Het risico van Trichinella-infecties is een van de redenen waarom varkens geen restaurantafval mogen eten: ze zouden zo besmet vlees kunnen eten en zelf besmettelijk worden voor de mens. De mens kan via beide wegen besmet raken door het eten van onvoldoende verhit vlees. Varkensvlees, paardenvlees en wild zwijn zijn mogelijke bronnen van besmetting.

Wat is Trichinella?

Trichinella is een rondworm (nematode), die voornamelijk in het spierweefsel van zoogdieren voorkomt. De meest voorkomende soort is Trichinella spiralis. Deze komt vooral voor bij gehouden varkens, maar ook bij wilde zwijnen, en veroorzaakt de ziekte Trichinellose.

De worm (van enkele millimeters lang) leeft slechts een paar weken in de dunne darm van de gastheer. Daar paren mannelijke en vrouwelijke wormen. De vrouwtjes zijn levendbarend. De larven die geboren worden, gaan op trektocht door het lichaam. In het lichaam nestelen ze zich uiteindelijk ergens in de spieren (spiertrichinen), met een voorkeur voor de middenrifspier, tongspier, kauwspier, oogspier en de spieren van rug en lendenen. Daar vormt zich bij de meeste Trichinella-soorten een kapsel om de larve, die daarna jarenlang kan overleven.

Er zijn twee cycli van Trichinella-overdracht, één waarin besmette wilde dieren elkaar besmetten en één waarin landbouwhuisdieren besmet raken.

Risico's in Nederland en Europa

In Nederland is het risico op besmetting via deze vleessoorten minimaal, omdat de meeste varkens geen kans lopen om besmet te raken door de wijze van huisvesting (de meeste varkens zitten binnen, in stallen waar geen ongedierte komt) en omdat ieder van deze dieren getest wordt op het slachthuis. Sinds 1926 is de Nederlandse varkensstapel vrij van Trichinella spiralis.

In West- Europa komt Trichinella eigenlijk niet meer voor bij varkens, die binnen worden gehuisvest. Bij in het wild levende dieren (wilde zwijnen, vossen) komt nog wel trichinellose voor. Weliswaar zijn dat in het algemeen andere Trichinella-soorten, maar ook die zijn in meer of mindere mate besmettelijk voor de mens. De gevallen van humane infectie met Trichinella in Nederland zijn tot op heden allemaal opgelopen in het buitenland. In andere Europese landen (Frankrijk, Italië en Turkije) zijn Trichinella uitbraken beschreven door consumptie van besmet wild zwijn, varkens- of paardenvlees. In Frankrijk ontstond bijvoorbeeld een uitbraak van trichinellose onder ruim 500 mensen door één besmet paardenkarkas.

Symptomen van Trichinellose

Wanneer mensen besmet vlees met infectieuze larven binnen krijgen, ontwikkelen de larven zich in de dunne darm van de mens tot worm. De irritatie die het binnendringen van de wormen in het darmslijmvlies veroorzaakt zorgt voor misselijkheid, braken en diarree. Tijdens de trektocht die de larven maken om vanuit de darm naar de spieren te gaan, komen er allerlei irriterende en allergene stoffen vrij in het bloed.

Dit kan zorgen voor het ontstaan van kleine puntbloedinkjes onder de nagels en aan de binnenzijde van de oogleden. Daarnaast ontstaan er ontstekingen op de plaatsen waar de larven zich inkapselen in een cyste. De periode tussen de besmetting en het optreden van verschijnselen is gemiddeld ongeveer tien dagen, maar varieert enorm, van één tot 40 dagen, afhankelijk van de hoeveelheid larven die men binnen gekregen heeft.

Afhankelijk van de hoeveelheid larven variëren ook de symptomen. De ziekte kan goed ongemerkt voorbij gaan, of verward worden met andere ziektes of een griepje. Soms overlijdt de patiënt door uitputting, longontsteking of hartproblemen vier tot acht weken na de besmetting. Het sterftepercentage varieert van 0 tot 35 procent van de besmettingen, maar is in het algemeen minder dan 1 procent. Na jaren (soms pas na 5 jaar) kan verkalking optreden van de cystewand en afsterving van de larven.

Preventie en Controle

Preventie is Europees geregeld, waarbij iedere EU lidstaat moet voldoen aan de Europese regelgeving. Dit betekent dat op landelijke schaal dieren worden onderzocht en gekeurd via de vleeskeuring op het slachthuis. Hierbij wordt al het varkensvlees en al het geïmporteerde paardenvlees gecontroleerd op de afwezigheid van spiertrichinen.

Daarnaast gaan bij langdurig invriezen (langer dan tien dagen) bij -20 graden Celsius alle in Nederland levende trichinen dood. Verhitting zorgt ook voor het doden van de spierlarven. Al het vlees is veilig zolang het maar goed verhit wordt.

Om besmettingen bij mensen te voorkomen, is wettelijk vastgelegd dat vlees van een geschoten wild zwijn, altijd op Trichinella moet worden onderzocht. Na het afschot van een wild zwijn, bent u verplicht om het te laten keuren door een gekwalificeerd persoon.

Veilig wild eten in Nederland

U koopt vlees van wild, zoals hert, gans of wild zwijn bij een poelier. Of u eet het in een restaurant. Als de ondernemer zich aan de regels houdt, dan mag u er van uit gaan dat het vlees veilig is. Er moet een verklaring bij geschoten wild zitten dat het dier er gezond uit ziet. Als het om zwijnenvlees gaat dan moet het onderzocht zijn op trichine. Bij erkende wildbewerkingsinrichtingen wordt het vlees door de NVWA gekeurd.

De jager en een gekwalificeerd persoon beoordelen het geschoten wild. Ziet het dier er gezond uit? Vertoont het geen afwijkingen? Vervolgens vullen zij een verklaring in. Daarin staat onder andere door wie, waar en wanneer het wild geschoten is. Vlees van een geschoten wild zwijn wordt altijd onderzocht op trichine.

Verkoopt een jager wild dat niet door de NVWA gekeurd is? Dan mag dit alleen wild zijn waaraan geen afwijkingen zijn gezien. Als restaurants het vlees koel bewaren en hygiënisch bereiden, dan kunt u het veilig eten.

labels:

Zie ook: