Het klinkt simpel, een cake bakken. Dat kan toch iedereen? Toch is dat moeilijker dan gedacht. Zelfs voor de beste bakkers kan het bakken van een goede cake een echte uitdaging zijn. Een scheur in de bovenkant, te droog of juist te nat of een ingestort exemplaar… Hoe zorg je voor een succesformule?

Gelukkig is de oplossing vaak makkelijk gevonden. In deze post delen we tips zodat het niet meer mis kan gaan in de keuken.

De basis voor een goede cake

De basis voor een goede cake is precisie. Een standaard cake bestaat uit 4 gelijke delen: 1 deel suiker, 1 deel bloem, 1 deel boter en 1 deel eieren. De Engelsen noemen het niet voor niks een pound-cake. Van elk ingrediënt pak je een pond.

Een cake krijgt het beste resultaat als je ingrediënten op kamertemperatuur zijn. Zo kun je de boter makkelijk luchtig kloppen met de suiker. Klop de boter en suiker luchtig tot het mengsel bijna wit is. Voeg daarna pas 1 voor 1 de eieren toe.

Veelgemaakte fouten en oplossingen

Te lang kloppen van het beslag

Als je je beslag te lang klopt, krijg je erg veel lucht in je beslag. Als je cake na het bakken afkoelt, bestaat de kans dat hij daardoor inzakt. Maar - zoals we in het begin al zeiden - bij het bakken van een cake is het ook belangrijk om geduld te hebben. Want je beslag moet wel luchtig zijn en de ingrediënten moeten goed worden gemixt.

Zakkende stukjes fruit of noten

Bak je een variant met gedroogd fruit, noten of rozijntjes? Let dan goed op dat ze niet naar de bodem zakken tijdens het bakken. Je kunt dit eenvoudig voorkomen door de stukjes door de bloem te halen voordat je ze aan je beslag toevoegt. Je doet de stukjes chocola, appel, nootjes of wat je ook door je beslag wilt doen in een schaaltje. Bij dit schaaltje doe je wat bloem en vermengt dit goed met elkaar.

Te hoge oventemperatuur

Een te hoge oventemperatuur heeft 2 nadelen:

  1. Je hebt meer kans op een droge cake.
  2. Hij kan openscheuren aan de bovenkant.

Dat zit zo: Bij het bakken van een cake wil je eigenlijk dat de cake op alle plekken evenredig gaart. Zet je de oventemperatuur te hoog, dan is de buitenkant eerder gaar dan de binnenkant. Er vormt zich al een krokant laagje, terwijl de cake aan de binnenkant nog verder gaart en rijst. Door dit rijzen, knapt hij letterlijk uit zijn voegen. Resultaat: een scheur in de bovenkant. Dat kan natuurlijk best mooi zijn, maar als je een biscuit gebruikt om je taart mee op te bouwen is een scheur niet ideaal. Daarnaast zorgen hoge temperaturen ervoor dat er meer vocht verdampt waardoor de cake erg droog kan worden.

Je kunt dit oplossen door de oventemperatuur te verlagen en de cake eventueel wat langer te bakken. Zit je nu met een gescheurde cake voor je neus waarvan je een laagjestaart wilt maken? Pak de taartzaag er dan bij en zaag de bult er af. Keer de cake ondersteboven tijdens het opbouwen en je hebt gewoon een hartstikke strak taartje.

De buitenkant van je cake is al mooi bruin gekleurd, maar de binnenkant is nog niet gaar. Dat krijg je met een te hoge oventemperatuur. Verlaag de temperatuur de volgende keer met 5 tot 10 graden en verleng de baktijd een beetje, geduld is een schone zaak.

Problemen met het lossen van de cake

Het is natuurlijk hartstikke zonde als je een mooie cake hebt gebakken, dat hij in stukken scheurt als je hem uit de vorm probeert te halen. Vet je bakvorm goed in, vergeet de hoekjes niet. En bekleed hem ook nog met bakpapier of bestuif met een laagje bloem. Zorg dat je je bakvorm bij cakes altijd goed invet en bestuift met bloem.

Laat de cake vervolgens eerst iets afkoelen in de vorm en keer hem dan voorzichtig om op een taartrooster. Laat hem een minuut of 10 afkoelen in de vorm, zodat hij stevig kan worden. Daarna kun je hem veilig lossen. Laat je cake overigens niet volledig afkoelen in de vorm. De condens van de warmte blijft dan namelijk in de vorm hangen en trekt weer in je baksel.

Let ook op dat je bakvorm nog heel is, kleine krasjes of scheurtjes in de coating kunnen ervoor zorgen dat je cake blijft plakken.

Te vroeg openen van de ovendeur

Als je de ovendeur te vroeg opent, kan je cake inzakken. Een cake heeft warmte nodig om te rijzen en stevig te worden. Als je de ovendeur opent, komt er koude lucht in de oven waardoor je dit proces verstoort. Als schrikreactie op de kou, kan je cake volledig inzakken. Je kunt de oven pas openen na de helft van de baktijd, maar het liefst helemaal niet.

Ingrediënten niet op kamertemperatuur

Een cake krijgt het beste resultaat als je ingrediënten op kamertemperatuur zijn. Haal dus op tijd de eieren en boter uit de koelkast. Een geschift beslag kun je redden door de kom - terwijl je blijft kloppen - aan de zijkant te verwarmen met een föhn. Op die manier zorg je ervoor dat alle ingrediënten dezelfde temperatuur worden. Daarnaast is het belangrijk om de eieren 1 voor 1 toe te voegen en de volgende pas toe te voegen als het vorige helemaal is opgenomen.

Platte en compacte cake

Een platte en compacte cake duidt op problemen met het rijzen. Weet je zeker dat jouw bakpoeder nog goed was? En heb je het goed gezeefd en gemengd door het beslag? Als dat niet het probleem kan zijn, check dan nog even goed het recept. Misschien heb je in verhouding teveel bloem gebruikt. Of een beslag gemaakt voor een 23 centimeter bakblik, maar het in een 30 centimeter bakblik gegoten.

Te droge cake

Hoe warmer je bakt, hoe meer vocht er tijdens het bakken verdampt. Als er teveel vocht verdampt, wordt je cake droog. Bak hem dus liever wat langer op een lagere temperatuur.

Hoe weet je of je cake gaar is?

Je cake op precies het goede moment uit de oven halen is een kunst. Ook hierbij is precisie weer belangrijk. Als de zijkanten van de cake los beginnen te laten van de vorm, is hij klaar om de oven uit te gaan. Er is een hele simpele en traditionele manier om te checken of je cake of cupcakes gaar zijn. Weten of je baksel perfect gaar is? Test dan eerst de gaarheid met een satéprikker, breinaald of speciale tester. Aan het eind van de baktijd steek je die prikker in het midden van de cake en dan trek je hem er weer uit. Komt de prikker er schoon uit, dan is de cake gaar. Een paar kruimeltjes die er al goed uitzien is ook niet erg. Wanneer er nog beslag of plakkerige stukjes cake/beslag aan de prikker zit is hij nog niet goed.

Tips voor verschillende soorten baksels

  • Cheesecakes: Controleer je door de vorm een klein beetje heen en weer te bewegen. De taart is goed zodra de vulling stevig oogt, maar nog wel een beetje wiebelig is.
  • Schuimpjes of meringues: Zijn klaar wanneer ze makkelijk loslaten van het bakpapier. Ze zijn in het midden van vaak nog wat zachter.
  • Brownies: Een brownie is goed wanneer de bovenkant er droog uit ziet en ietwat mat is. Haal hem dan uit de oven en laat in de vorm helemaal afkoelen. Echt helemaal, anders breekt hij in vele stukken.

Cake bewaren

Een zelfgemaakte cake is vaak zo op. Maar wil je deze toch bewaren dan kan je hem het beste verpakken in huishoudfolie of in een luchtdichte trommel bewaren. Heb je een taart of cake versierd met iets van zuivel erop, zoals een topping van cream cheese, of een vulling van slagroom, bewaar je cake dan altijd in de koelkast. Anders wordt de vulling zuur. Een gebakken cake kun je ongeveer 4 dagen bewaren.

labels:

Zie ook: