Zoogdieren (Mammalia) behoren tot de groep gewervelden en vormen een van de meest bekende diergroepen op aarde, waartoe ook de mens behoort. Er zijn ruim 5500 soorten, onderverdeeld in 1250 geslachten, ruim 150 families en bijna 30 ordes. Het zijn warmbloedige gewervelde dieren. Hun lichaam is bedekt met haar ze hebben longen waar ze door ademhalen, en verzorgen de jongen door moedermelk. De huid heeft melkklieren en zweetklieren. Met zweetklieren kunnen zoogdieren warmte kunnen verliezen. Een van de andere kenmerken is de bouw van hun onderkaak die uit maar 1 bot bestaat en 3 gehoorbeentjes.

Zoogdieren worden beschreven als de hogere dieren, vanwege de verdere ontwikkeling dan bij de lagere dieren. Onder de lagere dieren vallen de reptielen, vissen, amfibieën en ook de ongewervelden zoals vlinders en vliegen. De vogels vallen in principe onder de hogere dieren.

Indeling van Zoogdieren

In het verleden werden de zoogdieren ingedeeld naar wat de dieren eten. Het lijkt logisch om zoogdieren in te delen op eenvoudige wijze wat een dier eet. De tijgers, katten en honden en eten vlees en werden op basis daarvan ingedeeld in de Carnivora (vleeseters). Antilopen, zebra’s of paarden eten planten en werden ingedeeld in de Herbivora (planteneters). Muizen, ratten en cavia’s hebben twee scherpe lange voortanden om het voedsel kapot te knagen en werden ingedeeld in de Rodentia (knaagdieren).

Ook het lichaam van een zoogdier hangt af van het voedsel. Daarnaast is het ook logisch dat dieren die bijvoorbeeld gras eten ook in dezelfde omgeving leven. Graslanden zijn open gebieden en dit kan voor dieren een gevaarlijke omgeving zijn voor de roofdieren die er aanwezig zijn. De dieren hebben zich op een bepaalde manier ontwikkeld om zich te beschermen tegen gevaar. Dieren kunnen in kuddes leven en bij andere soorten is juist het mannetje van grotere omvang om het te kunne opnemen tegen een roofdier.

In de evolutie van de zoogdieren blijkt dat er een relatief snelle verandering kan plaatsvinden in het leefgebied of het voedsel. De geschiedenis vertelt dat zoogdieren experimenteren en in andere gebieden andere soorten voedsel ging eten. Bepaalde carnivoren gingen in de zee leven en vis eten. De visetende robben lijken op de grasetende zeekoeien.

Gemeenschappelijke Kenmerken van Zoogdieren

Zoogdieren heb je in alle soorten en maten, maar een aantal kenmerken hebben ze gemeen. Zo ademen alle zoogdieren met behulp van de longen. Ook zoogdieren in zee zoals walvissen en dolfijnen moeten regelmatig boven water komen om adem te halen.

Haren

Het haar die vrijwel alle zoogdieren hebben is eveneens een belangrijk kenmerk van een zoogdier. Zoogdieren zijn de enige dieren die haar hebben. Dankzij de vacht wordt warmte binnen, dan wel buiten gehouden. Alleen walvissen en de naakte molrat hebben geen haren op hun lijf. Sommige zoogdieren lijken kaal te zijn - zoals de naaktkat (sphinx) en Mexicaanse naakthond - maar deze rassen hebben toch kleine, bijna onzichtbare, haartjes over hun lijf die vergelijkbaar zijn met de haartjes die mensen op hun armen hebben. Er zijn ook zoogdieren waarbij de haren zijn ontwikkeld (of omgevormd) tot stekels die bescherming bieden tegen de vijanden.

De vacht van zoogdieren hebben de functie van effectieve warmteregeling. Door middel van spiertjes aan de haren kunnen de haren aangespannen worden, zodat er een isolerende laag luchtlaag ontstaat. Bij de walvissen of zeehonden is de isolerende functie niet geregeld via de haren maar door de onderliggende en onderhuidse vetlaag. Een andere functie van de haren bij zoogdieren is het verspreiden van geuren via de uiteinden van de huidklieren.

Tanden

Vissen en reptielen hebben tanden. Toch zijn de tanden bij de zoogdieren een absolute specialisatie. De insecteneters hebben veel en puntige tanden om de insecten te kunnen vermalen. Knaagdieren hebben scherpe en beitelvormige snijtanden. Woelmuizen hebben daarentegen sterke maalkiezen om het voedsel te pletten. Bij de roofdieren bestaan de tanden uit knipkiezen om het voedsel te verscheuren en door te snijden.

Klieren

De huidklieren van zoogdieren heeft met name de functie van onderlinge communicatie. Deze vorm van communicatie is bij zoogdieren verder ontwikkeld dan in vergelijking met andere diersoorten in de andere klassen van het dierenrijk. Binnen de zoogdieren kan er sprake zijn van een verfijnde wijze van het gebruik maken van de huidklieren en het verspreiden van geuren en stoffen.

De klieren bevinden zich op verschillende plekken op het lichaam van een zoogdieren. Bij roofdieren bevinden de klieren zich bij de anus. Bij reeën zitten de klieren tussen de hoeven.

Melkklieren

Het laatste en meest belangrijke kenmerk van zoogdieren is dat het de enige dieren zijn die hun jongen voeden met moedermelk die uit de tepels komt. Sommige zoogdieren hebben twee tepels, bijvoorbeeld paarden, en andere dieren wel 22, zoals bij een varken. Sommige zoogdieren geven maar kort melk aan hun jongen, maar er zijn ook dieren waar de jongen jarenlang afhankelijk zijn van de moedermelk.

Deze melk komt uit de melkklieren die zich bevindt in een tepel. De tepel of tepels bij zoogdieren bevinden zich tussen tussen de oksel en de lies en kan zowel aan de linker- als rechterkant van het lichaam zijn.

Lichaamstemperatuur

Alle zoogdieren zijn warmbloedig, wat inhoudt dat ze zelf hun temperatuur kunnen regelen en dus niet hoeven op te warmen in de zon. Hierdoor komen zoogdieren zelfs in de meest barre klimaten voor, in tegenstelling tot veel reptielen die de zon en warmte van een warm klimaat nodig hebben. De warmte die tijdens de stofwisselingsprocessen gevormd wordt. Vooral bij de verbranding van het bruine lichaam vet kan gebruikt worden om warmte verlies te compenseren. Die het hele lichaam door getransporteerd worden. Het lichaam kan worden gekoeld door de verdamping van uit gescheiden transpiratie vocht. Wat vooral aan de oppervlakte van het lichaam komt. Heel deze temperatuur regulatie wordt geregeld door de hypothalamus in de hersenen.

Zoogdieren hebben verschillende manieren om met voedseltekorten of koude perioden om te gaan. Bepaalde soorten zoogdieren trekken naar warmere gebieden of gebieden met betere omstandigheden. Vogels trekken naar het zuiden, vleermuizen naar het zuidwesten van Europa en rendieren verplaatsen zich ook een bepaalde afstand afhankelijk van het seizoen.

Winterslaap

Een andere methode van bepaalde soorten zoogdieren om de winter te overleven is een winterslaap. Bijvoorbeeld bij een lage buiten temperaturen kunnen sommige klasse zoogdieren een winter slaap houden. Tijdens een winterslaap bij zoogdieren daalt de hartslag forst en neemt ademhaling aanzienlijk af in frequentie. Gedurende de winter slaap daalt de lichaam temperatuur van het dier. Tot een waarde van dicht bij die van de omgeving temperatuur. En zijn hartslag daalt dus ook ademhaling dalen even eens drastisch. Zo dat er een minimum aan energie verbruik ontstaat. De lichaamstemperatuur van een zoogdier neemt af tot een paar graden boven nul. Zoogdieren die onder andere een winterslaap houden zijn egels, hamsters, vleermuizen of een bruine beer.

Waarnemen van Zoogdieren

Het waarnemen van dieren zoals vogels is relatief eenvoudig en gebeurt dagelijks. De meeste soorten zoogdieren laten zich niet snel zien. De kans vergroten om bepaalde soorten zoogdieren te spotten kan door middel van: sporen, zichtwaarneming, observeren, geluiden, braakballen, vallen of met camera’s.

Sporen

Dieren laten sporen achter als ze zich verplaatsen. Deze sporen bestaan uit voetsporen, uitwerpselen of voedsel sporen. Daarnaast zijn ook de woonplekken zoals de holen herkenbaar zoals van het konijn of de vos. Bij eekhoorns zijn de nesten in de bomen relatief goed te zien.

Zichtwaarneming

Met een wandeling door het bos bestaat de kans dat bepaalde soorten zoogdieren zich laten zien. De kans neemt toe als de schemering invalt en de dieren tevoorschijn komen. Ook in gebieden met verschillende terreinen zoals bos dat overgaat in een grasvlakte kan een zoogdier makkelijk gespot worden. De belangrijke factoren die meespelen zijn een rustig omgeving en de windrichting. Zoogdieren laten zich minder goed zien als er geuren in het gebied zijn die ze niet herkennen. Tegen de windrichting het gebied betreden vergroot de kans op het zien van een zoogdier.

Observeren

De soorten das en bever zijn vaak in de avondschemering zichtbaar bij hun holen. Belangrijk om deze dieren te spotten is om tijdig (ongeveer een uur) voor de avondschemering op locatie te gaan zitten. Het heeft de voorkeur dat er een klein beetje wind staat, zodat de geuren van de mens afgevoerd kunnen worden.

Geluiden

Bepaalde soorten zoogdieren maken geluiden en kunnen daardoor makkelijk gevonden worden. Spitsmuizen maken tijdens gevechten hoge geluiden en egels maken een piepend geluid tijdens de zomerdagen. Het geluid van vleermuizen is niet door de mens te horen maar kan met een speciaal apparaat waargenomen worden, waardoor de vleermuis gevonden kan worden.

Braakballen

Onder ander de muizen en uilen zijn zoogdieren die vanuit onverteerd voedsel braakballen maken. Door braakballen open te maken kan mogelijk herkend worden van welk soort zoogdier deze afkomstig is. Een uil eet bijvoorbeeld muizen, waardoor er muizenschedel in de braakbal aanwezig kan zijn.

Vallen

Met een inloopval kunnen zoogdieren gevangen worden. Bepaalde zoogdieren zijn beschermd en mag alleen een val gezet worden met een vergunning of ontheffing vanuit de Natuurbeschermingswet.

Camera

Er zijn verschillende soorten camera’s verkrijgbaar waarmee zoogdieren gefilmd kunnen worden. Onder ander met een bewegingsmelder kan op moment van passeren van een dier gefilmd of gefotografeerd worden. Ook zijn er camera’s verkrijgbaar die ‘s nachts met beperkt zicht mooie opnames kunnen maken.

Soorten Zoogdieren en hun Indeling

Er zijn 28 ordes ondergebracht binnen de familie zoogdieren. Deze 28 ordes zijn weer verder uit te splitsen in vele families.

  • Orde Eierleggende zoogdieren (Monotremata)
  • Orde Opossums (Didelphimorphia)
  • Orde Opossummuizen (Paucituberculata)
  • Orde Microbiotheria
  • Orde Buidelmollen (Notoryctemorphia)
  • Orde Roofbuideldieren (Dasyuromorphia)
  • Orde Buideldassen (Peramelemorphia)
  • Orde Klimbuideldieren (Diprotodontia)
  • Orde Slurfdieren (Proboscidea)
  • Orde Zeekoeien (Sirenia)
  • Orde Klipdasachtigen (Hyracoidea)
  • Orde Buistandigen (Tubulidentata)
  • Orde Springspitsmuizen (Macroscelidea)
  • Orde Tenreks en goudmollen (Afrosoricida)
  • Orde Luiaards en miereneters (Pilosa)
  • Orde Gordeldierachtigen (Cingulata)
  • Orde Insecteneters (Eulipotyphla)
  • Orde Vleermuizen (Chiroptera)
  • Orde Schubdierachtigen (Pholidota)
  • Orde Roofdieren (Carnivora)
  • Orde Onevenhoevigen (Perissodactyla)
  • Orde Evenhoevigen (Artiodactyla)
  • Orde Walvissen (Cetacea)
  • Orde Haasachtigen (Lagomorpha)
  • Orde Knaagdieren (Rodentia)
  • Orde Toepaja's (Scandentia)
  • Orde Huidvliegers (Dermoptera)
  • Orde Primaten (Primates)

Zoogdieren (Mammalia) behoren tot de groep gewervelden en hoewel het zeker niet de grootste groep uit het dierenrijk is, behoren sommige zoogdieren tot de meest bekende dieren op aarde. Al op jonge leeftijd leren we zoogdieren als beren, olifanten, giraffen, koeien, varkens, katten en honden kennen. Het bekendste zoogdier zijn we zelf: mensen behoren ook tot deze groep. Een bijzonder zoogdier soort is het Vogelsbekdier.

Voedselpatronen bij Zoogdieren

Zoogdieren zijn onder te verdelen in:

  • Carnivoren - vleeseters
  • Herbivoren - planteneters
  • Omnivoren - alleseters

Alleen vampiervleermuizen vallen hier buiten: deze voeden zich met het bloed van dieren. Ook zijn er zoogdieren die zich hebben gespecialiseerd in het eten van insecten. Deze dieren noem je insectivoren. Vleesetende zoogdieren hebben een ander gebit dan planteneters. Carnivoren hebben knipkiezen die het vlees makkelijker kunnen verwerken. Daarnaast hebben ze een korter verteringsstelsel dan omnivoren omdat vlees makkelijker verteerd dan veel plantensoorten. Denk maar eens aan de vier magen van de grasetende koe. We spreken van een omnivoor als het dier meer dan 5% van zijn dieet uit plantaardig voedsel haalt. Een goed voorbeeld is de beer die zowel vis, vlees als bessen en honing lust. Sommige beren zijn echter weer planteneters, zoals de pandabeer die alleen bamboe lust.

Voortplanting en Ontwikkeling

De meeste jonge zoogdieren worden geboren in een periode dat er veel voedsel te vinden is. Veel zoogdieren zijn minder vruchtbaar of bereid tot paren in periodes van voedselschaarste. Dit komt doordat het dragen en zogen van jongen veel energie vraagt van de moederdieren. Veel zoogdieren kennen een hoge mate van ouderzorg: de jonge dieren blijven nog lang in de buurt van de ouder(s) en zijn daarmee concurrenten in de hoeveelheid voedsel die voorhanden is. Ze worden in deze periode verzorgd en begeleid in hun stappen op weg naar volwassenheid.

Tijdens het opgroeien spelen de jonge dieren veel. Dit is een vrij unieke eigenschap van zoogdieren die verder alleen bij vogels wordt waargenomen. Tijdens het spel leren de jonge dieren onbewust handelingen en technieken die later in hun volwassen leven van pas komen. Denk maar eens aan een jonge leeuw die zijn broertjes en zusjes besluipt en bespringt. Deze technieken komen later goed van pas tijdens de jacht. Of een jonge olifant die met zijn slurf speelt: hierdoor wordt de slurf steeds sterker en de olifant steeds handiger in het gebruik van die lange neus. De dieren worden niet alleen fysiek wijzer. Sociaal gedrag is ook een vaardigheid die door te spelen wordt aangeleerd. Mensen zijn zoogdieren en kinderen kijken ter inspiratie goed naar hun ouders. Niet voor niets is vadertje-moedertje een eeuwenoud geliefd spelletje van kinderen.

Zoogdieren kennen een draagtijd van 16 dagen tot 22 maanden. Vrijwel alle zoogdieren worden levend geboren, maar zoals altijd zijn er uitzonderingen. Vogelbekdieren en mierenegels zijn de enige zoogdieren die eieren leggen.

Drachtigheid

Vrijwel alle zoogdieren zijn levendbarend. Het vogelbekdier en de mierenegel zijn uitzonderingen: zij leggen eieren. Echter, hun jongen worden wel met melk gevoed. De meeste levendbarende zoogdieren zijn placentadieren. De jongen blijven een zekere tijd in het moederlichaam. Via het placenta krijgen ze zuurstof en voedingsstoffen, terwijl het moederlijk bloed niet in contact komt met het bloed van het jong. Tussen de zoogdiersoorten zijn er enorme verschillen qua draagtijd. Een buidelmuis heeft bijvoorbeeld een draagtijd van slechts elf dagen, terwijl een Afrikaanse olifant haar jong ongeveer 22 maanden in haar baarmoeder heeft.

Geboorte

Bij de geboorte zijn niet alle jonge zoogdieren even ver ontwikkeld. Zo worden ratten en muizen blind en naakt ter wereld gebracht. Ze hebben de eerste weken verzorging van de moeder nodig. Katten en andere carnivoren worden ook met gesloten ogen geboren, maar ze zijn al wel behaard. Hoefdierjongen moeten kort na de geboorte al met hun moeder en de kudde mee kunnen lopen. Zoogdieren zonder een placenta zijn de buideldieren. De jongen worden erg onontwikkeld geboren en maken een verdere ontwikkeling door in de buidel bij hun moeder. In die huidplooi komen ook de tepels. De grootte van de worp varieert bij zoogdieren van één (mensapen, olifanten, walvissen) tot negentien (sommige buideldieren).

Het gebit

Het (soort) voedsel van zoogdieren wordt eigenlijk bepaald door het gebit. In principe zijn er 44 gebitselementen: in elke kaak 6 snijtanden, 2 hoektanden, 8 valse kiezen en 6 ware kiezen. Enkele soorten tandwalvissen hebben zelfs nog meer tanden, maar bij de meeste zoogdieren zijn er in de loop van de evolutie elementen verloren gegaan. Zo hebben knaagdieren nog tussen de 16 en 22 tanden, terwijl katten en honden het met respectievelijk 30 en 42 moeten stellen. Bij carnivoren zijn de hoektanden scherp en de kiezen worden knipkiezen genoemd (ze knippen als het ware het vlees). Plantenetende dieren, herbivoren, hebben daarentegen kiezen met plooien om het voedsel goed te kunnen malen. Knaagdieren en en grazende dieren hebben geen hoektanden. Alleseters, ook wel omnivoren genoemd, hebben knobbelkiezen om het voedsel goed te kunnen kauwen. Dit gebit is volledig, evenals dat van de carnivoren.

Leefomgevingen van Zoogdieren

Zoogdieren komen vrijwel overal op de wereld voor. In de poolgebieden en hoog in de bergen kunnen ze leven, omdat ze warmbloedig zijn en bovendien bescherming hebben door hun vacht. Ook in woestijnen en tropische regenwouden komen ze voor. Niet alle zoogdieren zijn landdieren die op vier poten lopen. Zo zijn bij walvisachtigen ledematen en lichaam aangepast aan het leven in het water.

Geschiedenis van Zoogdieren

Het ontstaan van de zoogdieren begint al meer dan 300 miljoen jaar geleden. In die periode kwamen er twee hagedisachtige soorten voor op aarde, die zich afgesplitst hadden van de Amniota. Deze twee soorten zouden zich verder gaan ontwikkelen. De ene soort ontwikkelde de lijn waaruit de vogels en reptielen voortkwamen en de andere tot de lijn van de zoogdieren. Deze ontwikkeling verliep ongeveer parallel aan elkaar. De geschiedenis van de ontwikkeling van de zoogdieren is er een van diepe dalen en grote hoogtepunten. Lange tijd waren de reptielen machtiger, denk maar aan het tijdperk van de dinosauriërs. Grote successen in de ontwikkeling werden afgewisseld met periodes waarin veel soorten massaal uitstierven.

De voorouders van onze huidige zoogdieren kenden een enorme bloeiperiode na het massale uitsterven van de dinosauriërs, maar zijn evengoed relatief kort geleden - zo’n 50 tot 10 duizend jaar geleden -vrijwel uitgestorven. Afhankelijk van het gebied waarin ze voorkwamen, ontwikkelden de zoogdieren zich verder. Om zich snel te kunnen voortbewegen op de savanne of op de prairie ontwikkelden ze lange, slanke poten. Om in bomen te kunnen klimmen, ontwikkelden ze lange ledematen met lange vingers waarmee ze zich konden vasthouden.

Om de verschillende voedselbronnen in de verschillende gebieden te kunnen benutten, moesten ook de gebitten zich verschillend ontwikkelen. De huid van zoogdieren bestaat uit twee lagen, de eerste heet de lederhuid. Hierin liggen de bloedvaatjes, klieren en zenuwuiteinden. de bovenste laag heet de opperhuid en bestaat uit dode cellen. Zoogdieren hebben een aantal unieke klieren die andere diergroepen niet hebben.

Bedreigde Zoogdieren

Er zijn heel veel verschillende zoogdieren op de wereld, ongeveer 5.500. Hiervan zijn er ongeveer 1.200 soorten zoogdieren die bedreigd worden. Van dit grote aantal zal je misschien niet alle zoogdieren kennen, want niet alle soorten zoogdieren komen in Nederland voor en is niet bekend bij iedereen. Indonesië is het land waar de meeste soorten zoogdieren leven, 670, maar is ook het land waarbij 184 soorten worden bedreigd. Dit hoge aantal is te verklaren door het feit dat Indonesië ook het land is met de hoogste ontbossingsgraad ter wereld.

Sinds het jaar 1500 zijn er volgens het IUCH meer dan 76 zoogdieren uitgestorven in het wild. Het verlies van leefomgeving en de jacht door mensen gelden als belangrijke oorzaken. Habitatverlies wordt gezien als de belangrijkste bedreiging voor 85% van alle diersoorten die op de Rode Lijst staan. Menselijke activiteiten zijn de belangrijkste oorzaak van habitatverlies.

Andere oorzaken waardoor zoogdieren bedreigd worden:

  • Menselijke activiteiten vervuilen de ecosystemen over de hele wereld.
  • De illegale handel van wilde dieren.
  • Bijvangst
  • Klimaatverandering

Tabel: Aantal zoogdiersoorten en bedreigde soorten in enkele regio's

Regio Aantal Soorten Zoogdieren Aantal Bedreigde Soorten
Indonesië 670 184
Madagaskar 111 (endemische) N.v.t.
Nederland 95 3

labels: #Kip

Zie ook: