De oorzaak van COVID-19 is een infectie met een nieuw ontdekt virus dat behoort tot de familie der Coronavirussen (Coronaviridae). De officiële naam van dit nieuwe coronavirus is SARS-CoV-2 (‘Severe Acute Respiratory Syndrome coronavirus 2’). De ziekte die door infectie met dit virus wordt veroorzaakt heet officieel ‘coronavirus disease 2019’, afgekort COVID-19.

Op basis van genetisch onderzoek lijkt het nieuwe coronavirus (SARS-CoV-2) het meeste op coronavirussen die gevonden zijn in een Aziatische soort hoefijzerneusvleermuis (Rhinolophus affinis). Deze vleermuissoort komt wijd verspreid voor in Zuid- en Zuidoost-Azië, maar niet in Europa. 88% lijkt veel overeenkomst, maar het verschil in verwantschap maakt het aannemelijk dat het virus niet direct uit deze Chinese hoefijzerneusvleermuis komt, maar via een andere diersoort, een zogenaamde tussengastheer.

Dan zou SARS-CoV-2 eerst van de vleermuis naar de tussengastheer zijn overgesprongen, en dan van de tussengastheer naar de mens. Er zijn wetenschappers die het Javaans schubdier (Manis javanica) - een op Chinese markten veel verhandeld schubdier - aanwijzen als mogelijke tussengastheer, maar zeker is dat nog niet (Lam e.a.). We denken aan de mogelijkheid van een tussengastheer omdat die ook een rol speelde bij uitbraak van het SARS-coronavirus in 2002.

Dit komt waarschijnlijk door intensieve handel in wilde dieren op wildedierenmarkten in Azië. Op dergelijke markten worden veel verschillende wilde diersoorten levend bij elkaar gebracht. In 2002 waren de eerste mensen met SARS-coronavirusinfectie verbonden met wildedierenmarkten. Ook de uitbraak van SARS-CoV-2 lijkt te zijn begonnen op een wildedierenmarkt, de Huanan Wholesale Seafood Market in Wuhan, waar behalve vis ook veel wilde zoogdieren en vogels werden verkocht.

Het SARS-CoV-2 virus leidt bij mensen tot een ziekte die we COVID-19 noemen. Het SARS-CoV-2 virus infecteert daarbij de luchtwegen van de mens. Ziekteverschijnselen kunnen sterk variëren, van geen verschijnselen, milde verschijnselen zoals hoesten en koorts, tot ernstige verschijnselen zoals longontsteking.

Hoewel een groot deel van de eerste SARS-CoV-2 infecties bij mensen te maken had met de Huanan Wholesale Seafood Market in Wuhan, worden mensen nu over de hele wereld ook besmet door contact met geïnfecteerde mensen. Het is deze eigenschap van mens-tot-mens besmetting die zorgwekkend is, omdat het virus zich daardoor verder kan verspreiden in de humane populatie. Deze besmetting vindt vooral plaats door besmette voorwerpen zoals deurknoppen aan te raken, en ook door uitgehoeste vochtdruppeltjes met virus in te ademen.

Het leek zo’n leuk dier: de vleermuis. Totdat we hoorden dat hij mogelijk de bron is van de covid-19 pandemie. Alleen kunnen we dat de vleermuis moeilijk aanrekenen. Mensen en andere dieren leven steeds dichter op elkaar. Dit vergroot de kans dat virussen van dieren overspringen naar mensen.

Wereldwijd zijn er inmiddels zo’n 150 zoönosen: ziekten die dieren overdragen aan mensen. Driekwart van de ziekten die de afgelopen tien jaar ontstonden, zijn afkomstig van dieren. En het aantal wereldwijde uitbraken van infectieziektes neemt toe, concludeerden wetenschappers al in 2014 in een publicatie in de Royal Society.

Covid-19 wordt veroorzaakt door het SARS-CoV-2; een coronavirus dat sterk lijkt op het coronavirus (SARS-CoV) dat in 2003 de pandemie van SARS veroorzaakte. Waar het virus destijds vandaan kwam, was lang een raadsel. Omdat al snel bleek dat veel wildhandelaren besmet waren, voerden wetenschappers een studie uit op een wet market in China, een plek waar levende dieren worden verkocht. De aanwezige civetkatten bleken besmet met virussen die genetisch sterk leken op het coronavirus dat SARS veroorzaakte bij mensen.

De wetenschappers onderzochten ook het bloed van de wildhandelaren. De helft had antistoffen tegen SARS in hun bloed. In 2005 ontdekten andere onderzoekers dat de civetkatten het virus waarschijnlijk van hoefijzerneusvleermuizen hadden gekregen. Toen in 2012 het MERS-coronavirus zich over Saudi-Arabië verspreidde, bleken dromedarissen de bron, maar waarschijnlijk vormden ook toen vleermuizen het reservoir waaruit het virus ontsnapte. En in februari van dit jaar zagen onderzoekers dat het huidige coronavirus in mensen genetisch voor 96 procent overeenkomt met SARS-CoV2 dat al in 2013 in hoefijzerneusvleermuizen werd gevonden.

“Vleermuizen zijn het reservoir voor een groot aantal coronavirussen, maar ook voor een aantal andere virussen zoals ebola”, zegt viroloog Xander de Haan van de Universiteit Utrecht. De vliegende zoogdieren lijken een ideale gastheer. “Vleermuizen leven in grote populaties dicht op elkaar, met soms meerdere soorten door elkaar. Hierdoor springen virussen makkelijker over van het ene naar het andere dier”, zegt De Haan. “Ze leven bovendien relatief lang, waardoor dieren chronisch ziek kunnen zijn en dus lang een virus kunnen overdragen.” Het feit dat ze vliegen, maakt de verspreiding ook makkelijk.

Daarnaast eten veel vleermuizen fruit. Andere dieren verorberen aangevreten fruit en lopen zo ook het virus op. Vleermuizen lijken zelf weinig last te hebben van het virus. Dat komt mogelijk omdat ze vliegen en daardoor een snelle stofwisseling hebben. Dat kost zoveel energie dat er weinig over is voor een aangeleerde afweerreactie tegen virussen. Het zijn oude diersoorten en ze zijn lang samen met virussen geëvolueerd. Virus en vleermuis hebben zich door de jaren heen zo ontwikkeld dat virussen niet zo ziekmakend zijn voor de vleermuis, maar zich wel kunnen vermenigvuldigen en verspreiden.

“Mogelijk komt dit door een beter werkend aangeboren afweersysteem. Vleermuizen produceren continu hoge concentraties interferon. Dit zijn afweereiwitten die de virusgroei remmen”, zegt De Haan. Om over te springen naar een andere gastheer moet een vleermuisvirus nog wel iets doen. Virussen kunnen alleen mensencellen binnendringen als er een receptor is waar ze aan kunnen binden. SARS-CoV en SARS-CoV-2 binden aan de ACE2-receptor, maar die is in vleermuizen en mensen verschillend.

“Daarom is er vaak sprake van een tussengastheer waarin het virus zich nog wat verder ontwikkelt”, legt De Haan uit. In het geval van SARS-CoV was dit de civetkat, bij MERS-CoV de dromedaris. En dit keer is het schubdier mogelijk de overbrenger. Eind maart onderzochten Chinese wetenschappers een klein aantal schubdieren. Bij een kwart werden SARS-CoV-achtige virussen aangetroffen.

“Dit zou erop kunnen wijzen dat het schubdier een tussengastheer is”, zegt De Haan. “Maar het aangetroffen virus lijkt het sterkst op een virus dat wetenschappers eerder bij vleermuizen zagen. Daarom is niet met zekerheid te zeggen of schubdieren een tussengastheer zijn. Het kan net zo goed zijn dat vleermuizen het direct of via een andere gastheer naar mensen hebben overgedragen.”

Eén onderdeel waarmee het virus aan de receptor hecht, lijkt in mens en schubdier sterk op elkaar. Dit kan komen doordat beide soorten het virus van een vleermuis kregen en dat het virus vervolgens op vergelijkbare wijze in mens en schubdier is geëvolueerd, maar ook daar is nog onvoldoende bewijs voor.

Voor experts als De Haan is deze pandemie geen verrassing. “Vrijwel alle nieuwe virussen bij mensen komen uit dieren. Het is de prijs die we betalen voor de manier waarop we met dieren samenleven.” Eind januari waarschuwde ook wetenschapsjournalist David Quammen in The New York Times dat deze pandemie geen domme pech is, maar een consequentie van de keuzes die we maken. “We dringen tropische regenwouden en andere natuur binnen die vele dier- en plantensoorten herbergen, en in die wezens zitten zoveel onbekende virussen. We kappen de bomen, we doden de dieren of stoppen ze in een kooi en sturen ze naar markten. We verstoren ecosystemen, en we schudden virussen los uit hun natuurlijke gastheer. Als dat gebeurt, hebben ze een nieuwe gastheer nodig. Vaak zijn wij dat”, zegt de journalist die het boek ‘Zoönose’ schreef.

Deze week pleitte Elizabeth Maruma Mrema, hoofd van de VN-organisatie voor biodiversiteit, in diezelfde krant voor een wereldwijd verbod op wildmarkten, plaatsen waar vele wilde dieren worden gedood en verhandeld. De huidige pandemie startte vermoedelijk op een wildmarkt in Wuhan in China. In februari stelde China een tijdelijk verbod in op wildmarkten. Dat gebeurde na de SARS-crisis ook, maar die werd na enkele jaren weer ingetrokken. De vraag is of bij een wereldwijd verbod de handel niet op illegale wijze verdergaat.

Met name in Afrika zijn veel mensen afhankelijk van de markten voor hun inkomen en voedsel. Wildmarkten zijn niet nieuw. De kans dat een virus dat daar opduikt zich over de wereld verspreidt is wel toegenomen, nu we massaal de wereld over reizen. “Ook virussen pakken tegenwoordig het vliegtuig”, zegt De Haan. “Met een groeiende wereldbevolking, die steeds meer ruimte van de natuur inneemt, is het wachten op een volgende virusuitbraak.”

Wetenschappers toonden in 2013 al SARS-CoV-2-achtige virussen aan in vleermuizen. Met die kennis is toen weinig gedaan. “Virologen roepen al jaren dat het een keer misgaat maar het is moeilijk voorbereiden als je niet weet wanneer dat is. Toch is het van belang om ons nu al voor te bereiden op het volgende pandemische virus. We weten niet wat voor een virus dat zal zijn dus we zullen breedwerkende vaccins en antivirale middelen moeten ontwikkelen.

Het Wuhan-coronavirus komt vrijwel zeker uit vleermuizen. Waarschijnlijk is het virus eerst vanuit wilde vleermuizen overgesprongen op een ander zoogdier, waarna het virus evolueerde en daarmee mogelijk besmettelijker is geworden. Eerder concludeerden onderzoekers al dat het nieuwe virus genetisch lijkt op het SARS-virus, dat in 2003 zorgde voor een wereldwijde epidemie waarbij toen meer dan achthonderd doden vielen.

De Chinese overheid verbood daarop de handel in wilde civetkatten, om verdere verspreiding van SARS te voorkomen. Door isolatie van patiënten en mensen met wie zij contact hadden gehad, kon de epidemie uiteindelijk binnen een jaar tot staan worden gebracht. Op de Huanan Seafood Market werden niet alleen zeevis en schaaldieren verhandeld maar ook een hele menagerie aan wilde dieren.

Die levende dieren zaten dicht opeengepakt in kleine kooitjes en werden vaak ter plekke geslacht, waarbij het niet altijd even hygiënisch aan toe ging. Volgens de Chinese autoriteiten was deze wildhandel grotendeels illegaal, maar kennelijk werd de verkopers tot nu toe geen strobreed in weg gelegd. Er gaan zelfs geruchten dat er in Wuhan opnieuw civetkatten op de markt waren.

Om diezelfde reden legde China eerder het verkeer van en naar Wuhan en een aantal andere steden stil. Dat de handel in levend wild een groot risico inhield, was onder virologen genoegzaam bekend. In februari vorig jaar schreven Chinese virologen in een wetenschappelijk artikel zelfs expliciet dat een nieuwe uitbraak van een SARS-achtig virus, onvermijdelijk is zo lang er niets zou veranderen.

De vraag is in hoeverre het Wuhanvirus (door wetenschappers aangeduid als 2019-nCoV) nu in de voetsporen van het SARS-virus treedt. SARS raakte destijds binnen mum van tijd verspreid over de hele wereld, doordat mensen die besmet waren zonder dat zij dat wisten de wereld over reisden en anderen besmetten.

In tegenstelling tot de uitbraak van SARS, die de eerste maanden door de Chinese autoriteiten geheim is gehouden, zijn de Chinese virologen er bij de uitbraak van het Wuhanvirus razendsnel bij geweest, en hebben zij die informatie internationaal ook snel gedeeld. Uit een genetische stamboomanalyse van de erfelijke code van de virusinfectie van verschillende patiënten kan het moment worden berekend waarop het virus van dier naar mens moet zijn overgesprongen. Dat is tussen begin november en begin december geweest.

De eerste melding van longontsteking veroorzaakt door het nieuwe coronavirus dateert van 1 december en was niet direct gerelateerd aan Huanan Seafood Market. In de loop van december kwamen er tientallen patiënten bij die wel een link hadden met deze markt.

Sinds een week stijgt iedere dag het aantal bevestigde besmettingen en het aantal doden. En die beperken zich niet meer alleen tot Wuhan, maar zijn inmiddels verspreid over alle Chinese provincies, met ook tientallen besmettingen buiten de landsgrenzen. Inmiddels is duidelijk dat het virus van mens tot mens over kan gaan. Virologen werken met een zogeheten vermeerderingsgetal om aan te geven hoe besmettelijk een virus is (R0, ‘r-nought’).

Een simpele rekensom op basis van de officiële Chinese rapportages leert dat ongeveer 3 procent van de patiënten aan de ziekte overlijdt. Maar of dat zo blijft is lastig te zeggen, er liggen nog veel mensen in kritieke toestand in het ziekenhuis en die kunnen uiteindelijk sterven of weer herstellen, wat het sterftecijfer omhoog of omlaag zal doen gaan.

De Chinese minister van gezondheid Ma Xiaowei waarschuwde zondag tijdens een persconferentie dat het virus al besmettelijk kan zijn voordat iemand de eerste symptomen van de infectie ervaart. Daardoor zou die zich ongemerkt kunnen verspreiden. De incubatietijd van het virus varieert van één tot veertien dagen, blijkt uit Chinees onderzoek.

Volgens dr. Van Der Poel is het coronavirus een zoönose, een ziekte die van mens naar dier kan overspringen. Hij geeft toe dat het virus naar alle waarschijnlijkheid wel ontstaan is bij een vleermuis, dit komt veel vaker voor. Maar de vleermuis diende in het geval van corona waarschijnlijk als een soort reservoir. Hij heeft zelf niet last van de ziekte, maar kan het wel verspreiden via een beet, bloed of ontlasting. Het is onwaarschijnlijk dat de vleermuis het virus direct heeft opgebracht op de mens. Daarvoor is een gastdier nodig.

Het klopt dat het virus waarschijnlijk op mensen is overgesprongen op een een dierenmarkt in Wuhan. Doordat deze markten niet hygiënisch zijn kon het virus makkelijk vrijkomen uit geïnfecteerde dieren (geen vleermuis) en de mensenmassa deed de rest. De eerste patiënten van het coronavirus hadden allemaal een link naar een dierenmarkt in Wuhan.

Door de verspreiding van een dodelijk variant van het coronavirus, die voor het eerst opdook op een dierenmarkt in Wuhan en inmiddels is uitgegroeid tot een wereldwijde epidemie, is de Chinese handel in wilde dieren onder een vergrootglas komen te liggen.

Op 26 januari kondigde China een verbod af op de handel in wilde dieren totdat de crisis achter de rug is. In de media werden beelden getoond van dieren die ziek waren en pijn leden, en video's van vleermuizen die levend werden gekookt in pannen soep. De beelden riepen wereldwijd verontwaardiging op. Ook ontstond daardoor het beeld dat er in China op enorme schaal wilde dieren worden verhandeld voor consumptie.

In Guangzhou, een stad met veertien miljoen inwoners in het zuidoosten van het land, waar relatief veel wilgengorsen voorkomen, lijkt het eten van wilde diersoorten steeds vaker voor te komen. In werkelijkheid is het eten van wilde dieren voor veel Chinezen cultureel afwijkend gedrag. In door de staat gecontroleerde media, zoals de China Daily, verschenen vernietigende commentaren over de gewoonte, waarin werd opgeroepen tot een permanent verbod op de handel in wilde dieren.

Het is onbekend op welke schaal er in China wilde dieren worden verhandeld, aldus experts. Er worden veel dieren illegaal gevangen, geïmporteerd en geëxporteerd, voor consumptie, voor de productie van medicijnen, als jachttrofee of als huisdier. De traditionele Chinese geneeskunst, waarin van oudsher veel geloof wordt gehecht aan de geneeskrachtige werking van van dieren afkomstige ingrediënten, is een belangrijke aanjager van de handel.

De overheid staat toe dat 54 wilde soorten op boerderijen worden gefokt en verkocht voor consumptie, zoals nertsen, struisvogels, hamsters, bijtschildpadden en Siamese krokodillen. Veel wilde dieren, zoals slangen en roofvogels, worden door stropers gevangen en naar door de staat vergunde boerderijen gebracht, vertelt Zhou Jinfeng, secretary-general van de China Biodiversity Conservation and Green Development Foundation, een ngo in Beijing die ook betrokken was bij de bevrijding van de vogels in september. Hoeveel dierenmarkten er zijn in China is niet bekend, maar volgens deskundigen zou het aantal in de honderden kunnen lopen.

Rebecca Wong, universitair docent sociologie en gedragswetenschappen aan de City University of Hong Kong, stelt in haar boek uit 2019 over de illegale handel in wilde dieren in China dat het eten van wilde dieren “een veel voorkomend fenomeen is op het vasteland van China.” Maar volgens Wong is het belangrijk om genuanceerd naar deze gewoonte te kijken. Volgens haar is het idee van de “Aziatische superconsument” een mythe, en liggen er complexe oorzaken aan ten grondslag, zoals groepsdwang, dwang vanuit de gemeenschap en de zoektocht naar status.

Uit een onderzoek uit 2014 waaraan meer dan duizend inwoners van vijf Chinese steden meededen, bleek dat er grote verschillen waren tussen mensen uit verschillende delen van het land. In Guangzhou had 83 procent van de ondervraagden in het voorafgaande jaar een wild dier gegeten. In Shanghai was dat 14 procent en in Beijing slecht 5 procent.

Charles zegt dat het in de buurt waar hij vandaag komt heel gewoon is om wilde dieren te eten, maar dat zijn familie het niet vaak doet. Hij eet alleen zo nu en dan wilde dieren, uit nieuwsgierigheid. “Tegenwoordig kopen oudere mensen ze meer dan jongeren,” stelt hij. Hij denkt dat dit te maken heeft met het feit dat ze minder goed geïnformeerd zijn.

Cordelia, die in het centrum van Guangzhou woont, zegt dat het in haar familie of gemeenschap nauwelijks voorkomt. “Mijn familie en vrienden houden er niet zo van, we vinden het smerig.” Ze legt uit dat zij vindt dat het “van weinig respect getuigt en een aantasting is van moeder natuur.” Volgens haar kan de huidige epidemie ertoe leiden dat anderen dat ook zo gaan zien.

Cordelia vertelt dat het geloof in de gezondheidsvoordelen van wild vlees de consumptie ervan beïnvloedt en dat dit terug te zien is op de markten. Levende dieren zijn duurder dan dode, vaak twee of drie keer zo duur. “Mensen denken dat vlees meer voedingswaarde heeft als het vers is en van levende dieren komt,” vertelt Li.

Door deze onzorgvuldige werkwijze kunnen zoönotische infecties - die door dieren worden overgedragen op mensen - zich verspreiden, vertelt Christian Walzer, chief global veterinarian van de Amerikaanse dierenbeschermingsorganisatie Wildlife Conservation Society. Van de zoönoses is 70 procent afkomstig van wilde dieren, vertelt Erin Sorrell, die onderzoek doet aan het departement van microbiologie en immunologie aan de Georgetown University in Washington D.C.

Er zijn aanwijzingen dat het coronavirus uit Wuhan afkomstig is van vleermuizen. Veel van de dierenbeschermers die ik sprak denken dat het tijdelijke verbod op de handel in wilde dieren in China waarschijnlijk resultaat gaat opleveren.

De Chinese regering heeft een kliklijn geopend waarop mensen overtredingen kunnen melden. “Dit is een noodsituatie,” stelt Peter Li. “Iedereen let op. China heeft al eens eerder een verbod ingesteld. In 2003, toen de vermoedelijk door civetkatten veroorzaakte SARS-epidemie op zijn hoogtepunt was, stelde de regering ook een tijdelijk verbod in op de handel in wilde dieren.

Ook nu nog wordt civetkatsoep door sommige Chinezen als een delicatesse beschouwd. Er is altijd een risico dat iets soortgelijks weer gebeurt, merkt Sorrell op. Om van het tijdelijk verbod een permanent verbod te maken, moet duidelijker worden wat er precies onder valt. Sommige van de gebruikte termen zijn vaag, waardoor ze verschillend kunnen worden uitgelegd door de lokale autoriteiten. Zo is het de vraag of het verbod ook geldt voor droge delen van wilde dieren, zoals botten en schilden.

Een permanent verbod zou op grote bezwaren van de bedrijfstak stuiten, vertelt Li. Het Chinese National Forestry and Grassland Department, dat verantwoordelijk is voor het verlenen van vergunningen voor het fokken van wilde dieren “vertegenwoordigde lange tijd de belangen van de handelaren in wilde dieren,” stelt hij.

Als een verbod te snel wordt opgelegd en niet zorgvuldig wordt voorbereid, dan zou de handel in wilde dieren wel eens in de illegaliteit kunnen verdwijnen. “Het is belangrijk dat er draagvlak is onder de bevolking, wil een verbod effectief zijn,” voegt Caroline Dingle daaraan toe. Zij is evolutionair bioloog aan de Hong Kong University en doet onderzoek naar criminaliteit rond wilde dieren.

Voor Cordelia, de 18-jarige studente uit Guangzhou, staat het leven momenteel stil. Ze kan geen lessen volgen en ze kan ook niet op bezoek bij haar familie. Maar ze wijst ook op de eensgezindheid die volgens haar het gevolg is van de crisis en de oproepen op Weibo en in Chinese kranten.

Overzicht van Zoönoses en Coronavirussen

Virus Jaar van Uitbraak Vermoedelijke Bron Tussengastheer
SARS-CoV 2003 Hoefijzerneusvleermuizen Civetkat
MERS-CoV 2012 Vleermuizen Dromedaris
SARS-CoV-2 (COVID-19) 2019 Hoefijzerneusvleermuizen Mogelijk Schubdier

labels:

Zie ook: