Je wilt groenten en fruit kweken in je moestuin, tuin, balkon of terras. Of misschien wil je juist snijbloemen gaan kweken om je huis op te vrolijken. Maar hoe start je ermee? Waar moet je allemaal aan denken?

De Spontane Methode vs. Een Gepland Aanpak

Vroeger gebruikte ik de “spontane” methode. Dat betekent gewoon je hart volgen. Dus naar de tuincentrum gaan en pakken maar wat ik leuk vond. Vervolgens zaaien en planten waar er maar plek was. En dan hopen maar dat er iets uitkomt. Ik kan je nu uit ervaring vertellen dat deze methode niet zo goed werkt. Het eerste seizoen zal dit wel werken, maar op lange termijn zul je zien dat het steeds minder gaat in de moestuin.

Sommige fouten zijn makkelijk te herstellen, maar bij sommige fouten zul je jaren last van hebben. Daarom is het goed om wat tijd te nemen, om over na te denken en een plan te maken, voordat je gaat beginnen met planten.

In deze blog lees je over 5 belangrijke punten waar je rekening mee moet houden als je groenten en fruit gaat kweken.

  1. De ligging van je tuin
  2. Wat wil, kan en moet ik kweken?
  3. Maak een zaaiplan
  4. Grond en aarde klaarmaken
  5. Waar ga je wat planten?

1. De Ligging van je Moestuin

De ligging van je moestuin is het allerbelangrijkste. Dit bepaalt je verdere stappen. Niet elke locatie is geschikt voor elk plant. Sommige planten hebben volle zon nodig, en anderen houden juist van schaduw. Bepaal eerst de richting van je locatie. Ligt je moestuin in het noorden, westen, zuiden of in het oosten? De richting van je locatie is belangrijk zodat je weet hoeveel zonuren je op je moestuin of tuin hebt.

Je kunt de ligging indelen in 3 hoofdcategorieën:

  • Volle zon (zuiden)
  • Halfschaduw (oosten/ westen)
  • Schaduw (noorden)

Voor het bepalen van de richting voor je moestuin, moet je behalve de richting van je moestuin ook rekening houden met andere objecten die schaduw kunnen veroorzaken. Ligt je moestuin in het zuiden, maar heb je een hoge boom of een hoog huis voor je moestuin die de zon blokkeert?

2. Wat wil, kan en moet ik kweken?

Je hart volgen

Dit is mijn favoriete onderdeel. Wat voor groenten en fruit wil je kweken in je moestuin? Wat zegt je hart? Wil je voornamelijk eetbare groenten en fruit gaan planten, of een kruidentuin of wil je juist snijbloemen gaan planten om mooie boeketten van te kunnen maken?

Het spreekt voor zich dat je punt 1 (je locatie) in je achterhoofd moet houden. Je moet geen tomaten gaan planten als je tuin, terras of balkon in het noorden ligt. Wat wel weer heel goed in de schaduw kan, zijn kruiden en sla soorten. In de volle zon worden kruiden en sla te bitter en schieten ze snel door. Halfschaduw tot schaduw plekken zijn dus ideaal. Aan de achterkant van de zaden envelop of aan de label van je plant kun je zien wat de behoeftes zijn van je plant. Op www.intratuin.nl/moestuin/moestuin-zaden kun je zelfs filteren op volle zon/ halfschaduw of schaduw.

Functionele planten

Yee, je weet nu wat je graag wilt gaan planten. Helaas moet je ook nadenken over functionele planten. Dit zijn planten waarvan je niet direct blij van wordt, maar waarvan je grond en gewassen wel blij van worden.

Wat dat betreft, is het net een relatie. Als je een goede langdurige relatie wilt, moet je goed voor elkaar zorgen. Alleen als jullie allebei lekker in jullie vellen zitten, ben je in staat om te geven.

Je grond en gewassen worden blij van bloemen, groenbedekkers, en pest werende planten. Bloemen zijn goed voor de bijen die voor bestuiving zorgen, wat vooral belangrijk is bij fruit. Tagetes (voorheen Afrikaantjes), uien en knoflook weren slakken en luizen. Groenbemesters (bijv. goudsbloem, rode klaver, gele mosterd) zorgen op lange termijn voor de kwaliteit van je grond.

Vaste/ eenjarige planten

Vaste planten zijn planten waarvan je meerdere jaren van kunt genieten. Eenjarige planten groeien 1 seizoen en daarna sterven ze af. Fruit- en notenbomen zijn vaste planten, je hebt tientallen jaren plezier van.

Andere voorbeelden van vaste planten zijn asperges, rabarber en aardperen. Je oogst ze dit jaar, en dan komen ze weer volgend jaar terug zonder dat je iets voor hoeft te doen. De meeste groenten (peulen, radijzen, wortels) zijn eenjarig.

Het voordeel van vaste planten is dat je meerdere jaren van kunt genieten, waardoor je minder werk aan hebt. Als je alleen eenjarige planten zaait, moet je elk jaar weer vanaf nul beginnen. Aan de andere kant is het nadeel van de meeste vaste planten dat het langer duurt voordat je kunt gaan oogsten. Bij een fruitboom komen de eerste vruchten pas na 2-4 jaar. Bij asperges moet je 2 jaar wachten.

3. Maak een zaaiplan

Een groot probleem die ik heb ondervonden in mijn eetbare tuin is dat alles tegelijkertijd klaar is om te gaan oogsten. En dan zit je dan met de mooie oogst. Hoe krijg ik dit kwijt? Maar wekenlang spinazie eten; spinazie smoothie, spinazie pasta, iedereen vragen of ze spinazie willen en de vriezer is ook nog helemaal vol. En in het najaar eet je alleen maar bevroren of zuur ingemaakte groenten en fruit. Herkenbaar?

Oplossingen hiervoor zijn:

  • Niet alles tegelijkertijd zaaien. Je wilt verspreid door de tijd heen gaan zaaien. Staat er op de verpakking dat je van januari tot maart kunt zaaien? Zaai niet alles in januari, maar verspreidt dit over 3 maanden. Hierdoor heb je meerdere kleinere “batches” en kun je langer genieten van je groenten.
  • Kweek meerdere soorten van je favoriete groenten en fruit. Neem een soort die vroeg bloeit, en een soort die laat bloeit. Bijvoorbeeld sommige soorten aardbeien kun je in de zomer oogsten, anderen weer in de herfst.

Hou rekening mee dat je sommige zaden eerst binnen onder het glas moet voorzaaien zodat ze beter kunnen ontkiemen. Groenten waarvan je de wortels eet (wortels, radijzen, bieten) kun je beter direct in de grond zaaien. Verder wil je zo optimaal mogelijk gebruikmaken van de ruimte. Zaai of plant iets anders zodra er een lege plek is ontstaan. Je kunt bij de meeste online zaden winkel filteren op de zaai en oogst maand.

Hou rekening mee dat je het liefst dezelfde gewassen en gewassen die tot dezelfde familie horen niet twee keren achterelkaar op dezelfde plek kweekt i.v.m. ziektes. Plant bijvoorbeeld niet twee jaar achterelkaar tomaten op dezelfde plek. Plant ook geen tomaten waar er aardappelen in stonden. Tomaten en aardappelen zijn van dezelfde familie. Dit heet wisselteelt.

4. Grond en aarde klaarmaken

Bloempotten

Als je bloempotten gaat gebruiken, moet je de grond eerst vernieuwen als je er al eerder iets anders in hebt geplant. Bij sommige gewassen zitten de wortels overal in de pot. Gooi de gebruikte aarde in de compost en dan kun je het binnenkort weer gaan gebruiken. Let op! Gooi het niet in de compost als er gewassen in stonden die last hadden van plagen of ziektes, anders loop je de risico dat de ziektes verder verspreid worden.

Het voordeel van bloempotten is dat je een eigen mini mono omgeving kunt creëren voor een specifiek gewas. Bijvoorbeeld blauwe bessen houden van zure grond. Dit is moeilijker te creëren op een grote oppervlakte, en de meeste planten houden helemaal niet hiervan. In een bloempot kun je heel goed een zure omgeving creëren, specifiek voor de blauwe bessen.

Vul je bloempotten met verse potgrond volgens de specifieke wensen van het gewas dat je wilt gaan planten. Er zijn talloze recepten voor het beste grond mix. Maar om het simpel te houden, een mix van potgrond (50%) en compost (50%) doet het over het algemeen goed. Je kunt natuurlijk ook een kant-en-klare moestuinmix gebruiken. Maar je bent vaak duurder uit.

Hoge bakken en direct in grond

Bij een hoge bak of grond kun je de grond moeilijker vervangen. Het is meer werk dan kwestie van omgooien zoals bij een bloempot.

Mocht je een nieuwe bak hebben, kun je hiervoor prima 50% potgrond en 50% compost in doen. Mocht je ook tuinaarde hebben kun je 1/3 tuinaarde, 1/3 compost en 1/3 vermiculiet gebruiken. Bij potgrond zit meestal al veen in. Veen maakt het grond luchtiger en laat vocht beter door. Bij tuinaarde heb je dat niet en compenseer je dit door vermiculiet te gebruiken.

De kwaliteit of eigenschappen van potgrond, tuinaarde en compost kunnen per leverancier nogal verschillen.

Grondtest

Je kunt een grond test doen door een handvol grond te nemen en erin te knijpen. De grond moet aan elkaar blijven als je je hand openmaakt, maar als je een vinger er doorheen haalt moet het gemakkelijk uit elkaar vallen. Als de grond niet aan elkaar blijft, dan is je grond te luchtig. Dan is je grond niet in staat om goed vocht vast te houden. Als het te plakkerig is of moeilijk uit elkaar valt, is de grond juist te zwaar en zal het te veel water vasthouden.

Bij gebruikte hoge bakken en grond moet je eerst alle onkruid en gewassen van vorig jaar eruit halen. Zelf ben ik geen fan van spitten, en heb ik een voorkeur voor de no- dig filosofie. Als alle onkruid eruit is, gewoon een dikke laag compost op de bovenlaag leggen en klaar ben je.

5. Waar ga je wat planten?

Wat moet je bij elkaar planten of wat moet je juist ver van elkaar zaaien? Welke locatie en behoeftes m.b.t. van zon en schaduw hebben de planten?

Een aantal tips:

  • Plant fruitbomen, klimop of andere woekerende planten zoals munt en frambozen niet in de buurt van waar je groenten wilt gaan kweken. Of doe dit in een pot. Binnen no-time zitten de wortels overal en groeit er bijna niets meer in de buurt. Als fruitbomen groter worden, gaan ze voor schaduw zorgen. Dat vinden de meeste gewassen toch minder fijn.
  • Zet hoge gewassen (peulen, tomaat, komkommers) achterin en lage gewassen (spinazie, rucola) voorin. Op deze manier worden je lage planten niet overschaduwd door de hoge planten.
  • Plant moestuin maatjes bij elkaar. Sommige planten versterken elkaar en anderen gaan juist niet goed samen. Maak een lijst van alles wat je wilt gaan planten, en zoek uit wat je bij elkaar moet planten en wat juist niet.

Het idee van combinatieteelt is dat je nuttige insecten lokt of juist schadelijke insecten weert door ze naast elkaar te planten. Een goede combinatieteelt zorgt ervoor dat er minder ziekten en plagen ontstaan. Sommige gewassen moet je juist weer niet naast elkaar planten. Je moet bijvoorbeeld geen aardbeien planten in de buurt van koolsoorten. Aardbeienplanten trekken koolvliegjes aan die schadelijk zijn voor koolsoorten.

Naast het functionele denk ook aan de indeling van je tuin. Aantal tips:

  • Doe alle gewassen voor je salade (salade bar) bij elkaar.
  • Plaats je kruidentuintje dicht bij de keuken. Dan kun je snel wat kruiden halen als je aan het koken bent.
  • Hou een plek in de schaduw over voor je paddenstoelen.
  • Zet al je snijbloemen voor je mooie bloemenboeketten bij elkaar in de buurt

Dat waren mijn top 5 aandachtspunten als je gaat starten met het kweken van je eigen groenten en fruit. Ik wens je veel plezier en een succesvolle oogst dit jaar. En vergeet niet dat het kweken van groenten en fruit niet alleen gezond is, maar hiermee levert ook een grote bijdrage aan het milieu.

Moestuin beginnen voor weinig geld?

Hoe begin je een moestuin voor weinig geld?

  1. Groente vanaf zaad opkweken:

    Bij kwekers en tuincentra vind je in het voorjaar altijd kleine groenteplantjes. Maar het is vaak véél en véél voordeliger om groente vanaf zaad op te kweken. Een zakje met tientallen (40-60) tomatenzaadjes kost bij de Intratuin €1,89 en daar kun je dus tientallen tomatenplanten van ‘maken’. Een klein tomatenplantje (zonder vruchten eraan) kost bij de zelfde winkel al gauw €2,89. Uiteraard kost zelf opkweken ook geld (denk aan potgrond en voeding). Maar al zou je van één zakje in een paar jaar tijd maar 4 zaadjes opkweken tot plant, dan ben je waarschijnlijk al goedkoper uit.

  2. Zelf moestuinbakken maken:

    Wil je grote houten moestuinbakken op poten of verhoogde moestuinbakken op de grond in je tuin? Dan kun je natuurlijk een bouwpakket kopen in de winkel of er eentje online bestellen, deze van Ecotuintje zijn bijvoorbeeld goed en betaalbaar. Maar zelf hout kopen en de bakken helemaal zelf maken is uiteraard nog goedkoper. Let sowieso op de soort hout die je kiest. Onbehandeld hout heeft geen eindeloos leven. Het hout van echt goedkope bakken is meestal na een paar jaar al verrot. Hoe sterker en duurzamer het hout is, hoe langer het mee gaat. Mijn moestuinbakken en kweektafels zijn gemaakt van Douglas-hout dat 5 a 10 jaar mee gaat.

  3. Meerjarige planten:

    De meeste groente- en kruidenplanten zijn eenjarig. Dat wil zeggen dat je ze binnen één seizoen opkweekt vanaf een zaadje tot oogstbare plant, daarna sterven ze weer. Maar er zijn ook vaste planten die jaar na jaar opnieuw oogst geven. Denk aan kruiden zoals rozemarijn, tijm en dragon. Vaste groenteplanten zijn bijvoorbeeld rabarber, artisjok en asperge. Ook fruitplanten zijn meerjarig.

  4. Potjes bewaren:

    Als je veel voorzaait en verspeent, heb je veel potjes nodig. Dus bewaar alle plastic potjes die je koopt en vraag vrienden / familie ook de potjes te bewaren. Ze zijn namelijk perfect om in te zaaien en om wat grotere zaailingen in te verspenen.

  5. Gebruik kunststof labels:

    Houten labels zijn misschien wel het meest duurzaam om te gebruiken, maar ze gaan vaak niet langer dan een seizoen mee is mijn ervaring. Ze verrotten snel en schimmelen ook vaak gauw als het vochtig is. Ik gebruik daarom liever kunststof labels. Deze van Makkelijke Moestuin bijvoorbeeld zijn erg fijn. Ze zijn vrij lang, wat fijn is voor buiten. En ik knip ze door de helft voor in de kweekkas in kleine potjes. Koop je ze in bulk, dan zijn ze goedkoper. Ze blijven jarenlang goed, dus je hoeft er maar één keer in te investeren. Extra budgettip: je kunt ook zelf labels maken van lege melkpakken bijvoorbeeld.

  6. Kringloopwinkels:

    Groente kweken kan overal in! Ga naar de kringloop en koop oude manden, kratjes of zinken emmers om groente in te zaaien. Ik ken zelfs mensen die aardappels kweken in IKEA-tassen.

  7. Moestuinplan:

    Zorg voor zo min mogelijk lege vakken, bakken en rijen in je moestuin. Want een leeg vak = geen oogst. Als je veel wil oogsten, is het zaak om goed na te denken over wat je wanneer gaat kweken en oogsten. Een moestuinplan maken helpt daar enorm bij. Het helpt je om groente op de juiste momenten te zaaien en ‘goede buren’ naast elkaar te zetten.

  8. Regentonnen:

    Water is gelukkig niet zo duur in ons land. Maar als je erop wil besparen en je hebt de ruimte: zorg dan voor één of meerdere regentonnen en vang het water op. Daarmee kun je je plantjes bewateren in periodes dat het lang niet regent of heel warm is. Regenwater is sowieso beter voor je plantjes dan kraanwater, dus win-win.

  9. Zaden maken:

    Wil je een moestuin voor weinig geld? Maak dan je eigen zaadjes! Heb je de ruimte om een paar groentes te laten staan en te laten bloeien, zodat je de zaadjes kunt winnen? Doe dat dan zeker! Zo heb je namelijk gratis nieuwe zaadjes voor volgend jaar. Dit werkt trouwens alleen met zaadvaste rassen, niet met hybride (F1) rassen. Van tomaatjes, paprika, peper etc.

  10. Compost:

    De meeste groente hebben gedurende hun groeiseizoen voeding nodig. Die voeding kun je kopen, maar ook zelf maken! Compost maak je natuurlijk met een eigen composthoop (als je daar ruimte voor hebt).

  11. Vaste kruiden vermeerderen:

    Bij tip 3 las je al over vaste planten in de moestuin, daarmee kun je op de lange termijn besparen. Vaste kruidenplanten (zoals tijm, rozemarijn, bieslook en dragon) kun je bovendien elk jaar vermeerderen! Haal ze uit de grond of pot en scheur of knip ze in tweeën. En voilá, nu heb je twee plantjes.

  12. Zaden ruilen:

    Er zitten doorgaans veel te veel zaadjes in een zakje om in een paar seizoenen op te maken (en na een aantal jaar worden ze minder kiemkrachtig). Tenzij je een grote moestuin hebt, hou je dus altijd wat zaad over. Eén van de simpelste budget tips voor je moestuin is: zaadjes ruilen met andere moestuinliefhebbers. Of: samen je zaadjes kopen en verdelen.

  13. Snel oogsten:

    Een moestuin voor weinig geld, betekent ook: zo veel mogelijk besparen op je boodschappen. Hoe je dat doet? Kweek in elk geval groente die snel en/of veel oogst geven. Iets dat snel groeit (zoals bijvoorbeeld radijsjes) houdt het kort ruimte in je moestuin bezet en kun je dus vrij snel weer wat anders zaaien! Ook groente die veel oogst geeft, zoals vruchtdragende groente (courgette, tomaat, paprika, pepers) zijn het zaaien waard! Want daar bespaar je maandenlang mee.

  14. Zaai wat je graag eet:

    Als je zaait wat je graag eet, zul je zien dat je niet alleen veel plezier hebt tijdens het moestuinieren. Je zult ook automatisch minder geld uitgeven in de supermarkt bij je dagelijkse boodschappen. Voor mij zijn het bijvoorbeeld peultjes, bonen en sugarsnaps die ik tijdens het seizoen echt bijna dagelijks eet uit eigen moes. Dat scheelt tientallen euro’s!

  15. Oogst bewaren:

    Mijn laatste tip te moestuinieren voor weinig geld, is je oogst bewaren voor de winter. Heb je zoveel oogst dat je het niet allemaal op kunt eten? Dan is het zaak om het te verwerken! Invriezen is de bekendste: je bewaart geblancheerde groente of stukjes gesneden fruit in de vriezer. Wecken is het vacuüm bewaren van groente, fruit, soep of saus in gesteriliseerde glazen potten. Je tomaten kun je bijvoorbeeld verwerken tot pastasaus en je fruit tot jam of marmelade. Steriliseren kan in kokend water, maar ook in de oven of op de hoogste temperatuur in de vaatwasser. Inleggen in zuur is het inmaken van groenten met een kokend mengsel van azijn, water, zout, suiker en eventueel specerijen. Perfect voor knapperige groenten als bloemkool, wortel en radijs. Fermenteren is een gecontroleerd rottingsproces waarbij schimmels, bacteriën en gisten voedingsstoffen aanpassen en afbreken. Daardoor verandert smaak, geur en houdbaarheid. Drogen is het verwijderen van vocht uit fruit en kruiden waardoor ze langer houdbaar zijn. Kruiden droog je het best aan de lucht. Bind ze bij elkaar in bosjes en hang ze ondersteboven op een warme, donkere plek. Fruit droog je in plakjes in de oven of in een voedseldroger.

Makkelijke groentes om mee te beginnen:

  1. Rode bieten: Rode bieten kun je rechtstreeks in ondiepe rijen in de grond zaaien en zijn binnen enkele weken oogstrijp. ‘Boltardy’ is een populaire en betrouwbare bolvormige biet. Hij is goed bestand tegen doorschieten, waardoor hij een perfecte keuze is voor beginnende telers. Hij produceert middelgrote wortels, met een gladde huid en dieprood vruchtvlees. Je kunt hem bovendien oogsten in verschillende groottes.
  2. Sla: Sla zoals rucola en eikenbladsla kun je prima in potten zaaien. Je oogst wanneer je het nodig hebt, waarna de plant opnieuw slablaadjes produceert.
  3. Struiktomaten: Struiktomaten zijn gemakkelijker te telen dan stamvariëteiten, omdat ze geen steun nodig hebben. Ook hoef je de zijscheuten niet te dieven.
  4. Erwten: Erwten kunnen gemakkelijk te kweken zijn. Kies een compact ras, zoals ‘Half Pint’, dat geen stokken nodig heeft. Je kunt ze zelfs in een pot kweken.
  5. Aardappelen: Aardappelen zijn gemakkelijk te telen - plant ze gewoon in de grond of in een zak, bedek de bladeren met aarde wanneer ze voor het eerst verschijnen (aanaarden), en oogst enkele weken later. Vroege aardappelen (geplant begin april) kun je in juli oogsten, voordat warm en vochtig weer het gevaar van aardappelziekte vergroot.
  6. Winterpostelein: Winterpostelein is niet een heel bekende groente, maar wel eentje die erg makkelijk te kweken is. Je kunt het blad dat een beetje als spinazie smaakt, eten in een salade.
  7. Radijs: Radijszaden zijn vrij groot, dus ze zijn gemakkelijk te zaaien en je hoeft ze niet uit te dunnen. Ze zijn al binnen een paar weken klaar voor de oogst.
  8. Bladgroenten: Van bladgroenten als mizuna, mibuna en bladmosterd kun je de bladeren oogsten, waarna de plant weer nieuw blad aanmaakt. Ze vergen weinig aandacht, maar geven wel veel smaken, kleuren en texturen voor roerbakgerechten en salades.
  9. Pepertjes: Pepertjes kun je prima in potten op de vensterbank kweken, of op een zonnige, beschutte plek buiten. Je hoeft weinig te doen voor de verzorging, en zijn wel productief.
  10. Courgette: Als het gaat om makkelijke groenten, kun je niet om courgette heen. Het is dé groente die de meeste tuiniers in overvloed hebben in de zomer. Geef ze vruchtbare grond en geef regelmatig water. Laat de courgettes niet te groot worden, want klein zijn ze het lekkerst. Slakken zijn wel dol op de jonge plantjes.

labels: #Ei

Zie ook: