Er zijn verschillende groenten die op komkommer lijken, zowel qua uiterlijk als smaak. Een van de meest bijzondere is de Carosello, een typisch Italiaanse vrucht die zowel naar komkommer als meloen smaakt. Daarnaast zijn er nog andere, minder bekende komkommerachtigen die je in je eigen moestuin kunt kweken.

De Carosello: Komkommer en meloen in één

De originele naam van deze bijzondere groente/vrucht is Carosello. Ze is typisch Italiaans, alle rassen die ik ken hebben een Italiaanse naam. En nog specifieker: ze komt origineel uit Puglia, de hak van de laars van Italië. Het laatste deel van de naam slaat vaak op een nog nauwere gebiedsaanduiding.

Smaak en structuur

Italianen eten de vrucht vaak jong en dan smaakt ze vooral naar komkommer met een minivleugje meloenzoet. Als je de vruchten laat hangen worden ze wat milder en zoeter, uiteindelijk lijkt de smaak dan op die van een niet echt zoete meloen met een vleugje komkommer. En daarbij verandert ook de structuur: in een jong stadium is ze knapperig en een beetje sappig, een rijpere vrucht is vooral sappig en zacht en nog een beetje knapperig.

De smaakverhouding komkommer/meloen/zacht/knapperig kan per ras ook nog verschillen (en ongetwijfeld kan die ook variëren onder verschillende omstandigheden als voeding, vocht, temperatuur, grondsoort, etc.). De vrucht wordt dus onrijp of rijp (of elk stadium daartussenin) gegeten en is heerlijk fris, knapperig en met een vleugje zoet in allerlei salades.

Botanische classificatie

Botanisch gezien is de Carosello een meloen, de Latijnse naam is Cucumis melo flexuosus. Ze lijkt in haar manier van groeien dan ook het meest op een meloen. De planten worden net zo groot als die van een meloen (een komkommerplant wordt over het algemeen nog groter), ze heeft bestuiving nodig (ook net als een meloen, de meeste nieuwe komkommerrassen hebben geen bestuiving meer nodig).

Opbrengst en oogst

De opbrengst is een ‘dingetje’ apart: ik heb ondertussen een paar rassen geteeld en het ene ras geeft duidelijk een betere opbrengst dan het andere. Maar ik ben er ook achter gekomen dat als je haar wat zoeter en dus meer rijp en meloenachtig wilt oogsten (en dat deed ik de eerste jaren vooral), dat de opbrengst dan ook zo groot is als van een meloen (en dat is ongeveer 4 tot 7 vruchten per plant, afhankelijk van het ras). Als je echter oogst als een komkommer, dus jong en onrijp, dan is de opbrengst veel groter (meer dan 25 vruchten per plant) en blijven de planten nieuwe bloempjes en vruchten maken.

Het is eigenlijk heel logisch: als je jong oogst zorgt de plant voor een nieuwe kans op voortplanting = bloemen en vruchten. Als de vruchten blijven hangen stopt de plant al haar energie in het laten rijpen van de aanwezige vruchten en dus zaden en stopt ze met nieuwe bloemen = vruchten maken. En dus oogst ik haar tegenwoordig de eerste weken vooral als komkommer en oogst ik lekker veel vruchten. Vanaf halverwege de zomer kan ik zoveel ‘echte’ komkommers oogsten dat ik stop met het oogsten van carosello’s als komkommer. Als ik dan zie dat er voldoende nieuwe vruchten aan de planten hangen laat ik die in de daaropvolgende weken groeien en rijpen tot ik ze als ‘meloen’ kan oogsten.

Teelt tips

De planten hebben kleine hechtrankjes waardoor ze niet alleen kunnen kruipen maar ook kunnen klimmen (al heeft ze daar wel wat hulp bij nodig, het is handig om de plant regelmatig wat te leiden en op te binden waar nodig). De mannelijke en vrouwelijke bloemen zijn goed van elkaar te onderscheiden: de vrouwelijke bloempjes hebben achter hun bloem al een klein vruchtje van ongeveer 1 centimeter groot, ze zijn vaak opvallend behaard.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld komkommers (waarbij moderne rassen geen bestuiving meer nodig hebben om komkommers te vormen) hebben meloenen en dus ook meloenkomkommers/carosello’s juist een goede bestuiving nodig om vruchten te maken. Alle meloenkomkommers, ongeacht het ras, houden van veel warmte. De teelt in de kas (of platte bak of tunneltje) is daarom een stuk zekerder en de kans op een goede oogst daarmee ook groter. Ik teel haar niet elk jaar en mijn ervaring is dat het het ene jaar beter gaat dan het andere, ongetwijfeld ook afhankelijk van het ras, de omstandigheden als temperatuur en vocht en voeding die per jaar toch altijd weer iets verschilt, etc..

Net als gewone meloenen zijn meloenkomkommerplanten gevoelig voor meeldauw, kunnen ze slecht tegen teveel vocht (en daar hebben we hier aan de kust op vette klei nog wel eens last van). En de opbrengst is ook wisselend. In 2021 teelde ik de Carosello Scopizzo o Leccese en die deed het bijvoorbeeld beter dan de Carosello Mezzo Lungo di Polignano die ik een paar jaar geleden teelde. Maar dat kan dus ook toeval zijn en met de standplaats te maken hebben, of met het ras en het formaat vruchten te maken hebben, en zoals ik al eerder schreef met het onrijp en dus komkommerachtig oogsten of wachten op rijping waardoor de plant stopt met het maken van nieuwe bloemen. Ik hoop hier in de komende jaren wat meer inzicht in te krijgen.

Zaaien en uitplanten

Zaai meloenkomkommers bij voorkeur tussen eind maart en eind april voor, bij kamertemperatuur. Ik zaai het liefst 1 zaadje in 1 potje van 9 centimeter zodat ik niet hoef te verspenen, en de zaailing kan in haar potje na het kiemen gelijk uitgroeien tot een mooie gezonde en forse zaailing. Ik gebruik er potgrond voor die ik wat luchtiger (en dus water doorlaatbaar) maak door er wat brekerzand en/of perliet of vermiculiet door te mengen. Geef de zaaisels voorzichtig en matig water; de grond moet uiteraard vochtig zijn, maar zeker niet kletsnat (de zaden rotten gemakkelijk in te natte grond).

Plant de zaailingen niet te vroeg uit; te kleine wortels, te koude grond of te nat en koel weer zorgen voor iele stilstaande planten die lastig weer verder groeien. Onze ervaring in de kas is ook dat slakken en pissebedden de jonge zaailingen erg lekker vinden. Ik laat ze dus in een zonnig raamkozijn groeien tot ze eind april een mooi groot formaat hebben, dan mogen de potjes met zaailingen mee naar de kas.

Als de zaailingen groot genoeg zijn (als er worteltjes onderuit de afwateringsgaten groeien en de zaailingen naast de eerste kiemblaadjes minimaal 3 nieuwe blaadjes heeft) planten we ze uit. In de kas of platte bak kan dat (goed naar de weerberichten kijkend) vanaf eind april/begin mei. In een platte bak hou je een afstand van 1 plant per raam aan, in de kas is het dus handig om de meloenkomkommer te laten klimmen zodat ze minder ruimte inneemt. Voor de buitenteelt zoek je het warmste en meest beschutte plekje dat je kunt vinden.

Je kunt ook op ‘broeimest’ telen: graaf wat grond uit, vul dat gat met stalmest waar wat stro in zit tot je een heuveltje hebt en dek dat dan weer af met een dikke laag grond. Plant de zaailingen op het heuveltje in een holte gevuld met potgrond (dus niet in de mest!). Ik heb ook wel eens gezien dat mensen een week of 3 voor het planten van zowel meloenen, komkommers en meloenkomkommers een stuk zwart plastic spannen over de grond; zo warmt de grond ook wat beter en sneller op voor je gaat planten.

Uiterlijk en variëteiten

Er zijn 2 soorten meloenkomkommers: rond en ovaal/langwerpig. Ze zijn er in allerlei tinten groen, soms ook wel gespikkeld of gevlekt. Het vruchtvlees is bijna altijd groen (ik heb in ieder geval nog geen andere kleur gezien) en bij rijping verkleurt dat soms iets richting oranje.

Opvallend is dat alle carosella’s (die ik tot nu toe teelde) een donslaag op de schil hebben. Die donslaag is er al vanaf het jongste stadium (zie de foto’s van jonge vruchtjes aan de plant) en die blijft aanwezig tot en met de oogst. De donslaag kun je er trouwens heel gemakkelijk met een doekje of gewoon met je hand vanaf vegen. Je kunt carosello’s (als de donslaag is verwijderd) met schil of zonder schil eten.

Bodem en voeding

Carosello’s houden van een humeuze grond die niet kletsnat blijft. Een goede hoeveelheid rijpe compost door de grond werken helpt de grond te verluchtigen en toch voldoende vochtvasthoudend te maken. Zelf geven we niet teveel voeding; bij teveel stikstof maakt de plant veel blad en stengels maar dat gaat ten koste van de vruchtvorming (en het zorgt ook voor een grotere kans op meeldauw). Wij geven zelf een kleine hoeveelheid samengestelde organische moestuinvoeding.

Houd rekening met een vruchtwisseling van 1 op 4 jaar (met andere rassen carosello’s maar dus ook met meloenen). Ze hoort thuis in het vak van de vruchtgewassen. Door een goede vruchtwisseling kun je aantasting door bodemschimmels voorkomen. Vermijd een te vochtige plaats want de schimmel meeldauw waar ze gevoelig voor is houdt van een hoge luchtvochtigheid. En dat is lastig in de kas maar plant haar bij voorkeur in de buurt van een raam of vrij dichtbij de deur en lucht regelmatig. In een platte bak kun je het raam op een kier zetten. Ik plant een carosello hier vaak direct om de hoek in de kas.

Verzorging

Ik maak er een hekwerk van ongeveer 160 centimeter hoogte en laat de plant eraan klimmen. Ik leg wat wattenstokjes op de rand van de kas. Zo neemt ze niet veel plaats in beslag, is er voldoende luchtigheid, en kunnen er ook nog insecten voor bestuiving zorgen (maar zorg ik zelf ook nog voor bestuiving door een wattenstokje elke dag langs stuifmeel en stampers van alle aanwezige mannelijke en vrouwelijke bloempjes te wrijven).

Je zou een carosello kunnen snoeien zoals je een meloen snoeit. Maar ik geef eerlijk toe; ik ben er niet zo goed in en heb er vaak in de zomer geen tijd voor. Ik bind stengels op en soms knip ik weg wat in de weg hangt. Het is een kwestie van constant bloemen en vruchten zien en die laten hangen. Mijn ervaring is dat ze ook zeker niet zo groeikrachtig is als een komkommerplant en echt niet veel snoei nodig heeft. Wat later in de zomer verwijder ik soms wat stengels waar geen bloemen of vruchten meer aan groeien.

En dan verwijder ik vaak ook gelijk wat lelijke bladeren die afsterven en/of de eerste tekenen van meeldauw krijgen. De algemene zaken als wieden en water geven bij droogte (maar niet teveel) zijn natuurlijk belangrijk. Het opbinden van de stengels als je de plant laten klimmen/slingeren is belangrijk.

Het blad van carosello kan in de kas slecht tegen al te felle zon. Zorg daarom voor een plakje dat een beetje schaduw krijgt of kalk de ramen wit of hang een gordijn op (hetzelfde geldt voor zowel komkommerplanten als meloenplanten). Zet in de zomer de deur en/of ramen van de kas open zodat er voldoende lucht in komt (een te hoge luchtvochtigheid zorgt voor een grotere kans op meeldauw) en er ook wellicht nog wat bestuivers naar binnen vliegen.

In de buitenteelt is er minder kans op bladverbranding en kies je juist een zo zonnig, warm en beschut plekje. Of carosello’s het in Nederland goed in de buitenteelt doen durf ik niet te zeggen: dat hangt ongetwijfeld af van het ras, de standplaats en het weer in de zomer. Ik ga in 2022 voor het eerst ook eens een carosello buiten planten en zal aan het eind van dat jaar hier laten weten wat mijn bevindingen zijn.

Oogsten en bewaren

Tot slot is het handig om de vruchten die op de grond liggen op een plankje of tegel te leggen, zeker wanneer je die vrucht niet als komkommer wilt oogsten maar wilt laten rijpen tot ze meer meloenachtig wordt. Ik schreef al eerder over het oogsten als komkommer of rijper oogsten als meloen. Bepaal wanneer je een vrucht wilt oogsten en knip/snijd haar dan met een knipschaar of mesje van de plant.

Als ze een stukje steel heeft is de vrucht wat langer houdbaar. Als komkommer eet je haar vooral vlot na het oogsten (binnen 1 of enkele dagen), als meloen kan ze op een koele plaats een paar dagen langer blijven liggen.

Kruisbestuiving

Carosello’s zijn meloenen en kruisbestuivers: rassen kruisen dus heel gemakkelijk onderling en ze kruist ook met meloenrassen (niet met watermeloenen). Als je het eens wilt proberen is het raadzaam om een jong vrouwelijk bloempje te isoleren (bijvoorbeeld door er wat vliesdoek omheen te binden zodat er geen bij, hommel, zweefvlieg, etc. bij kan, en het bloempje met de hand te bestuiven. Laat de uitgekozen carosello helemaal aan de plant rijpen. Haal dan de zaden eruit, was ze en laat een aantal dagen op een bordje in een zonnig raamkozijn drogen.

Andere komkommerachtige groenten

Naast de Carosello zijn er nog andere groenten die qua smaak of uiterlijk op komkommer lijken:

  • Cumelo (Barattiere): Een Italiaans streekproduct uit Puglia, een mix tussen komkommer en meloen.
  • Afrikaanse komkommer (Kiwano): Een stekelige vrucht met een groene binnenkant die smaakt naar een combinatie van citroen en banaan.
  • Chayote: Een peervormige vrucht met diepe groeven, smaakt naar een mengeling van cantaloupe meloen en komkommer.
  • Lemon Apple komkommer: Een ronde, gele komkommer met een zoete, appelachtige smaak en een lichte citroensmaak.
  • Muismeloen: Kleine vruchtjes die lijken op miniatuur watermeloenen, maar smaken meer naar komkommer.
  • Cetriolo White Wonder: Een crème-witte komkommer met een frisse, zoete smaak.

Tabel: Vergelijking van komkommerachtige groenten

Groente Smaak Uiterlijk Oorsprong
Carosello Komkommer met meloen Rond of langwerpig, groen Italië (Puglia)
Cumelo (Barattiere) Mix tussen komkommer en meloen Lijkt op een kleine meloen Italië (Puglia)
Kiwano Citroen en banaan Geel met stekels, groene binnenkant Afrika
Chayote Meloen en komkommer Peervormig, groene schil met groeven en stekels Midden-Amerika
Lemon Apple komkommer Komkommer met citroen Rond, geel -
Muismeloen Komkommer Lijkt op een kleine watermeloen -
Cetriolo White Wonder Fris en zoet Crème-wit -

labels:

Zie ook: