Voedsel- en waterconsumptie is essentieel voor het menselijk leven. Je lichaam heeft energie uit voedselbronnen en hydratatie uit water nodig om goed te kunnen functioneren. De vele systemen in je lichaam werken optimaal met een gevarieerde voeding en voldoende waterinname per dag. Maar ons lichaam is ook in staat om dagenlang zonder water te overleven.

De Palliatieve Fases en Voeding

Wanneer iemand een levensbeperkende ziekte of kwetsbaarheid heeft wordt er palliatieve zorg geboden. Deze zorg start vanaf het moment dat bekend is dat genezing niet meer mogelijk is. De periode waarin palliatieve zorg wordt gegeven kan lang maar ook kort zijn. Dat hangt af van de onderliggende ziekte of kwetsbaarheid en de fase waarin de persoon zich bevindt. Kwaliteit van leven en de wensen en behoeften van de patiënt staan in deze fasen altijd voorop.

Palliatieve zorg kent verschillende fases. Deze zijn niet afgebakend. Vaak lopen deze fasen tegelijkertijd naast elkaar en door elkaar heen. Toch zijn er grofweg fases te onderscheiden:

  • Ziektegerichte palliatieve fase: De ziekte wordt behandeld zonder dat genezing mogelijk is. Het doel is om de ziekte zo lang mogelijk te remmen, of stil te laten staan, en de gevolgen van de ziekte beperkt te houden.
  • Symptoomgerichte palliatieve fase: De ziekte gaat verder en er ontstaan mogelijk meer klachten. Er wordt geen behandeling meer gegeven om de ziekte te remmen maar wel om de gevolgen (de symptomen) van de ziekte zo veel mogelijk te beperken of te verlichten. Ook voeding en vocht krijgt dan een andere rol.
  • De terminale symptoomgerichte palliatieve fase: In deze fase, ongeveer de laatste 3 maanden voor het overlijden, wordt symptoomverlichting steeds belangrijker en verandert de focus van de zorg verder richting het naderende sterven. Soms moeten er belangrijke beslissingen genomen worden ten aanzien van voeding en vocht.
  • De stervensfase: Deze fase sluit de terminale fase af. Dan verschuift de aandacht van kwaliteit van leven naar kwaliteit van sterven. Deze fase duurt meestal slechts enkele uren tot dagen, tot het overlijden.

In de (terminale) symptoomgerichte fase wordt er geen behandeling gegeven om de ziekte te remmen, maar zijn er wel behandelingen om de gevolgen (de symptomen) van de ziekte zo veel mogelijk te beperken of te verlichten. Dit kunnen therapieën zijn, medicijnen of aanpassen van eet- en drinkgedrag.

De stervensfase sluit de terminale symptoomgerichte palliatieve fase af. In de stervensfase kondigt het overlijden zich onherroepelijk aan en sterft iemand binnen enkele uren tot dagen. In de stervensfase is inname van voeding en vocht geen prioriteit en zal dit geheel vanzelf stoppen of gestopt worden.

Veranderingen in de (terminale) symptoomgerichte palliatieve fase

Veel voorkomende symptomen en veranderingen in de (terminale) symptoomgerichte palliatieve fase, die voor een deel te maken hebben met voeding en vocht, zijn; gewichtsverlies, spierzwakte, gewichtstoename, pijn, benauwdheid, vermoeidheid, gebruik van voedingssupplementen, omgang met voeding en vocht, verandering in de sociale beleving en de betekenis van eten en drinken.

Afhankelijk van de palliatieve fase waarin iemand zich bevindt kunnen symptomen en veranderingen beïnvloed of geaccepteerd worden. De arts/VS/PA of diëtist zal dit bespreekbaar maken. Het kan ook zelf bespreekbaar gemaakt worden. Blijf niet met vragen zitten, uitleg en/of behandeling kan de kwaliteit van leven verbeteren.

Gewichtsverlies

Gewichtsverlies komt vaker voor dan gewichtstoename. Gewichtsverlies kan door verschillende oorzaken komen, zoals door gebrek aan eetlust, problemen van de mond, keel, slokdarm of maag en darmen. Het komt ook door de ziekte zelf omdat er veranderingen in de stofwisseling optreden. Uiteraard kan het ook een gevolg zijn van de behandeling (zoals een operatie of chemotherapie) of door het gebruik van medicijnen.

Spierzwakte

In combinatie met gewichtsverlies ontstaat er vaak ook spierzwakte. De spieren nemen in omvang en kracht af. Hiermee wordt ook verlies van conditie ervaren. De combinatie van gewichtsverlies en spierzwakte kan dagelijkse bezigheden moeilijker maken.

Gewichtstoename

Gewichtstoename in de palliatieve fasen komt niet vaak voor. Wanneer het ontstaat kan dat komen door behandelingen van een ziekte (chemotherapie, hormoontherapie, operaties), door ziekte zelf (vochtophoping onder de huid of in de buik) en door minder lichaamsbeweging. Natuurlijk kan het ook ontstaan door teveel en te calorierijk eten, zeker wanneer er meer trek is of juist een verminderde verzadigingsprikkel, bijvoorbeeld bij het gebruik van bepaalde medicijnen.

Pijn, benauwdheid en vermoeidheid

Door pijn, benauwdheid en vermoeidheid kan eten en drinken een opgave zijn. Bij deze klachten is er vaak minder zin in eten. In het geval van pijn en benauwdheid kan behandeling van die klacht helpen om daarna weer beter te kunnen eten en drinken.

Hoe Lang Kun Je Zonder Voedsel Overleven?

Het weglaten van voedsel- en wateropname gedurende een aanzienlijke periode wordt ook wel verhongering genoemd. Je lichaam kan na een dag of twee zonder voedsel of water aan verhongering onderhevig zijn. Op dat moment begint het lichaam anders te functioneren om de hoeveelheid energie die het verbrandt te verminderen. Uiteindelijk leidt verhongering tot de dood.

Er is geen harde en snelle “vuistregel” voor hoe lang je zonder voedsel kunt leven. Er is een gebrek aan wetenschappelijk onderzoek naar verhongering omdat het nu onethisch wordt geacht verhongering bij menselijke proefpersonen te bestuderen.

Het duurt ongeveer acht uur zonder eten voor je lichaam verandert hoe het werkt. Onder normale omstandigheden breekt je lichaam voedsel af tot glucose. Zodra het lichaam 8 tot 12 uur geen toegang tot voedsel heeft gehad, is je glucose-opslag uitgeput.

Nadat je glucose en glycogeen uitgeput zijn, begint je lichaam aminozuren te gebruiken om energie te leveren. Om overmatig spierverlies te voorkomen, begint het lichaam te vertrouwen op vetreserves om ketonen aan te maken voor energie, een proces dat ketose heet. Je zult in deze periode aanzienlijk gewichtsverlies ervaren.

Een van de redenen waarom vrouwen hongersnood langer kunnen volhouden dan mannen is dat hun lichaam een hogere vetsamenstelling heeft. Hoe meer vetreserves beschikbaar zijn, hoe langer iemand gewoonlijk tijdens een hongerdood kan overleven.

Je begint ernstige bijverschijnselen te krijgen tijdens het stadium van verhongering waarin je lichaam zijn spierreserves voor energie gebruikt. Een studie in het British Medical Journal stelt dat mensen die een hongerstaking ondergaan goed in de gaten gehouden moeten worden op ernstige bijverschijnselen van verhongering nadat ze 10 procent van hun lichaamsgewicht verloren hebben.

Hoe Lang Kun Je Zonder Water Overleven?

Je hebt veel meer kans om wekenlang - en mogelijk maandenlang - een hongerdood te overleven als je in staat bent een gezonde hoeveelheid water tot je te nemen. Je lichaam heeft veel meer in zijn reserves om voedsel te vervangen dan vocht.

Volgens een artikel kunnen mensen op hun sterfbed tussen 10 en 14 dagen overleven zonder voedsel en water. Er zijn enkele langere perioden van overleving opgemerkt, maar die komen minder vaak voor. Bedenk dat mensen die bedlegerig zijn niet veel energie verbruiken.

Een studie die naar hongerstakingen keek stelde voor dat iemand minstens 1,5 liter water per dag moet drinken om de hongerdood langere tijd te overleven.

Bewust Stoppen met Eten en Drinken

Om het moment van sterven te bespoedigen, kan een ernstig zieke er bewust voor kiezen met eten en drinken te stoppen. Door het lichaam vocht en voedsel te onthouden, gaat het lichaam de eigen reserves aanspreken. Afhankelijk van de conditie, sterft iemand doorgaans binnen één à twee weken. Als de stervende af en toe nog wat water drinkt, kan het iets langer duren (meerdere weken).

Het besluit om het levenseinde te bespoedigen door te stoppen met eten en drinken, kan niet zomaar worden genomen. Het vraagt om een goede voorbereiding en ondersteuning van zorgverleners. Anders is de kans dat de zieke het doel - rustig sterven - haalt, niet zo groot.

Tijdens het stoppen met eten en drinken heeft u zorg nodig van een arts, (thuis)zorg of uw naasten. Uw naasten kunnen u helpen op momenten dat u het moeilijk heeft. Heeft u geen naasten? dan is het nog belangrijker dat u zorgverleners om hulp vraagt.

U kunt door het stoppen met eten en drinken bewusteloos raken. Of in de war. Dan kunt u niet meer zelf beslissen. Zet op papier wie medische beslissingen voor u mag nemen als u dat niet meer kunt. Deze persoon kan namens u met de arts spreken. Kies iemand uit die u goed kent en die weet wat u zou willen. En kies iemand die uw beslissing om te stoppen met eten en drinken steunt.

Daarnaast is het verstandig om een behandelverbod op te stellen. In een behandelverbod staat dat u niet behandeld wilt worden in bepaalde situaties. De arts moet zich hieraan houden. U schrijft bijvoorbeeld op dat u geen drinken wilt krijgen. Ook niet als u in de war raakt en er om vraagt. En dat u geen behandeling wilt die uw leven kan redden. U kunt zelf bepalen wat u opschrijft.

Wat te doen als een dierbare steeds minder eet en drinkt

Steeds minder kunnen of willen eten is normaal in de laatste weken van het leven. Dit hoort bij het stervensproces. Vooral voor naasten kan het moeilijk zijn.

Toch is het belangrijk om te beseffen dat het normaal is dat iemand niet meer eet en drinkt in de laatste weken van het leven. En dat er andere manieren zijn om je naaste nog liefdevol te verzorgen.

Tips:

  • Bespreek je zorgen en gevoelens over eten en drinken met de (huis)arts, palliatieve verpleegkundige of met een diëtist.
  • Bedenk of vraag wat je dierbare lekker vindt. Of probeer samen iets uit.
  • Dring je dierbare geen eten of drinken op.
  • Je kunt ervoor kiezen om helemaal niet meer met eten en drinken bezig te zijn.

Samen zijn is belangrijk. Je kunt samen foto’s bekijken, herinneringen ophalen of naar een tv-programma kijken. Zorg voor ontspanning.

Mondverzorging bij dorst

In de laatste weken van het leven voelt de patiënt meestal geen honger meer. Bij een dorstgevoel helpt het om de mond vochtig te houden.

  • Swabs gebruiken. Dit zijn kleine sponsjes op een stokje, vochtig gemaakt met water. Ze zijn te koop bij de apotheek.
  • Met een verstuiver (gevuld met water) de mond vochtig sprayen.

labels:

Zie ook: