Het proces van het uitkomen van een ei is een wonderlijk gebeuren. Vaak rijst de vraag of en wanneer je een kuiken moet helpen uit het ei te komen. Het is een onderwerp waarover veel vragen en soms ook ongerustheid bestaan.

Het is belangrijk te weten dat je een kuiken in principe niet moet helpen om uit het ei te komen. De natuurlijke gang van zaken is vaak de beste. Na het aanpikken van het ei nemen de kuikens een soort "pauze" die gemiddeld ongeveer 12-24 uur duurt. Daarna begint het kuiken zich rond te draaien en het ei open te pikken.

Dus, als het kuiken pas in de namiddag het ei heeft aangepikt, dan mag je pas de volgende ochtend of zelfs de volgende avond een kuiken verwachten. Pas tegen de avond daarna mag je beginnen "panikeren".

Het kuiken haalt in dit stadium adem middels de vergrote luchtkamer. Pas als het ei voldoende rondom open is gepikt en het kopje/hele kuiken naar buiten komt gaat het ademhalen in de ruimte.

Wanneer wel ingrijpen?

Er worden hier al jaren kuikens geboren maar ik heb de hen en het kuiken altijd hun gang laten gaan. Nooit gekeken maar omdat moeder van haar nest af ging toen ik toevallig in het hok was vanmiddag zag ik het.

Soms kan het moeilijk zijn om niet in te grijpen, zeker als je ziet dat het kuiken moeite heeft. Maar in de meeste gevallen is het beter om geduld te hebben en de natuur zijn werk te laten doen. De hen gaat er maar heel even af, ze moest even wat kwijt en wat drinken, daarna rende ze weer terug.

Het proces van het uitkomen

Het proces van het uitkomen van een ei is een complex proces dat de volgende stappen omvat:

  • Aanpikken: Het kuiken maakt een klein gaatje in de schaal.
  • Pauze: Het kuiken rust en verzamelt kracht. Deze pauze duurt gemiddeld 12 tot 24 uur.
  • Ronddraaien en openpikken: Het kuiken draait zich rond in het ei en pikt de schaal verder open.
  • Ademhalen: Het kuiken begint te ademen via de luchtkamer in het ei.
  • Uitkomen: Het kuiken werkt zich uit het ei.

De kip en het ei: een eeuwenoud dilemma

De oud-Griekse filosoof Plutarchus brak zich rond het jaar 100 al het hoofd over de kip-ei-kwestie. Hij vond het een vermakelijke ‘kleine vraag’. Tweeduizend jaar later houdt die de wetenschap nog steeds bezig. Wat zeggen biologen van nu erover? En wat vertelt dit ons over evolutie?

De meeste evolutiebiologen hebben een simpel antwoord op de kip-of-ei-vraag: het ei was er eerst. Dat bestaat namelijk al heel lang. Zo’n 500 miljoen jaar geleden legden vissen hun larven in een beschermend zakje met een dooier als voeding. Daarin kon het kleintje groeien, buiten het lichaam van de moeder. Tot het groot genoeg was om uit het ei te kruipen en zelf rond te zwemmen.

Maar als je het specifiek over kippeneieren hebt, wordt het een ingewikkelder verhaal. Misschien was het toch de kip. De Visser hakt de knoop door. “Ik zou zeggen dat beide, zowel kip als kippenei, eerst waren. Het ei ís de kip.”

Haaieneieren

De meeste haaien leggen eieren. De buitenkant van zo’n ei is hard, wat zorgt voor bescherming van de binnenkant. Binnenin de eieren ontwikkelen zich de babyhaaien. De babyhaaien zitten aan een dooierzak vast. In de dooierzak zitten alle stoffen die nodig zijn voor de groei van de babyhaai. Hoe groter de haai wordt, hoe kleiner de dooierzak.

Haaieneieren zijn er in verschillende vormen en maten. De eieren van hondshaaien zijn bijvoorbeeld langwerpig met uitsteeksels. Deze uitsteeksels blijven makkelijk aan planten en takken haken. Tussen de planten en takken vallen de eieren niet op voor roofdieren.

De Californische stierkophaai heeft een ei in de vorm van een schroef. Dit ei blijft beter vastzitten in spleten tussen rotsen. Zo zijn ze beter beschermd tegen roofdieren.

In Naturalis is een grote collectie van haaieneieren, die over een lange periode is verzameld. Dit zijn vooral droge eikapsels gevonden op het strand. De collectie van Naturalis wordt daarom ook vooral gebruikt als referentiecollectie.

labels: #Ei

Zie ook: