Voedselvergiftiging kan optreden door het consumeren van voedsel dat besmet is met schadelijke bacteriën, parasieten, virussen of gifstoffen. Dit kan leiden tot diverse symptomen, waaronder maag- en buikpijn, diarree, braken, misselijkheid en verlies van eetlust. Zwangere vrouwen, jonge kinderen, ouderen en mensen met chronische ziekten lopen een hoger risico op voedselvergiftiging.

Bepaalde voedingsmiddelen zijn gevoeliger voor besmetting, vooral als ze niet correct worden bewaard, bereid of gekookt. Hieronder volgt een overzicht van risicovolle voedingsmiddelen en algemene tips om het risico op voedselvergiftiging te minimaliseren.

Risicovolle Voedingsmiddelen

  1. Rauw en niet-gaar gevogelte: Door het eten van rauw en niet-gaar vlees van gevogelte zoals kip, eend en kalkoen loop je een hoog risico op voedselvergiftiging. Dit komt vooral door twee soorten bacteriën, de Campylobacter en de Salmonella, die vaak in de darmen en op de veren van deze vogels voorkomen. Om het risico te beperken is het dus zaak om gevogelte heel goed te garen.
  2. Groenten: Groenten zijn ook vaak een bron voor voedselvergiftiging, vooral als ze rauw worden gegeten. Fruit en groenten hebben een aantal uitbraken van voedselvergiftiging teweeggebracht, vooral sla, spinazie, kool, selderie en tomaten. Om het risico te minimaliseren moet je sla altijd goed wassen voor het eten.
  3. Vis en schelpdieren: Vis en schelpdieren vormen een veelvoorkomende bron van voedselvergiftiging. Er is een grote kans dat vis die niet op de juiste temperatuur wordt bewaard besmet raakt met histamine, een gifstof die door bacteriën in vis wordt geproduceerd. Om het risico te verkleinen kun je het best zeevoedsel uit de winkel halen en ervoor zorgen dat je het gekoeld of bevroren bewaart voordat je het kookt.
  4. Rijst: Rijst is een risicovol voedingsmiddel vanwege de Bacillus cereus. Sporen van deze bacterie kunnen in ongekookte rijst zitten en ze kunnen weer uitgroeien tot bacteriën en zich vermenigvuldigen na het koken.
  5. Vleeswaren: Vleeswaren zoals ham, bacon, salami en worst kunnen een bron van voedselvergiftiging vormen.
  6. Ongepasteuriseerde zuivel: Bij pasteurisatie worden vloeistoffen en voedingsmiddelen verhit om schadelijke micro-organismen zoals bacteriën te doden. Om het risico op voedselvergiftiging door ongepasteuriseerde zuivel te verkleinen is het raadzaam om gepasteuriseerde producten te kopen.
  7. Eieren: Rauwe en te zacht gekookte eieren kunnen Salmonellabacteriën bevatten. Om het risico te verlagen moet je geen eieren eten met een kapotte of vieze schaal.
  8. Fruit: Het risico op voedselvergiftiging door fruit is groot, vooral bij meloen en bessen. Als je meloen eet, zorg er dan voor dat je de schil wast. Eet fruit zodra het gesneden is of leg het in de koelkast.
  9. Kiemgroenten: Kiemen gebeurt onder vochtige en warme omstandigheden, wat een ideale omgeving is voor de groei van bacteriën.

Allergie voor Komkommer

Soms gaat de allergie verder dan vruchten en noten en heb je ook last van bepaalde groentes zoals komkommer en tomaat. De diagnose wordt gesteld op basis van het verhaal dat de patiënt vertelt en de positieve huid- en/of bloedtest voor boom- en/of graspollen.

Algemene tips om voedselvergiftiging te voorkomen

Er zijn een aantal stappen die je kunt zetten om de kans op voedselvergiftiging te minimaliseren:

  • Zorg voor goede hygiëne: Was je handen met zeep en warm water voordat je voedsel gaat bereiden.
  • Let goed op de ‘te gebruiken tot’-datum (TGT): Om redenen van veiligheid en gezondheid dien je geen voeding te eten na de houdbaarheidsdatum.
  • Bewaar voedsel bij een veilige temperatuur: De ideale temperatuur voor de groei van bacteriën is tussen de 5 en 60 graden Celcius.

HACCP-richtlijnen

Volgens de HACCP-richtlijnen moet u voedsel bij de juiste temperatuur opslaan, bewaren, verhitten en terugkoelen. U moet voedsel op een schone plek en bij de juiste temperatuur bewaren. Bijvoorbeeld in een koelkast, vriezer of warmhoudkast. Zorg dat de bewaarplek schoon is en op de juiste temperatuur. Op het etiket moet staan bij welke temperatuur u het product moet bewaren. Ontbreekt deze informatie? Bewaar het product dan bij een temperatuur van 7°C of lager.

Temperatuurregistratie en schoonmaakplan

U kunt een schoonmaakplan of temperatuurregistratieformulier gebruiken. Met zo’n lijst kunt u per onderwerp controleren of u voedselveilig werkt.

Koelen en bewaren van voedingsmiddelen

Door voedingswaren gekoeld of zelfs bevroren te bewaren en te vervoeren, zijn de houdbaarheid en veiligheid ervan enorm toegenomen. We kunnen dan ook bijna niet meer zonder koelkast.

Hieronder een overzicht van voedingsmiddelen die je beter niet in de koelkast kunt bewaren:

  • Tomaten
  • Basilicum
  • Aardappelen
  • Uien
  • Avocado's
  • Knoflook
  • Brood
  • Olijfolie
  • Koffie
  • Honing

Indeling koelkast

Om voedsel zo lang mogelijk goed te houden, is het belangrijk dat de koelkast niet te warm en niet te koud is. De ideale temperatuur is 4 graden Celsius. Gebruik een koelkastthermometer om de temperatuur te controleren. Leg bederfelijke spullen zoals vlees en vleeswaren op de onderste plank: daar is het het koudst. Gebruik voor groenten de groentelade. Melk kun je in de deur zetten.

Hieronder een overzicht van groenten die je beter niet in de koelkast kunt bewaren:

  • Aubergine
  • Avocado
  • Citrusvruchten
  • Komkommer
  • Paprika
  • Tomaat

Nitraat in groenten

Nitraat is een stof die van nature in groenten en fruit zit, vooral in bladgroenten zoals sla en spinazie. Hoewel nitraat zelf niet gevaarlijk is, kan het in het lichaam worden omgezet in nitriet, wat in bepaalde omstandigheden schadelijk kan zijn. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft echter geconcludeerd dat het onwaarschijnlijk is dat nitraat in groenten zal leiden tot gezondheidsrisico’s. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) zag geen grotere kans op kanker op de korte of lange termijn. Om de inname van nitraat te beperken, wordt aangeraden om gevarieerd te eten en groenten goed te wassen.

labels:

Zie ook: