Je bloedsuiker of bloedsuikerwaarde is de hoeveelheid suiker in je bloed op een moment. Bloedsuiker is een ander woord voor bloedglucose. Als er langere tijd te veel suiker in je bloed zit, is dit gevaarlijk voor je gezondheid. Je kan problemen krijgen in je lichaam, zoals schade aan je bloedvaten en zenuwen.

Waarom is het meten van bloedsuiker belangrijk?

Normaal zorgt het lichaam voor precies genoeg suiker in het bloed. Niet te veel en niet te weinig. Als je diabetes hebt, lukt dit niet vanzelf. Je bloedsuiker wordt te hoog als je er dan niets tegen doet. Een hoge bloedsuiker is slecht voor je lichaam.

Bloedsuikerwaarden

Het is belangrijk om te weten wat normale en afwijkende bloedsuikerwaarden zijn, zowel nuchter als na het eten.

Bloedsuikerwaarde nuchter gemeten

Nuchter = je hebt in de acht uren daarvoor niets gegeten of gedronken, behalve water. Dit betekent je bloedsuikerwaarde als je nuchter was bij de prik:

  • 6,0 mmol/l of lager: normale bloedsuiker. Je hebt waarschijnlijk geen diabetes.
  • tussen 6,1 en 6,9 mmol/l: iets hogere bloedsuiker. Je hebt misschien prediabetes.
  • 7,0 mmol/l of hoger: hoge bloedsuiker. Je hebt waarschijnlijk diabetes.

Bloedsuikerwaarde niet nuchter gemeten

Doe je een bloedsuikertest als je een of twee uur ervoor hebt gegeten? Je bent dan niet nuchter. Het is normaal dat er meer suiker in het bloed zit op dat moment. Dit betekent je bloedsuikerwaarde dan:

  • 7,7 mmol/l of lager: normale bloedsuiker. Je hebt waarschijnlijk geen diabetes.
  • tussen 7,8 en 11,0 mmol/l: iets hogere bloedsuiker. Je hebt misschien prediabetes.
  • 11,0 mmol/l en hoger: hoge bloedsuiker. Je hebt waarschijnlijk diabetes.

Een bloedsuikerwaarde tussen 4,0 en 8,0 mmol/l is het beste bij diabetes. Dan blijft de kans op complicaties het kleinst. Je kunt zelf je bloedsuiker meten als je diabetes type 2 hebt.

Hoe meet je bloedsuiker?

Je kunt je bloedsuiker op twee manieren zelf meten:

Vingerprik om te meten

Je meet je bloedsuiker met een vingerprik. Je hebt dan 4 dingen nodig:

  • Prikpen: dit apparaatje hou je tegen de zijkant van je vingertop. Eerst druk je op een knop. Daarna prikt een kort naaldje even in je vingertop. Er komt dan een druppel bloed uit je vinger.
  • Bloedsuiker-meter: op dit apparaatje lees je hoe hoog de bloedsuiker is in de druppel bloed.
  • Test-strip: die hou je tegen de druppel bloed aan.
  • Beker: hier doe je het naaldje na de prik in. Dit heet een naalden-container.

Er zijn verschillende soorten prikpennen en bloedsuiker-meters. De test-strips moeten bij de bloedsuiker-meter passen. Laat je bloedsuiker-meter elk jaar controleren. Dat kan bij de apotheek.

Sensor om te meten

Een sensor is een klein apparaatje op je huid. Meestal op je arm. Dit apparaatje meet je bloedsuiker vanzelf. De getallen lees je bijvoorbeeld op je telefoon. Of op een speciaal apparaatje om de getallen te lezen (reader).

Stappen voor een nauwkeurige vingerprik meting

De praktijkondersteuner leert je hoe je je bloedsuiker met een vingerprik meet. Je kunt ook het filmpje Bloedsuiker meten (apotheek.nl) bekijken.

  1. Was je handen met zeep en warm water. Met warme handen komt het bloed makkelijker uit je vingertop.
  2. Droog je handen goed af.
  3. Doe de test-strip in de bloedsuiker-meter.
  4. Kies je middelvinger of ringvinger. En prik in de zijkant van de vingertop.
  5. Wrijf voorzichtig met de duim en wijsvinger van je andere hand over de geprikte vinger. Van beneden naar je vingertop. Er komt dan een druppel bloed uit je vinger.
  6. Hou de druppel op de juiste plek tegen de test-strip.

Wanneer bloedsuiker meten?

Je spreekt met de huisarts of praktijkondersteuner af hoe vaak je je bloedsuiker meet en wanneer je meet. Bijvoorbeeld op deze momenten:

  • Als je 8 uur of meer niets hebt gegeten of gedronken. Dat heet nuchter. Water of thee zonder melk en suiker mag je wel drinken.
  • Vlak voor het eten: ontbijt, lunch of avondeten.
  • Ongeveer 1,5 uur na het eten.
  • Voordat je gaat slapen.
  • Op een ander moment op de dag. Bijvoorbeeld als je denkt dat je bloedsuiker te laag is.

Heb je een sensor? De sensor meet je bloedsuiker de hele dag vanzelf.

Goede bloedsuikerwaarden bij diabetes type 2

Je bloedsuiker verandert op een dag. Door wat je eet, wat je doet en door je slaap. Dit zijn goede getallen voor je bloedsuiker als je diabetes type 2 hebt:

  • Goede bloedsuiker 's ochtends voordat je eet of drinkt: tussen 4,5 en 8. Dit heet de nuchtere bloedsuiker.
  • Een goede bloedsuiker 2 uur na het eten: tussen 4,5 en 9.

Tussen 4,5 en 9 lukt niet bij iedereen.

Wat te doen bij afwijkende bloedsuikerwaarden?

Te lage bloedsuiker (hypoglykemie)

Is je bloedsuiker lager dan 3,9? Dan is je bloedsuiker te laag. Een te lage bloedsuiker noemen we hypoglykemie (een hypo). Een te lage bloedsuiker is gevaarlijk.

Te hoge bloedsuiker (hyperglykemie)

Is je bloedsuiker 15 of hoger? Dan is je bloedsuiker te hoog. Een te hoge bloedsuiker noemen we hyperglykemie (hyper). Een te hoge bloedsuiker is meestal niet direct gevaarlijk. Wel kun je klachten krijgen, zoals dorst en afvallen. Praat daarom met je huisarts over je behandeling. Misschien moet je behandeling anders.

Zelfcontrole en inzicht

Zelfcontrole is heel belangrijk in de diabetesbehandeling. Zelfcontrole geeft inzicht in hoe je reageert op bepaalde voedingsmiddelen en op lichaamsbeweging. Maar ook of bij een maaltijd de insuline hoeveelheid goed is ingeschat en hoe de bloedglucosespiegel er op dat moment voorstaat.

Tips voor een correcte bloedglucosemeting

De manier waarop een bloedglucosemeting wordt uitgevoerd is heel belangrijk. De meeste fouten in de uitslag ontstaan door fouten tijdens de meting.

  • Bewaar de test strips koel en droog en zorg voor schone handen tijdens de meting.
  • Het is belangrijk om uw handen te wassen voordat u uw bloedsuiker meet omdat er altijd resten van suiker aan uw handen kunnen zitten en dat zou de uitslag kunnen beïnvloeden.
  • Vergeet ook niet uw handen goed af te drogen voordat u test, want vocht aan uw vingertoppen heeft eveneens invloed op de uitslag.
  • Om een goede bloeddruppel te krijgen voor het bepalen van uw suikerwaarde, prikt u liever niet in uw duim en wijsvinger. Beter kunt u de middelvinger, de ringvinger en de pink van beide handen gebruiken.
  • Prik niet bovenop de vingertop want daar zitten de meeste tastzintuigen. Dit is pijnlijker. Aan de zijkanten van de vingertoppen kunt u wel prikken.
  • Voor het behoud van uw vingers is het goed om af te wisselen tussen de linker- en rechterkant van de vingertoppen.

Wanneer direct contact opnemen?

Iemand moet direct 112 bellen als je bewusteloos bent. In deze situaties bel je direct de huisarts of de huisartsen-spoedpost. Of je vraagt iemand anders om snel te bellen:

  • Je hebt suiker gegeten of gedronken, maar je bloedsuiker blijft lager dan 3,9.
  • Je merkt dat je niet meer goed reageert als iemand iets tegen je zegt.
  • Je haalt moeilijk adem.
  • Je bent in de war.
  • Je gaat beven, zweten of gapen. En suiker helpt niet.
  • Je wordt 's ochtends onrustig wakker. En suiker helpt niet.
  • Je krijgt hoofdpijn en ziet wazig of dubbel. En suiker helpt niet.
  • Je plast niet of heel weinig. En je hebt dorst.
  • Je geeft over.

labels:

Zie ook: