“In mei leggen alle vogels een ei, behalve de koekoek en de griet, die leggen in de meimaand niet”. Een tegeltjeswijsheid waar ik altijd aan moet denken als het broedseizoen begint. Het klinkt lekker positief en het rijmt. Dus kun je het makkelijk onthouden. Net als ‘april doet wat het wil’ en ‘maart roert zijn staart’. Ze zeggen iets over het weer en de seizoenen.

Deze uitspraak is waarschijnlijk ontstaan omdat in de maand mei veel vogelsoorten beginnen met broeden en het leggen van eieren. In deze periode van het jaar zijn de omstandigheden voor vogels vaak gunstig: het weer is warmer en er is meer voedsel beschikbaar, waardoor vogels beter in staat zijn om hun jongen groot te brengen. Toch wordt het spreekwoord nog vaak gebruikt, omdat het aangeeft dat de lente een belangrijke periode is voor vogels en hun voortplanting.

Echter, in tegenstelling tot dit gezegde leggen lang niet alle vogels hun eieren in mei. De natuur is veel gevarieerder. Van januari tot augustus worden er nesten gebouwd, eieren gelegd en gebroed. Iedere vogelsoort kent zijn eigen cyclus en zijn eigen wijze van het opvoeden van de jongen.

Vogelsoorten en hun broedseizoen

Veel vogelsoorten in Nederland broeden in een andere maand. De meeste vogels, zoals de mees, merel en mus leggen hun eerste eieren in april. Sommige vogels, zoals de merel of het roodborstje, kunnen meerdere eieren per jaar leggen. Als hun eerste poging mislukt, zie je dat sommige in mei het weer proberen.

Eenden, merels, mussen en mezen bijvoorbeeld leggen vaak al eitjes in maart en april. Het zijn vaak de standvogels die het eerst beginnen met broeden. Standvogels blijven het hele jaar door in Nederland. Veel trekvogels broeden wat later. Die komen soms in ons land aan als sommige standvogels al op de eieren liggen. De zomervogels (trekvogels), zoals de bosrietzanger of de wielewaal leggen pas tussen mei en juli hun eerste ei. Deze overwinteren in warme landen en komen pas eind april terug.

Er zijn ook vogels die later in het jaar eieren leggen, bijvoorbeeld de ooievaar en de houtduif. Zij beginnen vaak pas in juni met broeden. Er zijn ook vogels die helemaal niet broeden in Nederland, zoals de flamingo en de pelikaan. Zij komen wel naar Nederland om te rusten of te overwinteren, maar gaan ergens anders broeden.

De Koekoek en de Griet

De koekoek legt, in tegenstelling tot de tegeltjeswijsheid, juist eieren rond mei in het nest van een andere vogel. Het broeden en de opvoeding laat hij over aan de waardvogels, omdat hij te druk is met het vinden van zijn voedsel. Het levert het unieke beeld op dat een kleine vogel een veel groter hongerig kuiken voedt.

De griet, veel beter bekend als de grutto en in 2015 gekozen als onze nationale vogel, legt zijn eieren in de periode van maart tot zelfs juni. Dus ook in mei! Net als de kievit kent de grutto een zeer bijzondere wijze van opvoeding. Het nest wordt gemaakt in een kruidenrijke weide en na het uitbroeden verlaten de kuikens na circa 24 dagen het nest. We noemen dit nestvlieders in plaats van nestblijvers. De kuiken moeten helemaal zelf zorgen voor hun voedsel door buiten het nest in kruidenrijke weilanden op zoek te gaan naar insecten. Maar ’s avonds voor het slapen gaan mogen ze wel weer de warmte opzoeken in het nest bij hun ouders. Het klinkt cru maar is een manier om de kuikens onafhankelijk te maken. Na circa 24 dagen kunnen ze al vliegen. En twee weken later zijn ze al zo sterk dat ze weer terugvliegen naar West-Afrika waar ze het grootste deel van het jaar verblijven. Wat de grutto helemaal bijzonder maakt is dat de jongen later dan de volwassenen terugvliegen.

Klimaatverandering en het broedseizoen

Het klimaat heeft invloed op het broedseizoen. Interessant nu de temperatuurgrens steeds verder naar het noorden opschuift. Het wordt eerder warm in ons land en daarom komen insecten eerder tevoorschijn. Dat betekent dat er eerder voedsel beschikbaar is waar sommige vogels op reageren, net als dat een goed muizenjaar voor meer uilen- en roofvogelnesten zorgt.

Het broedseizoen is bij sommige vogels eerder in het jaar. Dit komt waarschijnlijk door de opwarming van de aarde. Bijvoorbeeld de mezen. Die leggen hun eieren als de bomen beginnen te bloeien. Dan komen er namelijk rupsen op. En dat is voedsel voor de kuikens. De bomen bloeien eerder dan vroeger, dus leggen de mezen eerder hun eieren.

Uit de broedbiologische gegevens van het Meetnet Nestkaarten van SOVON/CBS over de periode 1986 tot 2011 blijkt dat de gemiddelde eilegdatum van zangvogels met 14 dagen vervroegd is. Dit is mogelijk het gevolg van het vroegere optreden van insecten, zoals van vlinders en hun rupsen. Vrijwel alle zangvogels, dus niet alleen insecteneters maar ook zaadeters, zijn namelijk voor het voeren van hun jongen afhankelijk van insecten.

Maar dat is een risicovolle beslissing voor de vogels, zou je denken. Het voorjaarsweer is vaak behoorlijk wisselvalling en onvoorspelbaar. Nachtvorst kan sterfte onder de jonge vogels opleveren die vroeg worden geboren. Kom ik toch weer bij de weerspreuken. “Maart roert zijn staart en april doet wat ie wil” en “aprilletje zoet geeft ook nog weleens een witte hoed”. Maar goed, als de temperatuurgrens blijft opschuiven kunnen we ook die weerspreuken aanpassen.

Bedreigingen voor de Grutto

Een prachtig verhaal over de grutto, maar helaas gaat het niet goed met de grutto. De vogel kent veel bedreigingen waarvan de belangrijkste de intensieve landbouw is. In de broedtijd en de tijd totdat ze kunnen vliegen zijn ze afhankelijk van een vochtig natuurlijk weidelandschap. Ze hebben rust en water nodig om te kunnen overleven. En juist de intensieve landbouw draagt bij aan de droogte en de drukte. Gelukkig wordt er in Nederland, waar 90% van de grutto’s broeden, hard gewerkt aan herstel van de natuur.

labels: #Ei

Zie ook: