In de Noordzee leven vele soorten krabben, kreeften en heremietkreeften. Krabben behoren tot de Decapoda (tienpotigen), maar ze worden ook wel eens kortstaartigen genoemd omdat ze hun staart onder zich wegklappen. Een krab heeft net als een kreeft wel degelijk een staart, maar hij zit onder zijn lichaam gevouwen.

Anatomie en Identificatie van Krabben

Krabben zijn krachtig gebouwd en hebben een zwaar skelet. Het schild is afgeplat en het achterlijf is onder het lichaam geklapt. Als je een krab omdraait is dat goed te zien. Bij alle soorten krabben is aan het vooruitgeslagen achterlijf te zien of het een mannetje of een vrouwtje is. Als het breed en rond is, dan is de krab een vrouwtje. Het lijkt een beetje op een bijenkorf. Daar houdt ze de eieren onder. Een krab met een smal, spits, driehoekig achterlijf, in de vorm van een vuurtoren, is een mannetje. Die heeft daar twee piemels onder zitten, eentje links en eentje rechts. Aan die staart kun je overigens zien of het een mannetje of een vrouwtje is. Wanneer je een krab omdraait herken je het mannetje aan een puntvormig staart, bij het vrouwtje is die staart een stuk ronder. De staart is een soort klepje.

Verschillende Soorten Krabben

De strandkrab is verreweg de algemeenste krabbensoort, zowel in de Waddenzee als aan het Noordzeestrand. In de winter trekken ze zich terug naar dieper water. In het voorjaar trekken ze massaal naar de wadplaten en dijkvoeten. De mannetjes gaan naar de meest ondiepe delen, de vrouwtjes blijven meestal in de geultjes rondhangen. Op het Texelse strand zie je vaak breedpootkrabben, strandkrabben, gewone en grijze zwemkrabben, heremietkreeften en kleine heremietkreeften (boksertjes). Nu en dan kom je in een poel van een strekdam een Noordzeekrab tegen. De blaasjeskrab is een exotisch krabje dat aan de waddenkant op dijkvoeten leeft, samen met de strandkrabben. Overal in Zeeland kom je ze tegen en in aantallen die je soms laten duizelen.

Vervelling: Een Noodzakelijk Proces

Ieder dier met een hard pantser (een exoskelet wordt dat genoemd) heeft hetzelfde probleem: vroeg of laat groei je je jasje uit. Krabben moeten daarom vervellen. Krabben kennen een volledige verveling. Dat betekent dat ze hun gehele pantser afgooien en er dus een nieuwe voor in de plaats moeten krijgen. Dat biedt voordelen voor de krab, zoals het wegwerpen van een pantser dat is volgroeid met allerlei dieren zoals waterpokken of zeeanemonen. Ook raak je dan verlost van een pantser dat gescheurd of gebroken is.

Als de krab in zijn jonge jaren nog sterk in de groei is, kan het vervellen meerdere malen per jaar plaatsvinden. Als volgroeid dier gaat het meestal om een vervelling per jaar. De vervelling wordt ingezet door de afgifte van hormonen. De laag tussen het pantser en het lichaam van de krab begint hierdoor los te laten. Terwijl een nieuw pantser onder het oude pantser wordt ontwikkeld, worden stoffen van het oude pantser hergebruikt voor het nieuwe pantser. Op een gegeven moment kruipt de krab achter uit zijn oude pantser en neemt dan veel water op. Het nieuwe pantser, dat nog zacht is, wordt hierdoor opgerekt en wordt daardoor groter dan het vorige pantser. Na de vervelling is het pantser dus groter dan het lichaam, maar het lichaam heeft dan extra vocht opgenomen dat in de loop der tijd afneemt en wordt vervangen door weefsel. Op die manier groeit de krab in zijn pantser dat toch altijd goed past. Totdat het pantser te klein wordt voor verdere weefsel aangroei.

Voortplanting en Levenscyclus

Veel krabben zijn geslachtsrijp na ongeveer een jaar. Om zichzelf te kunnen voortplanten, hebben ze water nodig. De staart van de krab heeft onder andere een beschermende functie. Vrouwtjes kunnen daar hun eieren onder bewaren terwijl de mannetjes daar twee penissen onder hebben verstopt. De “penis” van de krab is eigenlijk een zwempootje. Deze zwempoot is sterk gespecialiseerd en wordt een gonopod (spermapoot) genoemd. Het sperma wordt niet direct naar de eicellen gestuurd, maar komt terecht in iets wat een spermakamer heet.

Het afgeven van het sperma kan alleen wanneer het pantser van de vrouwtjeskrab nog zacht is na een vervelling. De mannetjes vinden deze vrouwtjes doordat ze op de hormonen van de in bezig zijnde vervelling afkomen die op dat moment wordt afgescheiden. Omdat jonge vrouwtjes meerdere malen per jaar vervellen, kunnen ze meerdere malen per jaar paaien. De mannetjes slaan hun poten om het vrouwtje vast zodat zij bij hem blijft. Tijdens de paring draaien de vrouwtjes zich om en liggen dus op hun rug. De vrouwtjes ontwikkelen een soort lijmstof met behulp van speciale klieren onder haar staart om de eitjes tegen zichzelf en tegen elkaar te laten plakken. Die eitjes bevinden zich onder de staart. Dat is nodig, want er zijn gevallen bekend waarbij krabben de eitjes meerdere maanden bij zich droegen voordat ze uit kwamen. Hier liggen ze tijdens de draagperiode goed beschermd.

Eenmaal uitgekomen bevindt de krab zich in een larve stadium waarbij hij als vrij zwemmend wormpje onderdeel van het plankton wordt.

Ademhaling en Bloed

Krabben hebben kieuwen. Dit zijn niet dezelfde kieuwen als waar vissen over beschikken. De werking is echter wel hetzelfde: zuurstofrijk water wordt met een tegenstroomprincipe langs de kieuwen gevoerd en op die manier wordt zuurstof opgenomen. Deze oplossing werkt onder water, maar niet boven water. Toch hebben landkrabben dezelfde kieuwen. Zij nemen wat water mee onder hun schild dat wordt blootgesteld aan de buitenlucht zodat met behulp van diffusie zuurstof in dat water terecht komt. Dat water wordt vervolgens langs de kieuwen geleid om daarna weer aan lucht blootgesteld te kunnen worden. Landkrabben dragen dus een stukje ‘zee’ met zich mee. Daarvoor moeten de kieuwen wel vochtig blijven.

Uit onderzoek blijkt dat een aantal soorten krabben ook gebruik maakt van diffusie van zuurstof doordat ze hiervoor aparte gaatjes in het schild hebben zitten. Daar waar mensen hemoglobine gebruiken als stof voor het vervoer van zuurstof, gebruiken krabben de stof hemocyanine. Voor hemoglobine is ijzer nodig, voor hemocyanine koper. Vandaar dat het bloed van krabben blauwachtig is en niet rood. Ons bloed is door het ijzer altijd rood gekleurd, maar bij krabben is het bloed alleen blauw als er zuurstof aan gebonden is. Zuurstofarm bloed is doorzichtig.

Gedrag en Voeding

De naam krab is afgeleid van ‘crabbe’, wat kruipen betekent. De krab heeft vier paar looppoten en twee scharen. Het einde van de poot is puntig of juist plat (als ze beschikken over zwempoten) en bevat dus geen grijpertjes zoals je dat soms bij insecten ziet. Alleen de scharen hebben “knijpers”. Opvallend was dat de meeste soorten krabben (er zijn er wel 6000!) zijwaarts lopen, en niet voorwaarts zoals kreeften dat doen.

Voedselketen en Voedselweb

De meeste krabben zijn omnivoor en eten dus zowel plantaardig als dierlijk voedsel. Terecht worden ze wel eens de stofzuigers van de zee genoemd. De meeste krabben eten, zeker als ze groter worden, voornamelijk aas, dus dode dieren en planten. Regelmatig zie je als duiker een krab zich tegoed doen aan een andere krab. Maar van de strandkrab, die we heel veel in de Grevelingen tegen kunnen komen, is bekend dat hij een echte jager is. De helft van hun voedsel zou bestaan uit garnalen die ze vangen. Ook graven ze bijvoorbeeld wormen uit. De strandkrab is best agressief.

Als een soort vuilnisman ruimt hij alle restjes op die er blijven liggen. Ook alles wat dood is en wat ander dieren niet zo appetijtelijk vinden, eet de krab op. Hij poept het weer uit in de vorm van bacteriën die de bodem vruchtbaar maken en zo weer kunnen bijdragen aan de groei van de algjes (diatomeeën) waar we dit verhaal mee begonnen zijn.

Om een voorbeeld te geven: een kabeljauw (vis) begint zijn leven tussen het plankton en wordt dan gegeten door grotere planktoneters zoals de haring. Als de kabeljauw dit alles heeft overleefd en volwassen is, dan voedt hij zichzelf met haring. Alle schakels van de voedselketen zijn van belang. Niet alleen voor de voedselketen zelf, maar ook voor het grotere voedselweb waar de keten een onderdeel van uit maakt. Het is erg belangrijk dat elke schakel behouden blijft: van alg tot vogel, van worm tot vis.

Kannibalisme bij Krabben

Regelmatig zie je als duiker een krab zich tegoed doen aan een andere krab. Krabben kunnen kannibalistisch zijn, vooral als ze groter worden. Dit gedrag komt voor wanneer er een tekort aan ander voedsel is of wanneer de omstandigheden stressvol zijn.

Isabel Smallegange wijst naar een tafeltje elders in het café. "Zie het als een buffet. Je zou kunnen denken dat de observaties genoeg zijn voor een bioloog die het gedrag van dieren bestudeert. Maar daar was het Smallegange niet om te doen. "Ik ben niet geïnteresseerd in één diersoort. Ik ben meer een fundamenteel bioloog. Ik zie het dier als model. In dit onderzoek heb ik bestaande theorieën over het voedselzoekgedrag van predatoren getest. En een van die theorieën was dat waar dieren hun prooien vangen, ze ook blijven. In de praktijk gebeurt dat niet. Daar moet je dus in je theorieën voortaan rekening mee houden. Mensen zien bijvoorbeeld een uil in het bos zitten, terwijl hij een muis zit op te eten." "Dan denken de meeste mensen al snel: nou, die muis zal hij wel ergens in de buurt hebben gevangen." Maar de uil heeft deze muis wellicht een paar honderd meter verderop gevangen, en dat is een afstand die voor muizen véél te groot is om snel te overbruggen. De observatie van de uil zegt dus heel weinig over hoe stabiel een populatie muizen op die plaats is.

Vijanden en Bescherming

Krabben hebben verschillende manieren om zich te beschermen tegen vijanden:

  • Harde pantser: Beschermt het lichaam tegen aanvallen.
  • Scharen: Gebruikt om te knijpen en te verdedigen.
  • Camouflage: Sommige krabben camoufleren zich tussen stenen.

Een beruchte krabbeneter is de Zeester, maar ook grote vissen zoals kabeljauw en grote palingen eten krabben, en natuurlijk vogels zoals meeuwen en eidereenden. En dan is er nog de mens die ook krabben eet.

Impact van de Mens

Krabben worden natuurlijk ook gegeten. De Noordzeekrab is prima voor mensen te consumeren en het vlees wordt als verfijnder beschouwd dan dat van bijvoorbeeld een kreeft. De strandkrab is daar te klein voor, maar wordt wel voor soep en saus gebruikt.

Vissers zijn hier ook van op de hoogte, en schuwen niet om de krabben van hun klauwen te ontdoen. Niks mis mee zou je denken. Zo blijft het beestje immers verder leven en zou de poot weer terug moeten groeien. Toch is het zo simpel nog niet.

Het losrukken van de schaarpoten door vissers is namelijk iets heel anders dan autotomie, die de krab in een lang evolutionair proces zelf heeft ontwikkeld. Professor dierengedrag Robert Elwood heeft naar het effect van het ontklauwen gekeken. De conclusie? Krabben ervaren vaak hevige stress bij het onnatuurlijke ontklauwingsproces. Vooral als dit niet goed gebeurt. De krab kan als natuurlijke reactie inderdaad zijn poot terug groeien, maar of dit altijd gebeurd is de vraag. Als vissers het doen, wordt de poot uitgedraaid, en kan het schild van de krab kapotgaan. Het is de schade aan het schild waardoor de krab zo gestrest raakt. Die stress die ze hierdoor ervaren kost ze vaak de kop. Ook is het voor de ontklauwde krab hierdoor lastiger om aan eten te komen, en om zich te beschermen tegen vijanden.

labels:

Zie ook: