Een komkommer is niet de makkelijkste plant om te kweken, maar wel heel leuk om te proberen. Ze maakt mooie grote planten met weelderige bladeren en kleine gele bloempjes. En als het goed gaat kun je er veel van oogsten. Komkommers en augurken zijn eigenlijk dezelfde planten: door kruisen en selecteren zijn augurken klein en hard en vooral geschikt voor de inmaak, en komkommers groter, zachter, sappiger en zachtfris van smaak.

Zaaien en Verzorging van Komkommers

Zaaien doe je van half april tot half mei. Komkommers kunnen geen vorst verdragen. Daarom zaai je ze niet te vroeg. Je zaait komkommer binnenshuis voor. Ze kunnen namelijk niet tegen kou, maar ook omdat bijvoorbeeld muizen de zaden erg lekker vinden. Bovendien kunnen komkommerzaden ook heel slecht tegen natte grond (de zaden kunnen dan makkelijk rotten voor ze kiemen). Gebruik potgrond die je luchtiger maakt door er een kwart deel grof zand door te mengen (of gebruik kant-en-klare zaai- en stekgrond).

Geef de zaaisels zoveel water dat de grond vochtig is, maar de grond mag zeker niet te nat blijven. Komkommers houden van veel warmte en kunnen slecht tegen regen en kou, daarom worden ze in Nederland vaak in een kas of platte bak geteeld. Als je die niet hebt kun je misschien iets bedenken en maken waardoor de planten toch wat meer warmte en minder regen krijgen. Je kunt ook overwegen de komkommer in een pot te telen; een pot kun je wat makkelijker verzetten (naar een warmer, zonniger, droger plekje, onder een afdakje als het regent, etc.). Bovendien is de pot, en de grond in een pot altijd warmer dan de volle grond.

Gebruik voor de teelt in een pot een diameter van minimaal 40 centimeter want komkommers zijn grote (slinger)planten. Om die reden hebben ze ook relatief veel voeding nodig. In een pot met potgrond zit voldoende voeding voor 8 weken, daarna zul je bij moeten gaan voeden zodat de planten kunnen blijven groeien en bloeien en komkommers maken. In de volle grond geef je 2 weken voor het uitplanten van de zaailingen voeding.

En dan is er nog een belangrijk keuze: een komkommerplant is een slingerplant. Je kunt haar laten kruipen of later klimmen. Laten klimmen is handig in een kas of in een kleine tuin want ze neemt dan weinig ruimte in en de planten kunnen makkelijker opdrogen na een regenbui. Laten kruipen is heel handig als je haar in een platte bak teelt of een afdakje voor haar maakt om haar tegen de regen te beschermen. Als je meerdere komkommerplanten wilt planten, plant ze dan voor de kruipende teelt op 150 centimeter van elkaar en voor de klimmende teelt op ongeveer 60 centimeter van elkaar.

Soms moet je de jonge planten wat helpen door de ranken de goede kant op te leiden of ze met een touwtje losjes aan het hekwerk vast te maken. Je kunt het verschil tussen een vrouwelijk bloempje (met minivruchtje erachter) en een mannelijk bloempje (zonder vruchtje) heel goed zien. En een algemene maar wel heel belangrijke verzorgingstip: geef bij droogte regelmatig water. Pluk niet te laat want dan wordt de komkommer dik en groeien de zaden in de komkommer. De komkommer wordt dan minder sappig en een beetje bitter. Eet geoogste komkommers van eigen tuin dezelfde dag of bewaar ze maximaal nog 2 of 3 dagen op een koele en donkere plaats.

Zelf Zaden Oogsten: Algemene Principes

Het is vrij gemakkelijk om zelf zaden van deze planten te oogsten, omdat dit eenjarige planten zijn (ze hoeven dus niet te overwinteren om pas in het volgende jaar te bloeien en zaden te maken). Maar er zijn wel een aantal aandachtspunten per soort.

Belangrijke Overwegingen bij het Oogsten van Zaden

  • Zorg ervoor dat rassen van dezelfde soort niet te dicht bij elkaar staan en kunnen kruisen.
  • Je oogst deze zaden altijd van volledig rijpe vruchten.

Komkommer Zaden Oogsten en Drogen

Voor augurken en komkommers geldt een beetje hetzelfde als voor courgettes en pompoenen: ook deze planten zijn zeer nauw verwant en kruisen gemakkelijk, met andere rassen en onderling. Wil je er toch zelf zaden van oogsten (niet van de F1 hybride-rassen want die leveren bijna altijd nakomelingen van mindere kwaliteit op); houd een plantafstand van minimaal enkele tientallen meters aan, of bestuif met de hand zoals ik dat hierboven beschreef.

Ook nu geldt: gekruiste augurk- of komkommerplanten kunnen zeer bittere en licht giftige vruchten bevatten. Laat de augurk of komkommer vervolgens volledig afrijpen, tot ze heel dik/groot en geel/bruin van kleur is. Snijd de vrucht dan open en oogst de zaden. Doe de zaden in een bakje water; loze zaden drijven, volle zaden zakken naar de bodem. Laat de zaden minimaal een week goed drogen (bijvoorbeeld op een stukje keukenpapier).

Stappen voor het Drogen van Komkommerzaadjes

  1. Laat de komkommer volledig afrijpen tot deze geel/bruin is.
  2. Snijd de komkommer open en haal de zaden eruit.
  3. Doe de zaden in een bakje met water om de goede zaden te selecteren.
  4. Laat de zaden minimaal een week drogen op een stuk keukenpapier.

Waarom geen zaden van F1 hybriden?

Zo is er F1 hybride zaad dat is ontwikkeld om beter bestand te zijn tegen ziekten of waarbij uit de ouderplanten de beste eigenschappen zijn gehaald. Heel mooi, maar dergelijke zaden zijn niet zaadvast. Je hebt niet de garantie dat de nakomelingen dezelfde goede eigenschappen hebben. Vaak is dat juist niet zo. De plant is gekweekt om één keer te schitteren, niet om zijn beste eigenschappen door te geven. Wat je wel doet is zaad winnen uit je sterkste plant met de grootste opbrengst. Als deze plant niet uit F1 hybride zaad is opgekweekt, is er een kans dat de sterke eigenschappen wel worden doorgegeven. Hebben de planten bijvoorbeeld een schimmelziekte, dan mag je hiervan geen zaad meer oogsten.

Alternatieve methoden om het kiemremmend geleilaagje te verwijderen

De zaden van tomaten bevatten een kiemremmend geleilaagje, je kunt dat geleilaagje oplossen door het sap met de zaden van tomaten te laten fermenteren, maar dat is een vies werkje dat vooral handig is als je veel zaden wilt oogsten. Voor een kleinere hoeveelheid zaden is het handiger om de zaden met geleilaagje op een keukenpapiertje te ‘smeren’ en dat te laten drogen. Je kunt de gedroogde zaden later van het papiertje ‘pulken’ of zaai ze met papier en al, dat gaat ook prima. Een andere methode is het mengen van de zaden-in-gelei met wat fijn zand; goed roeren, een aantal dagen laten drogen en dan zeef je de zaden gemakkelijk uit het zand.

Het Belang van Rijpe Zaden

Ook aubergines, komkommers en courgettes zijn vruchtgewassen waar je de zaadje gemakkelijk uit haalt. Maar op het moment dat je deze vruchten kunt eten, zijn de zaden nog niet rijp. Zaadjes moeten hard, droog en dor zijn. Bij deze gewassen moet je één vrucht zo lang mogelijk laten hangen totdat hij lijkt af te sterven.

Bewaren van de Zaden

Bewaren doe je in een potje of envelop op een droge en donkere plaats waar het bovendien niet te koud en niet te warm is. Zo blijven ze langer kiemkrachtig.

Tips voor het kiezen van de juiste planten voor zadenoogst

Nou, de mooiste dan maar 🙂 Maar let vooral ook op gezondheid van de plant, de vorm en stevigheid, het aantal bloemen of vruchten, de bladkleur, bloemkleur, houdbaarheid van een vrucht, etc. Bedenk dat de zaden die voortkomen uit een moederplant veel van de eigenschappen van die specifieke moederplant in zich dragen. Dus als je 2 “identieke” tomatenplanten hebt staan, maar de één groeit beter, bloeit beter, heeft een betere vruchtzetting een betere opbrengst, etc. kun je het best kiezen om zaden van alleen die plant te oogsten. Als aan de andere kant de iets mindere tomatenplant wel de lekkerste tomaten geeft kun je toch kiezen voor zaden van de tweede tomatenplant. Alles hangt af van je eigen voorkeur. Maar zorg dat gezondheid altijd voorop staat. Kies vooral, als je de kans hebt, niet 1 maar meerdere planten of bloemstengels waar je zaden van kunt oogsten. Stel dat je maar 1 slaplant laat doorschieten voor zadenoogst en er komt 1 storm waarin de doorgeschoten slaplant in de stengel knakt……..weg is de kans om er zaden van te oogsten. Dus mocht je van bepaalde bloemen, groenten, etc.

Het vermijden van extra vertroeteling

Ga de planten waar je zaden van wilt oogsten nou niet extra vertroetelen; je wilt er juist zaden van oogsten omdat ze onder normale omstandigheden de mooiste bloemen, lekkerste vruchten, etc. geven. Vaak help je de plant trouwens niet met vertroetelen; extra vaak water geven maakt de plant lui, ze hoeft zelf geen goed wortelgestel te maken want ze krijgt toch elke slok water die ze wil. Extra mest kan wortels verbranden of een explosieve groei van groen en veel slappe stengels maar weinig bloemen, etc.

Overwegingen bij het zelf oogsten van zaden

Weegt het hele proces (in tijd en werk) van oogsten en drogen van zaden wel op tegen de voordelen van kopen? Bijvoorbeeld zelf eens zaden van andijvie willen oogsten; enorme planten (ruim 1.50 x 1.50 x 1.50 meter), wel mooie bloei maar veel te groot, en het oogsten van de zaden zelf van een hele beproeving (stekelige zaaddoosjes), de opbrengst klein, etc. En een zakje gewoon andijviezaad kost vaak nog geen 70 eurocent. of is de plant een Cultivar? En zo ja, heeft er een andere Cultivar in de buurt gestaan (waarmee de kans heel groot is dat de verschillende kleuren/rassen gekruist zijn)? is een plant zelfbestuivend of kruisbestuivend? Meer over bovenstaande belangrijke informatie kun je lezen op bladzijde: Zaden oogsten - kruisen.

De laatste stappen voor het behoud van kiemkracht

Alle hierboven genoemde fouten zullen resulteren in verlies van de kiemkracht van de zaden. Dus na alle moeite die je al hebt gedaan zijn de laatste maar zeer belangrijke stappen de moeite waard om zorgvuldig en voorzichtig uit te voeren! Bedenk dat alle zaden pas geoogst kunnen worden wanneer ze volledig rijp en droog zijn. Dat is de hoofdlijn, maar er bestaan wel degelijk (een heel klein aantal) uitzonderingen op deze regel. Nog even over dit onderwerp; normaal gesproken is bij een onrijp zaadje het embryo niet genoeg ontwikkeld en nog niet genoeg gevoed om kiemkrachtig te zijn. Dus bovenstaande over zaden oogsten die halfrijp zijn geldt alleen voor een zeer kleine groep planten die al hebben bewezen zelf de zaden al te laten vallen voor ze volledig rijp en droog te zijn! En onrijp oogsten is normaal gesproken altijd funest voor de zaden. Alleen dus bij een klein aantal soorten kun je de zaden net-niet-rijp-maar-wel-zo-rijp mogelijk) oogsten. Dit zijn onder andere Impatiens, Strobilanthes, Cerinthe, Tropaeolum, sommige Geraniums, etc.

Ongelijkmatige rijping van zaden

Nog meer over bovenstaande; sommige zaden rijpen sneller aan een plant dan anderen en meestal zul je dus meerdere keren per week een paar zaden moeten plukken, tot je voldoende hebt. Bij sommige soorten is dat heel lastig. Bijvoorbeeld bij sla; als een flink aantal zaden rijp zijn (de pluisjes staan dan volledig open en je ziet een cremewit of donkerbruin ovaal zaadje aan het pluisje zitten) zullen die al loslaten en wegvliegen. Elk pluisje zaden oogsten is bijna onbegonnen werk want daar ben je uren mee bezig. Ik haal juist op het moment dat ongeveer de helft van de zaden rijp zijn de hele plant met een flinke kluit grond voorzichtig uit de grond en zet die zo rechtop in de kas (uit de wind die de zaden weg zou kunnen blazen). In een emmer, met een flinke bodem water. Ik heb de plant zo voldoende geplaagd om haar er toe aan te zetten snel nog meer zaden te laten rijpen.

Wanneer is een zaadje rijp en droog?

Wanneer is een zaadje dan rijp en droog? Dat ligt aan het zaadje. Bij bijvoorbeeld Digitalis gaan de bruine zaadhulsjes vanzelf open. Als je zo’n balletje schudt, hoor je de zaadjes “rammelen”. Als je te hard schudt vallen de zaadjes er zelf al uit. Bij bijvoorbeeld Tagetes kun je het toefje zaden dat nog onder de uitgebloeide bloempjes zit, er heel gemakkelijk en droog uittrekken. Mocht je enige weerstand voelen als je voorzichtig een toefje zaden wilt pakken, zijn de zaden nog niet rijp. Laten zitten en over een paar dagen nog eens proberen. Bij Clematis zie je de zaden (ovale schijfjes met een soort zwiepstaartje eraan) aan elkaar zitten in een soort kluwen. Zodra de glanzende zwiepstaartjes wollig zijn geworden, en de daaraan vastzittende zaden beigebruin zijn, en de zaden heel gemakkelijk van de kluwen los laten, zijn ook deze zaden rijp.

De huls als indicator

Vaste stelregel lijkt te zijn dat de huls (als die aanwezig is) waar de zaden in zitten dor, verkleurd en droog is, bijna altijd de zaden wel rijp zijn. Als er geen huls is waar de zaden in zitten, zie je vaak dat de zaden op een gegeven moment los laten en vallen. Salvia is daar een mooi voorbeeld van; zij kan nog volop bloeien in het bovenste gedeelte van de bloemstengels, terwijl onderin diezelfde bloemstengel (het gedeelte dat als eerste heeft gebloeid) je de eerste zaden al kunt oogsten, omdat ze anders gemakkelijk met een zuchtje wind uit de hulsjes vallen waarin de zaden zaten. Op de foto zie je Salvia nemorosa Caradonna.

Uitzonderingen op de regel

Pas op, er zijn uitzonderingen; de zaden van bijvoorbeeld Lobelia siphilitica en Zaluzianskya capensis en van sommige Cultivars van de Papaver somniferum en van de Amaranthus zijn niet bruin maar wit. Ze zien er bijna onrijp uit (maar zijn het dus niet). En zo zijn er ook vruchten en hulzen waar zaden in zitten die niet eerst verkleurd hoeven te zijn. Bij fruit en groenten zijn er wat voorbeelden. Goede tomatenzaden zitten niet in een bruine dorre huls maar in een sappige rijpe tomaat. Zoals ik al eerder noemde zijn er dus zaden die ongelijkmatig rijpen en die je dus per stuk of per zaadhulsje moet oogsten. Dit is het meest tijdrovende oogsten. Hoewel, kleine moeite om elke ochtend even snel te kijken of er nog een paar zaden te oogsten zijn. Zet een bakje in huis, met labeltje van de betreffende plant, en doe daar elke dag de paar zaden bij die je dan weer hebt kunnen oogsten. Ondertussen drogen dan de zaden die je in de paar dagen ervoor al hebt geoogst.

Over het drogen van de zaden

Verzin dus hoe de plant zelf de zaden normaal gesproken laat vallen en probeer daar op in te spelen. Bekijk de plant en de zaadhulzen. Pluk de verdroogde zaadhulzen en neem ze in een bakje mee naar huis. Doe dit bij voorkeur op een droge dag niet te vroeg in de ochtend (want dan zijn de zaden vaak nog vochtig van de dauw). Spreid thuis aangekomen dus zo snel mogelijk de zaden uit over een groter oppervlakte. Dat kan een krant zijn of een ondiep bord. Ik gebruik er graag schone witte bakjes voor waar bijvoorbeeld Chinees afhaaleten of ijs in heeft gezeten (op een witte ondergrond kun je altijd beter zien). En bij grotere hoeveelheden een dienblad met opstaande rand. Bekijk de zaden goed en haal eventuele “ongewenste” beestjes zoals rupsen, spinnetjes, etc.

De beste droogomstandigheden

Leg de uitgespreide zaden niet in de zon, maar op een beschaduwde plaats die droog is. Buitenshuis is daar eigenlijk alleen geschikt voor wanneer het minimaal een aantal dagen droog blijft, maar zelfs dan heb je wel last van de dauw in de ochtend, en bovendien is er kans dat de zaden worden weggewaaid of meegenomen door vogels of muizen, etc. In een kas is drogen ook niet goed, met temperaturen boven de 40 graden, volle zon en een hoge luchtvochtigheid gaat ook hier de kiemkracht van de zaden snel achteruit. Ik zelf heb een kamertje op het Zuidwesten, lekker droog en warm genoeg, een raam dat open kan om te luchten. Alleen wat zonnig dus een plank gemaakt aan de muurkant zodat er geen zon op de zaden kan vallen.

De tijdsduur van het drogen

Hoe lang je de zaden moet laten drogen is zeer afhankelijk van de omstandigheden en de soort zaden. Bedenk dat je beter een week te lang kan drogen dan een dag te kort. Bij te lang drogen gebeurt er niets (tenzij de zaden te zonnig en/of te warm liggen). Te kort drogen betekent dat de kans zeer groot is dat de zaden die niet volledig gedroogd zijn vochtiger worden, gaan schimmelen en uiteindelijk gaan rotten. Het gemiddeld aantal dagen om te drogen ligt zo tussen de 3 en 6, maar dus liever een dag langer als je vermoedt dat de zaden nog niet goed droog zijn.

Het schonen van de zaden

Na het drogen begint het leukste karwei (maar niet heus 🙂 : het schonen van de zaden. Het is niet altijd nodig hoor, zaden vinden het op zich niet zo erg om met kaf en stof en al bewaard te worden. Je doet het vooral om de zaden goed te kunnen zien (kale zaden zie je nou eenmaal beter dan zo’n bergje kaf, bloemblaadjes, stof, etc. Kale zaden zaai je wat gemakkelijk dan zaden met veel kaf en stof, zeker als je heel dun wilt zaaien. Maar soms is het juist wel handig. De zaden van bijvoorbeeld de Anthyllis vulneraria, en Gomphrena bevinden zich in halfdoorzichtige papierachtige hoesjes. Heel veel werk om zaadje voor zaadje uit de hoesjes te scheuren (want daar zitten ze echt goed in verpakt). Ik oogst de zaden van die soorten altijd met hoesje en al en verpak en bewaar ze zo. Zelf ondervonden dat met het zaaien het geen enkel verschil maakt, de papierachtige hoesjes breken af wanneer je de zaden zaait en water geeft, de zaden komen dan vrij, en het kiemen duurt geen dag langer of korter.

Ruimtebesparing en netheid

Maar de meeste zaden kun je beter wel schoonmaken, ter ruimtebesparing in het zakje, voor de netheid en het overzicht (hoeveel zaden heb je nog) en ter voorkoming van bijvoorbeeld schimmelziekten die in de restjes kaf, etc. aanwezig kunnen zijn. De makkelijkste, meest succesvolle maar ook meest tijdrovende manier is het zaadje voor zaadje met de hand pakken en in een apart bakje doen. Handig voor bijvoorbeeld Salviazaden, Scutellaria’s, Stachys, etc. Voor veel kleinere zaden als Mimulus, Digitalis, etc. is dat geen doen natuurlijk. Maar deze zaden zijn vaak zo klein dat ze makkelijk door een theezeefje passen/vallen. En het kaf dan net weer niet. Ik zelf heb in de loop van de jaren verschillende groottes in zeven en zeefjes verzameld met verschillende maaswijdten (de grootte van de gaatjes) en ik vind het zeven zelf een erg fijne manier van “opschonen”. Soms is het handig om eerst door een grove zeef te zeven (en zo het kaf eruit te scheiden) en dan later dan ook nog door en fijne zeef (om juist wat vuil, etc. eruit te filteren). Je zul zelf een beetje moeten kijken wat wel en niet handig is voor welke maaswijdte, etc. Begin eens met een goedkoop theezeefje (bij Xenos of zo vaak al voor 1 euro te koop): daar kun je heel gemakkelijk soorten met fijne zaden als Mimulus, Lobelia, Papavers, etc. mee opschonen.

Blazen als methode

Wat ik zelf ook heel vaak gebruik is “blazen”; normale zaden zijn bijna altijd zwaarder dan het kaf en zijn geschikt om in een ondiep bakje te doen en dan buiten zachtjes half over de zaden heen te blazen zodat het kaf en stof weg wordt geblazen maar de zaden blijven liggen. Doe dat niet met fijne zaden, want dan houd je niks over :-). En het is wel even oefenen want verkeerd in de wind staan en je bent alles kwijt.

Koel en donker bewaren

Er wordt gesteld dat je zaden koel en donker moet bewaren (helemaal mee eens). Liefst in een kast op een onverwarmde slaapkamer of zo. Ik sjouw hier wat af met mijn zaden. In de winter staan ze op zolder, daar is het dan koel en donker, maar in de zomer is het er erg warm. Dus halverwege de lente verhuis ik ze naar een kast op een slaapkamer o...

labels:

Zie ook: