Voor een goede behandeling van uw diabetes speelt u zelf een cruciale rol. Dit zelfstandig en voortdurend controleren en bijstellen noemen we zelfmanagement. Het draagt er in belangrijke mate toe bij dat uw bloedglucose stabiel blijft en u zich beter voelt.

Het Belang van Bloedsuikercontrole

Bloedsuiker (glucose) testen of controleren is een zeer belangrijk deel in de behandeling van uw diabetes. Een bloedglucosetest vertelt u hoeveel suiker er op dat moment aanwezig is in uw bloed. Samen met behulp van uw zorgverlener(s) kunt u een plan maken om controle te krijgen over uw bloedglucose. Eén van de beste manieren om zeker te zijn dat uw plan werkt is uiteraard regelmatig zelf uw bloedglucose te testen. Hoe meer u test, hoe beter en meer u zult weten over uw bloedglucose.

Verschillende zaken beïnvloeden uw glucose iedere dag, zoals eten, beweging, medicatie, ziekte en stress. Het is dus belangrijk om uw glucose te testen op verschillende tijdstippen van de dag. Onderzoek toont aan dat dagelijks 4 of meer keer testen een goede manier is om controle te krijgen over uw glucose. Zelftesten geeft u informatie die u nodig heeft om schommelingen (teveel hoge en/of lage waarden) in uw glucose te vermijden.

Uw zorgverlener zal u eveneens helpen te beslissen wanneer u dient te testen. Testen op verschillende tijdstippen op de dag is raadzaam; hier volgen enkele nuttige tijdstippen waaruit u kunt kiezen.

  • Voor het ontbijt.
  • Glucosewaarden 1 tot 2 uur na een maaltijd noemt men ‘niet nuchtere‘ waarde.

Het Meten van Bloedsuiker

Je kunt zelf je bloedsuiker meten als je diabetes type 2 hebt. Goede bloedsuiker 's ochtends voordat je eet: tussen de 4,5 en 8. Goede bloedsuiker 2 uur na het eten: tussen 4,5 en 9.

Je kunt zelf je bloedsuiker meten. Dit vraagt de huisarts of praktijkondersteuner dan aan je. Samen bespreek je waarom meten voor jou belangrijk is. Bijvoorbeeld: Je gaat gezonder leven. En jij of je huisarts of praktijkondersteuner wil weten of je bloedsuiker verbetert. Je gebruikt medicijnen voor diabetes. nodig hebt. Je gebruikt medicijnen die je bloedsuiker hoger maken.

Je kunt je bloedsuiker op twee manieren zelf meten:

  1. Vingerprik om te meten: Je meet je bloedsuiker met een vingerprik.
  2. Sensor om te meten: Een sensor is een klein apparaatje op je huid. Meestal op je arm. Dit apparaatje meet je bloedsuiker vanzelf.

Je spreekt met de huisarts of praktijkondersteuner af hoe vaak je je bloedsuiker meet. En wanneer je meet. Bijvoorbeeld op deze momenten:

  • Als je 8 uur of meer niets hebt gegeten of gedronken. Dat heet nuchter. Water of thee zonder melk en suiker mag je wel drinken.
  • Vlak voor het eten: ontbijt, lunch of avondeten.
  • Ongeveer 1,5 uur na het eten.
  • Voordat je gaat slapen.
  • Op een ander moment op de dag. Bijvoorbeeld als je denkt dat je bloedsuiker te laag is.

Heb je een sensor? De sensor meet je bloedsuiker de hele dag vanzelf.

Uitslag Bloedsuikertest

De huisarts controleert met een bloedsuikertest of je bloedsuiker te hoog is. Dit gebeurt vaak in de ochtend, als je nuchter bent. Nuchter betekent dat je de uren ervoor niets hebt gegeten of gedronken. De huisarts meet de bloedsuiker soms ook juist een paar uur na een maaltijd. Dan zit er de meeste bloedsuiker in het bloed. Is je bloedsuiker te hoog? Je krijgt dan vaak nog een tweede controle op een andere dag.

Bloedsuikerwaarde niet nuchter gemeten: Doe je een bloedsuikertest als je een of twee uur ervoor hebt gegeten? Je bent dan niet nuchter. Het is normaal dat er meer suiker in het bloed zit op dat moment. Dit betekent je bloedsuikerwaarde dan:

  • 7,7 mmol/l of lager: normale bloedsuiker. Je hebt waarschijnlijk geen diabetes.
  • Tussen 7,8 en 11,0 mmol/l: iets hogere bloedsuiker. Je hebt misschien prediabetes.
  • 11,0 mmol/l en hoger: hoge bloedsuiker. Je hebt waarschijnlijk diabetes.

Normale en Afwijkende Waarden

De hoeveelheid glucose in het bloed meten we in millimol per liter, afgekort als mmol/l. De uitslag is normaal als deze:

  • Nuchter lager is dan 5.3 mmol/l
  • Én 1 uur na elke maaltijd lager is dan 7.8 mmol/l

In de tabel hieronder ziet u of de uitslag van uw prik normaal of te hoog is. Valt uw uitslag in de tabel in het groen? Dan is uw bloedsuiker normaal. Valt de uitslag in het rood? Of wijst deze op zwangerschapsdiabetes in rode vlak?

Dit zijn goede getallen voor je bloedsuiker als je diabetes type 2 hebt:

  • Goede bloedsuiker 's ochtends voordat je eet of drinkt: tussen 4,5 en 8. Dit heet de nuchtere bloedsuiker.
  • Een goede bloedsuiker 2 uur na het eten: tussen 4,5 en 9.

Tussen 4,5 en 9 lukt niet bij iedereen.

Bij diabetes type 2 kun je een te lage of te hoge bloedsuiker hebben:

  • Is je bloedsuiker lager dan 3,9? Dan is je bloedsuiker te laag. Een te lage bloedsuiker noemen we hypoglykemie (een hypo). Een te lage bloedsuiker is gevaarlijk.
  • Is je bloedsuiker 15 of hoger? Dan is je bloedsuiker te hoog. Een te hoge bloedsuiker noemen we hyperglykemie (hyper).

Wat te doen bij afwijkende waarden?

Als u gebruikt maakt van software worden de test resultaten opgeslagen in uw bloedglucosemeter. Met het software programma kunt u eenvoudig in een keer een overzicht op uw computer krijgen van uw testresultaten. Volg de instructies op die bij uw bloedglucosemeter worden meegeleverd. Probeer de reden te vinden waarom de waarde te hoog is en/of neem contact op met uw arts of zorgverlener(s).

Indien uw glucosewaarde nog te hoog blijft neem dan contact op met uw arts of zorgverlener.

Advies bij een Hyperglycemie

Er is sprake van een hyperglycemie wanneer een bloedglucosewaarde hoger is dan 15 mmol/l. Advies bij een hyperglycemie is om ruim voldoende suikervrije dranken te drinken (bv water, thee zonder suiker etc).

Als je (ultra) kortwerkende insuline gebruikt kun je dit gebruiken om extra te spuiten. Als de bloedglucose beneden de 13 mmol/l is dan stoppen met extra bijspuiten. Bloedglucoses wel blijven vervolgen.

Advies bij een Hypoglycemie

NB. Er is sprake van een hypoglycemie wanneer de bloedglucosewaarde lager dan 3,5 mmol/l is. Probeer te voorkomen dat de hypoglycemie een hyperglycemie veroorzaakt.

Eet en drink snelwerkende suikers zoals dextrose tabletten, snoep, fruitsap of gewone softdrinks (cola, limonade, etc.). Wacht 10 tot 15 minuten en controleer vervolgens opnieuw uw glucose.

Algemene Adviezen

Hieronder vindt u een aantal algemene adviezen om binnen de streefwaarden te blijven.

  • Drink meer water en suikervrije dranken. (Vermijd drank met suiker, ook fruitsappen).
  • Volg uw aanbevolen maaltijdplan, indien u dat niet heeft neem dan contact op met uw diëtist(e).
  • Neem uw medicatie in zoals voorgeschreven door uw arts.

Zelfregulatie

Zelfregulatie betekent dat u zelf de dosis insuline of uw voeding aanpast als dat nodig is. Bijvoorbeeld als u ziek bent of gaat sporten. Ook kan het nodig zijn de dosis insuline aan te passen op basis van uw glucosewaarden. De diabetesverpleegkundige leert u precies hoe u zelf uw insulinedosering en uw voeding kunt aanpassen. Daarnaast is het belangrijk dat u leert van uw eigen ervaring.

Dagcurve

Uw zorgprofessional zal u vragen om regelmatig een dagcurve te maken. U moet dan op vaste tijden uw glucose testen en dit opschrijven in een dagboekje. Daarmee kan uw zorgprofessional controleren of uw medicatie nog in balans is met uw normale patroon van eten en bewegen.

labels:

Zie ook: