Psalm 81:11 zegt: “Doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen.” De bekende woorden uit vers 12 van de berijming van 1773 van Psalm 81 zullen voor de meeste lezers heel bekend zijn. Deze woorden, "Opent uwe mond, eist van Mij vrijmoedig, op Mijn trouw verbond," roepen vragen op over de grenzen van vrijmoedigheid in gebed.
De Context van Psalm 81
Om de betekenis van deze woorden te begrijpen, moeten we kijken naar de context van de psalm. Er staat: "Die u hebt opgevoerd uit het land van Egypte." Wie door Christus’ bloed uit zijn/haar zondehuis is uitgetrokken, die mag zijn/haar mond openen en niet omdat wij dat zo graag doen, maar omdat de Heere gebiedt: “open”.
Gods Gebod tot Openheid
God zegt het hier in de gebiedende wijs. Het gaat er niet om of wij ons altijd vrijmoedig vóélen. Ons gevoel, onze beleving kan wel eens precies tegenovergesteld zijn, namelijk dat we (bijna) niet durven te bidden. Maar het gaat erom dat de Hére zegt: Vraag - desondanks toch maar - vrijmoedig! En al voelen we ons misschien niet vrijmoedig, we worden toch aangespoord om met vrijmoedigheid toe te gaan!
Interpretaties en Theologische Perspectieven
In veel vertalingen klinkt het woord “smeken” alsof het gaat om een laatste redmiddel: een klagende bedelaar die smeekt zonder te weten of hij iets krijgt. Maar wanneer we in de Bijbel het grondwoord onderzoeken - zowel in het Hebreeuws (tachanoen) als in het Grieks (deēsis) - blijkt iets heel anders. In de Schrift is smeken een intens en vurig appèl op Gods trouw en beloften.
Ds. H. stelt de vraag: kunnen wij als mensen wel iets eisen van de Heere? Als we die aan Luther zouden stellen, zou hij, denk ik, positief hebben geantwoord. Luther ging daar heel ver in. Hij noemde “bidden” bijv. “God met Zijn beloften om de oren slaan.”
De Rol van het Verbond
Ieder verbond van Gods kant na de zondeval is een genadeverbond, omdat we het niet verdiend hebben en het ook niet meer verdienen kunnen. Wel mogen we pleiten op Gods beloften, want ook dat zegt de Psalm in vers 8; “pleit op Mijn verbond”. Maar dan moeten we wel Gods beloften kennen. En daarvoor moet je je Bijbel lezen.
De woorden “op mijn trouwverbond” uit de berijming staan niet in de onberijmde tekst van vers 11, maar geven de gedachte weer, die duidelijk spreekt uit de zo juist aangehaalde woorden van vers 9 en 11.
Vrijmoedigheid versus Vrijpostigheid
We moeten, om te beginnen, goed zien dat ‘vrijmoedig’ iets anders is dan ‘vrijpostig’ of ‘brutaal’. Dat zou inderdaad niet gepast zijn tegenover de Here. Er bestaat voor mij geen vrijpostig vragen als het gaat om een vragen aan de HEERE.
In ‘vrijmoedig’ klinkt door dat er geen belemmering hoeft te zijn om in het gebed aan God te vragen wat we nodig hebben. En waarom hoeft er geen belemmering te zijn? Omdat de Here zelf dit zegt in Zijn Woord.
Bijbelse Voorbeelden van Vrijmoedig Gebed
Door de hele Schrift heen vinden we mensen die zich in hun gebeden beroepen op wat God eerder heeft gesproken:
- David: Hij doet een appel op de belofte dat hij als gezalfde op de troon zou komen, juist omdat hij in doodsgevaar is.
- Salomo: Hij bidt niet op basis van vroomheid of verdienste, maar omdat God zelf gezegd heeft dat Hij Zijn naam daar zou vestigen.
- Daniël: Hij bestudeert de profetieën van Jeremia en baseert zijn gebed volledig op het Woord dat God had gesproken.
- Jezus: In Gethsémané bidt Hij met "luid geroep en tranen," maar Zijn gebed was doordrenkt van het Woord. Hij appeleerde aan Gods plan.
Praktische Toepassingen van Vrijmoedigheid in Gebed
Je vraagt. We zagen in de vorige Pastoralia dat God graag wil dat wij Hem vragen. Hij wil een relatie met ons. Zoals een vader met zijn kind. Natuurlijk zal Hij ons niet onthouden wat we nodig hebben, maar we moeten Hem er wel om vragen. Dat versterkt de relatie met Vader.
Voorwaarden voor Verhoord Gebed
Ten eerste mogen we niet vergeten dat we met God te maken hebben. Dat vraagt dus om een eerbiedige houding en betekent dat we niet brutaal van Hem dingen moeten gaan eisen. Ten tweede wanneer je God om iets vraagt moet dat wel in Zijn wil zijn. Dat betekent dat we niet iets moeten vragen wat zondig is in de ogen van God. Waarmee we onszelf of onze naaste kwaad mee berokkenen.
Tenslotte wanneer we Hem iets vragen moeten we erop vertrouwen dat we reeds ontvangen hebben wat we vroegen. Je moet je vertrouwen op de Heer stellen. En Deuteronomium 18 : 13 leert ons dat ook; “U moet volledig op de Heer, uw God gericht zijn”. Je moet alles van Hem verwachten. Dat is geloof.
Wachten op Verhoord Gebed
Is dat echter niet zo, is er niets tussen jou en God, dan kan het zijn dat Hij ons laat wachten. Ook daar kunnen redenen voor zijn, allereerst kost het soms tijd om datgene wat jij vroeg te laten gebeuren, omdat de omstandigheden daar nog niet rijp voor zijn. Daarom laat Hij ons wachten, terwijl Hij alles zo leidt dat kan gebeuren waarom je vroeg.
En soms moeten we gewoon wachten omdat God iets veel mooiers voor ons in gedachten heeft dan wij onszelf zelfs maar kunnen voorstellen. En gedurende dat wachten is het voor ons zaak om geduldig te wachten en gedurig te bidden. Blijf volhouden!
De Gereformeerde Traditie en Aanbidding
In de gereformeerde traditie is aanbidding centraal in het leven van de kerk. De eredienst wordt gezien als het hart van de christelijke gemeenschap, waarin God op een waardige manier wordt geprezen door middel van Zijn Woord, gebed, zang en sacramenten.
Opwekking tot Aanbidding
Een opwekking tot aanbidding is een oproep om ons hart, verstand en ziel volledig op God te richten en Hem te eren om wie Hij is en wat Hij heeft gedaan. Aanbidding is de hoogste vorm van eerbetoon die een schepsel aan de Schepper kan brengen. De Bijbel roept herhaaldelijk op tot aanbidding van God, zowel individueel als gemeenschappelijk, en toont hoe aanbidding wordt geïnspireerd door Gods grootheid, genade en trouw.
Tabel: Vergelijking van Gebedsperspectieven
| Perspectief | Kenmerken | Basis |
|---|---|---|
| Luther | "God met Zijn beloften om de oren slaan" | Gods beloften |
| Bijbelse Smeking | Intens en vurig appèl op Gods trouw en beloften | Gods trouw en beloften |
| Gereformeerd Gebed | Eerbiedige houding, gebed in Gods wil | Gods wil en beloften |
De Duisternis en het Licht
Ds. C. Steenblok preekt over Jes.9:1, waar staat: “HET volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen.” Het licht loopt vooruit op de betekenis van de duisternis, de schaduw, die is op de plaats waar het licht niet kan komen.
Ziet u uit naar Zijn licht, of heeft u genoeg aan kunstlicht, dat ten enenmale een duisternis is, bij dat grote Licht? Want dat grote licht is over hem begonnen te schitteren. Niet veraf, nee, door Zijn Woord en Geest is dat licht nu vlak voor en over hem gekomen. Van voren en van achteren, ja van rondom, beschijnt hem dat Goddelijk licht.
labels: #Ei




