Vind je kind maar weinig lekker en schuift die het bord weg zodra het op tafel staat? Of zegt die na 1 hap al: ‘Ik zit vol!’? Dit is een bekend probleem voor veel ouders.

Mogelijke Oorzaken van Selectief Eetgedrag

Er zijn verschillende oorzaken voor kieskeurig eetgedrag. Kinderen hebben soms een slechte dag en vragen ineens minder om eten of zitten snel vol. Het is belangrijk te onthouden dat kinderen minder hard voeding nodig hebben om te groeien dan je denkt.

Let op signalen: Door maaltijdmomenten te observeren kun je veel leren over het gedrag van je kind en de oorzaak van het eetgedrag. Schrijf alles op wat je opvalt, zoals het tijdstip waarop jullie eten, wat jullie eten en waar jullie eten. Maar let ook op de signalen van je kind. De signalen van geen zin hebben in eten gaan vaak vooraf aan het moment dat het ‘mis’ gaat. Noteer vanaf welk moment het ‘mis’ gaat en wat er dan precies gebeurt. Het is belangrijk om signalen van je kind te herkennen, zodat je weet welke tips je het best kunt toepassen voor jouw situatie.

Voedselneofobie

Een van de redenen kan voedselneofobie zijn, ook wel angst voor nieuwe voedingsmiddelen genoemd. Sommige kinderen zijn van nature voorzichtiger en soms angstiger waardoor ze niet meer alles in de mond stoppen. Dit is een overlevingsmechanisme van de natuur, want daardoor zijn ze beter beschermd voor gevaar. Aan tafel is dat alleen wat minder handig, want kinderen kunnen echt bang zijn voor onbekend eten.

Controle en Zelfstandigheid

Ieder kind ontwikkelt de behoefte om dingen zelf te doen. Dat hoort bij het proces van zelfstandig worden. Sommige kinderen voelen die behoefte al heel vroeg of heel sterk. Andere kinderen vinden het wel makkelijk als anderen alles voor ze doen. Als jouw kind alles graag zelf wil doen, geldt dat waarschijnlijk ook voor het eten. Je kind wil dan veel helpen tijdens het koken, het opscheppen en zelf eten. Ook als dat nog niet altijd lukt of goed gaat. Zodra jij het overneemt kan er strijd ontstaan. Zorg dat je kind gedurende de dag veel kans krijgt om dingen zelf te doen. Dan wordt het makkelijker voor je kind om het soms ook los te laten. Je kunt je kind op allerlei manieren controle geven, binnen jouw kaders. Probeer wat werkt voor jullie.

Emotionele Factoren

Is je kind bijvoorbeeld niet zo lekker, verdrietig, erg afgeleid of vindt je kind iets spannend? Al deze factoren kunnen invloed hebben op hoeveel jouw kind eet en hoe het eetmoment verloopt. Laat los hoeveel er gegeten wordt of dat er iets nieuws geproefd moet worden.

Praktische Tips en Adviezen

Hieronder staat een aantal adviezen om het eten en drinken zo goed en plezierig mogelijk te laten verlopen:

  • Timing is belangrijk: iets nieuws proeven lukt alleen als je kind positieve signalen laat zien.
  • Bied iets bekends aan: Bied altijd iets aan bij de maaltijd dat bekend is en veilig voelt.
  • Geef geen alternatieven: Bied niets anders aan als je kind daarom vraagt of niet veel wil eten. Kinderen onthouden dit en zullen dat later opnieuw vragen.
  • Kleine stappen: Werk met kleine stappen: elke aanraking met eten is van belang. Denk aan kijken, ruiken, likken en een knuffel voeren. Laat je kind het tempo bepalen.
  • Kleine porties: Schep kleine porties op, dat ziet er overzichtelijk uit voor je kind. Kinderen vinden het niet leuk als ze hun bord niet kunnen leegeten. Door kleine porties op te scheppen voelt je kind een overwinning als het lukt om alles op te eten. Er kan altijd meer opgeschept worden.
  • Gebruik een vakjesbord: Kinderen kunnen angstig worden als ze niet precies zien wat er op hun bord ligt.
  • Geef controle: Geef controle aan je kind binnen jouw kaders: laat zelf bestek vasthouden, zelf een bordje uitkiezen, zelf bepalen op welke dag er iets nieuws geproefd wordt en hoeveel hapjes.
  • Wees duidelijk en consequent: hierdoor weet je kind waar het aan toe is. Een vaste routine helpt hierbij. Voorspelbaarheid betekent minder angst.

Algemene Richtlijnen voor Eten en Drinken

  • Geef het eten en drinken zoveel mogelijk op dezelfde tijd en plaats, met hetzelfde drink- en eetgerei en door dezelfde personen. Duidelijkheid en herkenning zijn hierbij belangrijk.
  • Zorg ervoor dat u zelf rustig bent en niet gehaast.
  • Zowel u als uw kind moet comfortabel zitten. Het hoofd van uw kind moet recht boven de rug zijn. Het hoofd mag niet naar voren gebogen of achterover gestrekt zijn om optimaal te kunnen slikken.
  • Wees positief bij elk hapje en slokje dat u aanbiedt en zorg dat er voldoende rust is tijdens het eten en drinken. Dus niet met speelgoed en muziekjes etc. uw kind eten en drinken geven.

Tijdsduur van Voeding

Het geven van eten en drinken mag niet langer dan 30 minuten duren. Langer dan 30 minuten is zowel voor u als uw kind een veel te grote belasting. Stop na vijf minuten als uw kind aangeeft dat het niet wil eten of drinken. Stop na tien minuten als het eten en drinken te vermoeiend wordt (zweten of als eten langs de mondhoek wegloopt). Eindig het eten en drinken in een positieve sfeer ook al heeft uw kind geen hap of geen slok genomen. Het is soms moeilijk maar wordt absoluut niet boos!

Materiaal en Techniek

  • Fles: Probeer steeds dezelfde speen met fles te gebruiken.
  • Lepel: Een lepel moet van plastic zijn en geen scherpe randen hebben. Verder moet de lepel niet te diep en niet te breed zijn.
  • Uw kind moet de fles of lepel met de voeding goed aan zien komen. Zorg ervoor dat u elkaar goed kunt zien en dat de lepel of speen recht van voren naar de mond gaat.
  • Leg de speen of de lepel op de onderlip van uw kind zodat hij de mond opent. Breng voorzichtig de speen of lepel in de mond, waarmee u druk geeft op de tong.

Wanneer Hulp Zoeken?

Eet je kind weinig en twijfel je of die wel goed groeit? Neem dan contact op met het consultatiebureau om dit te bespreken. Is je kind ouder dan 4 jaar en lust het nog niet zoveel? Voor sommige kinderen werkt het goed om samen een stappenplan te maken waarmee je afspreekt welke nieuwe dingen je kind gaat proeven. Misschien werkt het ook voor jullie? Samen met opvoedkundige en kinderpsycholoog Tischa Neve heeft het Voedingscentrum dit Leren-lusten-plan ontwikkeld.

Heeft uw kind een eetprobleem? Dat kan verschillende oorzaken hebben. Eetproblemen gaan meestal niet vanzelf over. Het is daarom belangrijk zo snel mogelijk hulp te zoeken. Bespreek uw zorgen met uw huisarts. Bij een ernstige eetstoornis (anorexia, boulimia, eetbuistoornis, ARFID) verwijst de huisarts uw kind door naar een kinderarts en/of een gespecialiseerd centrum, bijvoorbeeld een ggz-instelling.

Therapie: Uw kind krijgt therapie om te helpen bij het veranderen van negatieve gedachten over zichzelf en eten. Uw kind leert hoe hij/zij problemen op tijd ontdekt en aanpakt. Het zelfvertrouwen zal dan groter worden.

Onthoud dat je niet de enige bent en dat deze fase vaak voorbijgaat. Blijf geduldig en positief, en zoek professionele hulp indien nodig.

labels:

Zie ook: