De boterbloemplant is een plant die je direct herkent aan haar vrolijke gele bloemetjes, waarmee ze de show steelt in menig grasveld en berm. Of je nu een beginnende plantenliefhebber of een doorgewinterde tuinier bent: de boterbloemplant (officieel bekend als Ranunculus) is een topper die weinig vraagt, maar veel geeft. Maar wist je dat deze klassieker ook perfect staat in je tuin of op je balkon?

Wat is een boterbloemplant eigenlijk?

De boterbloemplant is een vaste plant die vooral in het voorjaar volop bloeit. Je herkent haar aan de kleine, glanzende, geelgekleurde bloemetjes die bijna licht lijken te geven in de zon. Er bestaan verschillende soorten ranunculus, van wilde varianten die je in het gras tegenkomt tot sierlijke soorten die speciaal gekweekt zijn voor in de tuin. Wat ze allemaal gemeen hebben? Ze brengen direct kleur en vrolijkheid. De boterbloemplant past zich moeiteloos aan, of je nu een wilde bloemenweide wilt creëren of juist een strakke tuin hebt waar je wat speelsheid aan toe wil voegen.

Waarom heet de boterbloemplant eigenlijk zo?

De boterbloemplant - alleen de naam klinkt al gezellig, toch? Maar waar komt die naam eigenlijk vandaan? Heeft het iets met boter te maken? Of is het gewoon toeval dat die gele bloemetjes je zo doen denken aan een verse klont roomboter op een warme zomerdag?

De oorsprong van de naam ‘boterbloem’

De naam ‘boterbloem’ is waarschijnlijk ontstaan door de heldergele kleur van de bloemen, die kleur lijkt namelijk verdacht veel op echte boter. In vroegere tijden dachten mensen zelfs dat koeien die in weilanden met veel boterbloemen graasden, botere melk gaven. Klinkt logisch, maar helaas klopt dat niet. Sterker nog: boterbloemen zijn giftig en worden door koeien juist vermeden.

Wat zegt de wetenschappelijke naam?

De officiële naam van de boterbloemplant is Ranunculus. Dat klinkt misschien een beetje als een toverspreuk, maar het is gewoon Latijn. ‘Rana’ betekent kikker, en ‘unculus’ is een verkleinwoord - dus eigenlijk: ‘kleine kikker’. Waarom die naam? Omdat veel soorten Ranunculus van natte plekken houden, net als kikkers.

Dus nee, de boterbloemplant heeft niets met boter te maken, maar alles met kleur, verwarring én een tikje nostalgie. Toch blijft het een naam die mensen bijblijft - en dat maakt ‘m extra charmant.

Wanneer groeit de boterbloemplant?

De boterbloemplant is zo’n vrolijke verschijning die je plots overal ziet opduiken in de lente. Maar wanneer begint ze nu écht te groeien? En wanneer kun je die bekende gele bloemetjes verwachten in je tuin of in het wild?

De groeiperiode van de boterbloemplant

Boterbloemen beginnen al vroeg in het jaar met groeien. Zodra de dagen weer wat langer worden en de temperatuur langzaam stijgt - vaak al vanaf maart - komt de plant tot leven. De bloei zelf volgt iets later, meestal in april of mei. In sommige gevallen bloeien ze zelfs tot in juni door, zeker als het voorjaar zacht is geweest.

Wat heeft de boterbloem nodig om te groeien?

Zon, een beetje vochtige grond en een plekje waar ze haar gang kan gaan. De boterbloemplant is niet heel kieskeurig, zolang ze niet helemaal uitdroogt. Je ziet ze dan ook veel langs sloten, in weilanden en in natuurlijke tuinen waar ze zichzelf mogen uitzaaien.

Het leuke aan de boterbloemplant is dat ze net op het juiste moment opduikt: precies wanneer iedereen weer zin krijgt in het buitenleven. Haar bloei luidt de lente écht in, en dat maakt haar extra geliefd bij tuinliefhebbers.

Welke soorten boterbloemplanten zijn er?

Als je denkt aan een boterbloem, zie je vast meteen dat bekende felgele bloemetje voor je. Maar wist je dat er meerdere soorten boterbloemplanten bestaan? En dat ze echt niet allemaal hetzelfde zijn? Tijd om wat dieper in de wereld van Ranunculus te duiken!

Niet één, maar tientallen soorten

De boterbloemplant is onderdeel van het geslacht Ranunculus, en daar vallen tientallen soorten onder. De bekendste in Nederland is de kruipende boterbloem (Ranunculus repens). Die herken je aan zijn gele bloemetjes en het feit dat hij, zoals de naam al zegt, kruipend over de grond groeit.

Daarnaast heb je de scherpe boterbloem (Ranunculus acris), die vaak wat langer is en rechtop groeit. Deze soort zie je veel in weilanden. Hij heeft net iets fijner blad en een iets pittigere uitstraling. Een andere opvallende soort is de akkerboterbloem (Ranunculus arvensis). Deze komt wat minder vaak voor, maar heeft een bijzondere uitstraling met groenige kelkblaadjes en staat het liefst op wat drogere grond.

En dan zijn er nog de sierlijke soorten

Naast de wilde boterbloemen zijn er ook gecultiveerde varianten, zoals de Ranunculus asiaticus. Deze sierboterbloem heeft volle bloemen in allerlei kleuren, van wit en roze tot rood en oranje. Ze zijn perfect voor in een border of als snijbloem in een vaas.

Verzorging: simpel en stressvrij

Eén van de grote voordelen van de boterbloemplant is dat ‘ie supermakkelijk is in onderhoud. Ze houden van een zonnige plek, maar een beetje halfschaduw kan ook prima. De bodem moet goed vochthoudend zijn, dus geef regelmatig water - vooral in droge periodes. Kies niet voor de kruipende boterbloem, aangezien deze uiteindelijk je tuin zal overnemen.

Verder? Laat haar lekker haar gang gaan. De plant zaait zichzelf vaak uit, dus voor je het weet heb je volgend jaar een nog vrolijker hoekje in je tuin. Perfect voor wie houdt van een natuurlijke, bijna wilde uitstraling.

Boterbloemen en biodiversiteit

Nog een fijne bonus: boterbloemen zijn echte insectenmagneten. Bijen en vlinders worden aangetrokken door de bloemen, waardoor je bijdraagt aan een gezonde biodiversiteit in je tuin. Met andere woorden: niet alleen jij wordt blij van die gele pracht, maar ook het leven om je heen.

Giftigheid van Boterbloemen

“Wat boterbloemen betreft is het heel simpel: alle soorten zijn giftig. Niet alleen voor paarden trouwens, voor alle soorten vee. Die giftigheid zit hem in het sap van de plant. Het sap irriteert namelijk alles waarmee het in aanraking komt,” vertelt Nicole Slijkerman. “De gevolgen kunnen heftig zijn: koliek, diarree, overmatige speekselvorming, blaren in de mond, bloederige urine, zwaar ademen, zwakke polsslag, spiertrekkingen rond de ogen en rode slijmvliezen.

In principe zullen paarden namelijk boterbloemen vermijden. “Dit komt door de scherpe smaak van de plant.” “Over het algemeen zullen paarden de plant laten staan. Het gevolg hiervan is echter dat er steeds meer boterbloemen bij komen.”

Giftige delen

Bovengrondse delen van de boterbloem zijn giftig.

Mate van giftigheid

In hooi is boterbloem niet schadelijk, anemonol is dan omgezet in een niet giftige stof.

Gifstof(fen)

Boterbloemen bevatten het glycoside ranunculine, waaruit bij kneuzing van de plant het proto-anemonine ontstaat. Dit is een vluchtige, gele bitter smakende olie die spontaan aanleiding geeft tot polymerisatie waardoor het onschadelijke anemonin (anemonol) ontstaat.

Symptomen

Boterbloem vergiftiging veroorzaakt bij rundvee afname van de melkproductie en veroorzaakt een bittere smaak en rode kleur van de melk. Zware vergiftigingen veroorzaakt koliek en diarree met zwarte stinkende mest, nervositeit, zenuwtrekken van oren en lippen, bemoeilijkte ademhaling en uiteindelijk convulsies.

De symptomen bij paarden en schapen zijn gelijkaardig, maar schapen kunnen plotseling omvallen. Varkens vertonen verlammingsverschijnselen maar weinig maagdarm klachten.

Weidebeheer en Boterbloemen

“Omdat paarden de boterbloemen laten staan, krijgen ze de kans om zich te verspreiden als je er niets aan doet. Je zult dus zelf met de hand de planten moeten verwijderen en de kale plekken opnieuw moeten inzaaien.” Bestrijden met gif is eventueel ook een optie, maar je moet dan wel met het een en ander rekening houden. “Optimaal resultaat krijg je door net voor of na de bloeiperiode te spuiten. Wil je spuiten, dan ben je nu misschien net op tijd; de meeste boterbloemen staan nog niet in bloei. Ook mogen paarden zo’n twee weken niet op de wei waar gespoten is.”

Er wordt vaak gezegd dat boterbloemen een teken zijn van een zure grond. Kalken zou hiertegen kunnen helpen. Voor een goed beeld is een bodemonderzoek aan te raden.

Gevaar

Hoewel paarden meestal geen boterbloemen eten, moet je wel oppassen met erg schrale weides. Sommige paarden zullen de plant toch proberen te eten als ze verder niets te grazen hebben. Ook kan de bloem in zeldzame gevallen de huid irriteren. Dit zal dan vooral de gevoelige huid van de lippen, neus en (witte) kootholtes betreffen.

“Je hoeft trouwens niet bang te zijn voor boterbloemen in het hooi; in de gedroogde vorm zijn boterbloemen zo goed als niet giftig.

Afgelopen tijd weken zien wij overal weer heel veel gele bloemen in de weides, de randen hiervan en in de bermen staan. Dit is niet erg als het een boterbloemen betreft, maar wij zien ook veel Jacobskruiskruid. Koeien, paarden of schapen vinden vers Jacobskruiskruid smerig en zullen dit dus niet eten in de wei. Als het gedroogd of ingekuild is vinden ze het niet zo smerig meer en eten ze het wel op! Jacobskruiskruid geeft bij opname van een grotere hoeveelheid in 1 keer verstopping, verminderde eetlust en vermageren.

Veel planten bevatten stoffen die giftig zijn voor o.a. schapen, geiten, paarden en runderen. Toch ontstaan er zelden gevaarlijke situaties. Als het opvalt dat een dier ongewoon gedrag vertoont (bijvoorbeeld braakneigingen, diarree, speekselen, trillen, enzovoort), zoek dan in de omgeving naar mogelijk giftige planten.

Tabel: Overzicht van giftige stoffen in boterbloemen en hun effecten

ComponentEffect
RanunculineGlycoside, omgezet in proto-anemonine bij kneuzing
Proto-anemonineVluchtige olie, irriterend voor huid en slijmvliezen
Anemonine (Anemonol)Niet-giftige stof, ontstaat bij polymerisatie van proto-anemonine

Dus, ben je op zoek naar een makkelijke plant die je tuin direct opvrolijkt? Dan is de boterbloemplant precies wat je zoekt. Met haar charmante uiterlijk, eenvoudige verzorging en liefde voor zonlicht is het een aanwinst voor elke buitenruimte.

labels: #Ei

Zie ook: