De perenboom, samen met de appelboom, behoort tot de meest bekende fruitbomen in Nederland. Er zijn veel verschillende soorten peren en perenbomen in allerlei formaten. In onze tuinen is de perenboom een populaire fruitboom, omdat ze niet veel verzorging nodig hebben en zelfgekweekte peren extra lekker zijn. Wil je elk jaar mooie peren, dan zal je een perenboom moeten snoeien. Een perenboom kent goede en minder goede jaren, dat hoort bij deze fruitboom. Geen paniek dus als je een jaar wat minder peren hebt!

De perenboom, of Pyrus communis in het Latijns, behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae). Perenbomen groeien opwaarts. Het zal zo’n 3 jaar duren voor de eerste peren zullen komen, hoe groot je boom dan precies is hangt van de (wel of niet gunstige) omstandigheden van de boom. Je kunt de groei beïnvloeden door te snoeien: meer snoeien betekent meer groei, maar latere vorming van de peren. Perenbomen hebben puntig blad, zuiver witte bloesem, een druppelvormige kroon en puntige knoppen.

Soorten Perenbomen

Zo veel soorten peren, zo veel soorten perenbomen. Perenbomen worden meestal ingedeeld in groepen op basis van het doel van de vrucht.

Sierpeer

Sierperen zijn niet eetbaar, maar de bomen bloeien met prachtige bloesem. De bekendste sierperen zijn de Pyrus calleryana 'Chanticleer' en Pyrus salicifolia 'Pendula'.

Stoofpeer

Stoofperen zijn heerlijk nadat je ze (langere tijd) hebt gekookt. De meest bekende stoofpeerboom is de Pyrus communis ‘Gieser Wildeman’.

Handpeer

Een handpeer is een peer die je zo van de boom kan plukken en op kunt eten. Je hoeft hem niet eerst te bakken, koken of stoven. De handpeer is mede daardoor ook de meest voorkomende soort. De meeste peren worden gekweekt om te dienen als handpeer.

Hoogstam, Halfstam of Laagstam Perenboom?

Als je een perenboom gaat komen kom je de termen hoogstam, halfstam en laagstam tegen. Dit geeft aan hoe hoog de stam van de perenboom kan worden. Een hoogstam perenboom kan tot wel 10 meter hoog worden, een kwartstam wordt ongeveer maximaal 5 meter hoog en een laagstam perenboom wordt ‘slechts’ een meter of 3 hoog. Hoe kleiner de boom, hoe sneller de boom vruchten zal geven. Bij een hoogstam boom kan dit wel 8 jaar duren.

Zelfbestuivend of Niet-Zelfbestuivend

Om vruchten te krijgen moeten de bloemen van de perenboom bestoven worden. Bij bestuiving brengen insecten, zoals bijen, stuifmeel over van de ene bloem naar de andere. Bij zelfbestuivende perenbomen kan het stuifmeel van de eigen bloemen voor de vruchten zorgen. Voor niet-zelfbestuivende perenbomen heeft de perenboom een perenboom van een ander soort nodig voor de bestuiving, dit noem je kruisbestuiving. Als je maar één perenboom in je tuin wil, kies dan voor een zelfbestuivende soort! Als de bestuiving via een andere perenboom plaatsvindt (ook bij zelfbestuivers) krijg je vaak wel betere peren.

Perenboom als Leiboom

Perenbomen kun je ook als leiboom gebruiken. Vaak wordt hier de sierpeer Pyrus calleryana 'Chanticleer' voor gebruikt. Bij het kweken worden de takken van deze sierperenboom geleid en vastgemaakt.

Bloesem en Bloei

De vruchten van de perenboom worden vooraf gegaan aan bloemen. De bloesem van een perenboom zie je meestal in april en de bloemetjes zijn wit of lichtroze. Een rijke bloesem betekent de potentie tot veel peren! De bloemen vallen vanzelf van de perenboom. Heel soms komt het voor dat je perenboom ook in het najaar gaat bloeien. Dit kan gebeuren als het langer warm is en je Pyrus communis in de war raakt doordat de daglengtes in het najaar overeenkomen met die in de lente. Reken niet op een tweede bloesem, je hebt er ook geen invloed op, maar het is wel leuk als het gebeurt! Je kunt er zelfs extra peren van krijgen.

Perenboom Bloesem Beschermen Tegen Vorst

Staat je perenboom vol in de bloesem en is er (nacht)vorst op komst? De kans is groot dat je geen peren zult krijgen als je geen actie onderneemt. In perenboomgaarden worden dan de bloemetjes nat gesproeid tijdens de vorst. Het ijslaagje beschermt de bloem, omdat er een klein beetje warmte vrijkomt als het water overgaat in ijs. Dit kan precies genoeg zijn om de bloesem te redden. Als je een klein perenboompje hebt, dan kan je deze ook afdekken met een vliesdoek.

Standplaats en Winterhardheid

Een perenboom staat het liefst in de zon, maar doet het ook op een plek met halfschaduw. Hoe meer zon, hoe meer peren en hoe zoeter ze zullen zijn. Ook wil de peer graag op een beschutte plek staan, zodat hij is de winter iets beschermd is tegen de koude wind. De perenboom is goed bestand tegen de vorst in onze winters.

Planten van een Perenboom

Perenbomen kun je het beste planten in de winter tussen november en februari, zolang het niet vriest. De boom is dan in rust. Leg een laag potgrond onderin het plantgat, dit bevat wat extra voeding om de Pyrus communis een goede start te geven. Het gat kun je net zo groot maken als de kluit van de boom of groot genoeg om de wortels wijd uit te spreiden. Geef hem na het planten flink wat water. Je kunt ook een steunpaal plaatsen, zo’n 20 cm vanaf de stam. Maak met een rubberband de stam aan de paal: niet te strak zodat de boom kan groeien, maar wel zo strak dat je boom er steun van heeft. Controleer regelmatig of de band niet te strak komt te staan als de boom gaat groeien.

Een perenboom heeft bestuiving nodig om vruchten te kunnen vormen. Er zijn ook zelfbestuivende soorten, maar die krijgen betere en meer vruchten als er een andere perenboom voor de bestuiving zorgt! Is er geen andere (sier)perenboom in de buurt? Dan kan je overwegen om zelf 2 perenbomen te planten.

Verzorging van een Perenboom

Een perenboom heeft niet veel verzorging nodig. Als je een peer hebt geplant hoef je hem alleen nog maar te snoeien en te controleren op ziektes. Wist je dat de manier waarop je een perenboom moet verzorgen nagenoeg hetzelfde is als de verzorging van de appelboom? Als je beide in de tuin hebt staan kun je ze prima tegelijk de verzorging geven die ze nodig hebben. Geef in het voorjaar wat mest, dan heeft je perenboom alle voedingsstoffen om lekker te gaan groeien in de zomer. Verder is het belangrijk om de perenboom te snoeien. Je geeft de boom daarmee kracht en lucht. Hij blijft gezond door het snoeien en zal de mooiste peren geven. Als het tijd is om de peren te oogsten kun je ze plukken. De beste manier om te zien of ze rijp zijn is om de peer zachtjes te draaien. De boom kan hij zijn energie richten op de bloesem en de vruchten in plaats van op de bladeren.

Snoeien van een Perenboom

Een perenboom snoei je bij voorkeur 2 keer per jaar. Eénmaal in de winter, als de boom in ruststand is en de sapstromen nog niet op gang zijn gekomen. Dit is tussen december en februari. Snoei de boom niet bij nat of regenachtig weer, dat maakt de boom extra gevoelig voor ziektes én kies een moment dat een periode boven de 5 graden is. Voordat je een perenboom gaat snoeien moet je weten welke verschillende takken de boom aanmaakt. Een perenboom kent zogenoemd bloesemhout en waterlot. Bloesemhout kun je herkennen aan korte takjes met bloemknoppen aan het uiteinde. Naast bloemknoppen krijgt de boom ook bladknoppen. Bloemknoppen ontstaan als eerste, bladknoppen volgen een week of 2 erna. Bloemknoppen staan op de tak en bladknoppen liggen erop. De bloemknoppen wil je graag behouden, want daar komen de bloemen en de peren! Waterloten zijn net even anders van kleur. Ze zijn meestal rood/bruin met witte stipjes. Waterloten groeien enorm snel en staan vaak recht omhoog.

Wintersnoei

In de winter, als de boom in ruststand is, mag je oude grote takken terugsnoeien en dood hout en zieke takken moet je weghalen. Snoei daarnaast met name de naar binnen groeiende takken zodat de boom lucht krijgt en snoei ook een deel van de waterloten: de recht omhoog groeiende takken. Let bij de knippen op de knoppen: zorg ervoor dat je 1 of 2 knoppen aan de tak laat zitten en knip de tak boven een knop die naar buiten of naar onder wijst. Hier komt een nieuwe tak en deze staat dan direct de goede kant op.

Zomersnoei

In de zomer snoei je de perenboom om hem in vorm te houden. Dit noem je ook wel vormsnoei. Hierbij gaat het erom dat je een deel van de waterloten snoeit waardoor de energie van de boom niet in de bladeren gaat zitten maar naar de vruchten gaat. je verlost de boom van gekke uitschietende takken en hij krijgt zijn vorm terug. Daarnaast komt er meer licht via de kroon of de top van de boom, dit is goed voor de ontwikkeling van de peren.

Het snoeien van takken kun je doen met een ‘normale snoeischaar’. Wil je wat dikkere takken snoeien dan raden wij een takkenschaar aan. Deze kan tot 4 cm dikke takken snoeien. Wil je echt rigoureus grote zijtakken/armen van een perenboom afhalen? Neem dan een scherpe takkenzaag. Voor ieder soort gereedschap geldt dat de scharen of bladen scherp moeten zijn.

Verplaatsen van een Perenboom

Het verplaatsen van een perenboom kun je het beste doen in de winter, tussen december en februari. De boom is dan in rust. Verplaatsen is nooit goed voor een boom, je brengt sowieso schade toe. Een gezonde perenboom zal hier wel weer van herstellen. Hoe snel dit zal gaan ligt aan de hoeveelheid beschadigingen: hoe beter en ruimer je de kluit kunt uitgraven, hoe sneller je perenboom weer op volle kracht is.

Ziekten bij een Perenboom

Elke boom kan last krijgen van ziektes, zoals schimmels of bladziekten. Hoe sterker je perenboom, hoe beter zijn eigen weerstand tegen dit soort problemen. Controleer je boom regelmatig op beestjes, bladverkleuringen of andere verschijnselen die je niet zou verwachten bij een gezonde boom.

Bacterievuur of Perenvuur

Als je perenboom last heeft van bacterievuur (Erwinia amylovora) of perenvuur, dan wordt de bloesem, het blad en de takken bruinzwart en verschrompelen. Alsof het blad is verbrand. Er is helaas weinig aan te doen, behalve de perenboom sterk terugsnoeien. Alle aangetaste delen moeten verwijderd en vervolgens verbrand. Ruim alle delen van perenboom met bacterievuur zorgvuldig op, anders kan het zich verspreiden onder andere gevoelig planten, zoals de meidoorn, appelboom en jeneverbes.

Zwartvruchtrot

Bij zwartvruchtrot krijgt je perenboom zwarte vlekken op de blaadjes en de peren. Dit is een schimmelziekte (Stemphylium vesicarium). De zwarte vlek begint in de punt en vormt een typische V-vorm op het blad. De bladeren zullen uiteindelijk geheel zwart worden en afvallen en de peer rot weg. Zwartvruchtrot zie je meestal eind juli en warm weer in combinatie met regen kan leiden tot deze ziekte. Er is nog niet zoveel bekend over de schimmel die dit veroorzaakt.

Roest of Perenroest

Roest is een schimmelinfectie van het blad aan de perenboom. Het blad krijgt gele, oranje of rood/bruine vlekken waarin later zwarte stippen vormen. De vlekken groeien uit tot een oranje bult. Het is op zich niet schadelijk voor de boom zelf, maar het blad valt wel eerder af in de herfst en het verzwakt je perenboom waardoor hij minder zal groeien en minder of geen peren zal krijgen. Je doet er niet zoveel tegen, behalve de aangetaste delen wegsnoeien waarbij je ook zo’n 10 van het gezonde hout mee moet snoeien. De kans dat het niet verdwijnt en alsnog je oogst bederft is er wel en dan ben je ook nog een deel van je boom kwijt. Heb je een jeneverbes in de tuin? Dat is de plant waarop deze schimmel overwintert. Zet deze 2 planten nooit bij elkaar in de buurt.

Meeldauw

Een perenboom kan last krijgen van meeldauw, je ziet dan wittige vlekken boven en/of onder het blad.

Perenschurft

Schurft op een perenboom wordt veroorzaakt door een schimmel, de Venturia pirina. De bladeren krijgen donkerbruine tot zwarte vlekken en blaasvormige plekken. Het zijn een soort blaartjes, welke kunnen openspringen waarna er schurftachtige plekken ontstaan. Peren raken misvormd en blijven klein en hard. Vooral bij een nat voorjaar is de kans op schurft groot. De schimmel komt tot uiting als de bladeren van de boom langere tijd vochtig zijn. Het is belangrijk dat je boom luchtig is in de kroon, zodat hij goed kan drogen. Aangetaste delen moet je wegsnoeien, maar gooi deze niet op de composthoop: de schimmel overwintert in afgevallen blad. Het snoeiafval verbranden is het beste.

Perengalmijt

Perengalmijt is een soort mijt. Deze mijt legt zijn eitjes in het blad wat zorgt voor rare ribbelingen of rode bultjes in het blad. Later zal de mijt uit het blad komen maar het blad zelf heeft er niet veel last van. Ook de op de peren kunnen deze ribbelingen zitten.

Bladluis

Een perenboom kan last krijgen van luizen.

Problemen Herkennen

Zie je bladverkleuringen?

  • Zwarte bladeren: wijzen op perenvuur.
  • Rode of oranje vlekken: wijzen op perenroest.
  • Bruine vlekken: kunnen wijzen op schurft.
  • Gele vlekken: wijzen op perenroest.
  • Slappe bladeren: kunnen komen door vochtgebrek. Geef je perenboom wat extra water.

labels: #Ei

Zie ook: