Wil je weten welke vogels er in jouw tuin rondfladderen? In deze blog maak je kennis met de soorten mussen, mezen en merels en wat ze eten. Grote kans dat je deze soorten regelmatig spot! Wist je dat mussen, mezen en merels (over het algemeen) de meest voorkomende vogels in de tuin zijn?
Mussen
In Nederland komen twee soorten mussen voor: ringmussen en huismussen. Beide mussensoorten zijn het hele jaar door te spotten in de tuin. Ringmussen en huismussen lijken veel op elkaar, maar de ringmus onderscheidt zich door de zwarte ring op de wang.
Mussen maken een slordig nest van takjes, gras, dierenhaartjes en veertjes, bijvoorbeeld in dakgoten of onder dakpannen. Mussen zijn heel sociale dieren en leven in een groep (kolonie). Mussen houden van rommeligheid en doen het dan ook vooral goed in rommelige tuinen en andere omgevingen met veel struikgewas.
Het aantal mussen is in de afgelopen 20 jaar met meer dan 50% afgenomen. Ondertussen is dit aantal op laag niveau gestabiliseerd. De afname van de mussen is veroorzaakt door de verandering in de woningbouw en woningrenovatie. Hierdoor is het voor de mussen moeilijker geworden om een nest te maken. Daarnaast is er minder groene, insectenrijke vegetatie te vinden in dorpen en steden, wat gezorgd heeft voor voedselproblemen.
Wat eten mussen?
Op het menu van de mus staan insecten, zaden, granen, bloemknoppen en bessen. De Huismus is gek op vogelvoer zoals zaden, granen, pindaâs, pindakaas en vetbollen. Biedt dit voer aan in een voederhuisje, voedertafel of voedersilo en de mussen er dankbaar gebruik van maken! Huismussen eten zaden van kruiden en grassen, waaronder graan.
Net als de meeste typische zaadeters heeft ook de huismus in het broedseizoen eiwitrijk voedsel nodig. Insecten en geleedpotigen dus, zoals spinnetjes en pissebedden, en hun larven. Zowel de oudervogels als de jongen hebben de eiwitten uit dit kleine gedierte hard nodig. Zonder dierlijk voedsel kunnen de vrouwtjes geen eieren leggen en de jongen niet goed groeien. In de eerste twee weken krijgen de nestjongen vooral zachte insecten, zoals bladluizen, muggen, vliegen, vliegmieren en rupsen.
Huismussen kunnen drie legsels per seizoen hebben, maar vaak stoppen ze er na het eerste legsel mee als er onvoldoende insecten in de omgeving te vinden zijn. Eén legsel is helaas niet voldoende om het mussenbestand op een verantwoord niveau te houden.
Mezen
Mezen komen op verschillende plekken in Nederland voor. Het zijn actieve, luidruchtige en sociale vogels, maar ze zijn wel aan hun territorium gebonden. Vooral tijdens het broedseizoen. Mezen hebben een groot aanpassingsvermogen en behoren na kraaien en gaaien tot de intelligentste vogels! Mezen hebben een voorkeur voor een groene omgeving waar voldoende beschutting te vinden is. Ze stellen verder weinig eisen aan hun leefomgeving, ze leven in zowel bossen, parken als tuinen.
Mezensoorten
De koolmees en de pimpelmees zijn de meest voorkomende mezensoorten in de tuin. Het zijn mooie vogels met een zwart, geel en wit verendek. Een pimpelmees en een koolmees zijn handig uit elkaar te houden; de koolmees heeft een petje zo zwart als kool en de pimpelmees heeft een blauw petje.
De mees in je tuin kan ook een zwarte mees, glanskop, kuifmees, matkop of staartmees zijn.
Wat eten mezen?
Mezen hebben een heel gevarieerd dieet. In het broedseizoen eten ze vooral insecten, spinnen, larven en rupsen. In het najaar en de winter zijn die minder te vinden en schakelen ze over op olierijke zaden en noten en vruchten uit de tuin. Het liefst uit een voederhuisje in een boom.
Merels
Merels zijn misschien wel de bekendste vogel van ons land. Ze komen voor in heel Nederland en in bijna iedere tuin! Je kunt ze herkennen aan hun luidruchtige gezang. Dit doen ze om elkaar te waarschuwen als er gevaar dreigt. Het mannetje van de merel is geheel zwart, het vrouwtje is donkerbruin van kleur met een iets lichtere borst. De snavel is oranje-geel van kleur en de poten zijn grijsbruin tot zwart. Jonge merels zijn vaak nog iets donziger en hebben een bruinere snavel.
Merels zoeken naar voedsel op de grond, en ook graag in je gazon! In het gras vinden ze o.a. wormen en daar zijn ze gek op! Heb je wel eens een merel zien trappelen op het gras?
Merels broeden van eind maart tot in juli. Per broedseizoen hebben ze twee legsels, met elk 4-5 eieren. De broedduur van de merel is 11 tot 15 dagen. De binnenkant van het nest is bekleed met modder, fijn gras en plantenstengels. De eieren van de merel zijn groenig van kleur met kleine bruinrode vlekjes. De jongen zitten nog ongeveer 2 weken op het nest en nog voordat de jonge merels kunnen vliegen, verlaten ze het nest. Ze blijven dan nog ongeveer drie weken afhankelijk van het mannetje voor hun voedsel. Het vrouwtje kan dan alweer aan een nieuw broedsel beginnen. Merels worden tot ongeveer 5 jaar oud.
Mussen, mezen en merels naar de tuin lokken
Voor een groene tuin met veel variatie aan planten, struiken en indien mogelijk bomen word je rijk beloond. Het hele jaar zullen vogels en andere dieren je tuin weten te vinden. Gebruik onderstaande tips voor een biodiverse tuin:
- Zorg voor schuilgelegenheid en beschutting. Veel vogels komen je tuin in via een dichte struik. Als ze komen aanvliegen duiken ze eerst in een struik en ze hippen wat heen en weer voordat ze op voedsel afgaan. Een dichte struik is een goede schuilplaats tegen vijanden zoals een sperwer of een kat.
- Bied nestgelegenheid aan. In het voorjaar gebruiken vogels dit om een nestje in te maken. In de herfst en winter om te schuilen tegen slechte weersomstandigheden en kou. Het nestkastje van Deli Nature Greenline is speciaal geschikt voor de pimpelmees.
- Voer de vogels extra bij. Vogels kunnen het hele jaar wel wat extraâs gebruiken. Ze gebruiken het hele jaar door veel energie, maar ze zijn niet altijd in staat om hun energiebehoefte volledig uit de natuur te halen.
- Zorg voor een waterelement, waterschaal of vogelbadje in je tuin of op het balkon. Vers water is heel belangrijk voor vogels. Niet alleen om uit te drinken, maar ook om in te badderen en in af te koelen. Met langdurig warm weer in de zomer bestaat de kans dat plassen, vijvers en sloten droog komen te staan. Bij lichte vorst in de winter kun je ook water aanbieden. Ververs het water dagelijks.
We kunnen de huismussen een handje helpen door planten in de tuin te zetten die insecten aantrekken. Kies daarvoor met name inheemse beplanting of geef spontane opslag van (on)kruiden op bepaalde plekken een kans. Inheemse plantensoorten zijn extra waardevol, omdat insecten die in een bepaald gebied voorkomen juist op deze planten hun levenswijze hebben aangepast. Misschien geheel ten overvloede, maar kies bij voorkeur planten die biologisch gekweekt zijn. Deze zijn tijdens de teelt niet bespoten met voor insecten en vogels schadelijke chemische bestrijdingsmiddelen.
labels:
Zie ook:
- Koolhydraatarme Soep: Heerlijke Recepten & Wat Je Eet Ebij!
- Eten voor de TV: Snelle & Gemakkelijke Recepten voor een Gezellige Avond
- Taart Eten Utrecht: De Beste Adressen voor een Zoete Verwennerij
- Ontdek Welke Groenten Perfect Passen Bij Vol-Au-Vent Voor Een Heerlijke Maaltijd!
- Blauwe Bessen Jam Recept: Zelf Maken in een Handomdraai!




