Gezond leven en medicijnen kunnen helpen uw bloedsuiker te verlagen. Als uw bloedsuiker te hoog blijft, zijn gezonde gewoonten en medicatie meestal voldoende als behandeling voor diabetes type 2 (suikerziekte). Soms lukt het echter niet om uw bloedsuiker goed te krijgen, en dan moet u misschien ook overdag insuline spuiten.
Insuline-pen: Uw hulpmiddel
Voor insuline gebruikt u een insuline-pen, een spuit met insuline. Meestal blijft u ook andere medicijnen gebruiken. Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl. U moet leren hoe u moet spuiten, eerst met de praktijkondersteuner of huisarts, en daarna kunt u thuis oefenen.
Verschillende soorten insuline-pennen
Insuline spuit u met een insuline-pen. Die lijkt op een pen om mee te schrijven. Er zijn verschillende insuline-pennen:
- In soort, grootte en kleur
- Met insuline: de insuline zit al in de insuline-pen
- Zonder insuline: je doet de insuline zelf in de insuline-pen
Samen met de praktijkondersteuner of huisarts kiest u welke pen goed bij u past.
Naaldjes
Op een insuline-pen zitten heel dunne naaldjes. Bij elke prik doet u een nieuw naaldje op de insuline-pen. Er zijn naaldjes met verschillende lengtes. U kiest de lengte die goed past bij hoe dik uw huid is. Ook deze keuze maakt u samen met de praktijkondersteuner of huisarts.
Oefenen met prikken
Oefen veel voordat u insuline gaat spuiten, zo krijgt u meer zelfvertrouwen en heeft u geen pijn als u prikt. U oefent met een speciale pen en vloeistof. Deze vloeistof is geen medicijn en is veilig voor uw lichaam. Oefenen met prikken doe je zo:
- Was uw huid met water en zeep. Gebruik geen middel tegen bacteriën (ontsmettingsmiddel).
- Maak uw huid goed droog.
- Hou de huid met 1 hand strak. Dat prikt makkelijker.
- Prik met uw andere hand.
- Met de meeste pennen kunt u recht in de huid prikken.
Waar prikt u?
Uw buik en bovenbenen zijn de beste plekken om insuline te spuiten. Wel komt insuline via uw buik sneller in uw bloed dan via uw been. Als het kan: kies 1 plek waar u steeds prikt. Bijvoorbeeld uw buik. Prik wel elke dag op een ander stukje huid. Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl. Bent u klaar met oefenen? En weet u wat u moet doen bij een lage bloedsuiker?
Hoe spuit u insuline met een insuline-pen?
Dit doet je meestal 's avonds na het eten. Op deze manier spuit je insuline met een insuline-pen:
- Doe een nieuw naaldje op de pen.
- Het hangt van je insuline af of je de pen rustig moet bewegen. Zo meng je de insuline. Je huisarts vertelt of je dit wel of niet moet doen.
- Zet de pen op 2 eenheden. De hoeveelheid insuline meten we in eenheden. De eenheden staan op de pen. Druk op de knop van de pen. Je ziet een druppel op het naaldje. Zo haal je de luchtbellen uit de pen. En weet je of je pen het goed doet.
- Zet je pen op het aantal eenheden dat je hebt afgesproken. Bijvoorbeeld 10 eenheden. Of een andere hoeveelheid. Houd de huid strak en prik recht met het naaldje in je huid.
- Druk de knop langzaam in tot de pen stopt.
- Kijk of de pen weer op 0 staat.
- Wacht 10 seconden voor je de pen uit je huid haalt.
- Haal het gebruikte naaldje voorzichtig van de pen. En doe het naaldje in een speciale naaldcontainer.
Bloedsuiker meten
In het begin meet u elke ochtend uw bloedsuiker voordat u eet of drinkt. Dit heet de nuchtere bloedsuiker. De praktijkondersteuner of huisarts vertelt altijd hoeveel eenheden u moet spuiten, totdat uw bloedsuiker goed is. Kunt u goed prikken? En blijft uw bloedsuiker goed? Dan spreekt u af hoe vaak u uw nuchtere bloedsuiker meet.
Wanneer moet u direct contact opnemen?
112: Iemand moet direct 112 bellen als u bewusteloos bent.
Spoed: In deze situaties belt u direct de huisarts of huisartsen-spoedpost:
- U heeft suiker gegeten of gedronken, maar uw bloedsuiker blijft lager dan 3,9.
- U reageert niet meer goed als iemand iets tegen u zegt.
- U haalt moeilijk adem.
- U bent in de war.
- U gaat beven, zweten of gapen, en suiker helpt niet.
- U wordt 's ochtends onrustig wakker, en suiker helpt niet.
- U krijgt hoofdpijn en ziet wazig of dubbel, en suiker helpt niet.
- U plast niet of heel weinig, en u heeft dorst.
- U geeft over.
In deze situaties belt u dezelfde dag uw huisarts of de huisartsen-spoedpost:
- U heeft een ontsteking, bijvoorbeeld een longontsteking, huidontsteking of blaasontsteking.
- U bent ziek met koorts, overgeven of diarree.
Bij deze klachten wordt uw bloedsuiker snel te laag. Blijf insuline spuiten als u ziek bent. Vraag aan uw huisarts hoeveel eenheden u moet spuiten en wanneer. Bent u korter dan 3 maanden geleden insuline gaan spuiten? Laat dan ook uw ogen controleren. Door de insuline kan uw bloedsuiker heel snel verbeteren. Kijk voor meer informatie op Apotheek.nl.
Zelfregulatie: Aanpassen van uw insulinedosering
Zelfregulatie betekent dat u zelf de dosering insuline aanpast als dat nodig is. Bijvoorbeeld als u ziek bent, gaat sporten of een etentje heeft. Uitgangspunt hierbij is dat u leeft zoals u graag wilt leven en dat u leert hoe u uw insulinedosering hierop kunt aanpassen.
Hoe de insuline werkt
Insuline zorgt ervoor dat glucose (suiker) door lichaamscellen wordt opgenomen en dat het niet achterblijft in het bloed. Hierdoor daalt de glucosewaarde in het bloed.
Soorten insuline
U gebruikt langwerkende of middellangwerkende insuline én kortwerkende insuline. Hieronder beschrijven we deze soorten.
Langwerkende insuline
Langwerkende insuline gebruikt u op een vast tijdstip ’s ochtends of ’s avonds, met een marge van een half uur eerder of later. U spuit bij voorkeur in uw bovenbeen. Ongeveer 1 á 2 uur na het inspuiten begint de insuline te werken. Langwerkende insuline werkt ongeveer 24 uur. Voorbeelden van langwerkende insuline zijn: Lantus®, Abasaglar®, Toujeo® en Tresiba®.
Middellangwerkende insuline
Middellangwerkende insuline gebruikt u over het algemeen ’s avonds op een vast tijdstip, met een marge van een half uur eerder of later. U spuit bij voorkeur in uw bovenbeen. Ongeveer 1 á 2 uur na het inspuiten begint de insuline te werken. Het maximale effect wordt 4 á 12 uur na het inspuiten bereikt. Hoe lang de insuline werkt hangt onder andere af van de dosis. Hoe meer u spuit, hoe langer het effect. In het algemeen werkt middellangwerkende insuline 12 tot 24 uur. Voorbeelden van middellangwerkende insuline zijn: Humuline NPH® en Levemir®.
Kortwerkende insuline
Kortwerkende insuline gebruikt u voor het ontbijt, voor de lunch en voor het avondeten, of op andere momenten wanneer dat wenselijk is. U spuit bij voorkeur in uw buik. Ongeveer 10 minuten na het inspuiten begint de insuline te werken. Het maximale effect wordt ongeveer 1 uur na het inspuiten bereikt. Hoe lang de insuline werkt hangt onder andere af van de dosis. Hoe meer u spuit, hoe langer het effect. In het algemeen werkt kortwerkende insuline 2 tot 5 uur. Voorbeelden van kortwerkende insuline zijn: Aspart, Novo Rapid®, Humalog® en Apidra®.
Streefwaarden bloedglucose
De nuchtere glucosewaarde en de curvelijn in de nacht geeft de basissituatie weer. De streefwaarde hiervan ligt tussen de 4 en 7 mmol/l. Na een maaltijd neemt de glucose in het bloed eerst langzaam toe en daalt vervolgens weer langzaam. De hoogste glucosewaarde na de maaltijd (veroorzaakt door de voeding) ziet u ongeveer 1,5 uur na de maaltijd in de curvelijn. Hier ligt de streefwaarde tussen de 3.9 en 8 mmol/l.
Aanpassen (middel)langwerkende insuline
Bij het aanpassen van de insulinedosering werkt u eerst toe naar een nachtelijke curvelijn en/of een nuchtere glucosewaarde die binnen de streefwaarde ligt (tussen de 4 en 7 mmol/l). Als de glucosewaarde niet binnen deze waarde ligt, past u de (middel)langwerkende insuline aan. Wij raden u aan minstens twee dagen dezelfde dosering (middel)langwerkende insuline te gebruiken, voordat u deze verder aanpast. Hoeveel insuline nodig is om de juiste glucosewaarde te krijgen, verschilt per persoon.
De volgende aandachtspunten hebben invloed op de nachtelijke curve. Let hier op als u de dosering wilt verhogen.
- Is de hoge nuchter waarde een gevolg van een nachtelijke ruime curvelijn of van een reactie op een lage waarde, onder de 4 mmol/l in de nacht? Om hier achter te komen meet u om 3 uur ’s nachts uw glucosewaarde of u kijkt naar de dagelijkse grafiek in uw app of scanner.
- Wanneer uw verhoogde nuchtere bloedglucosewaarde inderdaad een reactie is op een hypoglykemie in de nacht, dient u de dosis (middel)langwerkende insuline juist te verlagen (volgens onderstaand schema).
- De glucosewaarden in de loop van de avond kunnen ook invloed hebben op verloop van de curve in de nacht.
Onderstaand schema kunt u gebruiken voor het aanpassen van uw dosering (middel)langwerkende insuline. Let op: dit zijn richtlijnen.
| Bloedglucosewaarde nuchter (mmol/l) | Aanpassingsdosis (middel)langwerkende insuline |
|---|---|
| Lager dan 4 | ... eenheden minder |
| 4 - 7 | Geen aanpassing |
| 7 - 10 | ... eenheden meer |
| Meer dan 10 | ... eenheden meer |
Controleer het effect van de aanpassing door uw glucosewaarden te bepalen.
Aanpassen kortwerkende insuline
Wanneer uw glucosewaarde voor de maaltijd tussen de 4 en 7 mmol/l ligt, maar de glucosewaarde 1,5 uur na de maaltijd niet binnen de streefwaarden van 4 tot 8 mmol/l blijft, dan kunt u de hoeveelheid kortwerkende insuline aanpassen. Dit doet u de eerstvolgende dag bij de maaltijd voor de verhoogde glucosewaarde. Pas de insuline niet bij twee opeenvolgende maaltijden tegelijk aan. Begin altijd met de eerste glucosewaarde van de dag die niet binnen de streefwaarde ligt. Hoeveel kortwerkende insuline nodig is om de glucosewaarde na de maaltijd binnen de streefwaarden te laten blijven of ernaar terug te keren verschilt per persoon.
Als de waarde af en toe tussen de 8 en 10 mmol/l ligt, dan past u de dosering niet aan. Is dit echter meerdere dagen het geval? Dan past u de dosering wel aan.
Onderstaand schema kunt u gebruiken voor het aanpassen van uw dosering kortwerkende insuline. Let op: dit zijn richtlijnen.
| Bloedglucosewaarde 1,5 uur na de maaltijd (mmol/l) | Aanpassingsdosis kortwerkende insuline |
|---|---|
| Lager dan 4 | ... eenheden minder |
| 4 - 8 | Geen aanpassing |
| 8 - 10 | ... eenheden meer |
| 10 - 15 | ... eenheden meer |
| Meer dan 15 | ... eenheden meer |
Controleer het effect van de aanpassing door uw glucosewaarden te bepalen.
labels:
Zie ook:
- Mix Insuline: Ontdek Het Beste Moment Voor Of Na De Maaltijd Voor Optimale Bloedsuikercontrole!
- Recepten voor Taart: Bak de Heerlijkste Taarten Zelf!
- Gehaktballetjes Maken voor Soep: Makkelijk en Smaakvol!
- Heerlijk Recept: Kippenragout met Champignons Maken
- Ontdek Het Ultieme Recept Voor Luchtige & Gezonde Wafels Die Iedereen Zal Verleiden!




