Bosui is een heerlijke knapperige, milde uiensoort. Bosuien worden nog wel eens verward met de lente-ui. Dat is begrijpelijk, daar een lente-ui simpelweg een vroeg geoogste bosui is. Het verschil is echter duidelijk: wel, of geen bolletje.

Bosui is niet enkel aan te raden voor de smaak, maar het zit ook boordevol vitamines en mineralen. Vooral het groene gedeelte bevat diverse antioxidanten. Daarnaast is het een goede bron van vitamine K en bevat het veel vitamine B.

Hoe bereid je bosui?

Van een bosui kun je vrijwel elk deel eten. Praktisch alles van een bosui is eetbaar, behalve de worteltjes. Verwijder eerst eventuele lelijke, bruin of geel verkleurde buitenste bladeren (die kun je er gewoon vanaf de bovenkant af trekken). Hierna kun je de bosui snijden zoals je wilt. Het meest gebruikelijke is ringetjes. Ten slotte kun je de groente dan schoonmaken. Gooi de ringetjes in een vergiet of zeef en spoel ze kort af onder de kraan.

Na het snijden en schoonmaken kun je de bosuitjes verder verwerken. Belangrijk om daarbij te weten is dat deze groente nauwelijks garing nodig heeft: vaak wordt het zelfs rauw gegeten. Dat is omdat de knapperige textuur snel verloren gaat. Bovendien heeft de fijne smaak nogal te lijden onder verhitting. Na maximaal enkele minuten is daar al veel van verdwenen.

Je hebt van bosui niet erg veel nodig: enkele stengeltjes volstaan al voor een maaltijd voor meerdere personen. Het wordt echter vaak per bos verkocht. Je kunt in vele recepten eigenlijk zonder bezwaar iets meer gebruiken dan staat voorgeschreven. Als je toch over hebt is dat geen probleem. Bosui bewaren gaat prima op een koele en donkere plek, in plastic met luchtgaatjes of gewoon zonder verpakking. Als het warm is of je geen geschikte plaats hebt, kun je ook in de koelkast bosui bewaren.

Zorg dat het niet te vochtig wordt bewaard. Invriezen is ook mogelijk, maar het is niet erg aan te bevelen. De kans is namelijk groot dat de mooie knapperige structuur niet zomaar een beetje wordt aangetast, maar dat de bosuitjes na het ontdooien slap en papperig worden. Wel behouden ze prima hun smaak na het invriezen. Snijd en was ze eerst grondig, droog ze goed af en vries ze dan direct in. Zo blijven ze enkele maanden goed. Niet laten ontdooien voor gebruik, maar direct verwerken in een gerecht.

Recepten met lente-ui

Lente-ui flensjes

Ajda Mehmet staat bekend om haar vermogen om van simpele salades geweldige creaties te maken, bijvoorbeeld door knoflook croutons of zachte elementen toe te voegen voor een spannend contrast. In haar boek 'Salad Days' deelt ze favoriete salades en geweldige side dishes, zoals deze lente-ui-flensjes.

Ingrediënten:
  • 100 g bloem
  • Snuf zeezout
  • 2 eieren
  • 200 ml melk
  • 4 lente-uitjes, in dunne ringen gesneden
  • Boter, om in te bakken
  • Kneepje citroen, om te serveren

"Ik ben dol op snel en gemakkelijk, vooral wanneer die snelheid niet ten koste gaat van de smaak. Deze flensjes zijn daar een goed voorbeeld van. Het zijn echte publiekslievelingen, zelfs kinderen eten ze graag - ondanks het feit dat er ‘groene dingetjes’ in zitten. Mocht je nog op zoek zijn naar extra redenen om ze te maken: ze zijn heel makkelijk te maken, passen bij alles en zijn vooral ontzettend lekker.”

Bereiding:
  1. Meng de bloem met het zout in een ruime mengkom. Breek de eieren boven de kom en voeg de helft van de melk toe.
  2. Roer met een garde tot een beslag. Zodra er een beslag ontstaat, kun je al roerend de rest van de melk geleidelijk toevoegen. Op deze manier ontstaan er zo min mogelijk klontjes. Blijf kloppen tot een zo glad mogelijk beslag.
  3. Voeg de lente-ui toe en laat tenminste 15 minuten staan.
  4. Verwarm een pan op middelhoog vuur en voeg een klontje boter toe. Draai de pan rond zodat de boter smelt. Schep een soeplepel van het beslag in het midden van de pan en draai de pan zodat je het beslag gelijkmatig over de pan verdeelt.
  5. Bak 1 tot 2 minuten tot het pannenkoekje iets opbolt aan de randen, draai om en bak aan de andere kant.
  6. Laat het flensje op een bord glijden en herhaal met de rest van het beslag.

Gesmoorde lente-ui met scholfilets en gebakken aardappeltjes

Dit gerecht combineert de zachte smaak van gesmoorde lente-ui met de hartige smaak van gebakken schol en aardappeltjes.

Ingrediënten:
  • Aardappels en wortelpeterselie
  • Lente-uien
  • Boter
  • Zout en peper
  • Olie
  • Slalade (Romainesla, radijsjes)
  • Olijfolie extra vierge
  • Mosterd
  • Witte wijnazijn
  • Citroensap
  • Scholfilets
  • Bieslook
Bereiding:
  1. Schil de aardappels en wortelpeterselie en snij in stukken van 2-3 cm.
  2. Verwijder een klein stukje van het donkergroene uiteinde van de lente-uien en snij in twee stukken, zodat ze in je koekenpan passen.
  3. Smelt een goede klont boter in een grote afdekbare koekenpan. Bak de lente-uien er kort in aan. Voeg zout en de aangegeven hoeveelheid water toe. Breng aan de kook, dek af en laat 15 minuten smoren.
  4. Giet intussen de aardappelen en wortelpeterselie af en schud een paar keer in de pan zodat ze wat gaan ‘kruimelen’. Doe in een ovenschaal en besprenkel met olie.
  5. Haal de sla af en was m.b.v. een slacentrifuge. Was en snij de radijsjes in plakjes. Doe beide in een slakom. Maak een vinaigrette van de olijfolie extra vierge, mosterd, witte wijnazijn, citroensap, zout en peper.
  6. Verwarm boter en olie in een koekenpan. Dep de schol droog en kruid met zout en peper. Wacht tot de boter stopt met bruisen en wat bruint en bak de schol aan beiden kanten bruin en net gaar.
  7. Garneer de gesmoorde lente-ui met de bieslook. Serveer met de scholfilets, gebakken aardappeltjes, wortelpeterselie en salade.

Gebakken uitjes als garnering

Er zijn een paar dingen die ik ongegeneerd kan blijven eten en gefrituurde sjalotjes (oftewel gebakken uitjes) is er daar een van. De smaak en knapperigheid zijn voor mij verslavend lekker en ik gebruik het daarom (misschien iets te) vaak als garnering.

Natuurlijk kun je gebakken uitjes kant-en-klaar (en ook van goede kwaliteit) kopen. Maar als je deze gefrituurde uitjes eenmaal zelf hebt gemaakt wil je misschien nooit meer anders. Het is ook nog eens heel makkelijk om zelf te maken en de olie waarin je frituurt kun je weer perfect hergebruiken door de heerlijke sjalottensmaak die erin achterblijft.

Bijvoorbeeld om een spiegelei in te bakken, voor een snel wokgerecht of als basis voor een saladedressing met een Oosters tintje. Zelf je goudgele en knapperige gefrituurde sjalotjes maken is echt niet ingewikkeld.

Twee belangrijke dingen moet je onthouden en het bruinen gaat vervolgens vanzelf; zorg dat je sjalotten allemaal ongeveer even dun zijn gesneden en doe ze daarna in olie op kamertemperatuur om gezamenlijk op te warmen tot de juiste baktemperatuur.

Hoe maak je gefrituurde sjalotjes?

  1. Pel de sjalotten, halveer ze in de lengte en snijd ze daarna in dunne, halve maantjes. Als je evenredig dun snijden met de hand lastig vindt, kun je ook een mandoline gebruiken.
  2. Maak de gesneden sjalot los van elkaar met je vingers en doe ze in een pan waarin je goed kunt frituren. Schenk er zonnebloemolie bij tot de sjalot helemaal onder staat en niet meer de bodem raakt. Zet ook vast een schaal klaar die je bekleedt met keukenrol.
  3. Verhit de olie op middelhoog vuur tot het gaat bubbelen en zet daarna het vuur wat lager. De sjalotten worden nu langzaam gefrituurd. Blijf erbij staan met je schuimspaan in de hand.
  4. Zodra de sjalotten mooi licht goudbruin kleuren is het al zo goed als tijd om ze er met de schuimspaan uit te scheppen op het keukenpapier. Als er nog wat witte plekjes tussen zitten is dat niet erg, want de gefrituurde sjalotjes garen nog enigszins door als ze uit de pan komen.
  5. Verdeel de gefrituurde sjalotjes over het keukenpapier en bestrooi ze gelijk met een snuf zeezout. Alleen als ze nog warm zijn, hecht het zout eraan, daarom gelijk doen.
  6. Laat verder afkoelen en verpak ze dan in een goed afsluitbaar bakje. Bewaar de gefrituurde sjalotjes op kamertemperatuur en dan zijn ze zeker 4 dagen houdbaar.

Bosui is prima vers verkrijgbaar en kost niet bijzonder veel, maar je kunt het ook prima zelf kweken. Let alleen op dat je ze op tijd oogst!

labels: #Bakken

Zie ook: