Wist je dat er maar liefst 560 roofvogelsoorten voorkomen op de wereld? Of dat roofvogels een hele belangrijke rol spelen in het behoud van ecologische balans van hun natuurlijke leefgebied? Verspreid over de wereld leven er meer dan 560 soorten roofvogels. Ze komen voor op ieder continent, met uitzondering van Antarctica.
Welke Roofvogels Zijn Er?
Onder de roofvogels vallen onder andere haviken, uilen, arenden, gieren en valken. Roofvogels jagen op en eten dieren zoals konijnen en andere knaagdieren, maar ook vissen, hagedissen en andere vogels.
Kenmerken van Roofvogels
Roofvogels kenmerken zich met hun scherpe zicht, waarmee ze hun prooi spotten. Die vangen ze vervolgens met hun scherpe klauwen en kromme snavel, vaak zonder te landen.
De manier waarop roofvogels vliegen, ondersteunt hen bij de jacht: ze kunnen glijden en zweven op zoek naar prooidieren, die ze vervolgens vangen met duizelingwekkende duikvluchten en wendbare achtervolgingen.
Leefwijze van Roofvogels
De meeste roofvogels zijn vrij solitair; ze vermijden concurrentie om voedsel. Als roofvogels zich verzamelen, is dit vaak alleen voor hun trek of bij voedplaatsen in de winter.
Het Belang van Roofvogels in het Ecosysteem
Roofvogels zijn zogenaamde apexpredators (toproofdieren) die een belangrijke rol spelen voor de ecologische balans van hun natuurlijke leefgebied. Ze jagen vaak op oude, zieke en zwakke dieren en houden zo de populaties van hun prooisoorten gezond.
Predators, zoals roofvogels, zijn noodzakelijk voor een gezond, divers ecosysteem en staan aan de top van de voedselketen. Zij zorgen voor spreiding en het gezond houden van populaties vogels, zoogdieren, reptielen en insecten. Dat is indirect ook van gunstige invloed op de flora en overige fauna.
Als het aantal prooidieren toeneemt dan gebeurt dit ook met de vruchtbaarheid en het aantal roofvogels. Bij een hoge predatiedruk neemt de vruchtbaarheid van de prooidieren eveneens toe. Na een slecht muizenjaar trekken bovendien veel roofvogels weg om elders voedsel te zoeken.
Predators zijn belangrijke aanjagers van evolutie en daarmee van een grotere biodiversiteit.
Afname en uitsterven van bepaalde planten en diersoorten zijn vrijwel altijd te wijten aan drastische menselijke ingrepen in het ecosysteem, zoals verstedelijking, ontbossing, overbevissing, intensieve landbouw en een ander natuurbeheer.
Soorten Roofvogels Wereldwijd
Er zijn circa driehonderd soorten roofvogels op de wereld. Twee van deze soorten: de visarend en de slechtvalk komen op alle continenten voor. Het is de grootste roofvogel, met een spanwijdte van 3 meter en een gewicht tot 15 kilo. De cactusuil is één van de kleinste roofvogels, met een spanwijdte van 26,5 centimeter en een gewicht van 40 gram.
De amoerroodpootvalk is de roofvogel met de langste migratieroute: de vogels trekken van Siberië naar Zuid-Afrika, een afstand van zo'n 22.000 kilometer.
De Andescondor is een bedreigde diersoort.
Hieronder een tabel met enkele extreme voorbeelden:
| Kenmerk | Soort | Details |
|---|---|---|
| Grootste roofvogel | Andescondor | Spanwijdte tot 3 meter, gewicht tot 15 kilo |
| Kleinste roofvogel | Cactusuil | Spanwijdte van 26,5 centimeter, gewicht van 40 gram |
| Langste migratieroute | Amoerroodpootvalk | Trek van Siberië naar Zuid-Afrika, 22.000 kilometer |
Roofvogels in Nederland
In Nederland broeden vijftien roofvogelsoorten met in totaal circa honderdduizend vogels. Zij worden ingedeeld in drie families: visarenden, havikachtigen en valken. In West-Europa broeden circa dertig soorten. De vale gier is een incidentele zwerfvogel, die in groepjes rondzwerft. Ruigpootbuizerd en smelleken zijn in Nederland regelmatige wintergasten.
In Nederland zijn boomvalk, torenvalk, slechtvalk, buizerd, havik, sperwer en bruine kiekendief algemeen voorkomende broedvogels. Wespendief, blauwe en grauwe kiekendief zijn schaarse broedvogels. De zeearend en visarend zijn nieuwe broedvogels. Slangenarend, rode wouw en zwarte wouw zijn sinds 2010 incidenteel broedvogel, maar nemen de laatste jaren in aantal toe en kunnen de komende jaren waarschijnlijk ook tot de Nederlandse broedvogels gerekend worden. Steppekiekendieven en roodpootvalken trekken in herfst en voorjaar in geringe aantallen door.
De meest talrijke en meest opvallende roofvogels zijn de op een paal, of ander uitsteeksel zittende buizerds en de biddende torenvalken. De meest spectaculaire roofvogels zijn boomvalk en slechtvalk. Het zijn supersnelle luchtjagers.
Veelvoorkomende Roofvogels in Nederland:
- Buizerd
- Zeearend
- Visarend
- Havik
- Sperwer
- Torenvalk
- Boomvalk
- Bruine kiekendief
- Grauwe kiekendief
- Blauwe kiekendief
- Ruigpootbuizerd
- Wespendief
- Dwergvalk of smelleken
Taxonomie van Roofvogels
Als er gesproken wordt over roofvogels, dan wordt bedoeld de twee ordes binnen het dierenrijk:
- De Accipitriformes
- De Falconiformes
Accipitriformes
Onder de Acciptitriofrmes vallen 4 families:
- Havikachtigen (Accipitridae)
- Gieren van de Nieuwe Wereld (Cathartidae)
- Visarenden (Pandionidae)
- Secretarisvogels (Sagittariidae)
Eén van de bekendste soorten Acciptitriofrmes is de Andescondor en valt onder de familie Gieren van de nieuwe wereld.
Falconidae
De Falconidae bestaat uit 1 familie de Valkachtigen en bestaat weer uit 18 verschillende geslachten.
- Valkachtigen (Falconidae)
Jachttechnieken van Roofvogels
Roofvogels jagen niet allemaal op de dezelfde manier. Jachttechnieken zijn niet altijd even soortspecifiek. De boomvalk combineert zijn jachttechniek soms met die van sperwer en havik. Andersom jagen havik en sperwer ook wel met stootduiken, bijvoorbeeld op postduiven.
Veel roofvogels beoefenen ook standjacht vanaf een zitpost. Elke jachttechniek vereist een specifieke vleugel- en staartvorm. Het jachtsucces is meestal minder dan 25%.
Muizen doen dat door slechts om de twee uur een tijdje bovengronds actief te zijn. Dan verschijnen ze wel allemaal tegelijk, waardoor de kans voor elke individuele muis om gegrepen te worden sterk wordt verkleind. Een groep spreeuwen of strandlopers balt in de vlucht samen, waardoor ze moeilijk te bejagen zijn. De tactiek van de roofvogel is dan een vogel van de groep te isoleren.
Prooien worden altijd met de poten gegrepen. De kop wordt daarbij zoveel mogelijk naar achter gehouden om beschadigingen aan de ogen te voorkomen.
Vrouwtjes-roofvogels zijn groter en jagen op grotere prooien en andere plekken dan mannetjes. Niet broedende vogels slapen en jagen op andere plekken dan broedende vogels. Jonge vogels worden geweerd van de voedselrijkste plekken.
Voedselspecialisatie bij Roofvogels
De meeste roofvogelsoorten hebben een beperkte voedselkeuze. Sommige soorten zijn zelfs uitgesproken gespecialiseerd. Torenvalken eten bijvoorbeeld vooral veldmuizen. Een koude winter en voorjaar brengen de gras- en gewasgroei laat op gang. Dat heeft dan ook gevolgen voor het voortplantingsseizoen van de veldmuizen.
Bij voedselschaarste eten de meeste roofvogels alles wat ze te pakken kunnen krijgen, ook kevers en wormen. Het menu bestaat voor het overgrote deel uit veel voorkomende en makkelijk te vangen prooien, vooral jonge en zwakke exemplaren.
Vaak worden oude en jonge vogels van het nest geroofd, zelfs van andere roofvogels en soortgenoten. Havik en buizerd doen dat bij elkaar, maar ook bij boomvalk en sperwer komt dit voor. Piraterij, het afpakken van prooi, komt vooral voor onder zeearenden, wouwen en buizerds. Zelfs de trage buizerd ziet kans prooien van havik of kiekendief af te pakken.
Onverteerbare delen van het voedsel worden uitgebraakt.
Specifieke Soorten Uitgelicht
Wespendief
Unieke roofvogel door zijn uitgesproken voedselvoorkeur: larven, poppen, volwassen wespen en honing. Graaft grondnesten van wespen uit. Stijve schubachtige kopveren en dikke huid op poten voorkomt dat de wespendief lek gestoken wordt. Variabel van tekening en kleur. Buizerdachtig, maar met langere staart met scherpere hoeken; smalle, uitstekende kop; langere handvleugel.
Leefgebied: Loofbossen en gemengde bossen, met open plekken, heide, hoogvenen en graslandjes. Ook moerasbos en kleinschalig cultuurland met bos. Op trek overal waar te nemen.
Boomvalk
Kleine valk met lange, spitse vleugels en een relatief korte staart. Volwassen vogels met blauwgrijze bovenzijde en kenmerkende roodbruine 'broek'. Opvallend witte wangen, contrasteren met zwarte kopkap. Vrouwtje iets groter dan mannetje.
Voedsel: Zangvogels van open land, slaat deze in vlucht. Zwaluwen, piepers, kwikstaarten, leeuweriken, spreeuwen, gorzen, mussen en vinkachtigen. Ook veel libellen en andere vliegende insecten, zoals vliegende mieren. Jaagt vanaf grote hoogte in lange, snelle duikvluchten, maar ook wel laag, gebruik maken van dijken, boomrijen e.d. Zelden vanaf zitplaats, pakt dan soms een muis.
Sperwer
Met zijn korte, brede vleugels en zijn lange poten is de sperwer goed toegerust om vogels te vangen in bossen en tuinen. Belangrijkste prooien zijn zangvogels zoals mussen, mezen en spreeuwen. Het mannetje is een stuk kleiner dan het vrouwtje. De grotere vrouwtjes pakken ook wel grotere vogels, zoals Turkse tortels en leven in een meer open gebied.
Leefgebied: Broedt in bossen, soms tuinen en parken, meestal in een dicht, jong bos met naaldbomen (fijnspar, lariks), het liefst in halfopen landschappen. Soms ook in de stad of in tuinen, in open boerenland in windsingels, bosjes en op erven. Buiten de broedtijd vaak in open land, vooral de vrouwtjes. Mannetjes jagen meer in bos. Jaagt soms ver van het nest.
Torenvalk
Kleine valk met lange staart. Kenmerkende roodbruine rug in alle kleden. Man met grijze kop en grijze staart met zwarte eindband, vrouw met geheel roodbruine bovenzijde, inclusief sterk gebandeerde staart. Ondiepe, rustige vlucht, bidt veel. In silhouet is de lange staart kenmerkend, de vleugelpunten zijn minder spits dan bij andere valken.
Voedsel: Gespecialiseerd op kleine zoogdieren, vooral woelmuizen (zoals veldmuis, aardmuis, noordse woelmuis). Ook wel zangvogels van open land, kuikens van weidevogels, grote insecten (kevers, sprinkhanen e.d.), vooral als er geen muizen zijn. Jaagt in lage, rustige vlucht, tijdens bidden en vanaf een zitpost.
Buizerd
De buizerd is voor herkenning de sleutelsoort in Nederland. Is erg gevarieerd in kleur en tekening. Lichte buizerds worden vaak aangezien voor de veel zeldzamere ruigpootbuizerd; kijk voor onderscheid bij de ruigpootbuizerd. Heeft een brede, niet ver uitstekende kop, brede vleugels en een vrij korte, afgeronde staart met smalle bandjes.
Voedsel: Opportunistisch in voedselkeuze. Vooral kleine zoogdieren, zoals woelmuizen (in Nederland veel veldmuis, rosse woelmuis) en jonge konijnen. Ook regenwormen, kevers, amfibieën, jonge vogels en aas. Over het algemeen geen snelle jager, maar kan soms vogels en volwassen konijnen pakken. Jaagt vooral vanaf zitplaats laag boven de grond. Bidt ook, vooral in de zomer in open gebieden.
Visarend
Groter en slanker dan lichte buizerd, met lange, geknikte vleugels. Contrastrijk, met witte onderzijde met opvallende zwarte polsvlekken. Brede zwarte streep over witte kop, verbonden met donkere rug, kenmerkend. Lange afhangende kopveren. Lange, krachtige poten.
Voedsel: Leeft bijna uitsluitend van vissen, met een gewicht van 150 - 300 gram, maar soms tot 2 kilo. Welke soorten dat zijn, hangt af van het gebied. In Nederland onder meer rietvoorn, karper en baars.
Kerkuil
Het meest kenmerkend is de hartvormige gezichtssluier van de kerkuil. Deze varieert van helder wit tot bruinachtig wit. Dat hangt samen met de in Europa voorkomende ondersoorten. De in Zuid- en delen van West-Europa voorkomende ondersoort heeft een zuiver witte tot licht gevlekte onderzijde.
Voedsel: Hoofdzakelijk veldmuizen, ook spitsmuizen en woelmuizen. Vogels, amfibieën en allerlei ongewervelde diertjes maken slechts ongeveer 2% van het voedsel uit. Jaagt in langzame zoekvlucht met ondiepe vleugelslagen laag boven het land.
Bosuil
De bosuil is ongeveer zo groot als een kraai en heeft een grote ronde kop en grote, brede vleugels. Er zijn drie kleurvarianten: grijs, donkerbruin en roestrood. Bij al deze kleurvormen komen lengtestrepen op het verenpak voor. De schouders en vleugels zijn getekend met witte druppels. De ogen zijn zwart.
Voedsel: Prooikeuze zeer gevarieerd, voornamelijk allerlei kleine zoogdieren en vogels, tot het formaat jonge konijnen en duiven. Daarnaast kikkers en padden, kevers, regenwormen (jongen), incidenteel vis.
Steenuil
De steenuil is nauwelijks groter dan een merel maar oogt toch wat forser door z’n opgezette veren. Het verenkleed is overwegend bruin tot grijsbruin met witte streepjes en druppelvormige vlekken. Opvallend zijn de felgele ogen en lichte ‘wenkbrauwen’.
Voedsel: Veldmuizen, ook andere kleine zoogdieren, kleine vogels, in mindere mate reptielen en amfibieën, insecten als nachtvlinders en meikevers, regenwormen.
Slechtvalk
Grote valk met zware borst, spitse vleugels met vrij brede basis en een tamelijk korte staart. Kan soms erg slank overkomen, maar in schroevende vlucht minder. Volwassen vogels zijn licht van onderen, met contrasterende zwarte kopkap en baardstreep. Bovenzijde blauwgrijs. Jonge vogels zijn bruin van boven en zijn bruin gestreept van onderen. Spitsere vleugels en kortere staart dan havik.
Voedsel: Vooral vogels van open land van middelgroot formaat: steltlopers, eenden, duiven, spreeuwen e.d. In de stad zijn duiven favoriet. Soms grotere prooien tot aan ganzen, of juist kleinere (gierzwaluw).
Roofvogels en de Voedselkringloop
Eigenlijk dekt eten òf gegeten worden ook niet het hele plaatje, en is het toepasselijker om te zeggen: eten én gegeten worden. Zo ongeveer alles wat op onze aarde bestaat bevindt zich namelijk in de zogenaamde voedselkringloop.
Wat Doet IFAW Om Roofvogels Te Helpen?
Roofvogels en hun leefgebieden worden bedreigd door menselijke activiteiten, waaronder milieuvervuiling, verstedelijking en het gebruik van pesticiden en bestrijdingsmiddelen tegen knaagdieren. Omdat deze vogels vaak als een bedreiging of bron van overlast worden beschouwd, worden ze afgeschoten of vergiftigd.
Roofvogels worden soms ook in gevangenschap gehouden als exotisch huisdier of voor de valkenjacht, zowel legaal als illegaal.
In 2001 ging IFAW samenwerken met de Beijing Normal University om het Beijing Raptor Rescue Center (BRRC) op te zetten. Hier redden en rehabiliteren we roofvogels, om ze weer vrij te kunnen laten in het wild.
De afgelopen 20 jaar zijn onze dierenredders 24 uur per dag, 7 dagen per week en 365 dagen per jaar beschikbaar geweest met hun roofvogelambulance. In deze tijd hebben ze meer dan 5500 vogels gered. De torenvalk, een vogel die zich goed weet aan te passen aan verstedelijking, is de vogelsoort die het vaakst wordt gered door het BRRC. De afgelopen 20 jaar heeft het team ruim 1500 torenvalken gered.
De grootste vogel die het BRRC heeft gered is de monniksgier, met een spanwijdte van 3,1 meter. De kleinste roofvogel waar de redders zich over ontfermden, was een oosterse dwergooruil.
labels:
Zie ook:
- Koolhydraatarme Soep: Heerlijke Recepten & Wat Je Eet Ebij!
- Eten voor de TV: Snelle & Gemakkelijke Recepten voor een Gezellige Avond
- Taart Eten Utrecht: De Beste Adressen voor een Zoete Verwennerij
- Gezond Eten Zonder Koken: Snelle, Makkelijke & Voedzame Ideeën!
- Ontdek De Ultieme Heerlijke Rivierkreeft Salade Recepten Voor Elke Gelegenheid!
- Ontdek Wat Iedereen Zegt over Sushi Van Welderenstraat: Onmisbare Recensies!




