal kan opleveren.
Ondersoorten
Er zijn verschillende ondersoorten van de kauw:
- Noordse Kauw: In vergelijking met een adult winter Kauw heeft een Noordse Kauw een lichtere wang en achterhoofd. Dit kan als maximum iets lichter zijn dan de Kauw in broedkleed. Dit komt echter niet zo vaak voor. De meeste adulte Noordse Kauwen hebben een wangkleur die iets lichter is dan de onderdelen. Bij gewone Kauw zijn deze even donker (Cramp & Perrins, 1994). De onderdelen zijn effen potloodgrijs en lichter dan Kauw, die meer zwartgrijze onderdelen heeft. Hierdoor steekt bij Noordse Kauw de keel vaak zwart af tegen de buik. Vooral in directe vergelijking met een Kauw is de lichtere buik een duidelijk en bruikbaar kenmerk.
- Russische Kauw: Een uitgesproken Russische Kauw is moeiteloos op naam te brengen. Wang en achterhoofd zijn duidelijk lichter dan de Kauw en kunnen even licht zijn als de meest lichte Noordse Kauw. Bij de Russische Kauw is de wangkleur echter altijd wat intenser met een lichte paarsgrijze tint er in. Hierdoor steken de zwarte kopkap en keel extra duidelijk af, wat bij een doorsnee Noordse Kauw minder duidelijk is. De onderdelen zijn zwartgrijs en zitten qua tint tussen Kauw en Noordse Kauw in (Voous, 1960, Cramp & Perrins, 1994).
Gedrag en Leefwijze
In het najaar verzamelen honderden kauwen zich dagelijks op grote slaapplaatsen. In de aanloop naar de avond verzamelen groepen kauwen zich eerst op verschillende voorverzamelplaatsen en daarna gaat het verder naar de echte slaapplaats. Tegen de schemer zie je elke dag opnieuw kauwen naar de zelfde richting vliegen, op weg naar hun slaapplaats. Ze komen dan van hun foerageergebied vandaan waar ze in hele families bij elkaar naar voedsel zoeken. Toch kun je ook dan de koppeltjes herkennen.
De intelligentie van kraaiachtigen is bij geen vogel beter te observeren dan bij kauwtjes. Onderzoekers hebben ontdekt dat kauwen een soort taal kennen, met bepaalde geluiden voor verschillende situaties. Waarschijnlijk is de kauw wel de slimste van de collectie van de kraaiachtigen. Wie de tijd neemt om een groepje kauwen in de omgeving eens wat langer te bekijken wordt dan ook getrakteerd op een tentoonstelling van sociale structuren, pikorde-verhoudingen, sociale intriges en onderlinge blikken van verstandhouding tussen ‘verliefde’ stelletjes.
De man en vrouw verbinden zich voor het leven met elkaar. De paarvorming vindt plaats op het eind van het tweede levensjaar, maar gebroed wordt er pas in het derde levensjaar. De balts is een haast middeleeuwshoofse aangelegenheid.
Slapen doen ze niet in de nestkast maar in groepen op vaste slaapplaatsen. Een uurtje voor zonsondergang begint de trek naar deze slaapplaatsen. Wat dan opvalt is dat niet alleen kauwen maar ook kokmeeuwen allemaal een zelfde richting op trekken. Zij slapen in grote groepen op plassen en meren. Soms komt het ook voor dat ze op hele grote platte daken slapen. deze dagelijkse trek zie je tot na zonsondergang door gaan.
Voedsel
Kauwen zijn alleseters: van insecten, slakken, wormen, knoppen, zaden, bessen tot patatresten en kadavers. Vaak zie je ze met een hele familie bijeen over grasvelden lopen. Ze zijn dan op zoek naar voedsel.
In het voetspoor van de menselijke beschaving weet de kauw zich goed te redden. Zijn hoge intelligentie helpt kauwen om snel gebruik te maken van nieuwe voedselbronnen.
Broedgedrag
Kauwen zijn holenbroeders; oude nesten van zwarte spechten, holle bomen, maar ook schoorstenen en uilennestkasten worden benut als onderkomen. Kauwen broeden graag in elkaars nabijheid in losse kolonies. Het nest wordt gemaakt in holten van bomen, oude nesten van zwarte spechten, bosuilennestkasten maar ook gaten in muren, onder dakpannen en in schoorstenen. Ze broeden zelfs ook in konijnenholen.
Ieder nest bestaat uit vier tot zes eieren die 16-17 dagen bebroed worden. De meeste volwassen kauwen komen binnen als verkeer- of raamslachtoffer. Ook worden enkele keren per jaar kauwen gebracht met (vis)draad om de poot. Jonge kauwen zijn vaak uit het nest gevallen en/of kattenslachtoffer geworden. Ook worden er soms complete nesten binnengebracht die aangetroffen worden bij het schoonmaken van een schoorsteen.
Het wijfje legt in april of juni 3 tot 7 lichtblauwe eieren en broedt ze in 19 dagen alleen uit, waarbij ze door het mannetje op het nest wordt gevoerd. Na zowat 18 dagen komen de jongen uit. Drie weken later kunnen ze al vliegen.
Na het uitkomen van de eieren zorgen moeder en vader nog 30 á 35 dagen voor de jongen, voordat ze uitvliegen. Vanaf half april tot begin mei vangt het broedseizoen aan. Ongeveer twee maanden later vliegen de jongen uit die dan nog maar nauwelijks kunnen vliegen. Eerst na een maand gaan de jongen dan hun eigen gang. Eind juli zit er dan het broedseizoen voor de kauw op.
Verspreiding en habitat
Kauwen komen in heel Europa voor tot in het Subarctisch gebied (tot ‘halverwege’ Scandinavië). Nederlandse broedvogels zijn het gehele jaar hier ter plaatse. Verder zijn ze te vinden in het kleinschalig cultuurlandschap, op akkers en kleinschalige weiden en in kleinere bossen.
Kauwen zijn standvogels. Ze wonen in torens, ruïnes, konijnenholen, schoorstenen, rotsspleten en holle bomen, altijd in grotere of kleinere gemeenschappen, vaak ook samen met roeken en spreeuwen.
Groepen Scandinavische en Oost-Europese kauwen overwinteren onder andere in Nederland en komen vanaf de tweede helft van oktober naar Nederland; als trekvogel overigens sterk afgenomen. In maart/april vertrekken ze weer. Daartussen bevinden zich soms ook de ondersoorten Noordse en Russische kauwen.
Aantallen en trends in Nederland
Van alle soorten vogels in stedelijk gebied is de Kauw het meest algemeen. Dat blijkt uit de jaarlijkse telling van stadsvogels die door Sovon Vogelonderzoek Nederland wordt georganiseerd. Er zijn dit jaar in totaal 375.000 vogels doorgegeven, verdeeld over 159 verschillende soorten. De top 5 bestaat uit de Kauw (49100), Merel (34800), Houtduif (31500), Huismus (25100), Gierzwaluw.
De Kauw verblijft het hele jaar door in ons land (standvogel) en leeft behalve in het stedelijk gebied ook in agrarisch gebied en in bossen. Daar zijn ze echter lang niet zo succesvol als in een bebouwde omgeving. Volgens Jan Schoppers, coördinator van het telproject, zijn Kauwen intelligente vogels en dit komt hen wellicht van pas bij het zoeken van voedsel.
Sinds 1990 zijn er geen significante veranderingen in de aantallen kauwen in Nederland waargenomen.
Bescherming
De kauw is een beschermde inheemse vogelsoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen, zijn kauwen beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn.
Vangkooien
Door een wetswijziging voor wat betreft de toegestane vangmiddelen (uitsluiting niet specifieke vangmiddelen) is het vanaf medio 2009 niet langer toegestaan om ten aanzien van de volgens Artikel 65 Flora- & Faunawet landelijk vrijgestelde soort Kauw (Corvus monedula) vangkooien in te zetten in het kader van schadebestrijding. De schade aan de landbouw wordt gecompenseerd, door de hoeveelheid insecten die ze verdelgen. Als er teveel kraaiachtigen zijn komt dat toch door de mensen die te royaal met eten strooien, bewust of onbewust. Bestrijding heeft geen effect.
labels: #Ei




