Waarschijnlijk waren de meeste inwoners van Sprundel tot augustus 1914 niet op de hoogte van de onrustige internationale politieke situatie die uiteindelijk een wereldoorlog tot gevolg zou hebben. De onstabiele situatie in Europa ontstond door de steeds groter wordende politieke en economische tegenstellingen tussen de grote mogendheden in Europa. Begin 1914 vormden zich twee kampen: Oostenrijk-Hongarije en Duitsland tegenover Frankrijk, Rusland en Groot-Brittannië.
De moord op aartshertog Frans-Ferdinand, de beoogd troonopvolger van de keizer van Oostenrijk-Hongarije, en zijn echtgenote was uiteindelijk de aanleiding die in midden-Europa een vreselijke wereldoorlog zou ontketenen. Ondanks de neutrale positie van België en Nederland, raakten zij toch betrokken bij dit conflict. Vooral België werd ongewild meegesleept in de oorlog.
De oorzaak was dat in een ultimatum Duitsland een vrije doorgang door België eiste om het Franse leger te verhinderen via België Duitsland binnen te vallen. België weigerde echter op 3 augustus 1914 aan deze eis te voldoen. Een dag later vielen Duitse legereenheden België binnen via het noordoosten van de provincie Luik. Een goed getraind en bewapend Duits leger wist binnen enkele weken grote stukken Belgisch grondgebied te veroveren.
In de nacht van 7 op 8 oktober 1914 kwam de stad Antwerpen in de vuurlinie van het Duits offensief te liggen. Mede vanwege het uitermate gruwelijk en gewelddadig gedrag van de Duitse soldaten vluchtte het Belgische leger (40.000 soldaten) de stad Antwerpen uit, de bevolking onbeschermd en angstig achterlatend.
Op 1 augustus 1914 werd het Nederlandse leger gemobiliseerd. Ook een klein dorp als Sprundel werd daardoor geconfronteerd met het begin van de eerste wereldoorlog. De Sprundelse mannen tussen de 20 en 36 jaar die ingeschreven stonden bij de militie en landweer moesten zich melden op hun kazerne. Korte tijd later kwamen in Sprundel vele militairen van elders om ingekwartierd te worden en Belgische vluchtelingen die een veilig onderkomen zochten.
Deze tijdelijke verandering in de Sprundelse samenleving wordt geïllustreerd door een keur aan fotomateriaal uit de periode ‘14-‘18 dat in ons fotoarchief aanwezig is. Bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog in augustus 1914 telde Sprundel ongeveer 1500 inwoners. Een dorp omringd door voornamelijk boerenbedrijfjes met als middelpunt de St. Janskerk waar pastoor Petrus Lips en kapelaan Petrus Stoop zorg droegen voor de zielenrust van hun parochianen.
De Dorpstraat in 1914
Één van de vele aanzichtfoto’s van de Dorpstraat (thans St. Janstraat) die vlak na de mobilisatie is gemaakt. Opvallend op de meeste van deze foto’s uit die tijd zijn de vele militairen die op straat te zien zijn. Links op deze foto staat de marechaussee-kazerne, op B31a woonden marechaussee Cornelis Nieuwland met zijn vrouw en dochter, In het andere gedeelte van de kazerne (B31b), waren ook nog drie marechausse’s woonachtig, Petrus van Hoof, Leendert Blaazen en Abraham Korsten. Gezien de grote van dit overheidsgebouw werden kort na de mobilisatie een groot aantal militairen in dit gebouw ingekwartierd.
De woonhuizen aan de rechterkant werden in 1914 (van voor naar achter) respectievelijk bewoond door: Cornelis Verdiesen met zijn zusters Maria en Dymphna. Daarnaast de familie van der Smissen-Kuijstermans, over dit gezin en woonhuis later meer. In het volgende huis woonden Marijnis Monsieurs en zijn vrouw Aldegonda Tak met hun twee dochters. Daarnaast weduwe Adriana Koenen-Hendriks met haar vier zonen en één dochter. Weduwe Petronella Voeten-Konings haar zoon Adrianus en kostganger Adrianus Hendrikx waren de volgende bewoners. De voorlaatste woning werd bewoond door Cornelis Cas zijn vrouw Catharina Goetstouwers en schoonmoeder (van Cornelis) Johanna van Aart.
Goed te zien op deze foto is dat de straat voor de helft verhard was met maaskeien, terwijl de andere helft zandpad was. Het verharde gedeelte was bedoeld voor de boerenkarren met paard die met enige regelmaat door de Dorpstraat reden én voor het enige automobiel wat op 28 oktober 1914 in de gemeente Rucphen geregistreerd stond. Het was een Clement Broger, en de eigenaar van dit automobiel was Dokter H. Koch uit Rucphen.
De Rol van het Klooster
Dit klooster werd in 1868 gesticht en vanaf die tijd bewoond door de zusters van de St. Vincentius-stichting. De ongeveer dertig zusters in dit klooster stelden zich ten doel de Sprundelse gemeenschap ondersteuning te verlenen in gezondheidszorg, religie en vooral het kleuter- en meisjesonderwijs.
Grote Europese oorlog! Mobilisatie! ‘s Nachts om 1 uur kwamen enige soldaten, moe gemarcheerd bij ons aan om in de oude scholen te slapen. Zelf moesten ze nog stro bij de boeren gaan halen. Eén hunner was zo overstuur van heimwee en vermoeienis, dat hij hier in stuiptrekkingen neerlag. Enige dagen later werd de zolder boven de nieuwe onderwijsschool gerequireerd en dokter v. Moorsel uit ‘s Hertogenbosch had een ziekenzaal nodig. Zo hadden de zusters slechts 2 lokalen voor ‘t onderwijs soms ook niet één. De zolder boven deze school werd, liefst onder schooltijd, wel eens gebruikt voor repetitielokaal voor ‘t concert.
Op zekere dag waagde Sr. Philomena, die de sergeant naar boven had zien gaan, ‘t toch maar eens en tippelde ook naar boven. Ze kwam met het verzoek nog een half uur te wachten met de hele repetitie. ’t Waren goede Limburgers! ‘s Avonds was de zolder danszaal. De ziekenoppasser die op de grote spreekkamer de verzorging der patiënten waarnam, moest ook elke avond naar die danszaal om warme voeten te krijgen. De kleine spreekkamer was toen bureau voor de schoenreparaties. De garderobes ‘aangebouwd ‘ aan de oude school werden gebruikt als washuis voor de soldaten. Ja, we zaten er toen ook flink en mooi in! Maar ….
Een van de Zusters, later verplaatst, schreef over deze tijd: Ik heb bij mijn werken in Sprundel altijd ondervonden, dat de mensen daar eenvoudige, goed gelovige Christenen waren, die met de Zusters meewerkten voor het welzijn der kinderen enkele uitgezonderd, die ze liever lieten verdienen, dan naar de school te sturen. Op school zagen de kinderen er zindelijk uit, maar thuis was het anders. Dokter Vermast uit Etten zei: “Zusters U moet hier in Sprundel wat beschaving zien te brengen - al leer je ze alleen maar hun huizen en de bedden der zieken wat beter te verzorgen. Ik zie ze dikwijls met hun hoofden in ’t kaf liggen. Hierbij de anderen niet te ná gekomen, want er zijn toch veel nette mensen en kinderen op school, die men door een ringetje kan halen!
De tijd van zwarte mutsjes en netjes, van donkere schortjes en kleedtjes is zachtaan voorbij gegaan. De boeren en ook de burgerij zijn ons, Zusters genegen. Dit blijkt vooral bij gelegenheid van ’t varkens slachten en als de kippen weer eieren beginnen te leggen. Dan delen ze graag aan ons mee. Reeds jaren kwijnde Sr. Pia- van Gijsse, hoofd van de school alhier, geen goede zorgen hebben haar leven langer kunnen rekken. Zij stierf in de ouderdom van 41 jaar, het 21 ste jaar van haar H. Professie-22 juni ’15.
In 1918 heerste in ons land een kwaadaardige ziekte, de Spaanse griep genoemd, die vele slachtoffers eiste. Hier in ons huis is Sr. Godefrida er aan bezweken, de enige zuster in onze Congregatie. 15 Nov. overleed onze beminde Medezuster Sr. Godefrida-v. Ostaaij in de ouderdom van 35 j. het 14e jaar hare H. Professie. ’t Was ’n groot verlies voor ons huis. Sr. Godefrida had een hart van goud, ze was voor iedereen even gedienstig en voor de kleintjes in de bewaarschool, haar kleintjes een en al offervaardigheid en liefde.
Vanaf de mobilisatie op 1 augustus 1914 werd het gemeentebestuur Rucphen overspoeld met regelgeving vanuit het Ministerie van Oorlog om maatregelen te treffen ten aanzien van de oorlogssituatie die in de omringende landen was ontstaan. Sprundel werd direct na de mobilisatie overspoeld met militairen die ingekwartierd moesten worden. In oktober van 1914 kwamen hier nog de vele Belgische vluchtelingen bij die op zoek waren naar een veilig heenkomen. Zoals in de meeste dorpen en steden in de regio nam ook een groot aantal gezinnen in Sprundel vluchtelingen in huis.
De Opvang van Belgische Vluchtelingen
Het aantal vluchtelingen wat gedurende de maand oktober 1914 in onze gemeente werd opgenomen en verpleegd was 3000 (bemiddeld) en 2616 (onbemiddeld). Bemiddeld waren de vluchtelingen die hun verblijf geheel of gedeeltelijk zelf konden bekostigen. De onbemiddelde vluchtelingen waren voor hulp geheel afhankelijk van de particulieren en/of overheidsinstellingen.
Enkele dagen nadat de eerste grote stroom vluchtelingen in onze gemeente was gearriveerd, vertrok er weer een groot aantal naar elders. Nadat de stad Antwerpen in Duitse handen was gevallen keerden sommige vluchtelingen schoorvoetend naar hun woonplaats terug. 1100 gulden was het bedrag wat de gemeente beschikbaar had om de vele nog achtergebleven onbemiddelde Belgische vluchtelingen op te vangen. In dit bedrag waren niet inbegrepen het verstrekken van logies, eetwaren, kleding, enz., welke door de bewoners aan de behoeftige vluchtelingen zo weldadig werden geschonken.
In een brief van de gemeente Rucphen aan de commissaris van de Koningin in Noord-Brabant word er o.a. melding van gemaakt dat de houding van de bevolking ten opzichte van vluchtelingen goed was. Van de 202 gezinnen waar de vluchtelingen onderdak vonden werd er in een enkel geval dubbeltjes maken (dit is een oud-Hollandse uitdrukking waarmee profiteren van of winst maken bedoeld wordt) geconstateerd. Op 31 december 1914 verblijven er in Sprundel nog maar 15 Belgische vluchtelingen bij wie ‘na gedane navrage niemand aan iets behoefte heeft’.
Het verhaal van de Fam. van IJzendijke uit Antwerpen
Belgische vluchtelingen ’14-’18 vonden onderdak bij de Fam.v.d. De familie van de Sanden-de Jong boden onderdak aan de gevluchte familie IJzendijke uit Antwerpen. Willem van de Sanden en zijn vrouw Catharina woonden in de Noordstraat (thans Noorderstraat) in een boerderijtje met hun zes kleine kinderen (waaronder Janus van de Sanden van de Munnikendijk). De familie IJzendijke een gezin wat bestond uit vader, moeder, vier dochters en één zoon verbleven negen maanden lang bij de familie van de Sanden. Tot in de jaren ’70 hadden beide families nog regelmatig contact met elkaar. Op de foto staat de familie IJzendijke uit de jaren ’20, vader die op de foto ontbreekt was intussen overleden.
De Ervaringen van Soldaat Toon Segers
In dagblad BN/de Stem verscheen op 6 april 1999 een artikel over de belevenissen van Toon Segers. De in 1888 geboren Alphenaar trok tijdens de eerste wereldoorlog met zijn 17e regiment infanterie in deze regio van plaats naar plaats. Hij legde zijn ervaringen en ontdekkingen vast in een dagboek. Ook maakte hij schetsen van mensen die hij ontmoeten. “Een voordeel was er aan dat soldaat zijn, dat je overal kwam. De oorlog van ‘14-’18 opende de wijde wereld voor Toon Segers, dienstplichtig mobilisant.
”… van Wernhout ging het naar Sprundel, links van de rijksweg tussen Etten en Rukvensheike. Met een klein groepje werden wij ingekwartierd bij Van der Smissen. Daar sliepen we ook weer op den zolder op een strozak. Die strozakken kwamen met de troep mee denk ik, want ik geloof niet dat Van der Smissen zoo rijk was om al die linnen stroozakken zelf aan te schaffen. Hij was een arme kleermaker en ik geloof ook niet dat hij veel werk had. Hij dronk nogal eens een borreltje. Hij was voor de tweede keer getrouwd en had een groote dochter en kleine kinderen. Maar het waren goede menschen en die dochter was een ijverig, vlot meisje.
De tekening van Sprundel maakte ik achter het huis van Van der Smissen. De drie soldaten zaten op een bank tegen de muur achter een een tafeltje. Van der Smissen ging staan tegen de muur op de hoek van een aanbouwke. De grote dochter staat bij de deur van het aanbouwke met de breikous in de hand. Ze had mooi lichtblond haar. De huisvrouw staat met de kleinste op den arm bij de deur van de gang en nog een kleine zoon staat bij de soldaten aan het tafeltje. Ze wilden allemaal op de tekening staan. Ze lijken wel niet zo precies, maar de kleeding en de houding heb ik zo trouw mogelijk weergegeven.
Het dorp Sprundel werd in de loop van augustus 1914 geconfronteerd met een invasie van vele honderden militairen die in scholen, boerenschuren of bij particulieren ondergebracht moesten worden. Bewaking van de Belgische grens was de opdracht voor al die militairen die in het grensdorp Sprundel ingekwartierd waren. Voor het inkwartieren van deze militairen en/of het leveren van goederen kreeg de bevolking een vergoeding. De hoogte van deze vergoeding was wel afhankelijk van de rang van de militair. Volgens het inkwartieringsbesluit van 27 augustus 1892 (staatsblad 214) ontvangt de kwartiergever voor soldaat of onderofficier (zonder voeding) ¦ 0,20 per dag.
labels: #Vlees
Zie ook:
- De Heeren van de Grill: Onthullende Recensies & Alles Wat Je Moet Weten!
- Ontdek de Beste Lunchmogelijkheden bij Heeren van Ambacht – Verrassend Lekker & Gezellig!
- Steak Tartare Vlees: De Beste Keuze voor een Topgerecht
- Ontdek Verrukkelijke Vegetarische Quiche Recepten voor een Gezonde Maaltijd!
- Ontdek Verrukkelijke Kimchi Gerechten met Kip die Je Moet Proberen!




