De koperwiek (Turdus iliacus) is een lijsterachtige die bij ons doortrekt en de winter doorbrengt. De koperwiek is een prachtige vogel die vooral in de wintermaanden in Nederland te zien is. Deze kleurrijke vogel trekt vanuit Scandinavië naar onze streken, op zoek naar voedsel en een milder klimaat.
Zijn kenmerkende trekroep, een langgerekt 'psriiiihhhh', kondigt zijn komst in oktober aan. Met een scherp en lang 'psriiiihhhh' houden de vogels contact met elkaar. Tijdens de trek kan het om grote aantallen gaan. De aantallen doortrekkende koperwieken kunnen enorm zijn: op het hoogtepunt van de trek passeren er tientallen miljoenen binnen enkele weken. In oktober trekt de koperwiek in groten getale over het Nederlandse kustgebied.
Kenmerken en Herkenning
De koperwiek is een middelgrote zangvogel die qua grootte lijkt op een lijster. De vogel is ongeveer 21 cm groot en daarmee iets kleiner dan de zanglijster. Hij kan worden geringd met een 4 mm.
De koperwiek is ook herkenbaar door de witte wenkbrauwstreep op zijn kop. Bovenop is de vogel bruin en op de borst is hij wit met donkere vlekjes. Wat bij de zanglijster donkere stipjes op de borst zijn, zijn dat streepjes bij de koperwiek. Zijn zang is zacht en melancholisch, wat hem nog meer bijzonder maakt.
Wat hem echt onderscheidt, zijn zijn oranjebruine flanken en de duidelijke witte wenkbrauwstreep boven zijn oog. De rug en bovenkant van de korte staart zijn egaal bruin gekleurd. De flanken en oksels zijn, zoals de naam al doet vermoeden, koperkleurig en vallen goed op. Een opvallend kenmerk is de rossige kleur van de oksels en een deel van de ondervleugels. Lijkt in vlucht wat op spreeuw door vrij lange vleugels en relatief korte staart.
Zowel het mannetje als het koperwiekvrouwtje hebben hetzelfde verenkleed. Het eerste winterkleed ziet er vrijwel hetzelfde uit als het volwassen verenkleed met slechts enkele minuscule verschillen. Het mannetje van de koperwiek valt op door zijn levendigere kleuren, vooral de felgekleurde oranjebruine flanken. Het vrouwtje van de koperwiek is iets minder opvallend van kleur dan het mannetje. Haar oranjebruine flanken zijn vaak wat doffer, en ook de witte wenkbrauwstreep is iets minder uitgesproken.
Gedrag en Leefomgeving
Koperwieken zijn in de winter regelmatig (in groepjes) aan te treffen in weilanden, boomgaarden, bossen, parken en tuinen. Ze foerageren op besdragende struiken: duindoorn is populair, maar ook de bessen van hulst, lijsterbes en kardinaalsmuts eten ze graag. De koperwiek heeft een gevarieerd dieet dat vooral afhangt van het seizoen.
In de zomermaanden eet hij voornamelijk insecten, zoals wormen, rupsen en kevers. In de winter, wanneer hij naar Nederland trekt, schakelt de koperwiek over op bessen en vruchten. Vooral de bessen zijn in trek. Je ziet hem vaak in parken en tuinen op zoek naar bessenstruiken, zoals de lijsterbes of vuurdoorn. Ook eet hij graag gevallen fruit dat hij op de grond vindt. Koperwieken kun je tot in parken en groen stedelijk gebied tegenkomen als ze in een koude winter met weinig insecten foerageren op bessenstruiken. Als ze niet foerageren zitten ze vaak samen met kramsvogels op de grond; met name in weilanden kun je ze dan goed zien.
In zijn Scandinavische broedgebied broedt de koperwiek in dicht struikgewas en in bomen. Koperwieken trekken in zuidwestelijke tot zuidoostelijke richting weg vanuit hun Fenno-Scandinavische broedgebieden. Er zijn terugmeldingen van geringde koperwieken uit Frankrijk en het Iberisch Schiereiland, Italië en de landen tot aan de Zwarte Zee en Syrië. Koperwieken overwinteren in Midden- en Zuid-Europa. Nederland vormt ruwweg de noordgrens van het overwinteringsgebied.
Koperwieken hoor je in oktober overtrekken. Ze trekken 's nachts en overdag in soms grote groepen. In september en vooral oktober zijn ze met noordenwind soms massaal in Nederland aan te treffen. Vooral aan de kust zijn in oktober hele grote groepen doortrekkers te zien.
Broedgedrag
De koperwiek is geen Nederlandse broedvogel. Ze broeden alleen, maar soms ook in los kolonieverband. De broedperiode van koperwieken verloopt van april tot juni. Broedt vanaf eind april tot in juli en heeft twee legsels van meestal 4-6 eieren. Komvorming nest van gras, mos, twijgjes met wat modder bevindt zich op de grond in dichte vegetatie, of ergens laag in bosjes of dode boomstomp.
Het nest van een koperwiek wordt zorgvuldig gebouwd, meestal hoog in een boom of struik, vaak verscholen tussen dicht gebladerte. Het vrouwtje bouwt het nest van gras, mos en kleine takjes, en bekleedt het met fijne materialen zoals veren of wol om het zacht en veilig te maken voor de eieren. De broedperiode vindt plaats in de zomer, voornamelijk in de noordelijke broedgebieden zoals Scandinavië en Rusland. Het vrouwtje legt meestal 4 tot 6 eieren, die wit zijn met kleine bruine vlekjes. De broedperiode van de koperwiek begint in de zomer, wanneer het vrouwtje meestal 4 tot 6 eieren legt. Deze eieren zijn wit van kleur en hebben kleine, bruine vlekjes. Het vrouwtje neemt de verantwoordelijkheid op zich om de eieren uit te broeden, wat ongeveer 12 tot 14 dagen duurt.
Verschillen met de Kramsvogel
De koperwiek is te verwarren met de kramsvogel. Hoewel de koperwiek en de kramsvogel beide tot de lijsterfamilie behoren en vaak samen te zien zijn, zijn er enkele duidelijke verschillen. De kramsvogel is groter dan de koperwiek, met een lengte van ongeveer 27 centimeter, terwijl de koperwiek zo’n 21 centimeter meet. Kramsvogel: groot en vrij plomp, blauwgrijze kop, oranjegelige borst en flanken, roestkleurige rug, grijze onderrug en stuit en een zwarte staart. Qua kleurpatroon zijn de verschillen ook duidelijk. De kramsvogel heeft een grijze kop en een meer gespikkelde borst, terwijl de koperwiek bekendstaat om zijn oranjebruine flanken en witte wenkbrauwstreep.
Status en Bescherming
De koperwiek is een beschermde inheemse vogelsoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen, zijn koperwieken beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De koperwiek staat niet op de rode lijst, omdat het geen Nederlandse broedvogel is. Wereldwijd en op Europees niveau nemen de aantallen helaas wel af. Koperwieken hebben last van strenge winters of koude zomers. In Nederland onderneemt Vogelbescherming geen speciale acties voor de koperwiek.
labels: #Kip




