Een eicel is een vrouwelijke geslachtscel. Raakt deze bevrucht met een zaadcel? Dan kan hier een kindje uit groeien. Eicellen ontstaan in je eierstokken. Dit gebeurt al voordat je geboren wordt. In de baarmoeder maakt een foetus zo’n 6 tot 7 miljoen eicellen aan. Dit is het hoogste aantal eitjes dat je in je leven hebt. Al in de baarmoeder begint dit aantal namelijk af te nemen. Bij je geboorte heb je er nog 1 tot 2 miljoen over.
Wanneer je de puberteit bereikt, beginnen je eicellen met groeien en rijpen. Dit doet iedere eicel in een eigen eiblaasje, een follikel. Een follikel is een met vocht gevuld blaasje. Het vocht bestaat uit hormonen en voedingsstoffen die goed zijn voor de eicel. Door deze ‘voeding’ kan een eicel zich ontwikkelen tot een rijp eitje. Iedere maand groeien er per eierstok zo’n tien follikels. Er rijpt alleen maar één eicel helemaal uit. En alleen deze eicel zal de eisprong meemaken. De andere gegroeide eitjes sterven helaas weer af.
Een eicel heeft een doorsnede van ongeveer 0,10 mm. Daarmee is het een van de grootste cellen in je lichaam. De eicel is zo groot dat je geen microscoop nodig hebt om deze te kunnen zien. Met het blote is ze ook net te zien. Ter vergelijking: een eicel is ongeveer dertig keer zo groot als een zaadcel.
Als foetus draag je een enorme hoeveelheid eicellen bij je. Al in de baarmoeder neemt dit aantal snel af, veel eicellen gaan weer verloren. Ook na je geboorte raak je steeds meer eitjes kwijt. Van de miljoenen eicellen die je ooit had, maken er zo’n 400 de eisprong mee. Hoe minder eicellen je hebt, hoe kleiner de kans op een zwangerschap. Daarnaast gaat de kwaliteit van je eicellen met de tijd achteruit. Het risico op een miskraam of een genetische afwijking bij je kindje wordt daardoor hoger. Is je voorraad eitjes bijna op? Dan kom je in de overgang. Wanneer dit precies gebeurt, verschilt per vrouw.
In de onderstaande tabel zie je een schatting van het aantal eicellen dat je hebt in de verschillende fases van je leven.
| Leeftijdsfase | Aantal eicellen |
|---|---|
| Foetus | 6 tot 7 miljoen |
| Geboorte | 1 tot 2 miljoen |
| Puberteit | 300.000 tot 400.000 |
| Vruchtbare periode | Circa 400 maken eisprong mee |
| Overgang | Weinig tot geen |
De eicellen die in je eierstokken zitten, zijn onrijpe eicellen. Voordat ze klaar zijn om de eierstok te kunnen verlaten, heeft je lichaam nog wat werk te doen. Dit wordt geregeld vanuit je hersenen. Hier zit een kleine klier, de hypofyse. Deze maakt onder andere twee geslachtshormonen: het follikel stimulerend hormoon (FSH) en het luteïniserend hormoon (LH). Deze hormonen spelen een grote rol bij het regelen van je menstruatiecyclus.
Tijdens en na je menstruatie maakt de hypofyse meer FSH aan. Dit hormoon geeft iedere maand vijf tot twintig follikels het seintje om te gaan groeien en ontwikkelen. Hiervan blijft er één over die zich verder blijft ontwikkelen. Deze ‘springt’ tijdens de eisprong uit haar follikel. De rest van de follikels sterft af. De follikel van de gesprongen eicel blijft achter in je eierstok. Dit overblijfsel, het gele lichaam, maakt nu oestrogeen en progesteron aan. Deze hormonen bereiden je baarmoeder voor op een mogelijke bevruchting. Het baarmoederslijmvlies wordt dikker. Hierdoor kan de gesprongen eicel zich na een bevruchting makkelijker innestelen. Slaagt de bevruchting? Dan zorgen progesteron en oestrogeen ervoor dat het slijmvlies je baarmoeder niet verlaat.
Is de eicel die hierin zit rijp genoeg en is er een piek in de hoeveelheid oestrogeen? Dan neemt de hoeveelheid FSH af. De hoeveelheid LH stijgt juist. Er ontstaat een piek van LH, die ervoor zorgt dat je lichaam de eisprong in gang zet. De follikel barst open aan de rand van de eierstok. Vervolgens ‘springt’ de eicel eruit en komt ze in de eileider terecht, klaar om bevrucht te worden. De eicel blijft ongeveer 24 uur in de eileider, tot ze de baarmoeder bereikt. Tijdens deze reis wordt ze vooruit gebracht door kleine trilhaartjes in de eileider. Een eicel kan zichzelf namelijk niet vooruit bewegen, in tegenstelling tot een zaadcel. Ook het stromen van vloeistof in de eileider zorgt ervoor dat ze beweegt en in de baarmoeder terechtkomt. De hoeveelheid oestrogeen neemt na de eisprong een beetje af, terwijl de hoeveelheid progesteron toeneemt. Progesteron maakt de baarmoederwand verder klaar voor een mogelijke innesteling. Ook remt het de aanmaak van FSH en LH. Zo voorkomt je lichaam dat er nieuwe eicellen rijpen.
Hoelang leeft een eicel?
Na de eisprong is een eicel ongeveer twaalf uur lang hoog vruchtbaar. Hierna neemt de vruchtbaarheid van de eicel snel af. Hoe snel dit precies gebeurt, hangt af van de kwaliteit van de eicel. Meer dan een dag na de eisprong is de kans op een bevruchting bijna nul.
Een zaadcel kan gemiddeld drie dagen overleven in je vagina, eileiders en baarmoeder. Wil je de kans op een zwangerschap vergroten? Dan kan je het beste vrijen in de periode vanaf drie dagen voor de eisprong tot en met de dag van de eisprong zelf. Zo heb je de grootste kans op een succesvolle bevruchting.
Als zwanger worden niet vanzelf gaat, is het goed om te weten hoe het zit met je cyclus, hormonen, en de eisprong. De vrouwelijke vruchtbaarheidscyclus is namelijk een ingewikkelde samenwerking tussen organen en hormonen. De hersenen wisselen door middel van verschillende hormonen signalen uit met de eierstokken en de baarmoeder. Er spelen veel factoren mee die bepalen of een eicel wel of niet bevrucht wordt en zich innestelt.
Normaal gesproken komt bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd elke maand een eicel vrij uit een van de eierstokken, de zogenaamde eisprong of ovulatie. Na de eisprong is de eicel maar enkele uren ‘bevruchtbaar’. Dit betekent dat er al vóór de eisprong zaadcellen aanwezig moeten zijn in de eileider. Als je weet wanneer je eisprong meestal plaatsvindt, moet je dus juist de dagen ervoor gemeenschap hebben, hoe vaker hoe beter. Zaadcellen overleven een paar dagen en kunnen dus ook een bevruchting tot stand brengen als ze kort voor de eisprong al aanwezig zijn.
De tijd vanaf de eisprong tot de menstruatie is bijna altijd 14 dagen. Direct na de eisprong krijgen de andere follikels het signaal dat ze niet meer nodig zijn. Ze stoppen met groeien en verschrompelen binnen enkele dagen.
Als er geen bevruchting optreedt, daalt de hoeveelheid oestrogeen en progesteron in het bloed aanzienlijk. Als gevolg van deze daling wordt het baarmoederslijmvlies afgestoten. Die bloeding noemen we menstruatie. Daarnaast zorgt de lage oestrogeenconcentratie in het bloed ervoor dat de hypofyse opnieuw wordt geprikkeld om FSH en LH af te geven.
Binnen de fertiliteit is de eerste dag van de menstruatie erg belangrijk, we noemen dit cyclusdag 1. Het is van belang deze datum altijd paraat te hebben. De eerste dag van de menstruatie spreken we als volgt af: de dag dat je in de ochtend (voor 12 uur ’s middags) helderrood vaginaal bloedverlies hebt.
Kortgezegd is het zo dat de vruchtbaarheid van vrouwen daalt naarmate ze ouder worden. Tussen 19 en ongeveer 32 jaar zijn vrouwen het meest vruchtbaar. De oorzaak van die dalende vruchtbaarheid is het feit dat je geboren wordt met een vaststaand aantal eicellen. Al voor je puberteit is een deel daarvan afgestorven, zoals we hierboven hebben uitgelegd. In de loop van je vruchtbare leven gaat die vermindering verder. Elke maand verlies je tijdens je cyclus een aantal eicellen. Bovendien daalt de kwaliteit van eicellen in de eierstokken onder invloed van je leeftijd, je levensstijl, milieueffecten en soms gezondheidsproblemen.
Wanneer is je eisprong?
Rond de eisprong is de kans het grootst dat een zaadcel een eicel bevrucht. Als je elke maand ongeveer op dezelfde dag ongesteld wordt, heb je een regelmatige cyclus. De eisprong is dan gemiddeld 14 dagen voordat je weer ongesteld wordt.
Een cyclus duurt niet bij elke vrouw precies een maand. Het kan bijvoorbeeld ook 26 dagen zijn, of 32 dagen. Soms duurt een cyclus de ene keer langer dan de andere keer. Dan is het ook lastiger om te weten wanneer je eisprong komt. Als je wilt weten wanneer je eisprong is omdat je zwanger wilt worden, kan je je cyclus een paar maanden tellen. Je telt vanaf de eerste dag dat je ongesteld wordt, tot en met de laatste dag voordat je weer ongesteld wordt. Zoveel dagen duurt je cyclus. Misschien is dit elke keer even veel dagen. Als het verschilt, kan je het gemiddelde nemen. Bij een cyclus van 28 dagen, is de eisprong rond dag 14. Duurt je cyclus korter of langer, dan is de eisprong ook eerder of later.
Na de eisprong kan een eicel ongeveer 12 uur worden bevrucht. En na seks met een zaadlozing (sperma) in je vagina, blijven zaadcellen 2 tot 3 dagen in leven in de baarmoeder. Als je dus 24 tot 48 uur vóór je eisprong seks hebt, vergroot je de kans op een bevruchting. Weet je niet precies wanneer je een eisprong hebt? Dan kan je het beste elke 2 of 3 dagen met je partner vrijen. Zo lang kunnen zaadcellen blijven leven in de baarmoeder.
Als je graag zwanger wilt worden is het belangrijk dat je juist in de paar dagen dat je vruchtbaar bent vrijt. Een eicel leeft maar kort, zo’n 24 uur, en is het makkelijkst te bevruchten in de eerste uren na je ovulatie.
Iedere menstruatiecyclus rijpen er in je eierstokken meerdere eicellen in de eierstok. Op het moment dat de eicel in de eileider aankomt kan er een bevruchting plaatsvinden, maar alleen als er op dat moment al zaadcellen (spermacellen) klaar liggen om de eicel te bevruchten.
Een enkele keer rijpen er twee eicellen volledig uit en heb je een dubbele eisprong, als beiden bevrucht wordt krijg je een twee-eiige tweeling.
Heb je een langere of kortere cyclus, dan heb je gemiddeld 14 dagen vóór je te verwachten volgende menstruatie eisprong.
Bij een menstruatiecyclus die korter is dan 22 dagen of langer dan 35 dagen is de kans groot dat er geen eisprong is. Is je cyclus onregelmatig dan is het lastig te bepalen wanneer je ovulatie is. Het is dan belangrijk dat je regelmatig gemeenschap hebt in de periode halverwege je cyclus.
Als je je lichaam goed kent, of gewoon een paar maanden goed oplet, kun je aan je vaginale afscheiding zien wanneer je ovulatie eraan zit te komen. In de dagen net voor je ovulatie wordt je afscheiding helderder, als ongekookt eiwit, en plakkeriger. Je kunt er draden mee trekken: neem wat afscheiding tussen je duim en wijsvinger en beweeg deze langzaam uit elkaar.
Ook het bijhouden van je ochtendtemperatuur kan je inzicht geven in het moment van eisprong als je onregelmatig ongesteld bent. Alleen ben je dan eigenlijk al te laat om te vrijen. Je temperatuur stijgt met een halve graad maar pas op het moment dat je eisprong hebt en dan moeten de zaadcellen al in de eileiders klaar liggen om te kunnen bevruchten.
De meeste ovulatietesten meten het luteïniserend hormoon (LH) in je urine. Hierdoor ‘weet’ de ovulatietest dat je eisprong er bijna aan zit te komen. Maar de kans op bevruchting is het grootst net na de eisprong.
Zaadcellen leven veel langer, gemiddeld 72 uur. Het is dan ook zaak dat de zaadcellen in de eileiders, waar de bevruchting plaatsvindt, klaar liggen op het moment van de eisprong. Zo kunnen ze direct naar de eicel toe zwemmen en proberen de eicel te bevruchten. Zaadcellen moeten een lange reis afleggen van de vagina, waar de zaadlozing plaatsvindt, naar de eileiders. Deze reis duurt 12 tot 24 uur.
Tijdens een zaadlozing komen er miljoenen zaadcellen vrij. Allereerst is daar de slijmprop die de baarmoedermond (de ingang van de baarmoeder) afsluit. Maar in de dagen voor je eisprong verandert de samenstelling van de slijmprop. Vrouwen die hun lichaam goed kennen, merken dat de slijmprop verandert. Je afscheiding wordt helderder (als ongekookt eiwit) en je kunt er draden mee trekken. Het milieu in de baarmoeder is vijandig voor de zaadcellen, velen zullen hier sterven. Maar ook hier verandert iets in de periode net voor je eisprong.
In een cirkel zwermen ze om de eicel heen en proberen in de eicel door te dringen. De wand van de eicel is normaal gesproken niet doordringbaar en zit een beschermende laag om de eicel. Deze laag moet oplossen onder invloed van stoffen die de zaadcellen moeten produceren. Nadat de zaadcel de eicel is binnengedrongen verliest de zaadcel zijn staart.
Het is dus heel gewoon wanneer zwanger worden niet meteen lukt. Als je na een jaar nog niet zwanger bent, kan het goed zijn om dit met je huisarts te bespreken.
Hoe werkt je menstruatiecyclus?
Als je zwanger wilt worden, kan het helpen om je menstruatiecyclus te begrijpen. In de puberteit word je voor het eerst ongesteld: je gaat menstrueren. Je verliest bloed uit je vagina, dit bloed komt uit je baarmoeder. Het bloedverlies duurt gemiddeld 2 tot 5 dagen. Het betekent dat je menstruatiecyclus is begonnen en dat je vruchtbaar bent geworden.
Het woord cyclus betekent: proces dat zich steeds weer herhaalt. De stappen (fases) van de menstruatiecyclus herhalen zich ongeveer elke maand. De fase waar je in zit, bepaalt hoe vruchtbaar je op dat moment bent. Als je graag zwanger wilt worden, is het dus handig om te weten hoe je cyclus verloopt.
Dit zijn de fases van een menstruatiecyclus:
- In je eierstok groeit een eicel. Deze wordt klaargemaakt (rijp) om bevrucht te worden. Ook wordt het slijmvlies in je baarmoeder dikker. Het wordt geschikt gemaakt voor een bevruchte eicel. Dit heet de folliculaire fase.
- Je hebt een eisprong. Een ander woord voor eisprong is ovulatie. De rijpe eicel komt vanuit de eierstok in de eileider terecht. Als daar ook een zaadcel is, kan die de eicel bevruchten. Dit heet de luteale fase. Nu ben je het vruchtbaarst.
- Je wordt ongesteld. Als de eicel niet is bevrucht, voert je lichaam deze af via je vagina. Samen met het laagje slijmvlies uit de baarmoeder. Daarbij verlies je bloed. Dit heet de menstruatie.
Je hormonen regelen je menstruatiecyclus. Ze komen vanuit je hersenen via je bloed bij je eierstokken terecht. Dit zijn verschillende hormonen, die ook effect op elkaar hebben. Samen regelen ze dat je steeds opnieuw kans hebt om zwanger te worden.
Wat zijn de meest vruchtbare dagen?
Ongeveer elke maand heb je een eisprong (ovulatie) en daarna word je ongesteld (behalve als je zwanger bent). Dit is je menstruatiecyclus. Hoelang een cyclus duurt, verschilt per vrouw. Gemiddeld is dit rond de 28 dagen. Het kan ook 21 dagen zijn, of 35 dagen, of iets daartussen. Om te weten hoelang jouw cyclus duurt, begin je met tellen op de dag waarop je ongesteld wordt en je telt tot en met de laatste dag vóórdat je weer ongesteld wordt.
Wil je graag zwanger worden, dan is het handig om te weten hoelang jouw cyclus duurt. Als je een regelmatige cyclus hebt, kan je namelijk uitrekenen op welke dagen je het meest vruchtbaar bent. Een regelmatige cyclus betekent dat het elke keer ongeveer evenveel dagen duurt tot je weer ongesteld wordt. Op de dagen rond je eisprong heb je de meeste kans om zwanger te raken.
Meestal is de eisprong 14 dagen voordat je weer ongesteld wordt. Duurt je cyclus 28 dagen, dan ben je dus het meest vruchtbaar rond dag 14.
Na de eisprong kan een eicel ongeveer 12 uur worden bevrucht. En na seks met een zaadlozing (sperma) in je vagina, blijven zaadcellen 2 tot 3 dagen in leven in de baarmoeder. Als je dus 24 tot 48 uur vóór je eisprong seks hebt, vergroot je de kans op een bevruchting.
Weet je niet precies wanneer je een eisprong hebt? Dan kan je het beste elke 2 of 3 dagen met je partner vrijen. Zo lang kunnen zaadcellen blijven leven in de baarmoeder.
Wat is een ovulatietest?
Als je een regelmatige menstruatiecyclus hebt, kan je berekenen wanneer je eisprong komt. Dit is ongeveer 14 dagen voordat je ongesteld wordt. Rond de eisprong ben je het meest vruchtbaar. Als je dan seks hebt, is de kans op een bevruchting het grootst.
Vind je het moeilijk om je eisprong te berekenen, bijvoorbeeld omdat je cyclus niet elke maand evenveel dagen duurt? Dan kan je ervoor kiezen om ovulatietesten te gebruiken. Deze test meet een hormoon in je plas (het LH-hormoon of luteïniserend hormoon). Dit hormoon stijgt 1 tot 2 dagen voordat je eisprong komt. Is de test positief, dan beginnen je meest vruchtbare dagen.
Je kan soms ook aan je lichaam herkennen wanneer je eisprong komt. Op deze tekenen kan je letten:
- meer afscheiding (slijm uit je vagina), die helder van kleur is. Met een beetje slijm tussen je duim en wijsvinger kan je een draad maken.
- lichte krampen in je onderbuik.
- meer zin in seks, dit komt door een stijging van het LH-hormoon.
- een klein beetje bloedverlies uit je vagina.
- binnen 12 tot 24 uur na je eisprong stijgt je temperatuur 0,3 tot 0,5 graden. Dit duurt tot vlak voor je volgende ongesteldheid. Als je een aantal maanden elke ochtend je temperatuur meet en opschrijft, kan je herkennen op welke dag je eisprong komt. Er zijn ook apps waarmee je dit kan bijhouden.
Wat heeft invloed op de vruchtbaarheid van een vrouw?
Hoelang het duurt om zwanger te worden, hangt van verschillende dingen af. Bijvoorbeeld van de vruchtbaarheid van jou en je partner (of degene van wie het sperma is, als je donorzaad gebruikt). Bij de vruchtbaarheid van vrouwen spelen de volgende dingen mee.
- Leeftijd: Als je ouder wordt, word je minder vruchtbaar. Vanaf ongeveer 35 jaar kan dit er soms voor zorgen dat het langer duurt voordat je zwanger bent. Ook wordt de kans op een miskraam of problemen tijdens de zwangerschap groter. Dat geldt ook voor de kans op een afwijking in de chromosomen van de baby, zoals het downsyndroom. Maar de meeste zwangerschappen van ‘oudere’ zwangeren verlopen gelukkig zonder problemen.
- Voeding: Door gezond en gevarieerd te eten, kan je de kans op een zwangerschap vergroten. Ook is het advies om foliumzuur en vitamine D te slikken als je zwanger bent of zwanger wilt worden. Vit D is o.a. nodig voor een goede bontontwikkeling van het kind.
- Gewicht: Als je te licht of te zwaar bent, kan dit je kans op een zwangerschap verminderen. Dat is ook zo als je snel veel afvalt. Een diëtist of de huisarts kan je helpen om een gezond gewicht te krijgen.
- Alcohol, roken en drugs: Roken, alcohol drinken en het gebruik van drugs kan de vruchtbaarheid verminderen en de kans op een miskraam vergroten. Ook is er bij gebruik van deze middelen meer kans op problemen tijdens de zwangerschap en op afwijkingen of gezondheidsproblemen bij de baby. Alcohol, drugsgebruik en roken (ook rook inademen van een ander) wordt sterk afgeraden als je zwanger wilt worden of zwanger bent.
- Stress: Het normaal om af en toe stress of spanning te hebben. Dit is niet direct schadelijk voor je gezondheid. Als je lange tijd te veel spanning of stress hebt, kan dit wel je menstruatiecyclus verstoren. Dat kan de kans dat je zwanger wordt kleiner maken. Een verloskundige of je huisarts kan je advies geven hoe je stress in jouw leven zou kunnen verminderen.
- Werkomgeving: Bij sommige beroepen is er meer risico dat de vruchtbaarheid (tijdelijk) vermindert of op problemen tijdens de zwangerschap. Dit kan bijvoorbeeld zo zijn als je werkt met schadelijke stoffen, straling, zieke mensen, onregelmatige werktijden, extreme kou, hitte of overdruk, lichamelijk zwaar werk hebt of een stressvolle werkomgeving hebt. Bespreek het met je werkgever of de bedrijfsarts als je dit herkent. Meestal kan je werk dan worden aangepast.
- Ziekte: Sommige ziektes of aandoeningen hebben invloed op de menstruatiecyclus en de vruchtbaarheid. Bijvoorbeeld doordat de menstruatiecyclus is verstoord. PCOS en endometriose zijn hier voorbeelden van. Voor deze aandoeningen zijn behandelingen mogelijk om de kans op een zwangerschap te vergroten.
- Medicijngebruik: Gebruik je bepaalde medicijnen en wil je graag zwanger worden? Bespreek dit met je huisarts of de arts die de medicijnen voorschrijft. Sommige medicijnen zorgen er namelijk voor dat je minder vruchtbaar wordt. Of ze kunnen schadelijk zijn tijdens de zwangerschap. Je arts kan advies geven en je medicijnen aanpassen als het nodig is.
- Afwijkingen aan de geslachtsorganen: Soms word je moeilijker zwanger doordat je vagina, baarmoeder of eierstokken anders zijn dan normaal. Dit kan komen door een operatie of ziekte (zoals een soa of kanker), of je kan ermee geboren zijn. Je baarmoeder kan bijvoorbeeld een andere vorm hebben. Of je mist een eierstok. In sommige gevallen is zwanger worden op een natuurlijke manier niet mogelijk. De huisarts kan je dan doorverwijzen naar een gynaecoloog of vruchtbaarheidsarts, voor hulp bij het zwanger worden.
- Heel hard sporten: Bewegen is goed voor je lichaam en het draagt bij aan een gezonde leefstijl. Het is dus aan te raden als je graag zwanger wilt worden. Als je heel erg veel sport of aan topsport doet, kan dit soms wel de kans op een zwangerschap verminderen.
labels: #Ei
Zie ook:
- Hoe lang ongepaneerde schnitzel bakken: Perfecte baktijd & tips
- Recepten voor een Fit Leven: Gezond & Lekker Eten!
- Boontjes Koken: De Perfecte Kooktijd & Tips
- Nieuwe Aardappelen Koken: Hoe Lang voor de Perfecte Garing?
- Broodje Hamburger Maken: Het Perfecte Recept voor de Lekkerste Burger
- Ontdek Hoe Je van Dozen een Prachtige Taart Maakt: Stap voor Stap Handleiding




