Half Nederland kampt met overgewicht. Om mensen te helpen gezonder te eten, heeft de Nederlandse overheid in het Nationaal Preventieakkoord afgesproken om voor 2020 een voedselkeuzelogo in te voeren. Uiteindelijk is de keuze gevallen op de Nutri-Score, een soort energielabel voor voeding dat al in gebruik is in Frankrijk, België, Duitsland en Spanje. Dit besluit ging niet zonder slag of stoot, want voedingsdeskundigen uitten kritiek op de Nutri-Score. De Nutri-score beoordeelt producten op basis van de hoeveelheid calorieën, suikers, verzadigd vet, zout, eiwit, vezels, fruit, groente en noten. De eindscore bestaat uit letters en kleuren, van A (groen) tot en met E (rood).
Voedselkeuzelogo's: een overzicht
Nutri-score is niet het eerste voedselkeuzelogo dat gelanceerd wordt. Eerder hadden we het ‘Ik kies bewust’-vinkje, dat in 2016 werd afgeschaft omdat het onduidelijk was voor consumenten. ‘Een probleem met het vinkje was dat het producten per categorie beoordeelde’, zegt Hans van Trijp, Hoogleraar Marketing en Consumentgedrag. ‘Dan kun je wel de gezondste mayonaise kopen, maar het blijft een ongezond product. Dat is moeilijk uit te leggen. Bovendien was het vinkje niet verplicht. Daardoor konden consumenten amper beoordelen of een product zonder logo ongezond was of dat de producent gewoon niet aan het vinkje meedeed.
De effectiviteit van logo's
Werken die logo’s überhaupt wel? ‘We moeten het effect van logo’s niet overschatten’, zegt Van Trijp. ‘Er is geen overtuigend bewijs dat consumenten dankzij voedselkeuzelogo’s daadwerkelijk gezondere producten gaan kopen en eten. Uit onze studies blijkt dat de meeste consumenten in de supermarkt voor van alles en nog wat aandacht hebben, maar nauwelijks voor logo’s en keurmerken. Pas als je ze de opdracht geeft om een gezond product te kiezen, gaan ze erop letten. Over het algemeen laten ze zich leiden door andere zaken zoals prijs, smaak en gemak. De groep mensen die wel aandacht heeft voor logo’s, bestaat over het algemeen niet uit de mensen die zwaar overgewicht hebben. Dus voor die groep is het geen oplossing.
Verschillende soorten logo's
Er zijn verschillende manieren waarop logo’s consumenten kunnen helpen een keuze te maken. Gezondheidslogo’s zoals Keyhole, dat onder andere in Noorwegen en Zweden wordt gebruikt, of Healthy Choice, vergelijkbaar met het voormalige Nederlandse vinkje, laten zien welke producten binnen een bepaalde categorie de gezondere keuze zijn. Van Trijp: ‘Je kunt producten uit verschillende categorieën niet onderling vergelijken, maar ze helpen wel per categorie de gezondere keus te vergemakkelijken.’ Dat is vooral handig voor consumenten die een vluchtige blik werpen op het schap om een keuze te maken. Het risico is wel dat er een zogenaamd halo-effect ontstaat: door het logo lijkt het product gezonder dan het eigenlijk is en daardoor eten consumenten er meer van dan wanneer er geen logo op zou staan.
Beoordelingslogo's en waarschuwingslogo's
Naast gezondheidslogo’s zijn er beoordelingslogo’s, zoals de nieuwe Nutri-score of het Traffic Light systeem uit het Verenigd Koninkrijk, die een waardeoordeel per product geven. Het voordeel is dat de consument daarmee meer aanknopingspunten heeft om uiteenlopende producten onderling te vergelijken. ‘Maar het kan het ook verwarring zaaien,’ zegt Van Trijp, ‘vooral als een product gezonder uitvalt dan verwacht, zoals nu bij Nutri-score soms het geval is. Er bestaan ook voedselkeuzelogo’s die zich juist richten op de negatieve gezondheidseffecten van een product. Die worden bijvoorbeeld gebruikt in Israël en Chili, waar respectievelijk rode en zwarte logo’s aangeven dat een product ongezond is.
Erica van Herpen, universitair hoofddocent Marketing en consumentgedrag, onderzocht samen met Arjen van Lin van Tilburg University het effect van deze waarschuwingslogo’s in Chili, waar ze nu zo’n anderhalf jaar in gebruik zijn. ‘We vergeleken het aankoopgedrag van Chileense consumenten drie jaar voor tot anderhalf jaar na invoering van het logo. Het logo lijkt effectief omdat mensen ook daadwerkelijk meer gezonde aankopen deden, ook op langere termijn. Dat gold voornamelijk voor de middenklasse en huishoudens met kinderen, en minder voor mensen met een laag inkomen. In Nederland komen er waarschijnlijk nooit van die zwarte stickertje op de mayo.
Criteria voor een goed voedselkeuzelogo
Er is dus geen one-size-fits-all-logo, maar er zijn wel een paar criteria waaraan een goed voedselkeuzelogo in ieder geval moet voldoen. ‘Zo moet het in één oogopslag begrijpelijk zijn’, zegt Van Herpen. ‘Als mensen te veel informatie krijgen dan werkt het niet.’ De Nutri-score is een overall beoordeling, dus je ziet gelijk wat gezond en ongezond is. Van Herpen: ‘De keerzijde is dat de informatie minder gedetailleerd is. Dus mensen die specifiek op zoek zijn naar bepaalde informatie, bijvoorbeeld een laag zoutgehalte, moeten toch de achterkant lezen. Terwijl bij waarschuwingslogo’s bijvoorbeeld wel direct zichtbaar of een product te veel zout, vet of suiker bevat.’ Daarnaast moet een goed voedselkeuzelogo herkenbaar zijn. Nutri-score doet dat goed, volgens Van Trijp, omdat het lijkt op een energielabel.
De belangrijkste succesfactor is of consumenten vertrouwen hebben in het voedselkeuzelogo. Van Trijp: ‘Uit studies blijkt dat consumenten het advies op zo’n logo vooral vertrouwen als het overeenkomt het beeld dat ze al hebben over wat gezond is. Bij discrepanties vertrouwen ze liever op hun eigen oordeel.’ Goede communicatie is daarom volgens hem cruciaal, zeker omdat het vertrouwen van de consument op dit moment niet bijster hoog is. ‘Ik denk dat je dit vertrouwen opbouwt door minder hijgerig en zwart-wit te communiceren over voeding.
De toekomst van de Nutri-Score
Wordt de Nutri-Score een succes? ‘Dan moet het wel op álle producten staan’, zegt Van Trijp. ‘Vooralsnog ziet het ernaar uit dat bedrijven zelf mogen beslissen of ze het logo voeren. Het is dus afwachten wie hierin het voortouw zal nemen. Ik denk wel dat het voor fabrikanten op termijn heel lastig wordt om níet mee te doen, want dan lijkt het alsof ze iets te verbergen hebben. Op deze manier vormt de Nutri-Score een stimulans voor fabrikanten om producten gezonder en duurzamer te maken, net zoals dankzij bijvoorbeeld het Fairtrade- of Beter Leven keurmerk al veel is verbeterd.’
Dan blijft er nog het potentiele struikelpunt dat de Nutri-score focust op ingrediënten en voedingsstoffen, terwijl de Schijf van Vijf kijkt naar producten die passen bij een voedingspatroon. Van Trijp: ‘Als we de Nutri-score aanpassen aan de Nederlandse voedingsrichtlijnen, dan krijg je waarschijnlijk de situatie dat in Baarle-Nassau precies hetzelfde product ligt als in Baarle-Hertog, een paar honderd meter verderop, maar met een andere Nutri-score omdat de Belgen een ander voedingspatroon hebben. Dat is verwarrend, dus ik denk dat het goed is om op internationaal niveau één lijn te voeren.
Het grotere plaatje
Of we echt gezonder gaan eten door zo’n voedselkeuzelogo is nog een tweede. ‘Logo’s alleen zijn niet voldoende om gedragsverandering te bewerkstellingen’, vertelt Van Herpen. Logisch, want zo’n logo is een postzegel in een enorme informatiejungle waar veel factoren een rol spelen. Van Trijp: ‘Mensen willen wel een gezond product, maar alleen als het lekker is. Het lastige is dat de Nutri-score is gebaseerd op vet, suiker en zout - precies de dingen die we lekker vinden. En de mens is van nature geneigd om voor de kortetermijnbeloning te gaan, namelijk lekker eten, in plaats van te kiezen voor langetermijnbelangen zoals gezondheid. Het volstaat niet om te zeggen: “Dit is ongezond, zoek het maar uit.” De consument moet ook handelingsperspectief krijgen. En er is nog meer voor nodig om consumenten daadwerkelijk te verleiden gezonde keuzes te maken.
‘Het liefst wil je dat gezonde producten zichtbaar zijn en dat ongezonde producten in een achterafhoekje staan’, zegt van Herpen. Het omgekeerde is echter het geval. ‘Er zijn hele gangpaden gevuld met chips en chocola, terwijl we weten dat producten die meer schapruimte krijgen ook meer verkocht worden.’ Ongezonde producten verbieden heeft volgens Van Trijp niet veel zin. ‘Dat zie je nu met de verlaging van de maximumsnelheid: je pakt mensen iets af en dan gaan ze in de ankers. We kunnen beter kijken hoe je mensen motiveert gezonder kiezen. Tot nu toe verloopt dat vooral via voorlichting en educatie, maar het effect daarvan is vrij beperkt.’ Gezond moet volgens Van Trijp de nieuwe norm worden. Hij heeft al een idee om dat proces te versnellen. ‘Het wordt makkelijker om gezonder te eten als er minder ongezonde producten in het schap liggen.
Etiketten: meer dan alleen informatie
Wist je dat je niet zomaar een sausje ‘mayonaise’ mag noemen van de wet? Deze moet eigeel en minstens 70% vet bevatten. Op de verpakkingen van producten staan een hoop teksten, tabellen, logo’s en afbeeldingen. Dit noemen we het etiket. Op het etiket kan je ontzettend veel informatie terugvinden die je kan helpen een gezondere of bewustere keuze te maken. Etiketten zijn bedoeld ter informatie en mogen in principe niet misleiden. Een van deze wetten is de Europese wet Voedselinformatie. Het doel van de wet Voedselinformatie is de leesbaarheid van het etiket te verbeteren en de consument informatie te geven om een goede voedselkeuze te kunnen maken. Met aandacht voor gezondheid, veiligheid, herkomst en milieu. Daarnaast mag een product de gezondheid en veiligheid niet in gevaar brengen. Daarom is er de Nederlandse Warenwet om de voedselveiligheid te garanderen. Deze regels hebben vooral als doel dat een etiket eerlijke informatie geeft en niet misleidt. Toch kunnen etiketten je flink misleiden met mooie afbeeldingen en kreten.
In de wet Voedselinformatie staat vermeld welke informatie er verplicht op het etiket moet staan. Op niet-voorverpakte voedingsmiddelen moet de naam van het levensmiddel en eventueel aanwezige allergenen vermeld staan. Op voorverpakte voedingsmiddelen moet flink wat meer informatie staan. Een aantal van deze onderdelen spreken voor zich. Meer over de ingrediëntendeclaratie en voedingswaardevermelding en hoe je met behulp van deze informatie een gezondere keuze kan maken lees je in dit artikel over het aflezen van een etiket. Deze klinkt heel logisch. De naam geeft aan om wat voor product het gaat, toch? Maar ook aan dit onderdeel zijn al flink wat regels gebonden! Vooral om misleiding te voorkomen. Zo kan er een wettelijke benaming bestaan voor een product. Denk bijvoorbeeld aan scharreleieren of mayonaise. Mayonaise dient bijvoorbeeld volgens de Nederlandse wet minimaal 70% vet en minimaal 5% eigeel te bevatten. Kennis van deze onderdelen kan vooral helpen om voedselverspilling, voedselvergiftiging en infecties te voorkomen.
In Nederland wordt gemiddeld per persoon 34 kilogram vast voedsel per jaar verspild. Verwarring en gebrek aan kennis over houdbaarheidsdatum zijn belangrijke oorzaken van voedselverspilling. In principe moet er op elk levensmiddel een houdbaarheidsdatum worden vermeld. Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden tussen de ’te gebruiken tot’ en ’ten minste houdbaar tot’ datum. Bij de ’te gebruiken tot’ datum gaat het om de veiligheid van het levensmiddel. Na deze datum is het product onveilig om te eten of drinken. Deze datum vind je terug op levensmiddelen die zeer bederfelijk zijn en die na korte tijd een gevaar voor de gezondheid op kunnen leveren. Dit zijn eigenlijk altijd dierlijke producten. Denk bijvoorbeeld aan gehakt of verse vis. Bij de ’ten minste houdbaar tot’ datum gaat het om de kwaliteit van het levensmiddel. Na deze datum kan het zijn dat het product niet meer de gegarandeerde kwaliteit heeft. Het kan meestal nog wel veilig gegeten worden. Door te ruiken en proeven kunnen consumenten zelf beoordelen of de producten nog goed te eten zijn. Een bewaarvoorschrift geeft aan hoe een product bewaard moet worden. Bij producten met een ‘te gebruiken tot’ vermelding moet altijd een bewaarschrift worden vermeld. Een gebruiksvoorwaarde is een advies over hoe het levensmiddel op de juiste wijze kan worden gebruikt.
Claims en keurmerken
Wil je meer lokaal eten? Dan is het interessant om naar het land van oorsprong te kijken. Producten die geheel uit één land of gebied komen hebben dat land of gebied als oorsprong. Heeft het product meerdere bewerkingen ondergaan, dan is het land van oorsprong het gebied waar de laatste bewerking heeft plaatsgevonden. Naast de verplichte informatie op een etiket kan je ook andere informatie terugvinden op een etiket die niet verplicht is. Een claim is een bewering over de eigenschappen van een voedingsmiddel. Een voedingsclaim beweert dat een voedingsmiddel een bepaalde goede samenstelling heeft. Bijvoorbeeld over de hoeveelheid energie (kcal/calorieën) in het product. Of over voedingsstoffen die het product niet, minder of juist meer bevat. Deze claims zijn vaak gemakkelijk te controleren. Denk aan de claim ‘light’, wat aangeeft dat er 30% minder energie (kcal) of suiker of vet in een product zit. Dit kan je controleren op het etiket in de voedingswaardevermelding.
Gezondheidsclaims beweren dat een voedingsmiddel voordelig is voor de gezondheid. Denk aan ‘calcium draagt bij tot een normale werking van de spieren’ of ‘goed voor het cholesterolgehalte’. Deze claims zijn lastiger te controleren. De Europese Commissie houdt een register bij waarop terug te vinden is of een gezondheidsclaim is toegelaten of niet. En onder welke voorwaarden de claim gebruikt mag worden. Claims mogen officieel alleen gebruikt worden als deze bewezen zijn. Met alle regels omtrent claims en de lange lijsten van toegestane en verboden claims, zou je zeggen dat het onmogelijk is voor de fabrikant om de consument te misleiden met claims. Toch moet je opletten met claims. Een gezondheidsclaim betekent namelijk niet per definitie dat een product gezond is. Een koekje met extra calcium kan bijvoorbeeld nog steeds veel energie (kcal), suiker of vet bevatten. Wees daarom kritisch met claims en kijk verder of het product echt bijdraagt aan een gezond eetpatroon.
Er zijn ontzettend veel verschillende keurmerken die je kan tegenkomen op een verpakking. Denk aan keurmerken met aandacht voor dierwelzijn en het milieu zoals EKO of het Beter Leven-keurmerk, keurmerken die wat zeggen over de bereiding van het product, zoals halal, of keurmerken die iets zeggen over de samenstelling van een product, zoals 100% volkoren. Om een keurmerk te krijgen moeten producten voldoen aan een aantal vastgelegde voorschriften. Dit kan gaan over de kwaliteit of samenstelling van een product. Toch is het ook bij een keurmerk goed opletten hoe betrouwbaar deze is en wat het nu eigenlijk zegt. Naast de keurmerken die door een onafhankelijke partij worden opgesteld, hebben veel fabrikanten ook een eigen keurmerk in beheer. Verder betekent het niet dat een product ongezond is of niet voldoet aan de criteria van een keurmerk als deze geen keurmerk heeft. Er zijn namelijk veel keurmerken waarvoor betaald moet worden. En niet elke fabrikant investeert hierin. Wil je weten welke eisen een keurmerk stelt aan een product? Kijk dan eens naar de keurmerkenwijzer van Milieu Centraal.
Een etiket bevat ontzettend veel informatie. Waar een etiket je kan misleiden met mooie afbeeldingen en kreten kan de informatie je ook juist helpen om een gezondere of meer bewuste keuze te maken. Wil jij gezonder of duurzamer eten? Of minder voedsel verspillen? Meer inzichten over op welke manieren je kunt worden misleid in de supermarkt, hebben we op een rijtje gezet in dit artikel over misleidingen in de suup.
Tips voor gezonder boodschappen doen
De supermarkt staat vol met gigantisch veel producten en variaties, waarvan maar slechts een klein deel echt gezond is. Toch blijft er genoeg over 💪. Hier volgen enkele tips om gezonder te kiezen in de supermarkt:
- Groente en fruit: Minimaal 250 gram groente en 2 stuks fruit per dag. Kies voor vers, blik/glas of diepvries.
- Aardappelen: Blijft een topper! Kies voor een onbewerkte aardappel.
- Kaas: Eet kaas met mate.
- Vlees: Eet er echter niet meer van dan 500 gram per week, waarvan niet meer dan 300 gram rood vlees.
- Vis: Eet het in elk geval een keer per week en bij voorkeur vette vis, zoals zalm, haring, etc 🎣. Kies wel voor vis met een keurmerk.
- Brood: Kies wel voor de volkoren variant.
- Zuivel: Enkele porties zuivel zijn top.
- Olie: Allemaal wel prima. Kijk vooral goed op de verpakking welk type olie waar geschikt voor is.
- Dranken: Drink het gewoon uit de kraan 💧. De waterkwaliteit in Nederland is top!
- Noten: Een handje noten per dag (25 gram) biedt gezondheidsvoordelen. Kies dan wel voor de ongezouten variant 🥜.
Het kost tijd om verandering in koopgedrag voor elkaar te krijgen
De wens om gezond te eten is er bijvoorbeeld wel bij consumenten. Maar zij worden geremd en dat kan verschillende redenen hebben. Mensen moeten wennen aan nieuwe smaken. Ook de sociale omgeving kan remmend werken op gedragsverandering. Kremer ziet educatie als een belangrijke tool om consumenten meer inzicht te geven in hoe ze hun gedrag kunnen veranderen. “Dan bedoel ik niet alleen op scholen en bij jonge kinderen.
De overheid heeft ook een taak als het gaat om informeren en voorlichting geven
Dat kan door de regel- en wetgeving op voeding aan te passen en keurmerken toe te kennen. Kremer vindt het een goede zaak dat overheden komen met regelgeving en certificeringen. Op de winkelvloer kan ook verandering in koopgedrag beïnvloed worden. Kremer: “Plaats gezonde producten op ooghoogte. Dit noemen we keuzearchitectuur. Als wetenschapper zeg ik: maak het de consument zo gemakkelijk mogelijk als het om vindbaarheid van gezonde voeding gaat.
labels:




