Er zijn vele manieren om werken te stoken. Momenteel worden de werken voorzien van engobe, onderglazuur, glazuur of effectglazuur en worden deze afgebakken in een elektrische oven. Als resultaat worden de werken afgebakken op 1050 - 1240 graden.
Oude Technieken
De mens heeft altijd voedsel of drank willen opslaan, bewaren, koken, eten en drinken, of resten van hun overleden dierbaren bewaren. Aanvankelijk werden daarvoor natuurlijke materialen en vormen gebruikt: schedels, kalebassen, lederen zakken. Op een gegeven moment vond men proefondervindelijk uit dat klei dat een poos in een vuur had gelegen, hard werd en min of meer vloeistofbestendig.
In de oudheid gebeurde het bakken in open lucht. Men maakte een holte in de grond waarin men het te bakken aardewerk samen met wat brandhout neerlegde die men dan met graszoden bedekte. Eén dergelijk procedé maakt het niet mogelijk een hogere temperatuur dan 500 à 600 graden te bereiken. Dit aardewerk was broos en poreus.
Neolithicum
In het Neolithicum (het late stenen tijdperk) vond een grote verandering plaats. Vanaf 6000 v. Chr. zijn de oudst bekende handgevormde vazen en schalen bekend uit Anatolië. In onze Zuidelijke streken begint de neolithische tijdperk omstreeks 4500 tot 2000 v. Chr. wanneer kolonisten uit Midden-Europa in onze streken aankomen en de laatste jagers van het Mesolithicum verdringen. Aan het half-nomadische bestaan kwam een einde, toen de mens zijn zwervende jagersbestaan opgaf en zich blijvend ergens vestigde om aan landbouw of veeteelt te gaan doen.
De kunst van het pottenbakken ontstond omstreeks deze tijd. Het waren tulpbekers, voorraadspotten met een bolle (ronde) bodem gemaakt van klei en gebakken in open vuur. Ze dienden voor het bewaren van voedsel, maar ook voor het koken. Hun potten werden op een heel eenvoudige manier gemaakt door klei gemengd met vuursteenfragmentjes tot een klomp samen te drukken en die daarna uit te hollen tot de pot de gewenste vorm kreeg.
Methoden voor het maken van potten:
- Door kleirollen te gebruiken voor het maken van potten kreeg men een regelmatige vorm van gelijke dikte.
- Met de vingers doet men aan de binnenkant, de naden tussen de rollen verdwijnen.
- De naden van de buitenkant werkt men weg door de hele oppervlakte met een steentje of een schelp glad te strijken.
Uit het Neolithicum is veel aardewerk bewaard gebleven. Het vervaardigen van potten, kommen was vrouwenwerk. Ook werden later vormschotels (terra sigillata) gebruikt, of dubbele mallen waarna de beide helften aan elkaar werden gekleid. De ontwikkelingen verliepen overigens behoorlijk traag.
Draaischijf
Rond 3200 v. Chr. werd de draaischijf in Palestina, Ur of Egypte bedacht, waarbij vanuit klei met de handen wordt “opgetrokken”. Eerst werd de schijf met de hand of door een assistent rondgedraaid, maar vanaf de Hellenistische periode (336 - 30 v. Chr.) werd de draaischijf verder ontwikkeld.
Alternatieve Stooktechnieken
Naast de traditionele oven zijn er alternatieve stooktechnieken die unieke resultaten kunnen opleveren.
Barrelfire
Voor een barrelfire moet een werkstuk zeer goed gepolijst zijn. Dit polijsten doe je met bijvoorbeeld een polijststeentje, zodat steentjes die in de klei zitten naar binnen verdwijnen en de kleideeltjes op een bepaalde manier komen te liggen, waardoor er glans ontstaat. Zelf polijst ik altijd als het werk droog is, dus niet meer leerhard. Nadat het werk goed droog is, wordt het bisquit gebakken.
Na de bisquitbrand wordt het werk in een ton geplaatst met in de wanden wat gaten voor de zuurstoftoevoer. Daarop komt stro, waarop wat zout, en indien je dat wilt nog wat ijzeroxide. Hierop komt brandbaar materiaal zoals hout e.d. langere tijd kunnen branden. Nu kan het in een ton met brandbaar materiaal gestookt worden. Deze methode van stoken kan heel lichte kleuren geven, maar ook heel donkere. Ook kunnen er kleurschakeringen voorkomen van rose-achtig tot blauw-achtig. Net als bij het rookstoken en de barrelfire is het eindresultaat niet voorspelbaar.
Rakustoken
Rakustoken is van oorsprong een Japanse theeceremonie. Die ontdekten dat wanneer je de werkstukken uit de hete raku oven haalt, het glazuur door de enorme temperatuurschok van 1.000 ºC - 20 ºC gaat barsten. Nadat het werkstuk goed droog is, pak je het werk in aluminiumfolie, wat je hier en daar ingesmeerd hebt met lijm, waarop wat zaagsel en zeezout wordt gestrooid.
Wanneer de hete raku-oven komt en het in de zaagselton gaat, vat het zaagsel door de hitte direct vlam. De rook dringt in de haarscheuren van het glazuur en vormt hierdoor de zgn. craquelé. Door de rook krijgt het ongeglazuurde gedeelte van het werk een zwarte kleur. De aanwezige zuurstof in de ton bepaalt de uiteindelijke kleur van het glazuur, maar juist dit onvoorspelbare maakt rakustoken zo bijzonder.
Basiskennis Klei
Klei vind je op veel plekken in de wereld. Gedroogde klei is heel kwetsbaar en wordt weer zacht met water. Klei blijft soepel tot het water verdwenen is. Een plastic zak om je werkstuk heen en goed afsluiten is dus belangrijk. Je kunt een nat stukje papier in de plastic zak leggen tegen uitdrogen. Is je werkstuk wat te hard geworden?
Soorten Klei
- Klei mét en zonder chamotte: Chamotte is gemalen gebakken klei, tussen 0,2 en 2 millimeter. Door de chamotte kunnen luchtbelletjes gemakkelijker door de klei naar buiten.
- Aardewerkklei, steengoedklei, porseleinaarde.
Eigenschappen van Klei
Tijdens het drogen krimpt de klei een beetje. Veel techniek is er op gericht om opgesloten luchtbelletjes uit je werkstuk te houden. Vorstbestendige klei is zo samengesteld dat het verschillen in temperatuur goed aankan. Dat maakt het mogelijk om tuinbeelden, potten, vazen of schalen te maken die in principe het hele jaar buiten kunnen staan.
Meestal wordt aan klei 15 tot 40% chamotte toegevoegd. Dit is reeds gebakken klei, die fijngemalen, aan zachte klei wordt toegevoegd (van 0,2 mm tot 2 mm korrelgrootte).
Opbouwtechnieken
Er zijn meerdere opbouwtechnieken bijvoorbeeld:
- Een opbouwtechniek bijv. met kleirollen, kleiplaten of kleine kleiplakjes.
- Waarbij het werk later wordt uitgehold.
- Een drukmaltechniek waarbij de kleimassa in een mal wordt gedrukt.
- De draaitechniek.
Welke techniek toegepast wordt ligt aan het te maken object.
Baktemperaturen
Klei krijgt zijn stevigheid door het bakken. Aardewerk is vrij poreus (denk aan de rode aardewerken bloempot). Het is niet waterdicht en kan voorzien worden van een glazuurlaag om het te beschermen tegen vochtinsijpeling. Steengoed gebakken klei heeft een zeer lage poreusheid en een hard voorkomen. Porselein is een heel speciale kleisoort en niet meer poreus (baktemperatuur ligt boven de 1240 graden Celcius) en wordt meestal (heel) dun verwerkt.
De biscuitstook (1e keer bakken) geschiedt op 980 graden Celcius dat maakt de klei sterk genoeg voor het aanbrengen van onderglazuur (de kleuren). Na opnieuw drogen wordt het beeld voorzien van een glansglazuur. Vervolgens moet het beeld opnieuw drogen. Nu ligt de stooktemperatuur een heel stuk hoger, namelijk rond de 1245 graden Celcius. Het werkstuk wordt daardoor een heel stuk sterker.
Klei, onderglazuur (de kleuren) en de toplaag (glansglazuur) versmelten tot een geheel. De onderzijde van elk beeld is niet/nauwelijks geglazuurd omdat het beeld anders door de zeer hoge baktemperatuur aan de ovenplaten zou vastsmelten. Die ovenplaten echter zijn voorzien van een speciale laag. Er zijn niet veel steengoedglazuren in heldere/sprankelende kleuren. Daarom wordt voor de creaties die op hogere temperaturen gebakken moeten worden speciale onderglazuren gebruikt.
Stookproces
Voor alle baksels geldt dat na 2 dagen drogen het object leerhard is en het gladgemaakt en versierd kan worden. Na weer 2 weken drogen wordt het object biscuit gebakken, tot 980 oC, waarbij het oppervlak al halfverglaasd is. Dan kan het beschilderd en geglazuurd worden.
Het bakproces wordt afgerond door afbakken op hogere temperatuur: aardewerk tot 1040-1150oC, steengoed 1200-1260oC, Porselein vanaf 1300oC. De geglazuurde pot is 8% kleiner dan hij was na het vormen.
Belangrijk bij het stapelen van objecten in een oven
- De hitte moet om de objecten heen kunnen gaan.
- Objecten moeten niet aan elkaar gebakken worden.
- Wordt het te heet, dan gaat het glazuur brobbelen, te laag en wordt dof.
Boetseren: Tips voor een goede start
Boetseren is, in het kort, 'een techniek waarbij een driedimensionale vorm ontstaat uit klei. Hier zijn enkele tips om een goede start te maken:
- Zorg ervoor dat je een geschikte werkruimte hebt waar je ongestoord kunt werken.
- Houd altijd een vochtige doek bij de hand om je klei vochtig te houden en uitdroging te voorkomen.
- Het kiezen van de juiste soort klei is ook cruciaal; boetseerklei en polymeerklei zijn populaire keuzes, afhankelijk van je project.
- Zorg ervoor dat je de nodige tools hebt om je klei te bewerken, zoals mirettes, spatels en naalden.
Basisstechnieken
Basisstechnieken zijn cruciaal voor het vormgeven van klei. Begin met het kneden van de klei om het soepel en werkbaar te maken. Leer de basisprincipes van boetseren, zoals het creëren van vormen door te rollen, te knijpen en te snijden.
Drogen van het beeld
Hoe lang een beeld moet drogen is moeilijk te zeggen, dit is geheel afhankelijk van de dikte van het beeld en de omgevingstemperatuur. Om scheuren te voorkomen, droog je je beelden heel langzaam door ze onder een paar lagen kranten te drogen. Dit zorgt ervoor dat het vocht gelijkmatig uit de klei verdampt.
Productie van Baksteen
De eerste sporen van baksteen dateren van enkele duizenden jaren geleden, ergens in Mesopotamië. De verschillende productiestappen zijn sindsdien niet fundamenteel veranderd: van kleiwinning en -voorbereiding, via vormen en drogen naar het uiteindelijke bakken van baksteen. Het is vanzelfsprekend dat de productietechnieken enorm zijn geëvolueerd sinds de periode waarin het productieproces vooral handenarbeid vergde.
Productiestappen
- Kleiwinning en -voorbereiding: Kleisoorten van verschillende herkomst worden gemengd met de lokale klei.
- Vormgeving: Vormgeving in een mal (handvorm- en vormbakstenen) en vormgeving door extrusie (strengpersstenen).
- Drogen: Het drogen van de gevormde stenen (vormelingen genaamd) vindt plaats in droogkamers.
- Bakken: Het bakken gebeurt in drie fasen volgens een bakcurve specifiek voor het type klei en het beoogde resultaat. Een bakcyclus duurt gemiddeld 2 tot 3 dagen.
Energieverbruik en Emissies
De productie van baksteen vereist een bepaalde hoeveelheid energie om de temperatuur in de bakoven boven de 1000°C te krijgen. De stof- en gasvormige emissies zijn onderworpen aan regelmatige metingen door erkende instellingen; de samenstelling van de rookgassen wordt geanalyseerd.
Zie ook:
- Koken op een Klei-eiland: Unieke Ervaringen & Tips
- Polymeer Klei Action Bakken: Tips & Tricks voor Beginners
- Chamotte Klei Bakken in Gewone Oven: Zo Doe Je Dat!
- Klei Bakken in de Thuisoven: Handleiding & Tips voor Beginners
- Ontdek Hoeveel Gram Pasta Je Echt Moet Eten Om Af Te Vallen!
- Ontdek Alles Over Bamboe Wortels: Diepgaande Informatie en Effectief Beheer




