De term 'kip' is een typisch Amsterdamse benaming voor een agent. Andere benamingen zijn evenwel minder duidelijk, als bijvoorbeeld kip, dat voornamelijk door de Amsterdamse jeugd gebruikt wordt. Van welks verklaring men zich gewoonlijk afmaakt met de bewering, dat de overeenkomst tusschen den koperen bout op den helm met den kam van een kip aanleiding tot dien naam zou hebben gegeven. Nu lijkt het mij al vrij zonderling toe, dat de jongens bij het zien van dien bout onmiddellijk aan een kip zouden gedacht hebben; daarvoor is de overeenkomst toch veel te gering.

Oorsprong en Etymologie

Ook hier zal in het Bargoensch wel weder de oorsprong te zoeken zijn. Slaan we daarom nogmaals Kluge's standaardwerk op, dan vinden we aldaar vermeld uit eene verzameling dievenwoorden van het jaar 1791 en 1814 kipp in de beteekenis van hond. Ook in latere opgaven komt dit kipp in denzelfden zin voor, wellicht als stam van het werkwoord kippen, pakken 6), dat wij nog kennen in de uitdrukking kip, ik heb je, zoodat niet met een vroegeren spreekwoordenboekschrijver gedacht moet worden aan een haan "die de hen in de kuif pikkende, kan geacht worden, tot de kip te zeggen : kip, ik heb je " (!).

Eene dergelijke benaming vinden we in boschpik, een koddebeier, d. i. iemand die met een kodde (stok) beiert (slaat}, boschwachter, waarin pik de stam is van pikken, dat wij ook kennen in de uitdrukking iemand oppikken. Dat nu kip, dat in het Bargoensch hond beteekent, bij ons als naam voor een agent gebezigd wordt, is niet vreemd, wanneer men aan de waakzaamheid van dat dier denkt.

Historische Context

De benaming 'kip' voor een politieagent is al lange tijd in gebruik. In de 16e eeuw (vero.) betekende het (inf.) veldwachter of politieagent. Dit is een samenstelling van kodde (knots) en beieren (heen en weer zwaaien).

  • Koddebeier: boschwachter; van kodde, knots, stok, en beieren, zwaaien; dus: die met den stok zwaait.
Hoe hebben wij nog gelachen om onze vlucht voor den veldwachter, die ons zoo graag snappen wou, toen we kievitseieren zochten op het land van een boer, die dit niet wilde toestaan, en om het lange gezicht, dat Burts, de stille koddebeier, trok, toen Karel uit een boom wist te ontsnappen, juist op het oogenblik, dat dit menschelijkerwijze gesproken, onmogelijk was.

Misschien toert ievers een koddebeier of een rijksveldwachter, maar Chris weet goed genoeg dat die hem om z'n postuur (als ze tenminste met z'n vijven niet zijn) liever met rust laten. Voor dieven en landlopers hadden ze Pollux, maar die is de vorige maand door de koddebeier bij het stropen betrapt en die rotzak heeft 'm doodgeschoten. Gerrit kon zóó natuurlijk het snuiten van je grootvader nadoen, dat wij jongens, als we kattenkwaad uithaalden er dikwijls van schrokken, waar vader een onbedaarlijk plezier over had. Hij noemde hem dan ook altijd de Koddebeier en het duurde niet lang of Gerrit luisterde naar den naam van "Kodde". U is dus een gewone koddebeier en ik zal u als zodanig behandelen.

Gebruik in de Literatuur

De term 'kip' komt ook voor in diverse literaire werken, wat de populariteit en het ingeburgerde karakter van de benaming aantoont.

  • D'r is geen kip op straat met 't vuile weer, zei-ie ‘En geen prinserij op de vlakte te bekennen.
  • Zoo heet een agent, een kip, maar ook een smeris, maar ook een latkip, maar ook een krauter, en ook een bout, en ook een koperstuk, en ook een prinsemerij-lot, en ook een Juto.
  • Anders De titel De kip en het ei slaat natuurlijk op vader en zoon, maar hij is ook gekozen omdat het woord kip een typisch Amsterdamse benaming voor een agent is.
  • Ook wordt er een kip - ‘kip’ is een oude Amsterdamse benaming voor een politieagent - voor de Gouden Koets gegooid.

Variaties en Afgeleide Betekenissen

Naast de betekenis van politieagent heeft het woord 'kip' in de loop der tijd ook andere, vaak informele betekenissen gekregen. Zo werd het in de 18e eeuw gebruikt voor een prostituee en later, in de 19e eeuw, voor een meisje of vrouw, zij het niet altijd in een positieve context.

  • (1730) prostituée, hoer:O.a. opgetekend in de 18e eeuwse klucht 'Den Vrolyke Tuchtheer' van Weyerman. 'Een kip op stok': een meisje dat kamert.
  • (18e eeuw) (meestal verkleinvorm) meisje, vrouw:De term werd in de 19e eeuw ook in Ned.-Indië gebruikt, zij het niet zo denigrerend als in ons taalgebied. Tegenwoordig (vooral dan in studentenkringen) met de connotatie 'niet al te slim'.

Spel: Kip, ik heb je!

Er is zelfs een spel genaamd "Kip, ik heb je!", waarbij spelers kippen met helmen verplaatsen en eieren gooien. Het doel van Kip, ik heb je! is om met één van je drie kippen het nest te bereiken waar Henk zich bevindt. Alle spelers krijgen drie kippen in dezelfde kleur met elk een andere helm. Door de vorm van het ei, wil deze nog wel eens allerlei kanten op stuiten. Het is natuurlijk hilarisch om te proberen het ei op je tegenstanders terecht te laten komen.

labels: #Kip

Zie ook: