Diep verborgen in het bos bij Fuerstenhagen lag tijdens het Derde Rijk een van de grootste explosievenfabrieken van Duitsland. Al in 1936 werd door DAG, Dynamit Aktien Gesellschaft, met de bouw van de gigantische fabriek begonnen en in 1938 kon de productie van TNT worden opgepakt. De arbeidsomstandigheden waren verschrikkelijk, hoewel de westerse arbeiders het iets beter hadden dan de arbeiders uit het oosten (Hongaren, Oekraïners en Russen). Zonder beschermingsmiddelen moesten gevangenen en dwangarbeiders werken met zeer gevaarlijke chemicaliën.
Rondom de fabriek waren 10 kampen gebouwd voor de verschillende groepen arbeiders. Mogelijk dat Wiel van Eyk in kamp Waldorf of Herzog heeft gezeten. Beide kampen waren bestemd voor westerse arbeiders. Vanuit de lucht was de fabriek niet te herkennen, regelmatig vloog een Duitse verkenner over om te kijken of er verbeteringen aan gebracht moesten worden.
Tegelen en de Arbeidseinsatz
Verschillende inwoners van Tegelen werden tijdens de Tweede Wereldoorlog gedwongen om in Duitsland te werken. Jac. Op regel 3 van dit overzicht van arbeiders van de firma Dynamit in Lichtenau staat Wilhelm Gerard van Biyk, geboren 26.12.1921. In werkelijkheid is dit Wiel van Eijk, geboren 26.11.1921, woonachtig in Tegelen, Industriestraat 41. Of Wiel zijn naam bewust verkeerd heeft opgegeven om represailles richting zijn familie te voorkomen of dat de Duitsers, welk ook voorkwam, gewoon de naam verkeerd geschreven hebben, is helaas niet bekend. Op 10 oktober 1942 arriveert Wiel van Eyk bij Dynamit in 1942 om daar uiteindelijk tot 20 september 1944 te verblijven.
Leonardus Wilhelmus Reijnders (roepnaam Lei) werd op 23 augustus 1917 te Tegelen geboren. Werkzaam was Lei in de kleiwarenindustrie bij Russel-Tiglia. Op 20 november 1942 werd Lei tewerkgesteld in de explosievenfabriek Hessisch Lichtenau. Natuurlijk stond die fabriek niet bekend als een explosievenfabriek. Zo staat op de identiteitspas van Lei Reijnders vermeld dat hij werkzaam was bij de “Fabrik zur Verwertung chemischer Erzeugnisse” (fabriek voor de recycling van chemische producten). De kern van de fabriek waren de productiegroepen voor de explosieven trinitrotolueen (TNT) en Picrinezuur (TNP). Een deel van het TNT dat in de fabriek werd geproduceerd werd ter plaatse afgevuld tot geleverde luchtbommen, granaathulzen en landmijnen.
Er zijn zes grote explosieongevallen op het fabrieksterrein gedocumenteerd met dodelijke slachtoffers tot gevolg. De meest verwoestende waren de twee explosies in het west tankstation op 10 april 1943 en 31 maart 1944 met 63 en 71 dodelijke slachtoffers. Veilig waren de werkomstandigheden niet. Bij Lei kon men dat zien door een litteken boven zijn linkeroog waar een druppel zwavelzuur naar beneden was gevallen. Woonachtig was Lei in Kamp Herzog, een van de tien barakkenkampen van Hessisch Lichtenau. In totaal woonden hier circa 1200 mensen.
Verhalen van dwangarbeiders
Ook de zoon van Leonard Reijnders heeft het verhaal van zijn vader voor ons opgeschreven. Op zijn persoonskaart staat vermeld dat hij eind dertiger/begin veertiger jaren van de vorige eeuw ook als leerling in de bloemisterij werkzaam was en daarom niet bij zijn ouders woonde in Steijl (Arnoldus Janssenstraat 5). Op 17 oktober 1941 wordt door de gemeente een vreemde adresaantekening op zijn persoonskaart gemaakt, namelijk PB 5470. Wat deze locatie aanduiding betekent is mij niet duidelijk.
Het is dan ook niet voor niets dat op de achterkant van zijn identiteitsbewijs staat vermeld “Rauchen sowie das mitbringen von Feuerzeug ist bei Strafe verboten!”. Of hier sprake was van opzet is mij niet duidelijk want mijn vader vertelde mij eens dat hij door anderen gewaarschuwd was om op een bepaald tijdstip ergens niet te zijn. Tot 1942 waren in dit kamp uitsluitend Duitse arbeiders woonachtig. Daarna ook arbeiders uit Frankrijk en Nederland en tegen het einde van de oorlog ook Poolse dwangarbeiders.
Na het einde van de tweede wereldoorlog wordt hij opgevangen door de Amerikaanse bezettingsmacht van Duitsland. In Hessisch Lichtenau ontmoette Lei ook zijn toekomstige vrouw en onze moeder Louise Stapp geboren 28 juni 1917 in de Duitse plaats Seckmauern. Louise moest vanuit haar woonplaats Seckmauern werken als secretaresse voor een van de officieren in Hessisch Lichtenau. Daardoor hebben ze elkaar daar ook leren kennen. Louise probeerde vanuit Kaldenkerken naar Steijl te komen. Pas de derde keer lukte het haar met behulp van mijn opa Piet Reijnders om in Steijl te komen en op 9 december 1947 zijn ze in Tegelen gehuwd. Louise overleed op 6 december 1982 en Lei op 27 juli 1984. Beiden overleden ze te Tegelen. Het weinige dat ze over hun oorlogsjaren wilden vertellen heb ik hier geprobeerd weer te geven. Toch nog als laatste een aardige anekdote. Wat het eten betreft was er uiteraard een behoorlijk verschil tussen de staf en de arbeiders. Dat was er zeker met het kerstmaal. De staf genoot van een mooie maaltijd en zij kregen niks. Tot de baas zijn mooie rode kat na kerstmis miste. Mijn vader zei hem toen dat die waarschijnlijk door een lynx gepakt was omdat die in de bossen voorkwamen.
Andere betrokkenen uit Tegelen
Een derde persoon uit Tegelen is Piet (Peter Willem) Holtman. Piet ontmoet hier zijn toekomstige vrouw die ook in de fabriek werkt. Piet Holtman en zijn vrouw Helena Herd.
Joachim Beurskens begint op 13 juni 1943 bij de firma Henschel und Sohn in Kassel. Volgens de namenlijst van de firma Henschel zou Beurskens als adres Insulindenlaan 27 in Vlaardingen hebben gewoond. Of dit klopt, kunnen we helaas niet meer controleren. Was hij daar ondergedoken of woonde hij daar bij familie of vrienden in? De fabriek kende een tiental grote woonkampen waar de duizenden arbeiders werden ondergebracht. De leefomstandigheden waren slecht, onderling contact tussen de verschillende kampen en met de burgerbevolking van Kassel was ten strengste verboden.
Arbeiders werden verplicht een bepaald quotum te halen. Werd dit niet gehaald dan verbleef men enkele weken in een apart kamp. Bij meerdere straffen bestond de mogelijkheid dat men naar een concentratiekamp werd gebracht. De kampen waren overvol, ongedierte en dus ook infectieziekten waren aan de orde van de dag. Werkdagen bestonden uit twaalf uur in de fabriek en twaalf uur in het kamp. Er was water tekort en de bewakers van de kampen sloegen te pas en te onpas de arbeiders. Hoewel we geen schriftelijke bevestiging hebben kunnen vinden bestaat de mogelijkheid dat Joachim Beurskens in het kamp Henschel IX aan de Inringshauserstrasze in Kassel werd geplaatst. Dit grote kamp werd midden 1943 gebouwd en was namelijk uitsluitend bestemd voor “west-arbeiter”.
Henschel und Sohn staat voor de oorlog bekend om de vervaardiging van vrachtwagens, locomotieven maar ook tanks zoals de Panzer en de Tiger tank. Deze twee laatste worden de belangrijkste producten gedurende de tweede wereldoorlog. Deze productie maakt de fabriek een uitgelezen doelwit om te bombarderen. Tussen 1940 en 1945 zijn er 40 grote bombardementen uitgevoerd waarin in totaal 470.000 bommen op Kassel en omgeving neerkomen. Het grootste bombardement vindt plaats op 22 oktober 1943. Kassel wordt compleet in de as gelegd door de vele bommen die die dag op de stad vallen. Op 4 april 1945 wordt de stad overgenomen door de Amerikanen. Joachim maakt dit niet meer mee. Volgens de gegevens van Henschel is Beurskens op 31 maart met ”onbekende bestemming” vertrokken. Terug in Tegelen besluit hij in december 1950 om te emigreren naar Australië. In 1987 besluit hij, ernstig ziek, terug te keren naar Tegelen.
Andreas Dheur
Bij het zoeken naar namen bij de arbeidsinzet in Duitsland kwam Sjeng Ewalds de naam Andreas Dheur liefst 17 maal tegen. Het leverde veel dezelfde informatie op. Dat viel dus tegen. Andreas Josephus Egemius D’Heur werd op 18-08-1861 geboren in Tegelen. Hij was een zoon van Simon D’Heur die op 23-12-1834 in Seraing België was geboren. Deze was grafsmid van beroep en huwde op 21-2-1859 in Tegelen met Anna Catharina Hubertina Timmermans. Deze was op 16-8-1833 in Tegelen geboren als dochter van de veldwachter Andreas Timmermans en Sybilla Peeters. In 1859 en 1863 kregen zij 2 dochters en in 1861, 1868 en 1871 werden er drie zonen geboren.
Op 20 januari 1873 vertrekt het hele gezin naar Meiderich in Duitsland. Dat is een wijk in Duisburg in het Roergebied. Andreas behoudt het Nederlanderschap en het gegeven dat hij in de oorlog in Duitsland is overleden maakt dat hij op de lijsten van het Rode Kruis terecht is gekomen. Zijn beroep was hulparbeider en bij het overlijden was hij weduwnaar van Johanna van Eck. Op 3-5-1924 is er door het Nederlands Consulaat in Duisburg een “Reisepas” uitgereikt. Deze Reisepas is door het Schwedische Gesandtschaft in Berlijn op 12-5-1942 verlengd tot 29-4-1944. Hij is dus Nederlander gebleven. Op 27-7-1943 is hij opgenomen in het Altersheim van de Diaconessen in Schwäbisch-Hall. Deze plaats ligt in de buurt van Stuttgart op 440 km van Tegelen verwijderd. Andreas is dus niet door oorlogsgeweld om het leven gekomen. Naar aanleiding van dit onderzoek hebben we ook de naam van Andreas van de lijst met Tegelse oorlogsslachtoffers aan Duitse zijde gehaald.
Gerhard en Gerard Ficker
Zoon Gerard G.L.Ficker geboren 26 november 1924 in Amsterdam. Het gezin Ficker, ouders en vijf kinderen, woont gedurende de oorlogstijd op de Betouwstraat 19 in Tegelen. Het zijn vader Gerhard en zoon Gerard die beide opgeroepen worden voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Gerhard Ficker is gemeenteambtenaar in Tegelen. Nadat hij weigert zijn werkzaamheden bij de gemeente uit te voeren wordt er gedreigd om zijn werkeloosheidsuitkering stop te zetten en te worden ingezet bij de Arbeitseinsatz. Vader komt terecht bij een weverij, de firma Doremanns Tuchfabrik, in Mönchengladbach waar hij uiteindelijk snel weer moet vertrekken. Doremanns Tuchfabrik maakte vooral kleding, het bedrijf bestaat nog steeds nu onder de naam Alberto.
Aangezien de familiefoto in 1943 is genomen moeten we aannemen dat hij weer naar Tegelen is teruggekeerd. Wat er daarna gebeurd is onduidelijk. Uit documenten via Arolsen-Archives lezen we dat hij in de periode 1941-1945 op verschillende plaatsen is vermeld. Van Kempen naar Mönchen-Gladbach om daarna in september 1944 weer naar Nederland te zijn vertrokken. Wat er met Gerhard na Kempen is gebeurd zullen we waarschijnlijk nooit te weten komen. Bij Arolsen vinden we een lijst met namen waaronder die van de zoon Gerard. Linksboven op de lijst staat een stempel met de aanduiding Backnang.
Inschrijfkaart van Gerard Ficker bij de firma Kaeble. Gerard blijkt op 2 maart 1943 tewerk te zijn gesteld bij de firma Kaeble, een groot Duits concern met het hoofdbureau in Backnang. Tijdens de oorlogsjaren maakt men hier trekmachines voor de luchtmacht om bijvoorbeeld vliegtuigen en andere zware voorwerpen mee vooruit te trekken. Op 21 april wordt Backnang door het Amerikaanse leger bevrijd.
Frits Gielen
Op 30 juli 1943 arriveert Frits Gielen uit Steyl in Kamp Amersfoort. Een landelijke oproep gericht aan alle voormalige soldaten van het Nederlands leger was de aanleiding voor Frits om zich te melden. Op 19 augustus vertrekken ze, per autobus, naar Köningswartha. Köningswartha ligt plm 70 km van de Poolse grens. De dag na aankomst worden de mannen direct te werk gesteld in een munitiefabriek. In de hete brandende zon moet er hard gewerkt worden. In de 1e week ontvangt Frits nieuwe kleding, sigaretten, tabak en zeep. Op zondag mogen er wandelingen worden gemaakt.
Hoewel alles vriendelijk klinkt moet er hard gewerkt worden (soms 15 uur/dag) en vallen er geregeld medegevangenen om van vermoeidheid. Op 9 september 1943 krijgt Frits een ongeluk. Een 40 kg zwaar granaatonderdeel van op zijn linker hand die dan ook zwaar gekneusd is. Rond 15 oktober verhuizen ze naar Prossen. Hier moet Frits en zijn medegevangenen werken in de veevoederfabriek Feldmochinger Kraftfutterwerk, Arbeitskommando 1077 in Prossen. Hier verwerkt men diervoeder voor de 2,8 miljoen paarden die in de oorlog werden ingezet.
Vanuit het kamp moet men elke dag 50 minuten lopen naar de fabriek. De fabriek was pas in 1941 gebouwd en voor die tijd dus erg modern. De arbeiders draaiden een drie-ploegendienst. Hoewel er gewerkt moet worden hebben de arbeiders het, vergeleken met anderen, het niet slecht. Er is voldoende eten, er is vrijheid om het dorp, concerten en bioscoop te bezoeken. Inwoners van het dorp stellen zich niet vijandig op. Er wordt kerstmis gevierd, ze ontvangen voedselpakketten van thuis of van het Rode Kruis. Frits blijft tot 19 april 1945 hier werken. Vanwege de dreiging van de Russische troepen en de vele bombardementen worden ze gedwongen om te voet naar Ottendorf te lopen.
Piet Broekman
In 2013 zetten Arno en Rob Broekman het geschreven dagboekje van Piet Broekman om in een klein boekje welk onder de familie wordt verdeeld. Gedeeltes van het geschreven dagboek zijn letterlijk overgenomen uit het dagboek van Piet Broekman. Het gezin had 6 zonen, Tuün, Haar, Nöl, Jan, Piet en Theo en 6 dochters, Mien, Leida, An, Wies, Nellie en Bets . Na zijn lagere schooltijd ging hij als knecht werken bij gerdeneers tot het einde van de dertiger jaren van de vorige eeuw. Zijn laatste baan als knecht was bij de Familie Hovens wonende aan de Vrijenbroekweg in Tegelen. Daar leerde hij Martha Brummans kennen die daar ook woonde. Na die periode ging hij als oven-inzetter van gresbuizen werken bij de Fa.
Het is 26 oktober 1942 als Piet Broekman zich, conform zijn oproepkaart, meldt bij het Venlose arbeidsbureau. Theo gaat voorop met mijn koffer en ik volg met Martha die iedere minuut kan gaan huilen. Eindelijk zijn we in Venlo, eerst naar de arbeidsbeurs, daar krijg ik mijn papieren en een contract wat ik niet teeken en een reisgids voor de Duitsche taal nou die heb ik niet noodig. Op het station staan al verschillende jongens te wachten, net een troep schapen in groepjes bij elkaar en ze zeggen niet veel. Er zijn een paar bekenden bij waar je bij gaat staan. De eerste stop is Kaldenkirchen. Als Piet uitstapt ziet hij circa 400 mannen staan met hetzelfde lot.
Rijgen. Als we daar aan komen is het kwart na negen we zijn moe van het hangen en het sleuren van de koffers. Ze willen ons eerst niet komen halen, maar de leider zegt als jullie niet komen gaan we morgen vroeg met de eerste trein weer naar huis. Dat helpt en tien minuten later komen twee grote wagens, die laden de koffers erop en dan gaan wij met de tram naar Welper naar het Lager. Het is intusschen elf uur geworden, in het lager is alles donker, we gaan naar den eetzaal en dan komt de Lagerfurher, we krijgen twee dekens en een kopje en dan krijgen we koffie. De volgende mo...
Lokale Bedrijven en Horeca in Tegelen
Naast de oorlogsgeschiedenis, is het interessant om te zien hoe lokale bedrijven en de horeca zich in Tegelen ontwikkelen:
- Brasserie RACH: Gelegen op de Kerkstraat in het centrum van Tegelen, een gezellige brasserie voor jong en oud. Verse producten en lokale leveranciers staan centraal, met leveringen van onder andere Geertsen vlees BV.
- SOBER: Een gastronomisch concept van Joni Sloesen in de voormalige keramiekfabriek aan de Venloseweg. Stadswijngaard, wijnmakerij, moestuin én restaurant in één, met een focus op puur natuur, lokaal en duurzaamheid.
labels: #Vlees
Zie ook:
- Steak Tartare Vlees: De Beste Keuze voor een Topgerecht
- Vlees bij Gebakken Aardappelen: De Beste Combinaties & Recepten!
- Bloemstuk van Vlees voor BBQ: Creatief & Smakelijk!
- Ontdek De Ultieme Anti-Kater Ontbijt Recepten Voor Carnaval Die Je Moet Proberen!
- Ontdek Het Ultieme Mosselsoep Recept: Romig, Vol Smaak & Supersimpel!




