Er zijn van die dingen die je nooit onthoudt. Maar alles van je theorie-examen? Dat moet je helaas gewoon onthouden, voor je eigen veiligheid en die van je omgeving. In deze blog geven we je handige ezelsbruggetjes voor moeilijk te onthouden examenonderdelen. Liever eerst wat lezen? Hieronder geven we je slimme ezelsbruggetjes zodat je deze lastige onderdelen nooit meer vergeet:
1. Vakverdeling van het verkeersbord niet parkeren/niet parkeren en niet stilstaan
Het bord met twee strepen (een kruis) heeft 4 vakken. Daar passen 4 woorden in:
- Niet Parkeren
- Niet Stilstaan
(oftewel, bij X mag niks). Het bord met 1 streep heeft 2 vakken. Hierin passen maar 2 woorden: Niet Parkeren
Handig hè?
2. Voorrang bij bochten
Onthoud: korte bocht gaat voor lange bocht. Als twee auto's dezelfde straat in willen rijden, heeft de auto met de korte bocht voorrang. Zie het zo: de auto met de korte bocht neemt minder ruimte in en is sneller (omdat hij minder afstand maakt) - logisch dus dat hij voor mag.
3. Rechts inhalen mag alleen bij: 'Fruit'
File, Rotonde, Uitvoegen, Invoegen, Tram. Lekker.
In sommige situaties mag je rechts inhalen, hoewel dat normaal niet mag. Maar wat zijn dan de uitzonderingen? Daar is dit handige ezelsbruggetje voor bedacht: File, Rotonde, Uitvoegen, Invoegen en Tram.
Rechts inhalen in het verkeer is een bewuste rijmanoeuvre waarbij je een voertuig aan de rechterkant passeert. Meestal haal je links in, maar in sommige situaties is rechts inhalen wél toegestaan.
Hoewel rechts inhalen normaal gesproken verboden is, zijn er situaties waarin het wel is toegestaan. Deze uitzonderingen zijn vastgelegd in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
Wanneer mag je rechts inhalen?
- Wanneer het verkeer tot stilstand komt, zoals in het geval van een file, is het toegestaan om zowel links als rechts in te halen.
- Sommige rotondes hebben meerdere rijstroken, waardoor het mogelijk is om verkeer aan de rechterkant in te halen.
- Aangezien trams op hun eigen trambaan rijden, is het toegestaan om ze via de rechterkant in te halen.
- Bij het invoegen op een snelweg of autoweg (vaak gemarkeerd door blokmarkeringen) mag je rechts inhalen.
- Wanneer je een autosnelweg of autoweg verlaat via een uitvoegstrook, mag je voertuigen rechts passeren.
Het is belangrijk om te weten dat rechts inhalen in Nederland alleen onder specifieke voorwaarden en in uitzonderlijke situaties is toegestaan. Inhalen aan de rechterzijde is geen standaardpraktijk en moet altijd met extra voorzichtigheid worden uitgevoerd. De algemene regels voor veilig rijgedrag blijven daarbij onverminderd van kracht, ongeacht of je links of rechts inhaalt.
Inhalen is toegestaan wanneer je een ander voertuig op een veilige manier kunt passeren zonder het verkeer in gevaar te brengen. In Nederland geldt normaal gesproken: je haalt links in.
Voor motorrijders gelden dezelfde uitzonderingen als voor automobilisten, maar let op je zichtbaarheid en snelheid.
Tijdens de rijlessen kan het voorkomen dat een leerling meer tijd nodig heeft om van rijstrook te wisselen dan het overige verkeer. Het scannen van het verkeer door de leerling, aanpassen van de snelheid en richting aangeven op het juiste moment zijn verkeerstaken die nu eenmaal tijd en oefening vragen.
Onterecht rechts inhalen kan je een flinke boete opleveren. De boete bedraagt momenteel €280 (bron: Rijksoverheid). In ernstige gevallen wordt rechts inhalen zelfs gezien als gevaarlijk rijgedrag, wat kan leiden tot een verplichte cursus over gedrag en verkeer (EMG).
4. Tramovergangen
Die tramregels…. om van de huilen. Maar met deze truc vergeet je het niet meer. De tram is de koning op de weg, en stopt alleen voor dieren, oftewel: ZEBRApaden en HAAIENtanden.
5. Militaire colonne
Wanneer mag je nou gaan? Het is heel makkelijk: het laatste voertuig van een colonne heeft rechts een groene vlag en koplamp = groen licht, rijden dus!
6. Hoe hard mag je op autowegen?
Bij een autoweg zie je een blauw bord met een auto met twee koplampen. Denkbeeldig maak je van die 2 koplampen 2 nullen. Plak daar het cijfer '1' voor, zodat je '100' krijgt. Een blauw bord met een auto en twee koplampen? Hier mag je dus 100!
7. Welke verkeersregels volg je in welke volgorde?
Niet alle regels worden in dezelfde volgorde toegepast, anders wordt het een zooitje op de weg. Onthoud de volgorde van de regels makkelijk met deze zin:
Alle Lampen Branden Telkens Rood
- Aanwijzingen (van verkeersregelaars, bijvoorbeeld)
- Lichten
- Borden
- Tekens (op de weg)
- Regels (bijvoorbeeld rechtdoor op dezelfde weg gaat voor).
Een paar voorbeelden:
- Bij een kruising staat een verkeersregelaar. Deze zegt dat je niet mag rijden (hij geeft een aanwijzing). Dus ook al zijn er lichten, borden, tekens en regels; je moet naar de verkeersregelaar luisteren.
- In een normale situatie staat er geen verkeersregelaar en kijk je dus gewoon naar de lichten.
- Staat er geen verkeersregelaar en zijn de lichten bij een kruising kapot? Dan kijk je naar de borden.
- Staat er geen verkeersregelaar, en is er geen verkeerslicht of bord? Dan kijk je naar de tekens. Missen die ook (bijvoorbeeld bij een klein landweggetje), dan ga je over op de basisregels.
8. Wegbelijning bij wegwerkzaamheden
Wegwerkzaamheden zijn voor veel kandidaten al een spannend onderdeel tijdens het praktijkexamen. Er gebeurt veel om je heen, en die lijnen door elkaar maken je onzeker. Laat je niet afleiden en focus je op de gele of oranje strepen. Want:
Geel gaat altijd boven wit: tijdelijke belijning (geel of oranje) heeft voorrang boven normale belijning (wit).
9. Wat betekent de groene streep op de weg?
Nog meer kleuren! Bij wegen zie je vaak een groene streep op het midden van de weg - hoe hard mag je daar ook alweer? Een groene streep betekent dat je 100 mag rijden. Denk maar aan een 100 euro-biljet, dat ook groen is.
10. Parkeren bij een zebrapad
Hoe ver van een zebrapad mag je parkeren? Tel de strepen op het bord van een zebrapad (bijna altijd 5) en je weet dat je 5 meter van het zebrapad mag parkeren.
11. Wat doe je bij gevaar?
Is er gevaar? Dan ga je remmen. Is er misschien gevaar? Gas loslaten. Is er niets? Dan doe je niets.
Overige ezelsbruggetjes
- Rechtdoor op dezelfde weg gaat voor. Ook voetgangers die rechtdoor gaan mogen voor. Alleen trams die afslaan hebben wel voorrang!
- Nat met blad maakt glad. In de herfst komt het vaak voor dat het nat weer is en er veel bladeren op de weg liggen. Let er dan op dat het glad is.
- Bord met streeP - Niet parkeren
- Bord met kruiS - Niet stilstaan
- Spot: Spot gaat over de handelingen die je moet verrichten tijdens het rijden. Spiegels kijken, Pijl, Opzij kijken, Tegenliggers.
Veel succes met je voorbereiding op het auto theorie-examen!
labels:




