Als kippenhouder is het goed om kennis te hebben van de anatomie van een kip. Kippen hebben een vrij uitgebreid spijsverteringskanaal om het eten dat wordt opgepikt te verteren en zoveel mogelijk voedingsstoffen op te nemen in het lichaam. Een belangrijk onderdeel van dit systeem is de cloaca.

De Multifunctionele Cloaca

De ontlasting verlaat het lichaam via de cloaca. Niet alleen de ontlasting maar ook het ei verlaat het lichaam via de cloaca. De cloaca van de kip is dus erg multifunctioneel. Tevens speelt de cloaca een belangrijke rol bij de bevruchting. De eileider en zaadleider komen hier namelijk ook op uit.

De cloaca komt bij verschillende dieren voor: vogels, reptielen en amfibieën. De cloaca zit aan de buikzijde van vogels, achter de poten. Achter die opening zit een holte waar poep en plas, maar soms ook eieren en zaadcellen langs gaan. Alles in één orgaan.

Spijsvertering

Eerder beschreven we de functies van de snavel, slokdarm en krop van de kip en hebben we de klier- en spiermaag aan u uitgelegd. Vanuit de krop loopt de slokdarm door tot de kliermaag. De maag van de kip bestaat uit twee anatomische delen, namelijk de kliermaag en de spiermaag.

De kliermaag is een klein langgerekt orgaan wat bijdraagt aan de chemische vertering. De eerste gedeelte van de maag is de kliermaag, ook wel de proventriculus genoemd en het meest te vergelijken met een menselijke maag. De kliermaag bestaat uit rijen klieren die pepsine, HCl en mucus produceren en afgeven aan het voedsel. De pH in deze maag is ongeveer 2 à 3. De lage zuurgraad zorgt voor het activeren van pepsine maar ook voor het oplossen van de kalkachtige stoffen. Ook zorgt het voor het inactiveren van ziekteverwekkende bacteriën die opgenomen kunnen worden. Verder worden er in de kliermaag enzymen geproduceerd die noodzakelijk zijn voor de vertering.

Het tweede gedeelte van de maag is de spiermaag. Deze is samengeteld uit twee dikke spierschijven. Inwendig is de spiermaag bedekt met een harde hoornlaag. Grote grove grondstof deeltjes zoals maïs, tarwe of haver, wat nog niet chemisch afgebroken is, wordt in de spiermaag op een mechanische wijze afgebroken. De zeer sterke spierschijven zorgen door samentrekking voor een persende en wrijvende beweging van de voedselmassa. In combinatie met maagkiezel zorgt dit voor de mechanische verkleining van het voer wat zorgt voor oppervlaktevergroting wat de vertering ten goede komt. Het voeren van maagkiezel en/ of grit kan dit proces in positieve zin beïnvloeden. De retentietijd (verblijftijd) van structuurloos voer zal rond de 30 tot 60 minuten zijn, terwijl de retentietijd van grover voer kan oplopen tot 120 minuten.

De spiermaag reguleert de opname hoeveelheid door verzadiging. Grove deeltjes zorgen voor een gezonde, getrainde gespierde spiermaag. Bij afwezigheid van grove deeltjes zal de overgang van de kliermaag naar de spiermaag wijder worden (dilateren) met als gevolg dat de spiermaag minder gespierd is en vaker maagzweren bevat. Verder zal de verzadigingsfunctie niet meer werken en het dier zich overeten, waarbij er druk op het hart en de longen kan ontstaan. Een gezond dieet bevat daarom altijd grove en/ of wat moeilijk verteerbare deeltjes. De spiermaag knijpt 4 keer per minuut samen. Hierbij worden deeltjes fijn gemalen, de verteringssappen uit de kliermaag zullen beter vermengd worden, maar er zullen deeltjes ook terug vloeien naar de kliermaag, en deeltjes die kleiner dan 1 mm zijn verlaten de spiermaag richting de dunne darm.

De kliermaag en spiermaag hebben een afzonderlijke taken die onafscheidelijk zijn voor een goede vertering van het voedsel. Er is dus een reflux tussen beide delen, in rust zal er een gedeelte uitvloeien van de kliermaag naar de spiermaag en bij een contractie van de spiermaag zal een gedeelte teruggeduwd worden naar de kliermaag.

Het fijngemaakte voedsel komt uit de magen in het darmstelsel. De voorvertering en mechanische vertering, wat voornamelijk in de magen plaats vindt gaat, nu over naar de chemische vertering en absorptie in de darmen. De twaalfvingerige darm is het eerste deel van de dunne darm. Hij bindt zich direct na de maagportier (pylorus). Dit is een kringspier die alleen de kleine delen uit de spiermaag doorlaat. De pH is op deze plek van de darm relatief laag, waardoor zich hier weinig bacteriën bevinden, enkele duizenden per gram darminhoud.

Op deze plek worden de enzymen van de alvleesklier (trypsine, chymotrypsine, amylase en lipase) toegevoegd aan de darminhoud. De enzymen en zouten bewerken het voedsel zodat het door de darmcellen opgenomen kan worden. De dunne darm bestaat uit drie delen: de duodenum het jejunum en ileum. De dunne darm is de belangrijkste plek voor de absorptie en vertering van koolhydraten, vetten en eiwitten. De voedingsstoffen worden afgegeven aan het bloed via de darmcellen. Om de totale oppervlakte, waar de darmcellen zich bevinden te vergroten, liggen de cellen niet in een plat vlak maar in vele kleine uitstulpingen. Deze uitstulpingen worden ook wel darmvlokken genoemd. Deze darmvlokken bestaan uit hobbels (villi) en kuilen (crypten) om zo het oppervlakte van de darmwand te vergroten. In de dunne darm vindt nog een reflux van de voedselbrij plaats. De dunne darm van de kip is evolutionair klein. Hoe minder gewicht je met je mee draagt, hoe makkelijker je kan vliegen. Daardoor vindt er een reflux plaats, de voedselbrij zal niet rechtlijnig door de dunne darm heen bewegen, maar met een antiperistaltiek ook terug bewegen voor een betere vertering.

De blinde darm bevindt zich op de plaats waar de dunne darm overgaat in de dikke darm. Waar sommige dieren er hier maar één van hebben, heeft de kip er twee. Dit is de plaats waar fermentatie met behulp van bacteriën plaatsvindt. De darminhoud is hier donkerbruin gekleurd en veelal stroperig (pekachtig). Door de hogere pH bevinden zich hier meer bacteriën. Dit kunnen wel miljoenen bacteriën per gram darminhoud zijn. Ook wordt er op deze plek water geabsorbeerd en nitrogenen stoffen uit het spijsverteringstelsel getrokken. Daarnaast vindt hier vertering van ruwe celstof plaats.

In het laatste deel van de spijsverteringskanaal, de dikke darm, wordt ook water opgenomen. Bij de opname van het water worden ook de vitaminen uit het voer opgenomen. Het opnemen van het vocht zorgt ook voor het indikken van de darminhoud en wordt hiermee klaar gemaakt om het lichaam te verlaten. De laatste gedeelte van de dikke darm is de endeldarm.

Een belangrijk onderdeel van de darm is de slijmlaag die de darmcellen bedekt. Deze slijmlaag beschermt de cellen tegen bacteriën en tegen de gifstoffen die bacteriën produceren. De darmcellen worden vernieuwd vanuit de basis van de villus. Dat is in het dal wat ook wel de crypte genoemd word.

Net als mensen eten en drinken vogels. Het voedsel maakt een lange reis door het lichaam langs maag en darmen. Door kneden, duwen en menging met verteringssappen valt het voedsel uiteen in opneembare stoffen. Bloed neemt de stoffen door de darmwand op. Vocht uit het voedsel van mensen komt eerst in het bloed en daarna in de blaas terecht. Wij plassen als onze blaas vol zit. Plas stroomt door de plasbuis weg. Bij vogels komt het laatste stukje darm en de plasbuis in de cloaca uit. Vogels lozen poep en plas tegelijk via één uitgang: de cloaca.

Voortplanting en Ei Productie

In de lente schijnt de zon langer en is er meer voedsel. Vogels gaan dan op zoek naar een partner. Mannetjes zingen, dansen, tonen vliegkunsten en pronken met felle kleuren: de balts. De vrouwtjes kiezen een mannetje uit en samen bouwen ze een nest. Ondertussen verandert er in het lichaam van alles: bij de vrouwtjes rijpen in de eierstok een aantal kleine eitjes tot grote die veel voedingsstoffen bevatten. Door de eileider is er een verbinding tussen de eierstok en de cloaca.

De mannetjes maken heel veel zaadjes in de zaadballen. Deze zijn rechtstreeks verbonden door de zaadstreng met de cloaca. Bij enkele vogels, zoals de eend, is het deel waar alléén de zaadjes uitkomen in de cloaca sterk vergroot; de penis. Het mannetje staat tijdens de paring wiebelend en met klapperende vleugels op de rug van het vrouwtje. Beide vogels draaien hun staart zodat de openingen van de cloaca’s op elkaar drukken. Dit gebeurt op gevoel. Razendsnel stromen zaadcellen door de zaadstreng door de cloaca’s naar de eitjes van het vrouwtje. Een zaadje dringt in een rijp eitje, het eitje is bevrucht. Hierna groeit het ei met dooier en eiwit om het vruchtje. Als laatste vormt zich een schaal van kalk rondom het ei. Het ei is klaar en komt in de rekbare cloaca.

Wanneer hennen 5 tot 6 maanden oud zijn, kunnen ze eieren leggen. Het maximaal aantal eieren dat de hen kan leggen is gelijk aan het aantal eicellen dat bij de geboorte in de eierstok zit.

De hen heeft, in tegenstelling tot de meeste dieren, slechts één werkende eierstok, de linker, die in de lichaamsholte vlakbij de ruggengraat zit. Wanneer de hen voor de eerste keer een ei moet leggen, worden kam en lellen wat roder van kleur. Vaak gaat de hen geluiden maken die doen denken aan binnensmonds mompelen.

Een haan die met een hen wil paren, pakt eerst met zijn snavel een pluk veren achter haar kop, zodat zij niet kan weglopen. Dan duwt hij zijncloaca tegen de cloaca van de hen aan. De haan drukt dan zijn penis iets naar buiten en spuit de zaadcellen in de hen. Die bevruchten dan de eicellen in de eileider.

Nadat de kip het bevruchte ei heeft gelegd, kan het ei op twee verschillende manieren worden uitgebroed. Een broedse hen kan dit doen, of men kan de eieren in een broedmachine uitbroeden. Na 21 dagen (dit kan één tot twee dagen afwijken) zullen de eieren uitkomen. Kuikens die met de broedmachine zijn uitgebroed hebben veel meer aandacht nodig dan kuikens die door een hen zijn uitgebroed. In het laatste geval hoeft men in principe alleen maar voor eten (opfokkorrel of kruimel 1 of 2, afhankelijk van de leeftijd) en drinken te zorgen. Heeft men kuikens uitgebroed met een broedmachine, dan zal men de kuikens warm moeten houden met een warmtelamp of -plaat.

Een hen doet er ongeveer 25 uur over om een ei te maken. Als de eicel bevrucht is door een zaadcel, vormt het ei een bescherming voor het kuiken. Het embryo voedt zich met het eigeel en het eiwit en na 21 dagen broeden komt het kuiken uit het ei. Een eicel rijpt in zeven tot tien dagen tot dooier, deze bevindt zich later in het centrum van het kippenei. De dooier gaat door de eileider op weg naar buiten. Doordat het ei door de eileider wordt voortgestuwd, wordt de voorkant puntig, de achterkant blijft stomp. Alles bij elkaar duurt het ontstaan van een ei ongeveer 25 uur, van eicel tot ei.

De volgende dag gebeurt hetzelfde en zodoende legt een kip bijna elke dag een ei.

Het proces begint met de enkele duizenden onrijpe eicellen die de kip bij haar geboorte in haar eierstok heeft (een kip heeft één actieve eierstok en een embryonale). Als de hen geslachtsrijp is, worden deze eieren één voor één rijp. Een eicel rijpt in zeven tot tien dagen tot dooier waarna de ovulatie plaatsvindt. De ovulatie is het startsein voor de opbouw van de rest van het ei. De eicel, genesteld in de nu voltooide dooier, wordt afgestoten door de eierstok en komt terecht in de trechtervormige opening van de eileider. De eileider is een holle, gekronkelde, flexibele buis met een lengte van ongeveer 75 centimeter. De binnenwand van deze buis bestaat uit klierweefsel, dat verschillende eiwitlagen rond de dooier afzet. Na ongeveer 15 minuten verdikt het dooiervlies. De dooier is een kogelronde bal van 3 tot 4 centimeter doorsnee en draait in de eileider rond met de draai-as in de lengterichting van de eileider. De kleur van de dooier varieert van geel tot oranje, afhankelijk van de voeding die de dieren hebben gehad. De kleur van de dooier wordt donkerder naarmate er meer caroteen in het voer van de kip zit. Als de kip dan maar één of twee keer per dag eet, in plaats van de hele dag door, zijn in de eierdooier duidelijk laagjes pigment te onderscheiden. In de dagen voor de ovulatie neemt de eierdooier sterk in grootte toe: er moeten immers voldoende voedingsstoffen in opgeslagen worden voor de broedperiode van drie weken. Een dooier is eigenlijk een eicel met veel reservevoedsel. Bijna iedere dag komt er een nieuwe dooier in het begin van de eileider.

Na ongeveer een kwartier bewegen eicel en eidooier zich naar een ander gedeelte van de eileider, waar binnen enkele uren zich vier afwisselend dikke en dunne lagen eiwit over de eierdooier vormen. Bij de eerste laag worden de hagelsnoeren gevormd, dit zijn de strengen waarmee de eierdooier aan de eierschaal vastzit en in het midden van het ei gehouden wordt. In het volgende gedeelte van de eileider worden eidooier en eiwit gewikkeld in twee sterke, dunne vliezen die bijna geheel aan elkaar vastzitten. Er is één open plekje, waar zich later een luchtbel zal vormen om het kuiken van de eerste ademteugen te voorzien. De vliezen dienen voornamelijk als bescherming tegen bacteriën. Gedurende de volgende vijf uur wordt het ei opgepompt met water en zouten die uit de eileiderwand door de vliezen in het eiwit gevoerd worden. Het draaien van het ei gaat nog door in het laatste deel van de eileider.

Als daarna de schaalafzetting begint, worden de vliezen strak gespannen, doordat het eiwit nog wat vocht opneemt. Aan de zijkanten wordt het ei daarbij ingedrukt door de cilindervormige eileider. Zo ontstaat de kenmerkende cirkelvormige doorsnede van het ei. De uiteinden gaan bol staan door de spanning van de vliezen. De bolvorm ontstaat vanzelf. Het is de vorm waarbij de spanning gelijkmatig over het vlies wordt verdeeld. De vorming van de eischaal duurt ongeveer veertien uur. De schaal bestaat voor ongeveer 4% uit eiwit en voor 95% uit calcium-carbonaat. Tevens zit er nog wat magnesiumchloride en calciumfosfaat in de eischaal. In de eigang wordt de kleurstof van de eischaal gemaakt en aangebracht. Als laatste komt er een soort wasachtige laag om het ei, waardoor vochtverlies wordt tegengegaan. In de schaal zitten tienduizend luchtgaatjes.

Gezondheid van de Cloaca

De cloaca moet schoon en vochtig zijn, niet nat, en er mag geen poep aan blijven plakken. Een gezonde cloaca ziet eruit als een gleuf van een spaarpot. Als een kip aan de leg is dan zul je zien dat de gleuf iets meer een vorm van een rondje heeft. De cloaca mag niet uitsteken, bloederig of juist droog zijn. De cloaca is een populaire plek voor kriebelbeestjes, kijk hier dus ook extra goed naar. En let ook goed op of er rond de cloaca geen witte klontjes zitten aan het begin van de veren. Ziet de cloaca van jouw kip er anders dan zou moeten?

Als de cloaca van je kip uitpuilt, dan heeft je kip waarschijnlijk een prolaps. Dit kan ontstaan na het leggen van een ei, als een stukje van de legdarm van de kip buiten de cloaca blijft hangen. Normaal gesproken trekt dit meteen weer in als de kip een ei heeft gelegd, maar bij een prolaps is daar iets mis gegaan. Let op: zet je kip direct apart van de andere kippen!

Een vieze kont bij kippen kan door veel dingen worden veroorzaakt. Het is belangrijk om te achterhalen wat de oorzaak van de vieze kont is, zodat je niet alleen de vieze kont kan oplossen maar ook de oorzaak daarvan. Kijk eens goed naar de poep van de kip met de vieze kont, en kijk dan op deze pagina om de mogelijke oorzaak te achterhalen.

Als jij je kip lange tijd ziet persen, dan is de kans groot dat ze legnood heeft. Typische symptomen van een kip met legnood zijn: persen, rond waggelen als een pinguïn, weinig eten en drinken, niet actief en trillen met de vleugels, waterige of geen ontlasting.

Als je kip legnood heeft, dan wil dat zeggen dat er een ei vast zit in het laatste deel van haar voortplantingsstelsel. Normaal glijdt het ei daar zo doorheen naar buiten, maar in het geval van legnood lukt het de kip niet om het ei eruit te krijgen. Als je een ei kan voelen rond het cloaca gebied van je kip, dan heeft je kip waarschijnlijk legnood. Typische symptomen van een kip met legnood zijn: persen, rond waggelen als een pinguïn, weinig eten en drinken, niet actief en trillen met de vleugels, waterige of geen ontlasting.

Sommige kippen, maar vooral de goede legkippen, krijgen een iets dunnere huid rondom de cloaca en de buik. Door die dunnere huid is de doorbloeding minder goed, dit kan de veergroei verstoren. Tijdens de rui groeien deze veren vaak weer aan. Hierdoor kan het zijn dat je hen een kale kont heeft. Geen reden tot zorg gelukkig.

labels: #Kip

Zie ook: