Het gevoel dat eten niet goed zakt, kan erg vervelend zijn. Er zijn verschillende oorzaken mogelijk, variërend van slokdarmproblemen tot vernauwingen. In dit artikel bespreken we enkele van de meest voorkomende oorzaken en wat je eraan kunt doen.

Slokdarmspasme

Slokdarmspasme is een stoornis in de beweging (de motoriek) van de slokdarm. Tijdens een slokdarmspasme verkrampen de spieren in de slokdarmwand. Dat gebeurt plotseling en in de vorm van aanvallen. De spasmen treden meestal op in het onderste gedeelte van de slokdarm.

Tijdens deze aanvallen kan de doorgang van de slokdarm heel nauw zijn, waardoor voedsel op dat moment niet goed door de slokdarm heen kan. Bij sommige mensen komen de aanvallen regelmatig voor, terwijl anderen er zelden last van hebben. Bij zeer hevige verkramping kan het onderste deel van de slokdarm er uitzien als een soort kurkentrekker of notenkraker.

De slokdarm is een gespierde buis van ongeveer 30 cm lang. De slokdarm is dus geen gladde buis waar eten doorheen valt. Er is geen duidelijke oorzaak. Soms worden de aanvallen uitgelokt door stress, spanningen, hevige emoties of bepaald voedsel. Sommige mensen hebben slechts zelden een aanval, anderen juist regelmatig.

Symptomen van slokdarmspasme

  • Slokdarmspasmen veroorzaken met name pijn in de buurt van het borstbeen.
  • Deze pijn kan ook uitstralen naar de schouderbladen, armen en de keel.
  • Bij hevige spasmen of krampen kun je last hebben van een benauwd en verkrampt gevoel.
  • Tijdens de aanval zakt voedsel soms niet goed doordat de doorgang kleiner is. Dit kan voor zowel vast als vloeibaar voedsel het geval zijn.

Als de spasmen stoppen, dan verdwijnen de klachten vaak vrij snel. De klachten worden soms verward met hartklachten vanwege de pijn op de borst.

Diagnose en behandeling van slokdarmspasme

De diagnose kan uitsluitend worden gesteld door middel van een drukmeting van de slokdarm. Dit wordt ook wel manometrie genoemd. Tijdens een manometrie meet de arts drukveranderingen in de slokdarm. Drukveranderingen ontstaan bijvoorbeeld tijdens een spasme als de slokdarmspieren verkrampen. Via de neus wordt een slangetje ingebracht en opgeschoven tot onderin de slokdarm. De druk in de slokdarm wordt gemeten en omgezet in een elektrisch signaal. Dit signaal wordt met behulp van een computer afgelezen op een beeldscherm. Een standaard onderzoek duurt ongeveer 20 minuten.

Een andere mogelijkheid om de klachten van een slokdarmspasme te verminderen, is het oprekken van de slokdarm. De arts brengt dan met behulp van een flexibele slang (endoscoop) een ballonnetje via de mond in de slokdarm. Dit ballonnetje wordt gedurende een minuut opgeblazen waardoor de slokdarm wordt opgerekt. Gewoonlijk zijn er 3 tot 4 oprekkingen nodig verdeeld over een aantal dagen. De arts zal steeds een iets grotere ballon gebruiken om de slokdarm verder op te rekken.

In sommige gevallen is het noodzakelijk de slokdarmspieren in te snijden (klieven). De spieren in de slokdarmwand worden daarbij op de plaats van de verkramping in de lengterichting ingesneden. De verkramping verdwijnt daardoor.

Adviezen bij slokdarmspasmen

  • Het advies bij slokdarmspasmen is stress en spanningen zoveel mogelijk te vermijden.
  • Ook het eten of drinken van zeer warme of zeer koude voeding en/of dranken kun je beter vermijden.
  • Daarnaast is het belangrijk dat je rustig eet en goed kauwt.
  • Snijd de harde korsten van het brood en besmeer het met smeuïg beleg. Drink iets bij iedere hap.
  • Vlees: eet zo min mogelijk ‘vezelig’ vlees zoals rundvlees. Kip, wild of vis zijn meestal gemakkelijk door te slikken. Snijd het vlees of de vis heel fijn of maal het met behulp van staafmixer of keukenmachine.
  • Groente: ook groenten kun je pureren of fijnsnijden. Gaar gekookte groente zijn meestal gemakkelijker door te slikken dan rauwkost.
  • Aardappelen: je kunt de aardappelen smeuïg maken met behulp van jus, appelmoes, saus of bouillon of vervangen door puree.
  • Een maaltijdsoep is een goede variant voor de warme maaltijd. Tijdens alle maaltijden: eet rustig en kauw goed.

Achalasie

Achalasie is een zeldzame ziekte van de slokdarm. De slokdarm is een lange buis die zorgt dat het eten vanuit de mond in de maag terecht komt. Beschadiging van de zenuwen veroorzaakt achalasie. De beschadiging is meestal aan de onderkant van de slokdarm. Hierdoor gaat de sluitspier tussen de maag en de slokdarm niet goed open. Het eten en de vloeistoffen zakken dan niet goed door naar de maag. De slokdarm trekt niet goed meer samen. Dit zorgt ervoor dat eten blijft hangen en dat het eten, zowel vast als vloeibaar, zich opstapelt in de slokdarm. De oorzaak van de ziekte is onbekend.

Symptomen van Achalasie

  • Gevoel dat het eten en drinken blijft hangen achter het borstbeen en niet doorzakt.
  • Onverteerd eten en/of drinken komt terug in de mond.
  • Krampen achter het borstbeen.

Behandeling van Achalasie

Een behandeling van achalasie bestaat uit het ontspannen of oprekken van de onderste sluitspier van de slokdarm. We doen dit: Zodat het eten makkelijker naar de maag zakt. Om de kans op problemen op langere termijn kleiner te maken.

Problemen die kunnen ontstaan zijn: een uitgezette/verwijde slokdarm; een uitgerekte wand van de slokdarm; een longontsteking door eten of vocht dat in de luchtpijp terecht kan komen. Er zijn verschillende behandelingen mogelijk. We overleggen met u welke behandeling het beste bij u past. Dit heeft te maken met uw lichamelijke conditie, de vorm en de ernst van de achalasie.

Oprekking van de onderste sluitspier (pneumodilatatie)

Dit is de meest gebruikte behandeling voor achalasie. De onderste sluitspier van de slokdarm wordt opgerekt. Hiervoor wordt een soepele slang via uw mond in uw slokdarm gebracht (gastroscopie). Dan plaatsen we een ballonnetje onder in uw slokdarm, die wordt opgeblazen. De sluitspier wordt zo opgerekt. Deze behandeling krijgt u meestal vaker dan 1 keer. Het ballonnetje wordt steeds iets verder opgeblazen. In de tekening hieronder ziet u hoe de behandeling wordt uitgevoerd.

Risico’s van de behandeling

Er zijn risico’s aan deze behandeling. Minder dan 4 van de 100 patiënten krijgt hiermee te maken. De risico’s zijn:

  • Een scheur door de wand van de slokdarm (perforatie)
  • Een bloeding van de slokdarm
  • Tijdens de behandeling kan eten dat nog in de slokdarm zit, in de luchtpijp komen (aspiratie). Dit kan gaan ontsteken.

Voorbereiding voor de behandeling

Het is belangrijk dat u de voorbereiding voor deze behandeling zelf goed uitvoert, omdat de slokdarm leeg moet zijn voor de behandeling. Dit maakt de kans op risico’s kleiner.

Voor de behandeling moet u een dieet volgen:

  • 2 dagen voor de behandeling: Vloeibare voeding: u mag alles drinken. Eet alleen vloeibaar zoals: pap, soep zonder ballen, vla.
  • 1 dag voor de behandeling: Helder vloeibaar drinken: thee, koffie, limonade, water en alles waar je doorheen kunt kijken. U mag niks eten.

Dag van de behandeling:

  • Als de behandeling in de ochtend is, voor 13.00 uur: Dan mag u de ochtend van het onderzoek vanaf 06.00 uur niets meer eten en drinken.
  • Als het behandeling in de middag is, na 13.00 uur: Dan mag u tot 11.00 uur nog wat water drinken, daarna mag u niets meer eten en drinken.

Tijdens de behandeling wordt lucht via de endoscoop ingeblazen. U moet daar misschien van boeren. Een ballonnetje wordt aan het einde van de slokdarm opgeblazen. Dit kan even een vervelend drukkend gevoel geven.

Vernauwing van de slokdarm of maag

Bij slokdarm-, maag- of longkanker kan de doorgang van je slokdarm of maag vernauwd zijn. Je kunt het gevoel hebben dat je eten niet goed zakt en dat het vast komt te zitten. Vooral droge en grote stukken eten kunnen dan blijven hangen. In sommige gevallen wordt een stent geplaatst, dit is een buisvormig matje wat ervoor moet zorgen dat het eten beter door de slokdarm gaat.

Bij een vernauwing van de doorgang van je maag of slokdarm kost het tijd om de voeding te laten zakken. Bij snel eten blijft de voeding gemakkelijk hangen. De voeding moet zacht en fijn zijn zodat het goed glijdt en niet blijft hangen. Snijd je eten in kleine stukjes en neem kleine happen. Is het voor jou beter om te kiezen voor zachte, gemalen of vloeibare voeding?

Als je last hebt van een vernauwing, en er is een stent geplaatst, is het belangrijk goed rechtop te zitten tijdens de maaltijden. Het eten kan zo goed zakken. Grote maaltijden kunnen vermoeiend zijn en makkelijker blijven hangen in je slokdarm of maag. Neem daarom regelmatig een kleine maaltijd. Drink bij het eten zodat de voeding goed vochtig is en gemakkelijker door de slokdarm en maag gaat. Je kunt ook hard of droog eten soppen (dippen) in thee, koffie of melk om ze zachter te maken. Voeg bij de warme maaltijd sauzen of jus toe. Smeer op brood (zonder korst) smeuïge belegvarianten zoals sandwichspread, kruidenroomkaas of een salade waar veel saus/dressing bij zit (bijvoorbeeld zalmsalade, tonijnsalade of eiersalade).

Slikproblemen

Als je eten of drinken niet goed kunt doorslikken, noemen we dat slikproblemen. Er zijn 2 soorten problemen met slikken:

  • Verslikken. Het eten of drinken komt in de luchtpijp.
  • Het eten blijft steken in je mond, keel of slokdarm.

Als je moeite hebt met slikken, heb je steeds 1 of meer van deze klachten:

  • Je moet hoesten tijdens het eten.
  • Je moet kokhalzen: je hebt het gevoel dat je moet overgeven.
  • Je eten of drinken komt weer omhoog nadat je geslikt hebt.
  • Je eten of drinken komt door je neus naar buiten.
  • Je voelt een brok in je keel.
  • Je knoeit tijdens het eten.
  • Je verliest speeksel.
  • Je hebt een slechte adem.
  • Je bent bang om te stikken.
  • Je stem klinkt anders na het eten.
  • Je kunt het eten niet doorslikken. Het blijft in je mond zitten.

Deze klachten maken eten en drinken vervelend. Je wilt misschien liever niet meer eten of drinken. Of je doet dat liever niet meer samen met anderen. Bij slikproblemen gaat er iets niet goed in je mond of keel. Bijvoorbeeld:

  • 1 of meer spieren werken niet goed.
  • De spieren werken niet goed samen.
  • 1 of meer zenuwen werken niet goed.
  • De hersenen sturen geen goede signalen naar de spieren en zenuwen.

Dat er iets niet goed gaat met de spieren of zenuwen in je mond of keel, kan hierdoor komen:

  • Je hebt een keelontsteking door een virus, bacterie of schimmel.
  • Je wordt ouder.
  • Je gebruikt bepaalde medicijnen. Bijvoorbeeld medicijnen waardoor je spieren of zenuwen minder goed werken. Of medicijnen waar je een droge mond van krijgt, zoals plastabletten.
  • Je hebt een ziekte, zoals een zenuwziekte of spierziekte, de ziekte van Parkinson, kanker, schade aan de hersenen of een afwijking aan je slokdarm.
  • De mond of keel is veranderd door een behandeling voor kanker.
  • Je hebt een verstandelijke beperking.

Slokdarmkanker

Bij slokdarmkanker is er sprake van een kwaadaardig gezwel, een tumor, in de slokdarm. Het wordt ook wel slokdarmcarcinoom of oesofaguscarcinoom genoemd. Carcinoom is een ander woord voor een kwaadaardige tumor of kanker. ‘Oesofagus’ betekent slokdarm.

Er zijn verschillende soorten slokdarmkanker. Deze tumor komt het vaakst voor en bevindt zich meestal onderin de slokdarm. Soms ontstaat er slokdarmkanker bij mensen met een zogeheten Barrett-slokdarm. Bij een Barrett-slokdarm is het slijmvlies in de slokdarm veranderd. Dat kan gebeuren als iemand jarenlang voortdurend last heeft van brandend maagzuur. In 2021 kregen 2.648 mensen te horen dat ze slokdarmkanker hebben. Dat aantal is in de afgelopen jaren gestegen. In 2001 waren dit er 1.200. Slokdarmkanker komt vooral voor bij mensen boven de 60 jaar. Mannen krijgen drie keer vaker slokdarmkanker dan vrouwen. Een plaveiselcelcarcinoom komt bij mannen en vrouwen even vaak voor.

Er is niet een duidelijke oorzaak van slokdarmkanker aan te wijzen. Risicofactoren zijn: roken, alcohol. Hoe meer u drinkt, hoe groter het risico. Een klein aantal mensen met slokdarmkanker heeft een erfelijke aanleg. Slokdarmkanker is waarschijnlijk multifactorieel erfelijk.

Slokdarmkanker geeft in het begin meestal nog geen klachten. De klachten ontstaan pas als de tumor al flink gegroeid is. De vooruitzichten bij slokdarmkanker zijn erg afhankelijk van het stadium waarin de ziekte wordt ontdekt. Hoe vroeger het stadium, hoe minder ver de ziekte zich heeft ontwikkeld. En hoe beter de vooruitzichten zijn. Het is daarom belangrijk om bij een vermoeden van slokdarmkanker zo snel mogelijk te handelen.

Symptomen van slokdarmkanker

  • Eten blijft hangen of het gevoel dat eten niet goed zakt (passageklachten)
  • Pijn of een vol gevoel achter de borst
  • Pijn bij het slikken
  • Hoesten en/of verslikken tijdens of na het eten
  • Minder eetlust en afvallen
  • Vaak eten opboeren of hikken
  • Bloed in de ontlasting (zwarte ontlasting) of bloed braken

Slokdarmkanker wordt vaak pas laat ontdekt. De kans op genezing is groter als de tumor wel vroeg ontdekt wordt. Het is daarom belangrijk om de symptomen van slokdarmkanker goed te herkennen.

Eten blijft hangen (passageklachten)

De meest voorkomende klacht bij slokdarmkanker is het gevoel dat eten blijft hangen of niet goed zakt. Dit heet ook wel passageklachten. Een tumor in de slokdarm kan ervoor zorgen dat eten kan blijven hangen of blijven steken. Je kunt ook het gevoel hebben dat het eten niet goed of langzamer naar beneden zakt. In het begin is dat vooral bij vast voedsel. Later kan het ook moeilijk worden om vloeibaar voedsel door te slikken.

Klachten door bloedingen

Als het slijmvlies van de slokdarm door de tumor beschadigd is, kunnen er kleine bloedingen in de slokdarm ontstaan. Klachten die hierop kunnen wijzen, zijn:

  • Vermoeidheid en duizeligheid
  • Zwarte ontlasting (bloed vanuit de slokdarm dat in de ontlasting is gekomen)
  • Bloed braken

Wanneer moet je naar de huisarts?

De klachten die hierboven staan, hoeven niet te betekenen dat je slokdarmkanker hebt. Ze kunnen ook een andere oorzaak hebben.

Ga altijd naar de huisarts bij deze klachten:

  • Eten dat blijft hangen of het gevoel dat het niet goed zakt (passageklachten)
  • (Veel) afvallen zonder reden
  • Bloed braken
  • Bloed in je ontlasting of zwarte ontlasting

Ga ook naar de huisarts als je van de andere klachten langer dan 2 weken last hebt.

Tips bij slikproblemen en voedsel dat niet goed zakt

  • Snijd de harde korsten van het brood en besmeer het met smeuïg beleg. Drink iets bij iedere hap.
  • Vermijd vezelig vlees zoals rundvlees. Kip, wild of vis zijn meestal gemakkelijk door te slikken. Snijd het vlees of de vis heel fijn of maal het met behulp van staafmixer of keukenmachine.
  • Ook groenten kan je pureren of fijn snijden. Gaargekookte groente zijn meestal gemakkelijker door te slikken dan rauwkost.
  • Een maaltijdsoep is een goede variant voor de warme maaltijd. Je kan de aardappelen smeuïg maken met behulp van jus, appelmoes, saus of bouillon of vervangen door puree.
  • Eet rustig en kauw goed. Drink voldoende tijdens en na de maaltijd.
  • Vermijd hele grote maaltijden. Als je last hebt van een verminderde eetlust en gewichtsverlies, vraag dan advies bij een diëtist.

labels:

Zie ook: